Veerle Beel
‘Ik wil een voorbeeld zijn als vader, als zoon, als partner, als leider.’ Fred Debrock
zomerreeks Hoe gaat het met u?
vrijdag 6 augustus 2021 om 3.25 uur
Een reis naar de Noordpool, een voettocht naar Santiago: bedrijfsleider Joost Callens schuwt geen uitdaging. Hij bouwt huizen voor jongeren met een handicap en steunt organisaties die pleiten voor de klimaatzaak. ‘Waarom komen mensen pas in beweging nadat ze tegen een muur zijn gelopen?’
Bouwer aan inclusie
Joost Callens (53) is ceo en voorzitter van Camino Group, de holding boven Durabrik, Victor, Istoir, Ecopuur en andere bouw- en renovatiebedrijven. Hij is ook de stichter van het Toontjeshuis, genoemd naar zijn jongste zoon Toon, dat een duurzame thuis wil creëren voor volwassenen met een beperking. Hij is ook medestichter van Futureproof Leadership, zetelt in tal van raden van bestuur en is voorzitter van de vzw Konekt, die streeft naar een inclusieve samenleving. Vorig jaar verscheen van hem het boek De zoekende leider, over zijn voettocht naar Compostela.
Hij zal tijdens het interview enkele opvallende uitspraken doen over ondernemen. ‘Het eerste doel is niet om winst te maken. Dat is een bepaalde kijk op het bedrijfsleven die ik niet deel. Helemaal niet zelfs.’
Het gaat heel goed met Camino Group, waar het bouwbedrijf Durabrik deel van uitmaakt. De coronacrisis heeft de holding geen windeieren gelegd. ‘Het is een paradox: hoe minder je focust op het financiële, hoe beter de resultaten zijn’. Snel voegt hij eraan toe: ‘Wacht, dat is een gevaarlijke uitspraak. Het gaat erom dat je niet alleen op de cijfers mag focussen. Je kent die uitdrukking wel: het is niet door aan het gras te trekken dat het zal groeien. Je moet het voeding geven en zorgzaam behandelen.’
Joost Callens, de ceo en voorzitter van Camino Group, is al langer een zoekende leider. In 2017 gaf hij zichzelf voor zijn vijftigste verjaardag de camino naar Santiago de Compostela cadeau: een voettocht van liefst 2.600 kilometer, van Petegem-aan-de-Leie tot in het Spaanse bedevaartsoord. ‘Dat was echt loslaten, alles loslaten.’
Vanwaar dat verlangen?
‘Mijn eerste camino stapte ik in 2008. Ik heb toen samen met mijn managementteam, onder wie ook mijn zus en medevennote Claudia, vijf dagen gestapt van Pamplona naar Los Arcos. Het was een mijlpaal voor heel ons bedrijf. We sloegen een nieuwe weg in, en we namen de camino als symbool voor de transitie. Sindsdien hadden we nooit meer een evaluatiegesprek met een medewerker achter een tafel. We doen dat wandelend in de natuur. Camino is ook de naam van de familieholding geworden. Maar de grootste mijlpaal is toch mijn eigen zoektocht geweest, rond drie thema’s: wie ben ik echt? Wie ben ik in groep? En wie wil ik zijn in deze wereld?’
‘Er werken nog mensen met een beperking bij ons, onder meer aan het onthaal. Wij zien dat echt als een meerwaarde. Ik wou dat meer bedrijven zich hiertoe zouden engageren’
‘Ik wil een voorbeeld zijn als vader, als zoon, als partner, als leider. Ook daarom heb ik samen met Björn Prins (psycholoog en coach, red.) een programma voor toekomstige leiders uitgeschreven. De rode draad is om bewuster in het leven te leren staan: bewust van jezelf, je groep, je organisatie. En ook bewust van de maatschappij, de natuur, de kosmos.’
Het is belangrijk voor u om uw ervaring en kennis met anderen te delen.
‘Absoluut. Omdat ik voel dat veel mensen op zoek zijn naar zingeving en omdat er echt nood is aan verandering. Het jammere is dat velen pas in beweging komen nadat ze ziek zijn geworden, of tegen een muur zijn gelopen. Preventief in jezelf investeren is niet zo’n makkelijk verhaal, omdat je er pas later de vruchten van plukt. Bij het klimaat is dat net zo.’
Ligt u daarvan wakker?
‘Het is de grootste crisis die op ons afkomt. Ik was enorm geraakt door de dood van Dixie (Dansercoer, red.), die een vriend was. Ik ben met hem naar de Noordpool gegaan. Daar ben ik me bewust geworden van de kwetsbaarheid van de natuur – hoewel de natuur ook keihard heeft teruggeslagen omdat ik bijna mijn vingers kwijt was. Ik herinner me dat we bij elke stap goed moesten voelen of het ijs wel stevig genoeg was. En nu is hij, die zo voorzichtig was, door dat ijs gezakt. Onbegrijpelijk.’
