Godsvruchtige, Vaderlandsminnende en andere Geschriften
De nacht hult al in duister
De nacht hult al in duister
eertijds gekroond in luister
en ik wil huilen in zwijgen
om de bomen die zijgen
om de nacht die zelfvoldaan
zijn ongekende gang kan gaan
en de wolken die zwerven
als hemelse scherven
en werpen hun schaduw om mij heen
Maar mijn hart brandt en smelt als was
in mijn binnenste opdat alras
de duisternis verdreven werde
en niets de stilte voor versperde
toe te treden tot mijn ziel
om 't lot dat mij te beurte viel
en mij te troosten in 't verdriet
om de Heer die mij verliet
en liet op aarde hier alleen
Keer terug, o Heer, op aard en lijdt
Uw kuddeke met wijs beleid
want ombedachtsaam gaan ze
over het ondermaanse
en ik, ik zal huilen in zwijgen
om de wolken die zijgen
om de nacht die zelfvoldaan
zijn ongekende gang kon gaan
en mij onoverwinnelijk scheen
02.06.2025
Dwaze vogels
Elke vogel zingt zijn lied
Ach, dwaze beesten, weet gij niet
hoe uw gezang is ijl en leeg
en als ge voor een oog'blik zweeg
dan wist ge hoe mooi de stilte klonk
Want bij die woont in d'hemel hoge
geraakt ge nimmer schoon uw pogen
want daar komt slechts die, met geduld,
zich in eeuwigdurend zwijgen hult
Vervulling van het Woord
Duisternis op oorlogspad
Kaarsen met gedoofde lonten
Herders ’s avonds afgemat
Stilte ruist op alle fronten
Smeulend kampvuur
Rits’lend riet
Mist waardoor men schimmen ziet
Klokslag van het eerste uur
Geroesemoes, rumoer alom
Een pelgrim die zijn weg begon
Plotseling verblindend licht
Hoopgevend God’lijk nieuwsbericht
Vervoering, geestdrift en elan
Kloeke stappen voort
Onfeilbaar overwinningsplan
Vervulling van Het Woord
Waar is het licht
Waar is de weg,
daar is het licht,
waar Gij u vinden laat,
daar Uw geboortegronde ligt,
en Uw geboortekribbe staat?
Vertel ons, Here, zeg!
Welk is het uur,
waarop Gij komt
Gij dien men zo verbeid?
Wiens komst is als de morgenstond,
ons mensenkind’ren toebereid,
Uw lichtend albestuur.
Als weegeschrei
en jammerklacht
voorgoed zijn afgedaan,
looft dan die ’s werelds vrede bracht
opdat Zijn naam zal lang bestaan,
ja, eeuwigdurend zij!
Een burcht van 't vastst vetrouwen
Des Heeren woorden zijn gewis
Zijn plannen falen niet
’t Is enkel goed en louter recht
Wat van zijn hand geschiet
Want een steenrots is mijn Heer
Een burcht van ‘t vastst vertrouwen
Mijn schild ende betrouwen
Ja dat, dat is mijn Heer
En welk een tegenspoed
Of misvallen mij ook treffen
‘k zal voor immer wel beseffen
Dat ‘k op Hem geheel vertrouwen moet
Een lentedag
Roze blaadr'en in de wind
Bloesem dat zijn plek niet vindt
Klokken met verstomde klanken
Parken met verlaten banken
Een musje badend in een plas
Een grijsaard die ooit was
Een lentedag