Iedere column van de week zijn persoonlijke reflecties van Erik Veldhuizen op basis van eigen interpretaties en ervaringen.
29-06-2026 / updated 19-06-2026
Met een verblijd gevoel heb ik eindelijk besloten om volgend jaar weer naar Israël te gaan, in februari 2027 wat nog erg ver weg lijkt ga ik. (Update 01-07-2026 Ik heb geboekt!!!) Vooral natuurlijk Jeruzalem dat ik bemin. Toen het stof nederdaalde om te mogen en kunnen gaan. De vreugde is groot en woorden schieten dan tekort. Ik heb drie jaar moeten wachten en telkens als ik dacht aan de stad Jeruzalem vulde mijn hart zich met tranen, en niet alleen het hart. Dus probeerde ik dit te onderdrukken. Dit is dus niet de eerste keer natuurlijk, sterker nog ik ben de tel kwijt. Eerste keer was in 1995, 1996, 1997 (2x), 1998 enfin ga zo maar door todat ik zelf de tel kwijt ben geraakt. Je kunt natuurlijk denken ach wat leuk of denken waarom dan Israël. Ik weet nog dat mijn wijlen ouders hun eerste reis maakte naar Israël en terugkwamen met alle verhalen, foto's en dat mijn moeder zei: Je moet ook gaan! Ik schreef het al in 1995 was het dan zover, de inhoud van de reis laat ik even voor wat het is. Bij terugkomst op Schiphol was de reactie op de vraag van mijn moeder hoe ik het vond: "Volgend jaar ga ik weer". In meerdere gebeden staat Jeruzalem natuurlijk centraal, en in die eerste reis naar Israël van mijn ouders was dan ook het moment van de binnenkomst van Jeruzalem dat in de bus een psalm gezongen werd met de woorden gebaseerd op de bekende psalm 122 'Ik was verheugd toen men tegen mij zei: Wij zullen naar het huis van de Eeuwige gaan. Onze voeten staan in jouw poorten, Jeruzalem.' En ik herinner me natuurlijk ook de eerste blikken van de stadsmuren van Jeruzalem in 1995. Maar eerlijk is eerlijk het had nog wat jaren nodig om de diepere gevoelens te voelen van het verlangen om niet alleen zomaar in Jeruzalem te zijn maar de Kotel (het Nederlandse woord 'Klaagmuur' doet eigenlijk tekort) werd steeds belangrijker en de gevoelens om daar te zijn waar eens de tempel en het Heilige der Heilige was en je iets ervaart wat ik nergens anders ervaar. De verbinding met de Eeuwige als ik het dan toch zo concreet mag zeggen. Terwijl ik schrijf hou ik mezelf nog 'groot' om de tranen te bedwingen maar toen het punt kwam dat ik het zeker wist zei ik binnen in mijzelf woorden die hier tekort schieten uit dankbaarheid! Psalm 103 is een psalm van David en die komt nog het meest in de buurt van wat ik voel ook in het opzicht van geestelijke groei. Naast de kotel zijn er zoveel andere plaatsen met een waarde van betekenis, denk aan de Dode Zee-rollen, uiteraard was ik al vaker in Qumran geweest maar nog nooit in het Israël museum met de Shrine of the Book. Wel rondom de Bar Mitswa van mijn zoon met mijn vader en een Nederlandse familie geweest naar het museum in Rishon le'Zion en dat was nog een extra uitdaging want mijn vader en die Nederlandse familie (kennissen) die spraken geen woord Engels. Ik kom aan bij het museum en vraag of ze ook een Engelstalige gids hadden, helaas niet maar ik kon kiezen uit Hebreeuws of Russisch, nou ja dan maar Hebreeuws dat is dan nog het beste van alle werelden want dan kon ik tenminste verstaan en dan met de nodige moeite vertalen naar het Nederlands, m.u.v. jaartallen dat gaf me meer moeite maar de verhalen over het ontstaan van het Hatikvah en de vlag etc dan is me dan wonderwel goed gelukt. Aan het eind was de Nederlandse familie dan ook verrast hoe gemakkelijk ik overal de weg wist door delen van Israël en met name door Jeruzalem. Op een dag liep ik met mijn zoons door Jeruzalem en merkt mijn oudste zoon op: Pap, je weet hier echt overal de weg! Ik zei, ja dat klopt. In Amsterdam loop ik met een navigatie in mijn telefoon maar hier kan ik blindelings mijn weg vinden. Ik leidde niet via de standaard toeristische route maar bijvoorbeeld na de Jaffa Gate niet de Shouk in maar iets verderop linksaf de St James street in en dan alsmaar uitlopen om dan uit te komen bij de Cardo waar ook in de buurt een replica staat van de Gouden Menora staat, maar volgens mij is deze verplaatst naar de prachtig verbouwde en gerestaureerde Hurva synagoge welke zwaar verwoest was in 1948 en in 1967 kwam dit weer in Israëlische handen. als ik me dit verhaal nog goed herinner, in de tijd van de jaren 90 stond alleen de boog er nog. Om dan op het terrasje vlak naast de Hurva-synagoge een eindelijk weer eens goede maaltijd-salade te bestellen, (als het even kan natuurlijk in het Hebreeuws) ik ben alleen de naam van het restaurant vergeten.... Om dan natuurlijk richting Kotel te gaan en niet alleen om een briefje in de muur te stoppen maar om er ook te bidden en eindelijk die psalmen te kunnen uitspreken (en dat zal ik dan wel in mijn eigen Nederlandse taal doen) Want ja mijn Hebreeuws is niet optimaal genoeg en dan lees ik liever de tekst die mijn eigen gevoel, gedachten het diepste raken en in diepste wetenschap dat ik hier dichtbij sta om zijn Heilige aanwezigheid te ervaren. Terwijl ik nu al aan het voorbereiden ben is het nog maar net half augustus geweest en terwijl ik dit op mij laat inwerken wat Israel en Jeruzalem voor mij betekenen staan de tranen in mijn ogen.
18-08-2026
Nu kan ik een uitgebreid verhaal schrijven rondom de ditmaal gekozen titel, maar de kern ervan laat zich misschien wel het beste samenvatten met een oud spreekwoord:
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.
Aan die woorden moest ik denken toen ik gisteravond een nieuwsbericht las over een Israëlische politicus die zou hebben opgeroepen om iedere nacht tientallen Gazanen om te brengen. Alleen al de kop van het bericht riep bij mij vragen op. Daarom besloot ik niet meteen een oordeel te vormen, maar eerst uit te zoeken wat er werkelijk was gezegd.
Ik ging terug naar de bron.
Daar bleek dat de oorspronkelijke woorden wezenlijk anders lagen dan de indruk die in het nieuwsbericht werd gewekt. Dan dringt zich vanzelf een andere vraag op: wanneer houdt slordigheid op en wanneer begint verdraaiing? In het boek Spreuken wordt veel gezegd over de tong, over waarheid en over leugen. Zo staat er in Spreuken 12:22:
“Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.”
Wat doe je vervolgens?
Je kunt denken: ach, wat kan ik eraan veranderen? Je kunt het bericht negeren en doorgaan met de orde van de dag. Of je kunt besluiten dat waarheid ertoe doet en handelen.
Ik koos voor het laatste.
Niet omdat iedere fout in een nieuwsbericht onmiddellijk tot een groot historisch drama leidt. Dat zou een verkeerde vergelijking zijn. Maar de geschiedenis stelt ons wel steeds opnieuw dezelfde morele vraag: wat doen wij wanneer mensen onrecht wordt aangedaan, wanneer onwaarheden worden verspreid of wanneer een groep stelselmatig wordt weggezet?
Dan denk ik onvermijdelijk aan een veel donkerder tijd.
Een tijd waarin Joden steeds verder uit de samenleving werden geweerd. Eerst kwamen woorden en uitsluiting. Daarna verdwenen rechten. Vervolgens kwamen vervolging, deportatie en uiteindelijk vernietiging.
Maar gelukkig waren er ook mensen die niet wegkeken.
De oom van mijn moeder was zo iemand. Vanuit zijn geloof kon hij niet aanzien wat er met Joden gebeurde. Hij bood onderdak aan een Joodse vrouw van 21 jaar en riep anderen binnen zijn kerkgenootschap op hetzelfde te doen.
Hij beperkte zijn overtuiging dus niet tot woorden.
Hij bracht haar in praktijk.
Practice what you preach.
Jaren later kwam die geschiedenis op een bijzondere manier opnieuw dichtbij.
Ik bevond mij in de Haagse synagoge, uitgerekend op de dag dat er een aanslag op een Joodse school in Amsterdam had plaatsgevonden. Kort daarvoor was ik daar ambtshalve al over gebeld. Die dag was de nood binnen de Joodse gemeenschap zo groot dat zelfs mensen die normaal gesproken hun telefoon tijdens de dienst niet bij zich zouden dragen daarvan afweken.
Ik besloot toch naar de synagoge te gaan.
In een achterkamertje raakte ik in gesprek met een van de leiders van de gemeenschap. Tijdens dat gesprek vertelde ik dat ik oorspronkelijk uit Zeist kwam.
Plotseling zei hij:
“Dat is ook toevallig. Mijn oma zat daar ondergedoken.”
Natuurlijk vroeg ik waar en bij welke familie.
En toen kwam de verrassing.
De familie waarbij zijn oma ondergedoken had gezeten, bleek bevriend te zijn geweest met de oom van mijn moeder. Bovendien behoorden zij tot hetzelfde kerkgenootschap.
Tientallen jaren later zaten twee mensen tegenover elkaar, verbonden door keuzes die anderen in een totaal andere tijd hadden gemaakt.
