Uitverkoren zijn
God sprak tot mij: veel Christenen denken voorbestemd te zijn een ‘uitverkorene’ te mogen heten; maar dat is niet (meer) zo - (heel vroeger was dat namelijk wel het geval - zie verder)
Want om Mijn uitverkorene te zijn, daar moet de mens aan werken: door heel dicht bij Mij te blijven, ook in Woord en gebed; én ernaar leven - om het zo ook voor te leven.
En de mens moet bovenal rein en heilig zijn, zodat de mens wérkelijk een heilige is, die één met Mij is, alwaar Ik dus woon – daar gaat het Mij immers om bij de mens te kunnen wonen.
En de mens moet ook en vooral één met Mij zijn en blijven om Mij voor ‘eeuwig’ te kunnen toebehoren… daar gaat het uiteindelijk om.
Dus moet de mens op aarde alreeds één met Mij zijn, en dus rein en heilig: om Mijn uitverkorene te zijn…en Mij dan voor eeuwig te mogen toebehoren.
Ja, zo sprak God, het is slechts enkel en alleen de mens die rein en heilig is die Ik uitverkies.
Maar er zíjn gelovigen die denken voorbestemd te zijn een uitverkorene te mogen heten.
Zij weten zich uitverkoren omdat ze ‘Christenen’ heten, en ook echte Christenen denken te zijn;… alhoewel de meeste van hen nog geen echte heiligen zijn: omdat ze niet op Christus lijken! - en derhalve geen heiligen zijn in Míjn ogen! - en zo ook nog niet tot de Oogst van Christus behoren.
Maar zij denken wel echte Christenen te zijn; maar laten zich echter niet, of niet te allen tijde leiden door de Geest van Christus; en ook gaan zij niet altijd in de voetsporen van Christus en leven dus niet altijd in Zijn Geest; en hebben vaak ook nog niet het zondige leven afgelegd, en zijn dus nog niet verlost van alle kwaad;… zodat deze gelovigen beslist geen heiligen zijn, en zich zo geen wedergeborenen mogen noemen: omdat hun geest niet uit Mij geboren kan worden wanneer zij ‘onrein’ van geest zijn – en zo ben Ik niet één met deze mens.
En wanneer Ik niet één met de mens ben, en de mens dus geen wedergeborene is, kan deze mens Mij (nog) niet voor ‘eeuwig’ toebehoren.
Ik kan immers niet één zijn met een onreine van geest - onreinheid hoort niet in Mijn Heilige Geest thuis; en daarom moet de mens beslist rein en heilig zijn én wedergeboren om Mijn uitverkorene te zijn en Mij voor eeuwig te kunnen toebehoren.
Echter, de mééste gelovigen, zo sprak God, zijn helaas (nog) niet Mijn uitverkorenen, ómdat zij niet op Jezus lijken, Die een Voorbeeld is voor de mensheid.
Maar zij denken wel echte Christenen te zijn en weten zich daarom uitverkoren;…… echter de meeste van hen: door alleen maar in Jezus te geloven; maar zij lijken echter in het geheel nog niet op Hem.
En dat komt onder meer door het volgende Bijbelgegeven: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar Eeuwig Leven heeft”.
En dat betekent in feite ook dat de mens door in Jezus te geloven Eeuwig Leven heeft.
Echter, zo sprak God, dat verkrijgt de mens niet alleen door het geloof…
Want door alleen maar te geloven wordt de mens slechts enigszins geheiligd, én vaak helemaal niet; want, wanneer jij gelooft maar er verder niets aan doet: dan leef jij niet in navolging van Jezus: en geloof je dus niet oprecht: en zo heb je beslist geen oprechte en levende relatie met Mij: en zo behoor jij Mij (nog) niet voor ‘eeuwig’ toe.
Je moet er namelijk een goede gewoonte van maken om altijd in de voetsporen van Jezus te gaan; én je altijd en te allen tijde laten leiden door Jezus en Zijn Heilige Geest... om zo meer en meer op Jezus te gaan lijken… om zo geheel en al geheiligd te worden en dan een ‘heilige’ te mogen heten, en zo dus op Jezus lijken: om zo na dit aardse leven door Jezus te worden opgenomen in het Hemels Koninkrijk.
En God sprak: nu ga Ik weer verder met het onderwerp ‘uitverkoren zijn’.
In het begin koos Ik namelijk Zelf Mijn kinderen uit, zoals Jacob onder meer.