Wijt u dit aan de klimaatsverandering?
‘Hoe het ook zij, het is een enorm probleem, dat veel groter is dan de covid-crisis. Voor veel mensen is het nog ver van hun bed. Nochtans zal de klimaatcrisis heel wat andere crisissen doen ontstaan, hele bevolkingsgroepen zullen in beweging komen. Als we de horrorscenario’s van morgen kenden, zouden we het bewustzijn enorm zien stijgen en zouden veel meer mensen nu hun verantwoordelijkheid nemen.’
Wat kan een bouwbedrijf doen in het licht van zo’n kosmische uitdaging?
‘Vandaag is de nieuwbouw zo streng gereglementeerd dat die bijna energieneutraal is. Dat is gebeurd dankzij het strenge pad dat de overheid heeft opgelegd. Het is ontgoochelend dat onze leiders niet hetzelfde durven te doen voor het bestaande patrimonium. De Klimaatzaak heeft haar slag thuisgehaald (een rechter oordeelde dat het Belgische klimaatbeleid ondermaats is, red.), maar er zijn geen wettelijke normen vastgelegd. Dat heeft me erg ontgoocheld. Vervuilende auto’s mogen straks de steden niet meer in, maar huizen mogen wel blijven vervuilen. Het blijft bij een “advies” om alles tegen 2050 energieneutraal te maken.’
Die ingreep is een dure grap bij een oud huis.
‘Ja, maar er staat meer geld op de spaarboekjes dan ooit tevoren. We kunnen ook creatieve oplossingen bedenken, waarbij sommigen mee investeren in de huizen van anderen, zodat er een win-winsituatie ontstaat. Dat kan een positieve dynamiek creëren.’
‘Er staat meer geld op de spaarboekjes dan ooit. We kunnen creatieve oplossingen bedenken, waarbij sommigen mee investeren in de huizen van anderen: een win-winsituatie’
‘Onze groep investeert ook in renovaties van oude, historische panden, die we volgens de nieuwste milieunormen herinrichten. We hebben enkele bedrijven overgenomen die de nieuwste ecologische renovatietechnieken beheersen. We experimenteren met circulaire bouw, met hergebruik van werfwater en voor elke kubieke meter die we volstorten met beton, financieren we Natuurpunt om een vierkante meter bos te redden of te creëren. We willen ons ook op de huurmarkt begeven. Onze missie is om een onderneming te zijn die elke woonbehoefte kan invullen.’
Dat brengt ons bij de Toontjeshuizen, genoemd naar uw jongste zoon Toon.
‘Duurzaamheid is belangrijk, maar dienstbaarheid is voor mij de ultieme waarde: iets teruggeven aan de samenleving. Het is vooral mijn vriend en collega Bert die werk maakt van die Toontjeshuizen, en ik ben hem daar heel dankbaar voor. Jongeren met een handicap kunnen er cohousen dankzij de inbreng van investeerders en een zorgpartner. Het eerste project, in Boom, is al gestart. Op vijftien plaatsen zijn er groepen bezig met de voorbereiding. Corona was een hindernis, maar het grootste obstakel zijn de persoonsgebonden budgetten die uitblijven. Ik kan daar persoonlijk over getuigen, want mijn partner heeft twee zussen met down, die even oud zijn als ik en net te horen hebben gekregen dat ze nog 19 jaar op de wachtlijst moeten staan. Voor veel families is dat schrijnend.’
Was Toon altijd zo richtinggevend voor u?
‘Nee, in het begin waren we vooral bezorgd. ’s Nachts sliep hij met een monitor. We moesten twintig keer uit bed om te controleren of hij nog ademde. Met elke epileptische aanval ging hij weer een beetje achteruit. We waren bang dat hij het niet zou halen. Later pas heb ik ingezien dat hij mijn leermeester is.’
Hoezo?
‘Tijdens een opleiding vertelde ik over het spanningsveld tussen mijn werk, waar de nieuwe ideeën stroomden, en mijn lichaam, dat hier en daar sputterde. De trainer nodigde me uit om aan mijn lichaam te denken. Ik weet niet waar het vandaan kwam, maar ik begon te huilen. Vervolgens moest ik aan mijn verstand denken. Ik maakte wat gekke armbewegingen en zei: “verantwoordelijkheidsgevoel”, “ambitie”, “mezelf bewijzen”. Ten slotte moest ik mijn ogen sluiten. Binnen de vijf seconden zat ik bij Toon. Waar denk je aan, vroeg de begeleider. Ik vertelde over mijn jongste zoon, geboren met een hersenletsel. Ik zei: “Die jongen is niet bezig met projecten en met wat hij morgen nog allemaal moet doen. Hij leeft in het hier en nu en is precies altijd gelukkig.’ En terwijl ik het zei, kwam natuurlijk ook het inzicht … De leraar zei: ‘Besef je wel hoeveel geluk je hebt? Je hebt je leermeester altijd bij je.” Dat kwam zo keihard bij mij binnen, en ook zo warm! Het is het mooiste cadeau dat ik ooit gekregen heb.’