Daarom geloof ik dat deze gedachte belangrijk is:
Het verleden bepaalt mede wie wij vandaag zijn. Onze inzet van vandaag kan mede bepalen wat er morgen mogelijk is.
Ik merk soms een zekere gelatenheid, ook binnen de Joodse gemeenschap. Een gevoel van: “Ach, wat heeft het voor zin om je ertegen te verzetten?”
Maar juist het verhaal van onderduikers en verzetsmensen laat zien dat één daad wel degelijk verschil kan maken.
Soms zelfs het verschil tussen leven en dood.
Daarvoor is niet alleen moed nodig. Er is ook wijsheid nodig.
Want wie voor waarheid wil opkomen, moet eerst zeker weten wat waar is. Wie rechtvaardigheid verlangt, moet zelf rechtvaardig handelen. Wie anderen verwijt dat zij feiten verdraaien, moet extra zorgvuldig zijn met zijn eigen woorden.
Daarmee kom ik bij koning Salomo.
Wanneer Salomo de Eeuwige om wijsheid vraagt, vraagt hij niet om rijkdom, macht of een lang leven. Hij vraagt om een verstandig hart, zodat hij het volk kan richten en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.
Kort daarna wordt die wijsheid op de proef gesteld.
Twee vrouwen verschijnen voor Salomo. Beiden zeggen dat het levende kind van hen is. Er zijn geen getuigen. Er is alleen het woord van de ene tegenover dat van de andere.
Dan lezen we in 1 Koningen 3:25-27:
“En de koning zeide: Doorsnijdt dat levende kind in tweeën, en geeft de ene een helft, en de andere een helft.
Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het.
Toen antwoordde de koning, en zeide: Geeft aan die het levende kind, en doodt het geenszins; die is zijn moeder.”
Salomo hoefde het kind niet werkelijk te verdelen.
Hij maakte zichtbaar wat verborgen was.
De echte moeder was degene die liever haar aanspraak op het kind opgaf dan het kind te laten sterven.
De waarheid werd zichtbaar door wijsheid.
En dan volgt in vers 28 misschien wel de belangrijkste conclusie:
“…want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.”
Als kind hoorde ik bij het verhaal van Salomo nog een eenvoudige maar belangrijke zin:
“Maar koning Salomo vergat nooit van Wie hij deze wijsheid had.”
Misschien is dat wel de kern.
Rechtvaardigheid en wijsheid beginnen niet bij het hardst spreken of bij het snelst reageren. Ze beginnen bij het zoeken naar waarheid.
Bij luisteren.
Bij onderzoeken.
Bij onderscheid maken tussen goed en kwaad.
En vervolgens bij de bereidheid om naar die waarheid te handelen.
Als wij zeggen dat leugen verkeerd is, moeten wij zelf zorgvuldig met waarheid omgaan.
Als wij zeggen dat rechtvaardigheid belangrijk is, moeten wij bereid zijn tegen onrecht op te staan.
Als wij anderen oproepen om niet weg te kijken, kunnen wij zelf niet wegkijken wanneer het ons iets kost.
Rechtvaardigheid en wijsheid zijn bij de Allerhoogste. Groot is Zijn goedertierenheid en trouw over degenen die Hem vrezen.
En wanneer Hij ons leert wat rechtvaardigheid is, ligt er ook een opdracht.
Niet alleen spreken over waarheid.
Maar erin wandelen.
Niet alleen vertellen wat goed is.
Maar het doen.
Practice what you preach.
17-08-2026
Het beeld van licht in de duisternis, of zoals wij ook wel zeggen: licht aan het einde van de tunnel, brengt een aantal woorden bij mij boven die bepalend zijn geworden voor mijn persoonlijke manier van leven.
Allereerst denk ik aan Psalm 119, vers 105:
“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Licht betekent voor mij niet alleen dat wij zelf iets ontvangen. Wij kunnen ook zelf een licht zijn door goede daden te doen, door op te staan voor een ander en door niet te zwijgen wanneer mensen onrecht wordt aangedaan.
Juist in een kwade en turbulente tijd, waarin antisemitisme opnieuw steeds nadrukkelijker zichtbaar wordt, moest ik de afgelopen dagen terugdenken aan een tentoonstelling die ik enkele jaren geleden vanuit mijn werk voor het Joods Politie Netwerk mocht organiseren.
De tentoonstelling ging over de politie tijdens de Tweede Wereldoorlog en droeg het thema Zwart – Wit – Grijs.
Zwart stond, kort gezegd, voor politieambtenaren die meewerkten met de bezetter en betrokken raakten bij het oppakken en vervolgen van Joden. Wit stond voor hen die weigerden mee te werken, Joden hielpen of op andere manieren weerstand boden. En grijs stond voor degenen die niet duidelijk kozen, zich aanpasten of met de omstandigheden meebewogen.
Tijdens de opening van die tentoonstelling werden woorden uitgesproken die mij zijn bijgebleven.
Vanuit de politie klonk:
“Zwijgen doen we nooit meer. We willen een politie zijn die voor ieders veiligheid staat.”
En:
“We zijn voor een veilige samenleving en willen een herhaling van de Tweede Wereldoorlog voorkomen.”
Met die herhaling werd vanzelfsprekend niet bedoeld dat de geschiedenis zich ooit exact hetzelfde zal herhalen, maar wel dat wij nooit meer mogen wegkijken wanneer Joden worden bedreigd, geïntimideerd of buitengesloten.
Ik had voor de opening ook Gert-Jan Segers gevraagd om te spreken. Als toenmalig voorman van de ChristenUnie had hij zich regelmatig uitgesproken voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Een gemeenschap die ook toen al merkte dat de druk toenam.
Hij sprak woorden die mij zijn bijgebleven:
“We kunnen niet uitsluiten dat antisemitisme opnieuw gebeurt. Jodenhaat is nooit weggeweest. Het sluimert hooguit om later weer de kop op te steken. En het raakt ons allemaal, want als wij Joden niet kunnen beschermen, kunnen we niemand beschermen. Het gaat over onze rechtsstaat.”
Nog voordat die avond begon, gebeurde iets wat ik niet snel ben vergeten.
Tijdens de opbouw was ik bezig de laatste verlichting aan te sluiten bij de vitrines. Daarin lagen voorwerpen uit de NSB- en nazitijd. Op een van de panelen stond een Jodenster en het bord:
“Voor Joden verboden.”
Terwijl ik daar alleen op een ladder stond, met mijn gereedschap in mijn handen, las ik opnieuw de teksten op de panelen.
Ik ben opgegroeid met de Psalmen. Woorden die soms jarenlang ergens in je geheugen liggen en op een onverwacht moment weer naar boven komen.
Daar, op dat moment, kwamen de woorden van Psalm 42 bij mij binnen:
“Mijn tranen zijn mij tot brood geworden, dag en nacht, terwijl men de hele dag tegen mij zegt: Waar is jouw G-d?”
En even verder:
“Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op G-d; want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.”
Veel tijd om daarbij stil te staan kreeg ik niet. De hulp die ik die middag verwachtte, bleek niet te komen. De zaal moest echter wel worden opgebouwd.
Dus werd het sjouwen. Stoelen klaarzetten, een podium bouwen, een groot scherm naar beneden krijgen, de techniek op orde brengen en zorgen dat alles gereed was voordat rond zeven uur de eerste gasten zouden binnenkomen.
Met letterlijk bloed, zweet en tranen kreeg ik alles op tijd klaar.
Daarna snel naar huis, iets eten, douchen, uniform aantrekken en terug om als ceremoniemeester de gasten te ontvangen, het openingswoord te spreken en de verschillende sprekers aan te kondigen.
Het werd een beladen avond.
Waarom komt die tentoonstelling juist nu, in 2026, opnieuw zo sterk bij mij boven?
Omdat de woorden “zwijgen doen we nooit meer” alleen betekenis hebben wanneer wij ze ook werkelijk toepassen op het moment dat het moeilijk wordt.
De afgelopen periode waren er in Utrecht gebeurtenissen waarbij Israëlische bezoekers en studenten zich ernstig onveilig hebben gevoeld. Er werd publiekelijk opgeroepen tot een zogenoemd burgerarrest van een Israëlische man die met naam en foto herkenbaar werd gemaakt en die door activisten als oorlogsmisdadiger werd aangemerkt.
Los van de juridische beoordeling daarvan doet zo'n gebeurtenis iets met mensen.
Met Israëli's die hier verblijven.
Met Nederlandse Joden.
Met mensen die zichtbaar Joods zijn.
En ook met degenen die zich verbonden weten met Israël en het Joodse volk.
Het roept de vraag op waar de grens ligt tussen demonstreren, scherpe politieke kritiek en het persoonlijk aanwijzen, intimideren of bedreigen van mensen.
Er bestaat vrijheid van meningsuiting. Er bestaat vrijheid om te demonstreren. Dat zijn belangrijke grondrechten.
Maar er bestaat óók een recht op veiligheid.
En daar begint voor mij de werkelijke vraag.
Wat betekenen onze woorden wanneer een kleine minderheid zegt: wij voelen ons niet meer veilig?
Luisteren wij dan werkelijk?
Of leggen wij eerst uit waarom hun angst misschien overdreven is?
Ik ontvang steeds vaker verhalen van Joodse mensen die zich afvragen of zij nog zichtbaar Joods kunnen zijn. Studenten die terughoudend zijn over hun identiteit. Mensen die twijfelen of aangifte doen zin heeft. Ouders die zich zorgen maken over wat hun kinderen op school meemaken.