En dat was alreeds een gegeven in de baarmoeder van Rebecca: dat Jacobs’ geest op Mij gericht zou zijn - ja toen wist Ik alreeds dat er zeer verschillende volken uit Rebecca zullen voortkomen – uit haar tweelingzonen Esau en Jacob.
Zo was het aan Mij en dus Mijn keus: wie Mijn uitverkorene werd.
Zo wees Ik Jacob aan nog voordat hij geboren werd. Opdat hij Mij leerde kennen, en ook Mijn dingen kon doorgeven. En bovendien: omdat Ik almaar moet doorgaan met de mens… om Mijn Beloften waar te maken.
En God sprak: echter, toentertijd waren Mijn uitverkorenen meestal niet rein in Mijn ogen - wat dus wel Mijn bedoeling is; het is immers de bedoeling dat Ik bij een uitverkorene kan blijven wonen, zodat Ik één met deze mens blijf: die Mij zo helemaal en voor eeuwig toebehoort - daar gaat het uiteindelijk om.
Maar eertijds was het vaak moeilijk om de zondige mens te heiligen voor Mij - wat vaak door te straffen geschiedde: zo werd de mens gelouterd…en geheiligd voor Mij.
En daarom moest er een Verlosser komen; ook om als Voorbeeld te dienen: om het dus voor te doen hoe de mens dient te leven om een heilige te worden… en dan Mijn uitverkorene te mogen zijn.
Dus ís de mens niet (meer) voorbestemd Mijn uitverkorene te mogen zijn; neen, Ik kies de mens niet (meer) uit nog voordat hij of zij geboren wordt.
En ook niet vanaf het begin van de wereld heb Ik mensenkinderen uitgekozen, zoals sommige Christenen beweren.
Deze gedachtegang komt echter wel voort uit Bijbelgegevens, zoals het nu volgende: ‘alle mensen die op aarde leven van wie de namen niet vanaf het begin van de wereld in het Boek des Levens geschreven staan…gaan verloren’ – en dat wil in feite zeggen dat de namen van alle andere mensen: de namen van Mijn heiligen, die wel vanaf het begin van de wereld in het Boek des Levens geschreven staan, dat deze dus níet verloren gaan, en zij Mijn uitverkorenen zijn.
En door nog meer Bijbelgegevens denken sommige mensen voorbestemd te zijn Mijn uitverkorene te mogen heten.
Maar, zo sprak God, de mens ís niet voorbestemd Mijn uitverkorene te zijn. Want pas tijdens het leven op aarde, en door reiniging en heiliging wordt de Geest van de mens uit Mij geboren: en dan woont Mijn Heilige Geest in deze mens: en zo ben Ik één met deze mens - en dan pas is dit mensenkind Mijn uitverkorene.
Nu volgt nog een uitleg waarom de mens zou kúnnen denken voorbestemd te zijn Mijn uitverkorene te mogen heten:
Mijn Heilige Geest was er altijd al - nog voor de grondlegging van de wereld - en is het Begin en het Einde: de Alfa en de Omega.
En de Geest van de mens die uit Mijn Heilige Geest wordt geboren - en deze mens nu een wedergeborene is - deze is een nieuwe schepping.
Deze mens heeft nu een Geest uit Mijn Geest: ja deze mens heeft een Geest uit Mijn Heilige Geest - en heeft dus een Geest uit de Geest Die er altijd al was…nog voor de grondlegging van de wereld.
En omdat Ik er altijd al was - en omdat de Geest van een heilige geboren werd uit Mij - zou de mens kunnen denken dat hij of zij er ook altijd al was, nog voor de grondlegging van de wereld, en toen alreeds uitverkoren werd.
Maar, zo sprak God, de mens werd niet uitverkoren nog voor de grondlegging van de wereld; maar wordt pas Mijn uitverkorene: wanneer die onreine wereldgeest uit de mens verbannen is - dus: wanneer de geest van de mens gereinigd en geheiligd is…en dan uit Mij: uit God geboren wordt. En dan woon Ik in deze mens. En wanneer Ik in de mens woon: dan ben Ik één met deze mens…en dan pas is dit mensenkind Mijn uitverkorene en kan deze Mij voor ‘eeuwig’ toebehoren.
En God sprak: maar er zíjn dus gelovigen die denken nog voor de grondlegging van de wereld uitverkoren te zijn.
Maar de mens moet ‘tijdens het leven op aarde’ worden geheiligd voor Mij; én dus een wedergeborene zijn wil deze Mijn uitverkorene zijn…en zo het Leven behouden.
