Ongeveer 140 jaar na het overlijden van Hendrik Avercamp arriveerde in 1771 weer een doofstomme man vanuit Amsterdam in Kampen. Dit keer was het tekenaar Pieter Remmers, die met zijn moeder de oversteek over de Zuiderzee maakte.
afkomst Pieter Remmers
Na twee dochters werd in 1744 in het gezin van de Amsterdamse koopman Pieter Remmers sr. en zijn vrouw Geertruij Telkamp een jongen geboren. Naar zijn vader en grootvader Pieter genoemd. Na Pieter volgde nog een zusje. Alle drie de meisjes overleden op jonge leeftijd, alleen Pieter jr. groeide op. Pieter had een handicap: hij was doofstom geboren.
▼
hierboven de geboorte-inschrijving van Pieter Remmers. Oom Floris Telkamp was toezichthouder op het VOC-pakhuis in Amsterdam.
Over zijn opvoeding is weinig bekend. Beide ouders kwamen uit een gegoed milieu, waar ruimte voor zijn ontwikkeling zal zijn geweest. Zeker is dat Pieter vanaf begin oktober 1767 tot eind maart 1770 de Stadstekenacademie in Amsterdam bezocht.
In mei 1770 overleed zijn vader, waarna Pieters moeder afzag van haar deel van de nalatenschap van haar man ten behoeve van haar zoon. Dit ging om het aanzienlijk bedrag van f 13.078. Zij liet zich ook als curator over haar zoon aanstellen, omdat Pieter ''ten eenemaal buiten staat is zigzelve of zijn zaaken en goederen te administreren''.
naar Kampen
In 1771, een jaar na het overlijden van Pieter Remers sr, verhuisden moeder en zoon naar Kampen. Moeder Geertruij was op dat moment 51 jr. oud. Zij nam de kostkopersplaats over van Gijsbert Prinse in het St. Geertruidengasthuis (nu Margaretha) en gaf nog eens
f 300 extra aan het gasthuis. Of zij daar echt gewoond heeft is niet duidelijk. Voor zover bekend woonden in Kampen geen directe familieleden of relaties van Geertruij Telkamp en zoon Pieter Remmers. Geertruij Telkamp, weduwe Remmers, overleed in 1798 in Amsterdam.
Op 21 juni 1773, werd het kostkopersechtpaar Claas Stuijver en Anna Hulscher tegen betaling van f 2000 in het gasthuis opgenomen. Zij werden tijdelijk gehuisvest in het huisje ''bij eene Kostkoopersse Remmers in gebruijk'', totdat een vast huisje beschikbaar kwam. Voor het gebruik van het huisje van Geertruij Telkamp, weduwe Remmers, werd huur betaald. Claas Stuijver en Anna Hulscher waren geen geboren Kampenaren en beiden waren in mei 1778 overleden.
In 1778 verbleef de geboren Amsterdamse Esther Bargignac, weduwe Bouwmeester, tijdelijk in ''het huisje van de Wede Remmers'', in afwachting van het vacant vallen van het eerste huisje in de rij aan de Burgwal (wat volgens de regenten aanstaande was). Esther Bargignac overleed in 1793 in Vianen, waar haar dochter woonde.
Pieter Remmers in Kampen
Volgens Kolman werd Pieter buiten het gasthuis ondergebracht bij particulieren. Pas na 1799 is door Kolman een adres achterhaald: bij pruikenmaker Gerrit Jan van der Poel in de Boven Nieuwstraat (ongeveer waar nu de sportschool is). Kolman meent dat Pieter toen al langere tijd bij de familie van der Poel woonde. Waar Pieter Remmers de eerste periode in Kampen verbleef, is volgens Kolman onduidelijk.
Maar is dat wel zo? Waarom is het niet mogelijk dat Geertruij Telkamp, weduwe Remmers, de kostkopersplaats in het St. Geertruidengasthuis voor haar zoon kocht? Deze kostkopersplaats ''is in gebruik bij de weduwe Remmers'', schrijven de regenten zelf. Het gasthuis was juist een goede, beschermde woonplek voor de doofstomme Pieter Remmers. Vanwege zijn handicap was Pieter zelf niet in staat om een dergelijke aankoop te doen. Pieter kan best regelmatig enkele weken of maanden bij zijn moeder in Amsterdam hebben doorgebracht. Perioden waarin het huisje aan derden verhuurd werd. Opvallend is ook dat het eerste woonadres bij particulieren pas na het overlijden van Geertruij Telkamp te achterhalen was.
Voor zijn levensonderhoud zal Pieter na het overlijden van zijn moeder een beroep hebben kunnen doen op financiële fondsen, beheert door familieleden.
▼
donker paarse cirkels links het St. Geertruidengasthuis en rechts het huis van pruikenmaker Van der Poel;
licht paarse cirkels de woonhuizen van Ter Wolt.
In Kampen hadden Geertrui Telkamp en Pieter Remmers veel contact met Willem Tjeerts ter Wolt, een rentenier, die vanaf 1763 in Kampen woonde. Willem Tjeerts ter Wolt en Pieter waren leeftijdgenoten, beiden waren in 1744 geboren. Voor het geval dat moeder Geertrui zou overlijden, moesten er -vanwege Pieters handicap- voogden benoemd worden. In haar vier testamenten voegde zij steeds Willem Tjeerts ter Wolt als voogd toe, naast Amsterdamse neven van Pieter.
Pieter Remmers tekende waarschijnlijk voor zijn plezier. Aangezien het voor hem bijna de enige wijze van expressie was, zal hij veel getekend hebben. Toch zijn er slechts enkele tientallen tekeningen van hem overgeleverd.
Stadsgezichten en landschappen waren zijn sterke kant. Schetsen, die hij buiten maakte, werkte Pieter thuis verder uit, waarna hij ze inkleurde.
De menselijke figuur ging hem iets minder makkelijk af. Toch lijkt hij in zijn tekeningen enkele keren bekende mensen uit zijn omgeving te hebben afgebeeld. Dat kan een aardigheidje van Pieter Remmers zijn geweest, maar het kan ook zijn dat hij de tekening in opdracht uitgevoerde.
Pieter Remmers lijkt enkele leerlingen te hebben gehad. Hij wordt genoemd als leermeester van Geerling Grijpmoedt (Zwolle 1760 -1788 Amsterdam). Een Zwollenaar, die via Kampen in Amsterdam terecht kwam. Grijpmoedt was werkzaam als tekenaar, etser en schilder.
Levensavond Pieter Remmers
Uitgaande van zijn lidmaatschap van de chique Kamper Leessociëteit, zal Pieter Remmers nog tot 1810 in Kampen gewoond hebben. Over de laatste levensjaren van Pieter Remmers bestond lang onduidelijkheid. Historicus R.J. Kolman ging ervan uit dat Remmers in Kampen overleed, waar en wanneer bleef onbekend. Dat blijkt niet waar. De onvolprezen archiefonderzoeker Henk van der Hoven wees in ''De Panne'' van oktober 1991 al op een mogelijk verblijf van Pieter Remmers in Hillegom. Dat klopt wel. Pieter Remmers overleed op 10 februari 1827 in Hillegom, hij werd 73 jaar oud.
© cultuurZIEN 2026