Ook mijn eigen gezin is met antisemitische scheldwoorden geconfronteerd.
Dat doet iets met je.
Juist daarom blijven die woorden uit de tentoonstelling terugkomen:
“Zwijgen doen we nooit meer.”
Als wij dat werkelijk menen, dan geldt die belofte niet alleen wanneer wij terugkijken naar 1940-1945.
Dan geldt zij juist vandaag.
De geschiedenis herhaalt zich zelden op precies dezelfde wijze. Maar de mechanismen waarmee mensen worden aangewezen, buitengesloten, collectief verantwoordelijk gehouden en uiteindelijk als minderwaardig worden beschouwd, verdienen altijd onze aandacht.
Daarom gaat dit voor mij niet uitsluitend over Israël, Gaza, politiek of demonstraties.
Het gaat uiteindelijk over onze rechtsstaat.
Over de vraag of iedere burger in Nederland dezelfde bescherming mag verwachten.
En over de vraag of wij werkelijk durven opstaan wanneer een minderheid ons vertelt dat zij bang is.
Dan kom ik opnieuw bij het licht.
Jesaja 60 begint met deze woorden:
“Sta op, word verlicht, want jouw licht is gekomen en de heerlijkheid van de Eeuwige is over jou opgegaan. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volken; maar over jou zal de Eeuwige opgaan en Zijn heerlijkheid zal over jou gezien worden.”
Die woorden ontkennen de duisternis niet.
Integendeel.
Er is duisternis.
Er zijn momenten waarop een mens zich afvraagt waar G-d is.
Psalm 42 durft zelfs die vraag hardop te stellen:
“Waar is jouw G-d?”
Maar het antwoord van de Psalm is niet wanhoop.
“Hoop op G-d.”
Dat is geen goedkope uitspraak waarmee verdriet wordt weggepoetst.
Het betekent dat de duisternis niet het laatste woord krijgt.
Een eeuwig verbond
Daarbij zijn er nog andere woorden die vanaf mijn jeugd diep in mij zijn gelegd.
De belofte aan Abraham:
“En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.”
En later, in Genesis 17 vers 7:
“En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een G-d, en uw zaad na u.”
Mijn inmiddels overleden moeder bracht dat ooit veel eenvoudiger onder woorden.
Ze zei:
“Vergeet nooit het verbond tussen G-d en Zijn volk.”
Waarschijnlijk kon zij toen niet weten hoeveel betekenis die eenvoudige woorden later voor mij zouden krijgen.
Ze zijn in mijn hart blijven liggen.
En juist nu komen ze telkens terug.
Niet als politieke slogan.
Niet als reden om alles wat de staat Israël doet automatisch goed te keuren.
Maar als diepe overtuiging dat het Joodse volk, ondanks eeuwen van vervolging, verstrooiing en haat, niet uit de geschiedenis verdwenen is.
Het verbond is voor mij daarom verbonden met verantwoordelijkheid.
Wie zegt naast het Joodse volk te staan, moet ook durven opstaan wanneer Joden opnieuw worden bedreigd.
Wie zegt de geschiedenis te hebben geleerd, moet daar juist iets van laten zien wanneer het ongemakkelijk wordt.
En wie zegt een licht te willen zijn, kan niet tegelijkertijd wegkijken van de duisternis.
Daarom kom ik uiteindelijk weer uit bij die woorden waarmee deze column begon:
“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Een lamp verlicht niet altijd de hele weg.
Soms zie je maar één volgende stap.
Maar misschien is dat ook wat van ons gevraagd wordt.
De volgende stap zetten.
Niet zwijgen.
Opstaan voor de ander.
Een goede daad verrichten.
Een mens beschermen.
En telkens wanneer de duisternis sterker lijkt te worden, weigeren het licht uit te doen.
Want misschien begint licht in de duisternis uiteindelijk precies daar:
bij één mens die besluit dat de duisternis niet het laatste woord zal hebben. Een deel van deze boodschap ga ik deze week en komende weken op een aantal manieren onder de aandacht brengen.
Deze week begin ik mijn column met Psalm 27.
De woorden daarvan zijn mij bepaald niet onbekend. Hoe vaak ik deze psalm in mijn leven zelf heb uitgesproken, kan ik niet meer op één hand tellen. De woorden zijn rijk. Enerzijds gaat het over vijanden die een mens omringen, anderzijds over het vertrouwen op en de bescherming door de Eeuwige Zelf.
Vooral de laatste woorden zijn vanaf mijn jeugd in mijn hart gegrift. Ik schrijf ze hier zoals ik ze van jongs af aan ken:
"Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan. Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE."
Juist in de maand Elul krijgt Psalm 27 opnieuw een bijzondere plaats.
De afgelopen weken waren persoonlijk intensief. Op een bepaald moment kwamen woorden als vergeving, reiniging en herstel steeds nadrukkelijker naar voren. Hoe die gedachten precies tot mij kwamen, vind ik inmiddels minder belangrijk dan de vraag wat ze mij te zeggen hebben.
Daarbij kwam ook het lied Seder Ha'Avodah van Ishay Ribo op mijn weg. Waarom juist dat lied? Was het slechts toeval dat juist deze woorden en deze thematiek in deze periode voorbij kwamen?
Ik weet het niet.
Maar terwijl ik mij steeds verder verdiep in de betekenis ervan, ontdek ik de bijzondere opbouw die binnen het Jodendom bestaat rondom Elul, Rosj Hasjana en uiteindelijk Jom Kippoer — Grote Verzoendag.
Een opbouw die mij raakt.
Ik heb eerder geschreven dat ik oorspronkelijk uit een andere religieuze traditie kom. De woorden uit de Statenvertaling waarmee ik Psalm 27 hierboven citeer maken dat waarschijnlijk al duidelijk. Veel begrippen waren mij daarom wel enigszins bekend, maar niet altijd in hun oorspronkelijke Joodse samenhang.
Ook het blazen op de sjofar begin ik daardoor anders te begrijpen.
Ik kende het gebruik natuurlijk. Maar kennen en doorleven zijn twee verschillende dingen.
De sjofar roept wakker.
Niet alleen om te luisteren naar het geluid van de hoorn, maar om naar jezelf te kijken. Waar sta ik? Wat heb ik gedaan? Wat moet anders? Wat moet worden rechtgezet? Tegenover mijn naaste, maar bovenal tegenover de Eeuwige?
Het vragen om vergeving was mij als principe niet onbekend. Maar in deze periode krijgt het voor mij een diepere betekenis, juist door gebeurtenissen die achter mij liggen.
Afscheid nemen.
Vergeving vragen wanneer woorden of handelingen iemand mogelijk pijn hebben gedaan.
Keuzes maken.
Oude gewoontes opruimen.
Schoon schip proberen te maken met bepaalde delen van het verleden.
En tegelijkertijd beseffen dat teshuvah — terugkeer — méér is dan alleen zeggen dat iets je spijt. Werkelijke terugkeer vraagt ook dat een mens probeert anders verder te gaan.
Daarbij kwam ik opnieuw uit bij de Dertien Eigenschappen van Gods Barmhartigheid — de Yud-Gimel Middot HaRachamim.
Hun oorsprong ligt in het verhaal na de zonde met het gouden kalf. Juist nadat Israël diep was tekortgeschoten, openbaart de Eeuwige aan Mosje Zijn barmhartigheid.
Dat vind ik indrukwekkend.
Niet omdat verkeerde daden er ineens niet meer toe doen, maar juist omdat de Eeuwige laat zien dat na falen een weg van terugkeer mogelijk blijft.
Die gedachte vormt ook een belangrijk onderdeel van de Selichot, de gebeden om vergeving die ons steeds verder brengen in de richting van Rosj Hasjana en uiteindelijk Jom Kippoer.
Terwijl ik hierover lees en probeer de woorden niet alleen te begrijpen maar ook te doorleven, is het bepaald niet stil om mij heen. Er gebeurt genoeg in mijn persoonlijke leven, in mijn werk en in de wereld om mijn aandacht voortdurend een andere kant op te trekken.
En toch wil ik juist nu hierbij stilstaan.
Niet alleen om te begrijpen wat Elul betekent, maar om te proberen de diepere beweging ervan in mijn eigen woorden samen te vatten:
Vergeving – Reiniging – Heiliging – Herstel – Zegening – en ingeschreven worden voor een goed en zoet nieuwjaar, ten goede verzegeld in het Boek des Levens.
Het is mijn persoonlijke samenvatting. Geen officiële zes stappen uit het Jodendom, maar woorden die voor mij steeds meer de richting van deze periode aangeven.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Misschien allereerst dat de Eeuwige de geschiedenis niet verzwijgt.
Het gouden kalf wordt niet uit de Torah geschrapt omdat het een zwarte bladzijde is. Integendeel: juist tegen de achtergrond van menselijke fouten wordt zichtbaar wat verantwoordelijkheid, vergeving en barmhartigheid betekenen.
Dat geldt ook voor ons eigen leven.
We kunnen het verleden niet wissen.
Maar we kunnen er wel naar kijken, ervan leren, proberen te herstellen wat herstel nodig heeft en vervolgens een andere weg inslaan.
En dan kom ik vanzelf uit bij woorden die iedere dag centraal staan in het Joodse geloof:
Sjema Jisraël, Adonai Eloheinu, Adonai Echad.
Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is Eén.
En daarna:
"Gij zult de Eeuwige, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw vermogen."
Maar zeggen wij die woorden alleen omdat we ze kennen?
Of luisteren wij werkelijk?
Het Hebreeuwse sjema betekent immers meer dan geluid horen. Het vraagt om luisteren, ter harte nemen en handelen.