En het mooie hiervan is dat íeder mens Mijn uitverkorene kan worden.
Ja, zo sprak God, ieder mens kan Mijn uitverkorene worden.
Maar, zo sprak God, daar moet je niet te makkelijk over denken…
Er zíjn namelijk gelovigen die daar wel veel te makkelijk over denken.
Ook over het volgende gegeven: voor de gehele wereld heeft Jezus geleden; en voor al onze zonden is Hij gestorven aan het kruis.
En nu heeft de Christen niets meer te vrezen… want door dit te geloven en door Jezus aan te nemen is de mens gered.
Echter, zo sprak God: Jezus heeft inderdaad vreselijk moeten lijden voor alle zondige mensen;... maar alle zonden zijn door dat lijden nog niet weggedragen…
Jezus heeft het wel op Zich genomen, en heeft laten weten hoe de mens zondevrij wordt; want Jezus kwam als Voorbeeld en Hij onderrichtte de mens in Mijn dingen; en bovendien heeft Hij laten weten dat de mens bovenal door zondevergeving wordt gereinigd van kwaad en duister.
Zo heeft Hij het voorgedaan en voorgeleefd…en laten weten hoe de mens behoort te zijn en hoe de mens behoort te leven.
Dus moet de mens er óók nog aan werken: door te allen tijde in de voetsporen van Jezus te gaan: en zo in Zijn Geest leven; én dus door schuldbelijden…wil de mens gereinigd en geheiligd en zodoende verlost worden van alle kwaad…om het Leven te behouden.
En God sprak: ja, Jezus heeft laten weten hoe de mens verlost wordt van alle kwaad.
En dat mensenkind was toen op slag verlost en genezen door de kracht en de Liefde van Mijn Heilige Geest, Die in Jezus heerst.
En eigenlijk ging dat vaak veel te makkelijk: en wel wanneer dit mensenkind alleen maar in Jezus geloofde omdat deze mens zag dat Jezus de mens kon genezen - en deze mens uiteraard ook genezen wilde worden.
Maar! zo sprak God: de mens moest en moet door Jezus ook Míj zien – dus ook in Mij geloven en op Mij vertrouwen - én zien hoe groot en machtig Ik ben!
En meestal moet de mens ook aan z’n verlossing werken: door het geloof te voeden en te blíjven voeden… om zo al doende te worden geheiligd: door vooral de Bijbel te lezen - die ze toentertijd echter niet hadden; maar ook door meerdere malen per dag tot Mij te komen in een eerbiedig gebed: daardoor wordt de mens ook geheiligd voor Mij; én door te allen tijde heel dicht bij Mij te blijven; en door te allen tijde volkomen op Mij te vertrouwen!
En bóvenal wordt de mens gereinigd en geheiligd en verlost van kwaad en duister: door in de allereerste plaats het zondige leven af te leggen; en door alle zonden eerlijk en welgemeend te belijden tegenover Mij en ook aan de medemens waartegen gezondigd is.
Echter, toentertijd - in de tijd dat Jezus op aarde leefde en Hij machtige wonderen verrichtte - toen deed de mens die door Hem werd verlost en vaak ook ‘lichamelijke’ genezing ontving, dit alles meestal niet.
Maar, zo sprak God, Ik deed die genezingen door Jezus ook wel als voorbeeld; en uiteraard om de mens te genezen; maar ook als voorbeeld: om te laten weten dat de mens door het geloof en door zondevergeving wordt gereinigd van alle kwaad…en zo genezing ontvangt.
Zo heb Ik bovendien Mijn wondere machten en krachten door Jezus kunnen tonen; en heb door Hem dus ook laten zien dat Ik de mens ook ‘lichamelijk’ kan genezen.
En God sprak: en dit mensenkind was toen op slag verlost en genezen.
Maar meestal echter gaat dat niet zo snel.
En ‘lichamelijke’ genezingen doe Ik niet meer zo vaak;… maar wil wel altijd de ‘ziel’ van de mens genezen: ja die wil Ik altijd verlossen van alle kwaad, en zo genezen.
Maar meestal echter gaat dat niet zo snel als Ik toentertijd door Jezus heb laten zien.
Want je moet er ook zelf aan werken: door allereerst je hart oftewel je geest open te stellen voor Mij; en dan moet jij Jezus aannemen als je Redder en Verlosser; en leg dan het (eventuele) zondige leven af; én belijd alle zonden eerlijk en welgemeend aan Mij, en aan de medemens die jij onrecht hebt aangedaan - en vraag om vergeving.
