Transhumanisme is een idee zo oud als de mens. De mens heeft altijd geprobeerd zijn menszijn te overstijgen. Oude mythen en sagen vertellen van talloze mensen die aan hun menszijn, en de daarbij behorende beperkingen, probeerden te ontkomen. Ze vertellen bijvoorbeeld over Adam en Eva, die een appel aten zodat ze de wijsheid van God zouden bezitten. Een ander verhaal gaat over Gilgamesh die op een zoektocht naar het eeuwige leven ging. Weer een ander verhaal is dat over Daedulus, die vleugels ontwierp zodat zijn zoon, Icarus, en hij konden vliegen.
Maar het menszijn willen overstijgen is niet louter een droom uit de oudheid. In de moderne tijd gingen ontdekkingsreizigers op zoek naar de fontein van de eeuwige jeugd. Alchemisten zochten naar Panacea, een medicijn tegen alles. De situatie van de mens is dan ook vreemd, slechts een dier, maar wel een uiterst begaafd dier. Een dier wiens voorstellingsvermogen zijn biologische beperkingen kan overstijgen, dromend van een eeuwig leven in de hemel, hier op aarde of op een andere planet, gaat hij dood.
Na de oudheid werd veelal neergekeken op het verlangen naar onsterfelijkheid op aarde. De kerk was er tenslotte weinig enthousiast over. Het conflict tussen onsterfelijkheid op aarde en in de hemel moge duidelijk zijn. Tot in de 16e eeuw het humanisme opkwam dat streefde naar de morele en sociale en perfectie van de mens. De mens en niet God werd nu de maatstaf der dingen. Het beoefenen van wetenschap en focus op redeneren en kennis van de mens en aarde, in plaats van de Bijbel en God, werd nu ook significant belangrijker.
De wetenschappelijke vooruitgang liep echter achter op de dromen en ideeen van de mensen. Kepler, bijvoorbeeld, schreef in de 17e eeuw al een boek over een reis naar de maan. Terwijl Haldane in 1923 al over IVF schreef en Huxley in 1932 al over bio-technologie.
Tegenwoordig, met de enorme sprongen die de wetenschap maakt, is het verschil tussen voorstellingsvermogen en mogelijkheid kleiner aan het worden. De techniek stelt ons in staat om (gedeeltelijk) aan onze biologische beperkingen te ontsnappen, denk aan een pacemaker of een cochlear implantaat. Nieuwe technieken, zoals CRISPR, neuro-implantaten en nano-technologie beloven echter een veel grotere impact op ons menszijn. Geen ziektes meer, een (veel) langer leven, meer intelligentie. Ze zouden de mens maakbaar maken in plaats van afhankelijk van de genetische lotterij. Op deze manier zouden ze ons voorbij onze menselijke beperkingen kunnen dragen. We zouden geen mensen meer zijn, maar meer dan mensen, voorbij ons menszijn. We zouden letterlijk transhumanisten zijn.
Hoewel het verlangen naar transhumanisme al erg oud is, is de mogelijkheid om het te bereiken vrij recent. Het is de moderne wetenschap die ons de mogelijkheid biedt om de kloof tussen droom en realiteit te overbruggen, om honderden jaren te leven, op aarde, andere planeten of onder water. De technologie zal er komen mits het enthousiasme en de drijfkracht er is.