Dat maakt de vraag tijdens Elul misschien des te indringender:
Zeg ik dat ik de Eeuwige liefheb, of laat mijn leven dat ook zien?
In mijn eigen woorden zou ik het uiteindelijk zo willen samenvatten:
De Eeuwige is Eén — en mijn leven behoort Hem toe.
En daarmee kom ik opnieuw terug bij Psalm 27.
Niet omdat alle vragen daarmee zijn opgelost. Niet omdat het leven ineens eenvoudig wordt. En ook niet omdat vijanden, zorgen of menselijke tekortkomingen verdwijnen.
Maar wel omdat de richting opnieuw duidelijk wordt.
Zoals in de verzen 11 en 12:
"HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad..."
Misschien is dat uiteindelijk wel één van de belangrijkste gebeden van Elul.
Niet: laat mij zien hoe goed ik het al doe.
Maar:
Eeuwige, leer mij Uw weg.
Laat mij zien wat rechtgezet moet worden.
Geef mij de moed om terug te keren.
Reinig mijn hart.
Leer mij recht te doen aan mijn naaste.
En leid mij op het rechte pad.
Op weg naar Rosj Hasjana.
Op weg naar Jom Kippoer.
Op weg naar een nieuw begin.
Sjanah tovah u'metukah — moge het een goed en zoet nieuwjaar worden.
Updated : 13-08-2026 Ik ben niet iemand die graag op de voorgrond staat of in het centrum van de belangstelling loopt. Ik loop ook zeker niet naast mijn schoenen – schoenen die ik overigens steeds vaker (denkbeeldig) aan het stuklopen ben. We kennen allemaal wel situaties waarin je je leeg voelt, of verzucht vanwege onrecht dat ons of onze samenleving overkomt. Dat moment is nu mijn gevoel.
Neem de opening van het Holocaustmuseum in Amsterdam op 10 maart 2024. In aanwezigheid van de Koning en de Israëlische president werden er leuzen gescandeerd als "Juden Raus" en "Oprotten KK-Zionisten". Op video zijn deze uitspraken vastgelegd. Ik heb die beelden destijds als burger zelfs naar de politie gestuurd. Toch kwam het Openbaar Ministerie met het bericht dat de aangiftes geseponeerd werden bij gebrek aan bewijs.
Het OM stelde: "De politie heeft geen camerabeelden of andere opnames van de betreffende locatie kunnen achterhalen. Ook de beveiliging van het Holocaustmuseum heeft de politie desgevraagd laten weten deze leuzen niet te hebben gehoord."
Hoe kan dat? Hoe kan het dat er beelden en geluid zijn die voor iedereen toegankelijk waren, maar dat het OM beweert dat ze er niet zijn? Is dit de doofpot? Of is men de zaak simpelweg 'vergeten'? We zullen het misschien nooit weten, maar we weten wel dat deze zaak niet op zichzelf staat.
Dan is er de zaak in Utrecht, waarbij een BIJ1-politica oproept tot het oppakken van vermeende Israëlische oorlogsmisdadigers via een burgerarrest. Zodra daar aangifte tegen wordt gedaan, vraag ik me af: welke lijn kiest het Openbaar Ministerie dan? Is dit opruiing, is dit haat zaaien? Inmiddels zijn er Kamervragen ingediend door Diederik van Dijk (SGP) naar aanleiding van deze oproep. Diverse politieke mensen die ik binnen de gemeente Utrecht gesproken heb, achten dit handelen zeker strafbaar. Update: Ik heb zelf nu voorgenomen om een aangifte in te dienen bij de politie.
Het lijkt erop dat we in een tijd leven waarin 'horen, zien en zwijgen' de standaard is geworden voor instanties, terwijl een heksenjacht op Joden steeds vaker gedoogd wordt. Kijk naar de Jodenjacht in Amsterdam: daar moest hemel en aarde bewogen worden door het CIDI om überhaupt schot in de zaak te krijgen (CIDI-artikel).
In de Utrechtse zaak zal mijn vasthoudendheid me niet in dank worden afgenomen, maar samen met meerdere inwoners van Joodse komaf ga ik tot het gaatje om dit niet onbestraft te laten. Ik weet dat ik me hiermee in de kijker speel, maar voor mij is dit geen kwestie van vrijblijvend idealisme. Het is een diepe, religieuze opdracht. Vanuit mijn band met de Eeuwige en een moreel besef dat vele malen zwaarder weegt dan een aards rechtssysteem dat krom is geworden, voel ik de plicht om de daad bij het woord te voegen.
Het is verleidelijk om de moed te laten vieren, om weg te kijken en te denken: het zal mijn tijd wel duren. Maar als we zwijgen wanneer de rechtsstaat wankelt, of wanneer aangiftes in een lade verdwijnen terwijl het bewijs op tafel ligt, dan offeren we onze diepste waarden op.
Daarom blijf ik staan. Niet omdat ik het leuk vind om me in een vechtpositie te wringen, maar omdat ik niet anders kan. Onrecht dat niet wordt benoemd, is onrecht dat de ruimte krijgt om te groeien. Als de moed je in de schoenen zakt, is dat menselijk. Maar de uitdaging van deze tijd is om die schoenen weer aan te trekken, de veters stevig te strikken en door te lopen – gedreven door een recht dat de menselijke maat en het aardse geknoei ver overstijgt.
Updated 11-08-2026 : Voor deze column moet ik terug naar het verleden. Naar vriendschappen die kwamen en gingen, naar relaties die begonnen met verwachtingen en beloften, maar soms onder zoveel druk kwamen te staan dat zelfs het ideaal van trouw niet voldoende bleek om ze bijeen te houden.
Misschien is er uiteindelijk maar één trouw waarop een mens werkelijk onvoorwaardelijk kan blijven vertrouwen: de trouw van de Eeuwige.
Soms schieten pijnlijke herinneringen onverwacht aan je voorbij. Het overlijden van dierbaren. Ouders die wegvallen. Mensen die ooit vanzelfsprekend onderdeel van je leven waren en er ineens niet meer zijn. Maar afscheid heeft meer vormen. Soms moet je afscheid nemen van gewoontes, overtuigingen of een bepaalde periode in je leven. En soms van goede vrienden, bekenden of van iemand die gedurende lange tijd een bijzondere plaats heeft ingenomen.
Dat laatste kan buitengewoon moeilijk zijn. Zeker wanneer er jarenlang sprake is geweest van goede harmonie, vertrouwen en een contact dat werkelijk meerwaarde had.
Als ik terugkijk, zijn er voor mij twee mensen die daarin een bijzondere plaats innemen. De eerste ontmoette ik al op de basisschool. Het afscheid ligt inmiddels ongeveer veertig jaar achter mij. Toch staat zelfs de naam nog steeds in mijn geheugen gegrift.
De tweede 'ontmoeting' ligt veel dichterbij.
Aan die persoon heb ik het afscheid uiteindelijk wel onder woorden gebracht. Een afscheid dat ik eigenlijk nooit had willen nemen.
Er wordt weleens gezegd: mensen komen in je leven voor een reden, een seizoen of voor een heel leven. Misschien zit daar waarheid in. Maar zo'n uitspraak maakt pijn, gemis of verdriet niet automatisch kleiner.
Want soms moet je een gevoel loslaten terwijl dat gevoel zelf niet verdwenen is.
Soms omdat een vriendschap ongepast is geworden. Soms omdat twee levens verschillende richtingen inslaan. Soms omdat principes, omstandigheden of verantwoordelijkheden een grens noodzakelijk maken. En soms ontstaat er ruzie, afstand of een situatie waarin je eenvoudigweg moet erkennen dat verdergaan niet verstandig meer is.
Loslaten betekent echter niet noodzakelijk dat wat eraan voorafging waardeloos was.
Integendeel.
Bij één van die contacten ben ik mij pas veel later gaan realiseren dat de verbinding dieper op mij heeft ingewerkt dan ik aanvankelijk begreep. Die persoon heeft, vermoedelijk zonder dat zelf te beseffen en zonder daar bewust een rol in te spelen, betekenis gekregen in mijn eigen religieuze zoektocht.
Dat klinkt misschien wat wollig. Misschien zelfs cryptisch of mysterieus.
Toch kan ik het niet anders omschrijven.
Soms moest ik daarbij denken aan het liedje van : Het Goede Doel. Aan die cynische woorden uit Vriendschap:
“Vriendschap is een illusie, vriendschap is een droom.”
Een lied waarin vriendschap uiteindelijk wordt vergeleken met iets dat van buiten prachtig glanst, maar daaronder veel kwetsbaarder blijkt te zijn. (los van de tekst van het die niet in alle opzichten even kosher is en ook niet helemaal past bij de uitleg omdat hier discutabele dingen in staan, echter in deze periode waren dit muzieknummers die thuis via de TV binnenkwamen)
En dan is er natuurlijk dat andere nummer van Het Goede Doel: België.
Ook dat woord kreeg voor mij door de jaren heen een betekenis die de makers van dat lied onmogelijk hadden kunnen voorzien.
Maar achter de herinneringen aan mensen, plaatsen en gebeurtenissen bleef voor mij uiteindelijk een veel ingewikkelder vraag liggen.
Waar komen sommige inspiraties in een mensenleven eigenlijk vandaan?
Waarom kan iemand je raken op een niveau dat je nauwelijks kunt verklaren? Waarom kan een ontmoeting gedachten in beweging zetten waarvan je pas vele jaren later begrijpt hoe bepalend ze zijn geweest? En hoe kan het dat je soms het gevoel hebt iemand aan te voelen, terwijl tegelijkertijd aantrekking en afstoting naast elkaar lijken te bestaan?