En je moet te allen tijde heel dicht bij Mij blijven, ook in Mijn Woord de Bijbel, en in gebed - dus: door te allen tijde in de voetsporen van Jezus te gaan.
En zo word je vaak al doende gereinigd en geheiligd en zodoende verlost van alle kwaad.
En zo krijg je ook al doende een oprechte en levende relatie met Mij.
En daar kwam Jezus voor op aarde: om te laten weten hoe de mens een relatie met Mij kan krijgen.
Ja Hij kwam als Voorbeeld - en heeft zo ook laten zien en weten dat Hij een innige relatie met Mij heeft.
Zo kwam Jezus als Voorbeeld én als Verlosser naar de mens toe: om de mens eerst tot geloof te laten komen, en dan te verlossen van alle kwaad, opdat de mens een relatie met Mij kan hebben. Want als de mens verlost is, kan Ik er woning maken - en dan is de relatie met deze mens hersteld; ja dan ben Ik één met deze mens: en zo behoort deze mens Mij helemaal en voor ‘eeuwig’ toe - daar gaat het uiteindelijk om.
En God sprak: nu volgt nog een stukje over het onderwerp ‘uitverkoren zijn’.
De mens is dus niet voorbestemd Mijn uitverkorene te mogen heten; Ik kan immers niet zomaar bij de mens woning maken: Ik kan pas woning maken wanneer de mens rein en heilig is.
Zo kan de zondige mens Mijn ‘Hemelse’ Woning niet binnengaan - onreinheid hoort daar niet thuis.
En daarom moet de mens rein en heilig zijn, en zo dicht mogelijk bij Mij blijven om het Hemels Koninkrijk te beërven.
En Dat verwerf je dus: door in de allereerste plaats je hart open te stellen voor Mij; en dan moet je Jezus aannemen als je Redder en Verlosser; en ga in navolging van Jezus leven, en laat je leiden door Jezus en Zijn Heilige Geest; zodat jij als heilige door Jezus zal worden opgenomen in het Hemels Koninkrijk.
Zo heeft Jezus de toegang tot Mij…én dus tot de Hemel ontsloten.
Want door in navolging van Jezus te leven, en door Zijn zondevergeving: zo komt de weg naar Mij open te liggen: zonder blokkade: en zo kan de mens vrij tot Mij komen.
Ja door in de voetsporen van Jezus te gaan en door schuldbelijden wordt de mens geheiligd voor Mij.
En als heilige kan de mens Mijn Koninkrijk vaak al enigszins op deze aarde ervaren; want deze mens draagt Mijn Koninkrijk ín zich: en zo is deze mens op weg naar Mijn Hemels Koninkrijk.
Zo heeft Jezus de weg naar Mij vrij gemaakt; en Hij ís dus de Weg naar de Waarheid en het Leven; want door te leven zoals Jezus het voorgeleefd heeft…kan Ík bij de mens woning maken, zo sprak God.
En dat Mijn Heilige Geest niet zomaar bij de mens woning kan maken, komt door het gegeven dat Ik beslist niet in een zondig mens kan wonen - ook omdat die wereldgeest er nog woont.
Want zonden en die wereldgeest zijn blokkades die als een muur tussen Mij en de mens in staan.
En daarom kan Ik alleen in een heilig mens wonen; want er mag beslist niets uit de geest van het kwaad tussen Mij en de mens in staan om ‘één met de mens’ te zijn.
En daarom moet de mens zondevrij zijn en zondevrij blijven.
En daar is Mijn zondevergeving weer voor.
En dan mag de mens voor Mij met een schone lei opnieuw beginnen: nádat alle zonden eerlijk en welgemeend beleden zijn, en oprecht berouw is betoond en om vergeving is gevraagd.
En dat is ook noodzakelijk en moet ook geschieden bij de medemens waartegen gezondigd is; en dat mag ook in de vorm van welgemeende excuses;… wat echter niet altijd makkelijk is, omdat de mens niet altijd vergevingsgezind is.
Maar je hebt het wel geprobeerd en je goede wil getoond.
En als alles opgebiecht is aan Mij en de medemens, dan ben jij weer rein en heilig in Mijn ogen.
Dus lijkt het Me niet zo heel erg moeilijk om rein en heilig te blijven.
