Het verhaal van Jezus’ geboorte zoals we dat elk jaar met Kerstmis te horen krijgen, mogen we ook lezen als het geboorteverhaal van elke mens, dus ook als het onze.
Jezus wordt bij de geboorte in doeken gewikkeld, zoals kinderen nu in pampers. Van bij onze geboorte worden wij ‘ingewikkeld’ in een bepaalde cultuur en omgeving, en ligt onze bestemming reeds voor een deel vast. Het maakt een groot verschil uit of je als kind geboren wordt in een moderne kliniek of in een desolaat vluchtelingenkamp ergens in een Afrikaanse woestijn. Jezus’ geboorteomstandigheden waren ook niet rooskleurig, maar hij had een liefhebbende moeder en vader die hem voorgingen in de Godgelovige traditie van hun volk. Dat hielp hem zijn levensweg te herkennen in een richting die hem tot deelgenoot zou maken van wie te lijden heeft of met vragen worstelt. Wie het opneemt voor anderen, roept tegenstand op. Overgeleverd in de handen van de mensen zal het leven van Jezus eindigen in een graf, zijn dode lichaam opnieuw gewikkeld in doeken, maar nu in lijkdoeken. Bij ziekte en lijden worden ook wij overgeleverd in de handen van mensen, van verplegenden en zorgdragers. Er zijn zeker vele goede bedoelingen, maar het zijn soms evenvele situaties van tranen en verdriet.
Bij de geboorte zijn herders aanwezig. Herders zijn mensen die waken en wachten. Hoe vaak liggen wij niet wakker van de ene of de andere zorg, of waken we bij een zieke geliefde medemens. Wie waakt, neemt ook de tijd om nauwkeurig toe te kijken. En zo ontdekt hij soms licht waar alleen duisternis is. Ook voor de herders gaat een groot licht op, zij worden deelgenoot gemaakt van een vreugdevolle boodschap: “Heden is u een redder geboren.” Dat is de vreugde van die nacht. De blijde boodschap in een boreling. Een kind dat ons verlost. Maar hoe kan dat? Een kind lost namelijk niets op, het is veeleer een last. Maar net een kind leert ons dat we elkaar tot last mogen zijn en niet alleen tot lust. We zijn geroepen om elkaars lasten te dragen, zoals ook een kind volledig op de zorg van anderen aangewezen is.
De herders waren de eersten die dat begrepen, en zij keerden dan ook terug, God lovend en dankend om wat ze gehoord en gezien hadden. Zo wil ook God in ons aan het licht komen, als een oproep tot liefde en mededogen met alles wat zwak is en klein. Wie dat ziet en begrijpt, zal er een heel ander mens door worden, en blij ontdekken dat dit de meest ware en zinvolle bestemming is van ieders mensenleven. Zo is het geboorteverhaal van Jezus ook het verhaal van onze geboorte tot nieuwe mensen.
bron : kerknet Zone AlsembergAls ouders hun kindje laten dopen, vertrouwen ze het toe aan Gods bescherming en liefde. Ze beloven hun zoon of dochter Jezus Christus te leren kennen en hun kind een christelijke opvoeding te geven. Door het doopsel wordt hun kind opgenomen in de brede kerkgemeenschap, die zich mee verantwoordelijk voelt voor ieders groeien in geloof.
Er zijn weinig mensen die het lijden opzoeken of uitlokken. Lijden overkomt ons meestal. We kunnen elkaar dan bijstaan of helpen. Zelfs als we het lijden niet kunnen wegnemen is nabije vriendschap een hele ondersteuning.
In het begin van het lijdensverhaal van Jezus hebben we dat horen vertellen. Een vrouw komt Jezus’ hoofd heeft met olie zalven. Ze kan zijn lijden en dood niet voorkomen of milderen. Maar ze doet wat zij kan doen: Jezus aanraken en laten voelen dat zij met hem verbonden wil zijn.
Jezus is de enige in het tafelgezelschap die het gebaar begrijpt. Hij aanvaardt de solidariteit van de vrouw.
Jezus is gestorven omwille van zijn zending om ons, mensen, het rijk van Gods liefde aan te wijzen. Hij lijdt nu mee in elke mens die op één of andere wijze lijdt. Laten we die mensen aanraken om Jezus aan te raken. Het moet niet eens met olie zijn.
Mc 14,1–15,47Zei de kleine hand tot de grote hand:
Hé grote hand, ik heb je nodig want bij jou ben ik geborgen.
Ik voel je hand wanneer ik wakker word en jij dan bij me bent,
wanneer ik honger heb en jij mij voedt,
wanneer jij helpt als ik een toren bouw,
wanneer ik met jouw hulp mijn eerste pasjes zet,
wanneer ik bij je kom als ik wat angstig ben.
Kom, blijf bij mij en hou me vast.
En zei de grote tot de kleine:
Hé kleine hand, ik heb je nodig want jij hebt mij gegrepen.
Dat voel ik als ik veel voor jou mag werken,
als ik speel en lach en dol met jou,
als ik met jouw kleine ogen
wonderbare dingen nieuw ontdek,
als ik je warmte voel en van je hou
en als ik merk hoe ik met jou weer kan bidden en danken.
Kom, blijf bij mij en hou me vast.
Er is een Duitse legende dat God alle planten een naam had gegeven maar er eentje had overgeslagen. Een stemmetje riep uit: ‘Vergeet mij niet, o Heer!’ En God antwoordde dat ze die naam zou dragen.
U bent ook niet vergeten.
Sta er eens bij stil: het verhevenste, machtigste en heerlijkste Wezen in het heelal kent u en denkt aan u! De Koning van de oneindige ruimte en de eeuwigheid heeft u lief!
Hij die de sterren heeft gemaakt en kent, kent u bij naam — u bent de dochters van zijn koninkrijk.
De psalmist schreef (Psalmen 8:4–6):
‘Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt:
‘Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt (…)?
‘Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.’5
God heeft u lief omdat u zijn kind bent. Hij heeft u lief, ook al voelt u zich wel eens eenzaam of maakt u fouten.
De liefde van God en de kracht van het herstelde evangelie werken bevrijdend. Als u zijn goddelijke liefde maar in uw leven toelaat, kan die elke wond bedekken, elke zere plek genezen en elke pijn verzachten.
Bron Vergeet mij nietHet kruis is één van de meest voorkomende symbolische tekens.
Elke dag kom je kruisen in verschillende maten en vormen tegen. Tegelijk is het kruis hét symbool bij uitstek van christenen omdat het hen herinnert aan de kruisdood van Jezus.
Voor christenen is het kruis niet alleen een teken van pijn en schande, maar ook eeuwig teken van uiterste liefde.
En dat is best verbazend, want 2000 jaar geleden was het kruis niets minder een foltertuig.