In moderne spirituele kringen wordt dan gemakkelijk gesproken over “tweelingzielen”.
Dat begrip hoort echter niet thuis in de klassieke Joodse leer.
Toch ontdekte ik dat de Joodse mystiek, en in het bijzonder de Kabbala, wel degelijk begrippen kent die mij aan het denken zetten.
Een daarvan is zivug.
Dat woord wordt gebruikt voor een verbinding of samenkomst van mensen, in het bijzonder van levenspartners. In de Joodse traditie bestaat de gedachte dat bepaalde ontmoetingen niet uitsluitend het resultaat zijn van toeval of menselijke planning. De Talmoed spreekt zelfs over een hemelse aankondiging van een toekomstige verbinding voordat een mens geboren wordt.
De Kabbala gaat nog verder.
In de Zohar wordt gesproken over zielen die op een hoger niveau met elkaar verbonden kunnen zijn voordat zij in deze wereld ieder hun eigen bestaan leiden. In sommige kabbalistische voorstellingen hebben mannelijke en vrouwelijke aspecten van een ziel een gezamenlijke oorsprong en kunnen zij elkaar later in deze wereld ontmoeten.
Dat klinkt opvallend dicht bij het moderne beeld van twee gekliefde zielen die elkaar terugvinden.
Maar er is een belangrijk verschil.
De Kabbala geeft geen eenvoudige formule waarmee je kunt zeggen: ik voel een intense verbinding met deze persoon, dus dit moet mijn andere zielshelft zijn.
Zo eenvoudig is het niet.
Er bestaat binnen de Joodse mystiek namelijk nog een ander begrip: shoresh ha-neshamah, de wortel van de ziel.
De gedachte daarachter is dat afzonderlijke menselijke zielen een verwante geestelijke oorsprong kunnen hebben. Twee mensen kunnen dus op een diep niveau met elkaar verbonden zijn zonder dat daaruit noodzakelijk een huwelijk of romantische relatie moet voortkomen.
Daarbij komt nog het begrip tikkun: herstel, voltooiing of geestelijke ontwikkeling.
Binnen de Joodse mystiek kan een ontmoeting betekenis krijgen doordat iemand iets in de ander wakker maakt. Een mens kan een rol spelen in de geestelijke ontwikkeling van een ander zonder zelf ooit volledig te beseffen welke rol hij of zij daarin heeft gespeeld. Daarmee bedoel ik nadrukkelijk niet dat zo'n ontmoeting zou wijzen op een verborgen of onvervulde liefdesrelatie; de betekenis kan juist geheel liggen in wat iemand geestelijk in de ander in beweging brengt.
Misschien blijft iemand dus niet noodzakelijk in je leven omdat die persoon juist het doel heeft gehad iets in beweging te zetten.
Een vraag.
Een verlangen.
Een zoektocht.
Of zelfs een zoektocht naar de Eeuwige.
Dat maakt voor mij bepaalde ervaringen uit het verleden niet ineens verklaard. Ik kan niet zeggen: dit was een zivug. Ik kan evenmin bewijzen dat twee zielen uit dezelfde geestelijke wortel voortkwamen. En misschien bestaat altijd het gevaar dat een mens achteraf religieuze betekenis geeft aan iets wat ook eenvoudigweg een heel bijzondere menselijke ontmoeting kan zijn geweest.
Die mogelijkheid wil ik nadrukkelijk openlaten.
Maar tegelijkertijd geeft de Kabbala mij woorden voor iets waarvoor ik lange tijd nauwelijks woorden had.
Voor de mogelijkheid dat een ontmoeting werkelijk diep en betekenisvol kan zijn zonder dat twee mensen uiteindelijk samen verdergaan.
Dat iemand misschien een enorme invloed op je leven kan hebben zonder ooit volledig te begrijpen hoeveel.
En zelfs voor de merkwaardige ervaring dat aantrekking en afstoting soms tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn.
Misschien moeten wij daarom niet iedere belangrijke ontmoeting uitsluitend beoordelen aan de hand van de vraag of iemand gebleven is.
Sommige mensen blijven een leven lang.
Anderen verdwijnen weer.
Sommigen laten slechts een kleine herinnering achter.
En heel af en toe komt er iemand voorbij die iets raakt waarvan je pas veel later ontdekt hoe diep het eigenlijk lag.
Dan blijft na het afscheid misschien niet alleen verdriet over, maar ook een vraag:
Waarom kwam juist deze persoon op mijn weg?
En misschien is er nog een tweede vraag die belangrijker is:
Wat heeft de Eeuwige mij door deze ontmoeting laten ontdekken?
Op die laatste vraag meen ik inmiddels ten minste een deel van het antwoord te kennen.
En misschien is dat uiteindelijk belangrijker dan te weten waarom iemand niet kon blijven.
Het is een lastige column en de titel verwijst naar een bekende psalm en dit kwam in mij op ter nagedachtenis aan 7 oktober 2023 maar indirect ook aan de verschikkingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 7 oktober werden Joodse burgers op brute wijze verkracht, ontvoerd en vermoord nadat terroristen vanuit de Gazastrook de grenshekken vernielden en in de zuidelijke steden rondom de Gazastrook dood en verderf zaaide. Joden lijken nooit ergens veilig en dit kwam extra binnen tijdens de Jodenjacht (die later niet meer zo mocht heten) In de nacht van 7 op 8 november 2024 voltrok zich een jodenjacht zoals dit door de daders genoemd werd op Israëlische burgers die voor een voetbal wedstrijd naar Amsterdam waren gekomen. Deze Jodenjacht welke door sommigen geheel ontkend en ontkracht werd was de eerste en misschien niet de laatste? Recent werd in Amsterdam nog een pamflet verspreid om alle Israëli's aan te geven bij een organisatie, de poster bevatte gegevens van Israëlische burgers en onder valse voorwendselen werd gedaan alsof dit met mede weten van Amsterdam gebeurde. Dat bleek niet juist te zijn maar een Belgische activisten organisatie zat hierachter. Korte tijd later komt een vergelijkbaar fenomeen ook in de stad Utrecht waar Israëlische burgers voor een debatwedstrijd waren die door Tivolli-Vredenburg werd afgelast onder druk. Publiekelijk werd er opgeroepen om twee Israëlische burgers (die volgens de organisatoren oorlogsmisdadigers waren) op te pakken door midden van een zogenaamd burgerarrest. Een oproep in mijn ogen als ten minste opruiend zoals ook in de wet staat: Het organiseren van een klopjacht: Als er wordt opgeroepen om iemand op te sporen en vast te zetten (bijvoorbeeld na het zien van een foto of video online), is er geen sprake meer van heterdaad. Iemand tegen zijn wil vasthouden buiten een heterdaadsituatie om, is de facto wederrechtelijke vrijheidsberoving (Art. 282 Sr). Oproepen om dit te doen, is dus opruiing tot een misdrijf. In onze rechtstaat is in 2018 de IHRA definitie aangenomen, echter lijkt dat eerder een wassen neus dan dat dit serieus genomen wordt. Richting het stadsbestuur van Utrecht heb ik wel een boodschap die ik onder de aandacht ga brengen.
"Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden, die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendommen, tegen instellingen van de Joodse gemeenschap en religieuze voorzieningen."
Het komt steeds vaker voor dat dergelijke situaties in ons land zich voordoen. Er is een filmpje verschenen die eigenlijk heel veel zegt over wat er zich in Nederland afspeelt. Het zijn tekenen dat we maar op de ene bron de Eeuwige een vertrouwen kunnen hebben, dat vertrouwen is op de enige waar we onze hulp vandaan krijgen. Psalm 121 : Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp is van de Eeuwige, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Is het in Europa en Nederland in het bijzonder nog wel veilig? Ik durf dit antwoord wel te beantwoorden met Nee dat is het niet. Is het in Israël veilig nee ook daar moet ik nee op antwoorden. Treffend is ook een recent verschenen filmpje waar Joden en ook Israël voor alles altijd de schuld in de schoenen word geschoven. Ik kan deze column alleen maar eindigen met een vers uit de psalm die ik ook jarenlang gezongen heb toen ik nog naar de kerk ging (als Christen) maar het omvat wel de strekking die nu nodig is.
Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
Wacht op den HEER, godvruchte schaar, houd moed:
Hij is getrouw, de bron van alle goed;
Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer;
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den HEER
Terwijl ik aan boord zit van een vlucht tussen Griekenland en de Belgische luchthaven Zaventem, kan ik online luisteren naar muziek en lezen wat er om mij heen in de wereld gebeurt. Iets wat vroeger vrijwel beperkt was tot communicatie op de grond, kan nu gewoon vanuit een Airbus A320, zo’n tien kilometer boven de aarde.
Het is bijzonder om mee te maken wat technisch mogelijk is geworden.
Terwijl je daar boven de aarde vliegt, kun je luisteren naar of lezen over de boodschap van G-d. Een ervaring die ik nog niet eerder heb meegemaakt. Hoe groot is dit eigenlijk? Is dit niet iets van een wonder?
Zelfs op dat moment is er letterlijk sprake van ‘verbinding’. Maar die verbinding roept ook een diepere vraag op: is er ook een verbinding met de Eeuwige die niet afhankelijk is van techniek? Een directe verbinding, zonder tussenkomst van apparaten of netwerken? Ook dat geeft stof tot nadenken, juist na alle wonderen van de techniek.