Het is namelijk zo, zo sprak God: als de mens voor Mij maar geheiligd blijft: door te allen tijde heel dicht bij Mij te blijven, ook in Mijn Woord de Bijbel en in gebed; en door te allen tijde volkomen op Mij te vertrouwen, dan blijf Ik te allen tijde heel dicht bij deze mens; en ben dan zeer genadig en vergevingsgezind: en neem alle zonden gelijk weg na een eerlijke en welgemeende schuldbelijdenis: en zo wordt dit mensenkind gereinigd van dat kwaad.
Maar, zo sprak God, daarna moet je uiteraard niet meer bewust zondigen en/of in herhaling vallen; want dan heb je het niet begrepen.
En God sprak: om op het onderwerp ‘uitverkoren zijn’ terug te komen:
Eertijds had Ik wel mensenkinderen uitgekozen… maar velen waren beslist niet rein en heilig in Mijn ogen.
Maar toch had Ik deze mensen uitgekozen omdat zij wel in Mij geloofden.
Én Ik had deze uitgekozen omdat Ik mensen nodig had; maar dus zonder gereinigd en geheiligd te zijn en nog niet verlost te zijn van alle kwaad - wat voor Mij wel noodzakelijk is om bij de mens woning te kunnen maken.
Ja, zo sprak God, de mens zal gereinigd en geheiligd moeten worden alvorens Ik er woning kan maken.
En ‘geheiligd worden voor Mij’ is in deze tijd wel veel makkelijker dan toentertijd - nu is er immers de Bijbel waarin je over Mij en Mijn Zoon Jezus Christus leest.
Én Ik open bovendien meer en meer de ogen, zodat de mens ook inzicht krijgt in Mijn dingen.
En God sprak: maar nu ga Ik weer verder met het onderwerp ‘uitverkoren zijn’.
Eertijds ontvingen velen Mijn Heilige Geest terwijl zij dus ‘onrein’ van geest waren.
Maar zo kon Ik helaas niet bij deze mens blijven wonen, omdat er een grote blokkade was tussen Mij en deze mens, zodat Ik Me al spoedig afkeerde.
En zo was deze mens nog niet Mijn uitverkorene! - want met een onreine van geest kan Ik niet één zijn - onreinheid hoort niet in Mijn Heilige Geest thuis; dus kan Ik beslist niet bij de zondige mens wonen.
Zo kan de zondige mens Mijn ‘Hemelse’ Woning niet binnengaan.
En dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste van uitverkoren zijn: Mijn Hemelse Woning te mogen binnengaan.
En daarom heb Ik dit gegeven eens uitvoerig uitgelegd; omdat het immers van Levensbelang is een ‘uitverkorene’ te zijn; ook voor het leven alhier op deze aarde… en bovenal voor het Leven ná dit aardse leven.
En daarom dit hoofdstuk, om ook dit uitermate belangrijke gegeven eens goed onder de aandacht te brengen; ook opdat er geen misverstanden meer over zijn.
Want het is werkelijk zo, zo sprak God, dat de mens beslist rein en heilig én wedergeboren moet zijn om Mijn uitverkorene te zijn… en Mij voor eeuwig te mogen toebehoren: en zo dus het Leven behouden;… en wel het ‘Leven’ met een hoofdletter: daar bedoel Ik het ‘ware’ Leven mee: Leven uit God - zoals de Geest van een heilige. Ja deze mens zal het Leven behouden… en dus eeuwig blijven voortleven bij Mij en Mijn Zoon Jezus Christus in het Hemels Koninkrijk.
Dus zorg dat je er te allen tijde klaar voor bent!... zodat jij als uitverkorene door Jezus zal worden opgenomen in het Hemels Koninkrijk.
Want alleen dáár is het een Leven in Heerlijkheid!
Zo heeft God dit alles te kennen gegeven.
Dit is een hoofdstuk uit het boekwerk 'Geheimenissen van God onthuld' - (geschreven onder pseudoniem Elna Elinor - die naam betekent: zij die het Licht doorgeeft)
Het boekwerk omvat 47 hoofdstukken en telt 140 pagina’s.
En in elk hoofdstuk zit een boodschap of een Belofte of een bemoediging of een les.
En bovendien staan er velerlei andere interessante en leerzame wetenswaardigheden in - zie a.u.b. ook de inhoudsopgave: https://sites.google.com/view/inhoudsopgave/homepage
Het boek is te koop bij Bol.com en alle CB boekhandels; en bij bookmundo/mijnbestseller via deze link: https://www.mijnbestseller.nl/ElnaElinor (link eventueel kopiëren); en zonder verzendkosten bij de lokale boekhandel (€15,00) - met ISBN 9789403670607