U straalt als u over hem vertelt.
‘Hij is een fantastische jongen, zo puur en authentiek. Hij heeft stage gelopen bij Durabrik en wil er later graag werken. Hij helpt aan het onthaal of bij kleine klussen en doet ook mee in de opvang van kinderen van medewerkers, en hij doet dat goed. Soms bezorgt hij me rode oortjes. Als ik eens later toekom, zegt hij: “Ja maar, mijn vader moet wel het goede voorbeeld geven!” Hij tovert een glimlach op ieders gezicht. Er werken nog mensen met een beperking bij Durabrik, onder meer aan het onthaal. Wij zien dat echt als een meerwaarde. Ik wou dat meer bedrijven zich hiertoe zouden engageren. Alle partijen hebben er baat bij.’
‘Ik zit in mijn ikigai, en daar moeten de mensen rondom mij ook zitten’
■ Wat was je droom als kind?
‘Het was voor mij heel snel duidelijk dat ik een leider wou zijn. Ik zag mezelf wel als baas (lacht). Ik heb er discussies over gehad met leerkrachten, die mij wellicht aanmatigend vonden. Maar voor mij zit ik daar in mijn ikigai. Dat is een Japanse term, die staat voor het samenvallen van je passie, je beroep en je missie. In je passie combineer je waar je van houdt met waar je goed in bent. In je beroep combineer je waar je goed in bent met waarvoor je betaald wordt. Je missie staat voor de zaken waar je van houdt, die tegelijk aan een maatschappelijke nood beantwoorden. En als dat alles samenvalt, zit je in je centrum. Dan ben je een gelukzak, zoals ik.’
‘Ik doe exact wat ik graag doe en goed kan. Ik kan er mijn ei helemaal in kwijt. Ik heb nooit het gevoel dat ik moet werken. Ik vind het belangrijk dat de mensen rondom mij ook in hun ikigai zitten. Dat wil niet zeggen dat we geen ambities hebben of geen groeipad willen nastreven. Naar mijn aanvoelen gebeurt het allemaal spontaan en ontstaan er vanzelf nieuwe ideeën.’
■ Wat zou je liever zijn: psychoanalyticus of dokter?
‘Het eerste! Ik heb zelf een hele weg afgelegd in mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik heb veel cursussen gevolgd en ik begeleid nu ook jonge bedrijfsleiders. Psychologie boeit me ontzettend. Ik heb in Leuven toegepaste economische wetenschappen gestudeerd. Een jaar of tien later wilde ik me inschrijven voor psychologie. Ik ben naar de faculteit gegaan, heb een folder meegenomen, maar het is er nooit van gekomen. Ik heb dat toch als een gemis ervaren in mijn studententijd: de tijd kunnen nemen om meer over jezelf te leren. Het boeit me erg als ik mensen ontmoet die worstelen met bepaalde thema’s, of als ik met mijn eigen kinderen diepgaande gesprekken kan voeren, waarbij ik soms iets van mijn eigen levenservaring kan meegeven.’
■ Verkies je een nomadische of een gesettelde levensstijl?
‘Ik hou eigenlijk niet van zwart-wit vragen. Maar vooruit: ik ben in West-Vlaanderen opgegroeid, naar Oost-Vlaanderen verhuisd en woon nu in Antwerpen. Het valt hier ontzettend goed mee. Onlangs heb ik het huis in Deinze verkocht waar de kinderen zijn opgegroeid. Het was een emotioneel moment, maar ik heb er vrede mee. Het huis in Antwerpen hebben we helemaal gerenoveerd – dat is nu eenmaal ons vak. Ook als je iets moois hebt gemaakt van een huis, moet je het kunnen achterlaten. Ik hecht me niet aan stenen.’
‘Echt nomadisch is mijn bestaan niet, maar het is zeker ook geen gesetteld leven. Ik voel wat weerstand tegen die gedachte. Zet me niet te lang vast in hetzelfde. Ik hou van verandering, ook om de wereld te ontdekken. Mijn camino naar Compostela was een heel nomadisch bestaan: elke dag ergens anders slapen, soms bij mensen thuis, dan weer in een refuge of in een bed and breakfast. Ik reis enorm graag.’
Onze gast kiest telkens enkele van de ‘100 Questions’, een doos met verrassende vragen van The School of Life, een project van onder meer filosoof Alain de Botton