Ondanks dat ik in Griekenland veel achterlaat — dingen uit het verleden — vlieg ik letterlijk een nieuwe toekomst tegemoet. Tegelijk is er het besef dat ook hier de Eeuwige aanwezig is en dat bepaalde dingen met mij meereizen.
Niet alleen herinneringen, maar ook geloof, overtuiging en de lessen die een mens onderweg leert. Iets wat ik wil delen en waarbij de woorden in mij opkwamen van verwondering:
Eeuwige, hoe groot zijt Gij!
Hoewel ik in de moderne tijd sta en moderne middelen me ter beschikking staan is het beste wat me kan overkomen is een rustpunt in dit leven hebben even terugtrekken in de binnenkamer. Los van de wekelijke Parasha heb ik ook nog de verantwoordelijkheid om in de vakantie nog uitzendingen aan te leveren want vakantie of niet uitzendingen gaan nog gewoon door. (in de oude stijl voor de nieuwe reeks onder nieuwe naam Focus) Net zoals werk soms ook gewoon doorgaat zeker met mijn werk waar ik een noodkreet ontving over iemand die zich onveilig voelt en hulp wil, ook dan draai ik deels wel door. De persoon heb ik doorverwezen naar een collega die haar het beste kan bijstaan omdat zij de contactpersoon is van de omgeving in Den Haag, en ik alle vertrouwen in haar heb dat zij dit afhandelt. Sommigen zien dat werk wat ik naast het betaalde werk doe als 'hobby' maar het heeft soms te maken met hele essentiële zaken rond leven en dood. Ondertussen weet ik me opgewekt en versterkt door het lied God is tegenwoordig
Vers 1
God is tegenwoordig, God is in ons midden,
laat ons diep in 't stof aanbidden.
God is in ons midden, laat nu alles zwijgen
alles in ons voor Hem neigen.
Wie de stem heft tot Hem
sla de ogen neder,
geve 't hart Hem weder.
Vers 2
God is tegenwoordig, die in 't licht daarboven
dag en nacht de eng’len loven.
Heilig, heilig, heilig, zingen Hem ter ere
al de hoge hemelsferen.
Laat o Heer, U ter eer,
ons lied ook U prijzen,
lof en dank bewijzen.
Vers 3
Koning in de hemel, kon ik U maar prijzen,
U volkomen eer bewijzen.
Kon ik als een engel eeuwig opgetogen
naar U zien met eigen ogen.
Laat mij nu reeds aan U
alles mogen geven,
lieve God, mijn leven.
Hoewel dit lied een puur Christelijke oorsprong heeft zitten er toch diepe elementen in die het hart raken en dat als openingsmuziek van de vakantie-uitzending die vanaf een Nederlandse laptop via het Griekse internet naar de uitzendserver van A1 Radio in Nijkerk wordt gestuurd voor uitzending. Tot september draaien er enkele vooraf geproduceerde programma's die op zondag van 10.00 - 12.00 uur uitgezonden worden. Met in de uitzending van 26 juli ook het Shema Israel wat weer mooi aansluit op de Parasha van afgelopen Shabbat. Nu ga ik het hier niet mooier maken of me beter voor te doen. De studio waarvandaan het uitgezonden wordt was ooit een bolwerk waar de predikanten van de Kruiskerk in Nijkerk woonachtig waren met hun gezinnen In die Kruiskerk kwamen ooit het gezin Schusler-van de Veen en de Veldhuizen-Visser en liepen dan langs de pastorie. Aan moeder's hand een jongetje van ongeveer 7 richting het kerkgebouw, dat jongetje dat nu anno 2026 afscheid neemt van enkele waarden van toen toch nog tijdens deze vakantie de ether vult met muziek uit hetzelfde gebouw als de pastorie van toen maar nu omgebouwd als radio en televisie studio. Met uitzending te volgen in het hele Veluwe gebied maar ook ver daarbuiten, want enige tijd geleden pikte de autoradio het signaal op vanaf Amsterdam Zuid-oost tot aan ongeveer net voor Utrecht over de andere A-snelweg dit keer niet de A1 maar de A2. En het bereik is ook wereldwijd via de live stream van A1 Radio en na te beluisteren. (Klein foutje was dat dit eerste uur in mono is uitgezonden in plaats van regulier stereo) Hoewel dit technische stukje wonder (uitzending is trouwens zondag van 10.00 - 12.00 uur) minder belangrijk is, is het veel interessanter wat mensen met de boodschap van het geloof doen, praktiseren in hun leven zo zit er ook een Psalm 85 in over de belofte om vrede voor zijn volk Israel. Hij is trouw en zal vrede geven. Als je dat mag laten horen maar ook kunt omzetten in de praktijk in je leven dan is dat vele malen mooier en rijker en verrijkt het leven in het uitzien naar een toekomst van Tikun Olam. Dan worden de oude woorden ook nieuw in betekenis, soms ook persoonlijk zoals de tekst uit Deuteronomium 4 vanaf vers 27 En de Ene zal u verstrooien onder de volken, en gij zult in geringe getale overblijven onder de heidenvolken, waarheen de Ene u voeren zal. 28 En aldaar zult gij goden dienen die het werk zijn van mensenhanden: hout en steen, die niet kunnen zien, noch horen, noch eten, noch ruiken. 29 Maar wanneer gij van daar de Ene, uw God, zult zoeken, zult gij Hem ook vinden, mits gij naar Hem vraagt met heel uw hart en met heel uw ziel. 30 Wanneer gij in benauwdheid zult zijn en al deze dingen u treffen in het einde der dagen, dan zult gij terugkeren tot de Ene, uw God, en luisteren naar Zijn stem. 31 Want de Ene, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet loslaten, noch te gronde richten, en Hij zal het verbond met uw vaderen, dat Hij hen onder aarde heeft gezworen, niet vergeten. Als je dat doorziet in het licht van de afgelopen laten we zeggen 80 jaar dan heeft deze tekst een gezicht gekregen. De tekst van deze Parasha deze week eindigt met het Shema Israel, over deze ultieme geloofsbelijdenis valt veel te zeggen. In elk geval roept het op om de geboden te houden en ze op allerlei manieren aan en op je te binden. Dat brengt me nog op een waar gebeurd verhaal wat mij ter ore kwam in een verzorgingshuis kwam er een bezorgd bericht richting een bepaald netwerk want een man had zich vastgebonden met riemen. Bij navraag bleken dit gebedsriemen te zijn, tja dat tehuis had klaarblijkelijk hier natuurlijk nog nooit van gehoord. Was het een religieuze instelling geweest dan was de kans groter geweest dat ze het wel hadden begrepen. Het mooiste wat je naast het op je armen en rond je hoofd kan binden vindt ik het in je hart en ziel meedragen, van Shabbat de tijd van de week in.
Tijdens de afgelopen dag waar de vernietiging van de tempel wordt herdacht heb ik wel een wat dubbel gevoel. Aan de ene kant dat gevoel van verwoesting van het belangrijkste heiligdom en aan de andere kant nu in de stilte in het binnenland van Griekenland. Terwijl de krekels geluid maken heb ik een dubbel gevoel. Vakantie en toch voel ik ook dat verhaal van verwoesting van de tempel in Jeruzalem. En zo ver zit ik er niet vandaan en met de dag tel ik de dagen af tot mijn volgende bezoek aan de Kotel, hoewel pas in februari moet ik mij inhouden qua gevoel, niet te emotioneel of te sentimenteel worden. Het is maar net welke kant het gevoel opgaat. Het doet me even denken aan het liedje "By the river of Babylon" dat was een hit en kan ik me herinneren van de lagere school met de uitleg erbij dat het volk zit aan Babels stromen en huilend over de vernietiging van het allerheiligste en hun verlangen terug naar Jeruzalem. Het liedje bleek alweer uit 1978 te zijn en dat klopt dat wel met de beleving want ergens tijdens de 6e klas lagere school (dat zal ergens eind 80'er jaren zijn geweest) was het de directeur van de school die ons allerlei typische dingen vertelde over Israël zoals plaatsnamen, de verhalen over de tempel met maquette vande tempel met het Heilige der Heilige. Nu voelt dit ondanks dat dit zo lang geleden is steeds meer als dat het toen al niet voor niets verteld werd en mijn innerlijke radar hier al voor open stond?! Terwijl op dit moment de tranen in mijn ogen staan denkend en verlangend naar komt er ook nog een ander punt naar boven. Verlangens kunnen ook anders zijn, stel je hebt dorst dan verlang je naar water. Zoals de psalm het zegt zo verlangt mijn ziel naar U. Maar tegelijkertijd kwam ik ook de schaduw van het verleden voorbij. Het moment dat ik voor het laatst de stem van mijn moeder hoorde vragen om water. En pas de volgende morgen realiseerde dat die vraag nooit meer zou komen. Het voert nu te ver om dat uit te diepen maar het laat mijn hart niet koud. Het schrijven helpt ook om te beseffen dat bij U te zijn is de hoogste plaats. Voor mij is dit dan een troost punt zoals voor haar psalm 73 een troost punt was. Met name deze verzen.
23 Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;
24 Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.
25 Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
26 Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Bovenstaande overgenomen uit de vertaling die mijn ouders standaard lazen. De Statenvertaling van1618/1619. Een vertaling die ik ook jarenlang gebruikte als mijn uitgangspunt. Deze vertaling maakt nog gebruik van invloeden uit de taal van het Nederlands uit de toenmalige Zuidelijke Nederlanden.
Terug naar zo'n rustpunt is dat ook de ultieme tijd van bezinning in een normaal gejaagd leven. In mijn geval op allerlei terreinen variërend van politie, politiek, antisemitisme, Jodendom en Media.
12-05-2026 updated: 20-07-2026
Waar begon jouw dag vanmorgen mee? Mijn dag begon vandaag met het Shema Israel, en daarna een inspirerende toevoeging die in de nacht in mijn gedachte werd gelegd. Hoe stond jij op? Was het de eerste verbinding met de Eeuwige, gezegend zij Hij (Hasjem), of was het de onmiddellijke drang om verbinding te zoeken met de wereld via schermen en sociale media? Bij welke tijd willen wij bijblijven? Bij de tijd van de eeuwigheid, of bij de voorbijgaande ruis van onze dagen? Kwam je naar de sjoel (synagoge) of de plek van samenkomst met het gebed in je hart om de Sjechina (de Aanwezigheid van G-d) te ontmoeten, of was het de haast en de sleur van de week die je meedroegen?
De Eeuwige, in Zijn oneindige wijsheid, zegt ons in de Thora, in Beresjiet (Genesis) 2:3: "En G-d zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk dat Hij als scheppend werk had verricht."
De Sjabbat is niet zomaar een dag; het is de dag die Hasjem heeft gezegend en apart heeft gezet. Wanneer wij spreken over Kadoesj (heiligheid), spreken we over havdala – het maken van onderscheid. Het is het afzonderen van het alledaagse voor een verheven doel. Wij beginnen onze Sjabbat niet wanneer de klok middernacht slaat, maar wanneer de zon ondergaat en de eerste sterren aan de hemel verschijnen. Zoals het geschreven staat: "Het was avond en het was morgen: de eerste dag." Het licht begint bij de scheiding van duisternis.
In Israël is dit ritme voelbaar in de lucht. Vrijdagmiddag bereiden we ons voor. De winkels sluiten, de straten worden stiller, de drukte van de week wordt weggelegd. Het Challah-brood wordt met uiterste zorg gebakken, de kaarsen worden klaargezet, en de huizen worden voorbereid op de Koningin Sjabbat. We schakelen de wereld van melacha (scheppend werk) uit, niet als een last, maar als een bevrijding. We laten onze apparaten los om onze ziel terug te vinden.
Wanneer de vrouw des huizes de kaarsen aansteekt en de zegenspreuk uitspreekt, daalt de rust over het huis. We zingen Sjalom Aleechem om de engelen te verwelkomen die ons begeleiden. We heffen de beker voor de Kidoesj en reciteren de woorden uit Genesis, waarmee we de schepping opnieuw erkennen. Het is geen plicht; het is een thuiskomen, een verkoelende wind in een zwoele wereld.
U kent de kracht van het getal zeven. Het is niet willekeurig. Het is het getal van de voltooiing. Zeven Noachitische geboden voor de mensheid, zeven jaren voor het Jubeljaar, zeven zegeningen onder de Choepa (huwelijksbaldakijn). Het huwelijk zelf is een mikdasj me’at – een kleine tempel. Tijdens de zeven dagen van de Sjeva Brachot vieren we de eenheid van het paar, onder de straling van Hasjems zegen.
Wij lezen de Thora niet als een plat boek. Wanneer we de verhalen lezen – of het nu gaat om de storm op het meer of de dromen van Farao – moeten we ze in de diepte ervaren. Als we niet leren rusten op de Sjabbat, hoe kunnen we dan de stormen in ons leven werkelijk begrijpen? Pas wanneer we de volmaakte rust van God ervaren, komen de woorden tot leven.
Er wordt vaak gezegd, zeker in bepaalde Protestantse leer, dat de wet (Torah) een juk is. Maar kijk naar Psalm 119: "Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting de ganse dag." Dit is geen molensteen; dit is een liefdesverklaring. De wet is de gids die ons beschermt tegen de oppervlakkigheid van een wereld die alles wil bezitten maar zichzelf verliest.
Een persoon die bepaalde keuzes maakt die niet overeenkomen met de juiste weg kiest uiteindelijk voor de diepte van het geloof in de verbinding met de Eeuwige! BH. Het is een keuze voor de zuiverheid en heiligheid van het leven. Wat baat het een mens als hij de hele wereld wint, maar de verbinding met de Eeuwige verliest? Hij blies de adem in ons; Hij gaf ons de wet niet om ons te ketenen, maar om ons te zuiveren en ons pad te verlichten.
Soms 'ontvang' je de inspiratie van... en dan moet je aan deze column wat toevoegen:
Shabbat als voorproefje
De wekelijkse Shabbat wordt in de Joodse mystiek en halacha traditioneel gezien als Me'ein Olam Ha-Ba — een smaak van de Komende Wereld (de eeuwige rust). De rust en heiligheid die we op aarde op Shabbat ervaren, zijn een tijdelijke weerspiegeling van het goddelijke en eeuwige bestaan waarin de ziel uiteindelijk zal verkeren.
De verbinding met de uitvaart
In de traditionele herdenkingsgebeden, zoals de El Malei Rachamim (God vol barmhartigheid), wordt gevraagd om een menucha nechona (een volmaakte of ware rust) onder de vleugels van de Goddelijke Aanwezigheid. Het overlijden en de overgang naar de Eeuwigheid worden in de liturgie vaak geassocieerd met het binnengaan van de ultieme, niet-aflatende Shabbat.
Laat de Sjabbat een oase van rust zijn. Wanneer we maandagmorgen de wereld weer instappen, is de verleiding groot om onze leegte te vullen met oppervlakkige verlangens. Maar herinner je de rust van de zevende dag. Neem die stilte mee.
Leer ons, o Eeuwige, Uw weg, opdat wij in Uw waarheid wandelen. Verenig ons hart tot de vreze voor Uw Naam. Dat onze huizen plekken mogen zijn waar Hasjem centraal staat, waar we niet gevangen zitten in de 'moetens' van de moderne tijd, maar waar we leven vanuit de vrijheid van Zijn inzettingen.
Moge de Eeuwige uw hart vervullen met Zijn woorden, opdat het u en uw huizen welga. En tot slot Soms kunnen mensen onbewust een insprirator zijn en je wijzen op daar waar het leven eigenlijk om draait.
Ik maakte jarenlang een vast radioprogramma in de tijdsperiode van 1992 - 2026 waarbij afgelopen vrijdag 17 juni formeel een einde kwam aan de laatste uitzending via Slotstad Radio (Bunnik en Zeist) De uitzendingen werden trouwens meestal vooraf opgenomen in de eigen productiestudio. De komende weken draait op A1 Radio nog een laatste reeks uitzendingen oude stijl, om vanaf 6 september Focus als programma te starten. Het programma oude stijl is iets wat al langere tijd niet meer past bij mijn persoonlijke overtuiging. Deze zondagmorgen 19 juni even een kijkje genomen in de studio waarvandaan dit nieuwe programma veelal live gepresenteerd zal gaan worden. Het past ook beter bij de identiteit van mijzelf en sluit goed aan bij de streek en is vrij breed te beluisteren in een deel van Eem-gebied (Amersfoort), de Gelderse Vallei (Veenendaal) en de Veluwe (Ede) en ook buiten deze gebieden is het natuurlijk wereldwijd te beluisteren via de internetstream van A1 Mediagroep. Tijdens dit bezoek aan de studio ontdekte ik ook een heuse TV-studio wie weet dat daar nog een keer meer dan 'muziek inzit'. Dit keer is het eigenlijk meer een persoonlijk verhaal dan een religieus verhaal. Om het afscheid een beetje duidelijk te maken kun je hier luisteren naar een uur van de uitzending via A1 Radio. Op de 26e minuut Bijbelverhaal uit Deuternomium met aansluitend Hebreeuws muzieknummer door artiest Ishay Ribo met Seder Ha'Avodah. 50e minuut persoonlijke note met aankondiging van het muzieknummer Liefde van Rose Glisten. 53e minuut Psalm Looft de Heer gevolgd door Psalm 65 en Israel Leeft gezongen door Christiaan Verwoerd. Belangrijk om op te merken dat door mijn verschuiving in religieuze gevoelens, gedachte ook het programma zoals dit was uitgezonden verschoof en per 6 september vervangen wordt door Focus. Het radioprogramma in de oude stijl heeft bestaan van 1992 - 2026, en heeft een lange geschiedenis qua omroepen waar het programma te beluisteren is geweest: Heerenveense Omroep Stichting, Heerenveen (Friesland), RTV Overbetuwe in Geldermalsen, Buren en Neerrijnen , Radio 9 voor Nieuwegein, IJsselstein en Lopik, Radio Heuvelrug Centraal in de Gemeente Utrechtste Heuvelrug en Wijk bij Duurstede, Slotstad Radio in Bunnik en Zeist en A1 Radio voor Nijkerk en Barneveld. Radio zit ook in de genen blijkbaar, de Vissers (familie van mijn moeders kant maakte al opnames, de broer van mijn moeder nam hun huwelijksdienst op in 1966 en bouwde de eerste televisie voor de familie. En dan nog een andere oom die ingenieur van de Phillips in Eindhoven was. Ook niet onbelangrijk is onlosmakelijk verbonden met het onderduikverhaal van Hendrik Visser en Elisabeth Visser-Baars waar Roel Bosch over geschreven heeft. Hendrik verkocht radio-toestellen aan huis en instaleerde tijdens de oorlog een illegale zender in de mast van de kerk voor berichten naar Londen. Vanaf 1 september neem ik het stokje over als voorzitter van deze omroep A1 Mediagroep, volledig genoemd: Streekomroep voor de Noordwest Veluwe. De 'vissers' familie lijn heeft mij wat meer meegegven dan de Veldhuizen lijn. Leermeesters waren vriend Rene die een opleiding van gevolgd aan de School of Audio Enginering, Evert ten Ham voormalig Radio 3 DJ, Bert Bijl en de ervaring en opleiding bij de Media Accademie in Hilversum. Heel wat fijne kneepjes zijn me geleerd, soms met vallen en opstaan. In de eerste jaren met David en Hilmar als medewerkers. Het programma oude stijl werd in de regel thuis vooraf volledig opgenomen in eigen studio. Ik denk dat iedereen die hiernaar luistert uiteindelijk wel begrijpt waarom dit programma niet meer past om uit te zenden. Hier is deze uitzending te volgen.
Updated 22-07-2026
Ineens dacht ik na over Shabbat, zomaar? Nee dat zal vast geen toeval zijn. Gebeurtenissen uit het verleden herinneren me ineens aan dit fantastische project wat natuurlijk ook dit jaar weer gehouden gaat worden. Niet zozeer fantastisch vanwege een geweldige artiesten line-up of een vet super gaaf event maar eigenlijk is dit een 'event' wat precies de sfeer ademt om samen de Shabbat te vieren. Vieren? Of onderhouden van de scheppingsorde en zoals in een eerdere column-bijdrage die ik schreef de sfeer ademt van heiligheid, een dag apart voor de Eeuwige en onszelf waarbij wij niet centraal staan maar waar we wel mogen rusten. Ik vergelijk eigenlijk de Shabbat met een ander moment in de Joodse kalender (uiteraard is dit anders) zoals Jom Kippoer, zeker in Israël voelbaar, merkbaar, hoorbaar, zichtbaar waar geen ontkomen aan is maar eigenlijk is het veel meer. Op de vrijdag voel je de Shabbat naderen een onuitspreekbaar gevoel, een serene rust die in de rest van de wereld om ons heen nergens zo 'gevoeld' kan worden. Het Shabbos of Shabbat Project is anders dan je zou verwachten niet gestart in Israël maar in Zuid-Afrika, en is inmiddels een breed fenomeen geworden. Dit jaar van 30 - 31 oktober 2026 (voor wie even de gregoriaanse kalender gebruikt) zoals bekend is de Hebreeuwse jaartelling anders. Maar misschien vraag je af, hoe kom ik nu uitgerekend op het Shabbat Project? Of de inspiratie om daarop te komen nou ingegeven is door inspiratie door mensen of misschien was het via mensen als instrument in de hand van de Eeuwige? Ik laat dit maar even in het midden. Toen ik er voor het eerst van hoorde via via was ik best benieuwd naar de invulling ervan. Ik zag jonge mensen het project promoten en dat herinnerd me deels naar hoe ik vroeger (deels) de zondagsrust ervaarde maar de Shabbat echt beleven is een prachtige opbouw op de vrijdag met de voorbereidingen, de Challah, de Shabbat-kaarsen, de Kiddush maar ook de Shabbat zelf. De Shalom Aleichem song is een mooi en waardig voorbeeld van de begroeting van Shabbat. De afgelopen jaren heb ik zelf wel wat dingen geopperd om te doen met Shabbat alleen zijn er zoveel zaken om rekening mee te houden en in een seculiere wereld om te heen is het al moeilijk om deze dag apart te zetten. Toch is het mijn eigen doel het strikter te gaan houden. Niet om mezelf te tonen, maar juist omdat ik me meer en meer realiseer waar ik sta en de verbinding met de Eeuwige. Maar toegegeven moet worden dat de beleving van Shabbat in Israel wel het meest bijzondere is. Een ervaring die moeilijk onder woorden is te brengen. Maar bij het zoeken naar vond ik toch een aantal 'definities':
De 'Bruid' en 'Koningin': De Sabbat wordt in de liturgie en poëzie vaak bezongen als een "bruid" of "koningin" die wordt verwelkomd. Het is een dag van extra vreugde, lekker eten, gezelligheid met familie en geestelijke verdieping. De sfeer: Voor wie de Sabbat beleeft, verandert de wereld om hen heen. Door alle dagelijkse beslommeringen los te laten, ontstaat er ruimte voor reflectie, gebed en verbinding.
Eerder schreef ik al over het belang van Shabbat maar dan door mijn eigen bril, maar hopelijk een bril die een juiste weergave is van dat wat erover te zeggen valt. En dat je nooit te oud bent om te leren over de diepte van Shabbat en ook van het Jodendom bewijzen deze uitspraken die ik tegenkwam:
Herinnering aan de Schepping: Genesis 2:1-3 beschrijft hoe God de zevende dag heiligde nadat Hij de wereld in zes dagen had voltooid. De Sabbat is daarmee een erkenning van God als de Schepper en de mens als Zijn schepsel. Het herinnert ons eraan dat de wereld niet afhankelijk is van onze constante inspanning. Teken van het Verbond: In Exodus (Sjemot) wordt de Sabbat expliciet genoemd als een "teken van het verbond" tussen God en het volk Israël. Het is een wezenlijk onderdeel van de identiteit van het Joodse volk. Gedenken van de uittocht uit Egypte: De Sabbat biedt ook een herinnering aan de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Het is een wekelijkse oefening in vrijheid: op deze dag ben je geen slaaf van je werk of van je economische verplichtingen. Ik ben dan ook benieuwd naar hoe een collega de Kabbalat Shabbat gaat organiseren in de achtertuin ergens in september, en misschien dat ik haar wel even een hint geef om vooral de datum te kiezen van het Shabbat Project.... Uiteraard heb ik de collega nog even verteld dat er een Shabbat Project is die datum. Terecht merkte ze op dat de datum in oktober in de achteruin wel erg koud is. (maar ze komt er nog op terug)
Terug naar de basis wat is er zo inspirerend om samen Shabbat te houden en te vieren, gemeenschapszin en de persoonlijke verbinding en eer aan de Eeuwige waarbij ik nu al uitkijk naar het moment om in de toekomst in Israel weer Shabbat te houden en ook zelf consequent om te gaan met deze bijzondere dag. Een extra laag die Shabbat bied is niet alleen 'rust' maar ook innerlijke en geestelijke verrijking van het geestelijke leven. Wat dat betreft zeg ik: Er is eigenlijk niets mooieres en rijkers dan dit! Bekijk ook deze Youtube short
Een wekelijkse column schrijven doe je niet zomaar; die moet een betekenis en een meerwaarde hebben. Hoop op en in geloof, hoop en liefde; wie wil dat nou niet? En wat nou als het tegenzit? Soms beproeft de Eeuwige ons. Ik val maar meteen met de deur in huis: "Er was een man in het land Us, Job was zijn naam; en die man was rechtschapen en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwade."
Soms wil je geluk en kom je terecht in ongeluk, je zoekt het goede en krijgt het kwade. Mensen om je heen die ik in mijn hart gesloten had, verdwenen; dat veroorzaakt pijn. Dat 'wijken van het kwade' is een bijzondere karaktereigenschap die over Job geschreven staat. De beproeving heeft vaak een hoger doel, alleen weten we vaak niet waarom. Het kost me moeite om het te verwoorden, omdat dat wat je in het hart draagt niet voor iedereen publiek hoeft te zijn. Nu is het niet zo erg als bij Job, maar wanneer ook hij door God wordt getroffen met pijnlijke zweren en zijn vrouw hem aanmoedigt om "God te vervloeken en te sterven", blijft hij standvastig. Het geloof is krachtig en daarmee een rots in de branding.
Ik dacht dat ik het geluk in de liefde gevonden had, maar als de liefde niet diepgaand is en gelijkwaardig op gebieden als het geloof, dan wringt het. Er zijn ook liefdes die niet mogen, bijvoorbeeld vanwege de bekende uitspraak: 'twee geloven op één kussen, daar zit de duivel tussen'. Nu zal dat met die duivel wel meevallen, maar het symboliseert de kloof die kan ontstaan. En ook al zijn de gevoelens nog zo diep, de band nog zo hecht; soms kan of mag het niet zo zijn, en dat doet pijn.
Maar in die benauwdheid is er een tekst die hoop geeft: "En roep Mij aan op de dag van de benauwdheid; Ik zal u eruit helpen, en u zult Mij eren." (Psalm 50:15). Soms zijn er ups en downs. In de Joodse exegese wordt vaak benadrukt dat Jobs klagen geen ongeloof is, maar juist een uiting van zijn intense verbondenheid met de Eeuwige; hij verwacht antwoord. Dat is het ultieme om hoop uit te putten. Bij Job kwam dat antwoord uit de storm. In hoofdstuk 42 realiseert Job zich dat zijn eerdere "kennis" van God slechts van horen zeggen was, maar dat hij Hem nu echt 'gezien' heeft. Dit leidt tot een diepe berouwvolle overgave. De kennis van God is belangrijk, maar Hem echt ervaren geeft zoveel meer.
Het is boeiend om te zien hoe de focus in deze teksten ligt op ontzag, eerbied en erkenning van de Almachtige — kernwaarden die ook in mijn eigen familiegeschiedenis een centrale rol spelen, zoals ik in mijn persoonlijke getuigenis beschreven heb. Het is een lijn van trouw aan de leer, gecombineerd met de zoektocht naar een zuivere beleving van het geloof.
Ik sluit dit betoog daarom gepast af met de woorden uit de berijming van Psalm 68, die de cirkel van ontzag en dagelijkse zorg sluit:
Geloofd zij God met diepst ontzag! Hij overlaadt ons, dag aan dag, Met Zijne gunstbewijzen. Die God is onze zaligheid; Wie zou die hoogste Majesteit Dan niet met eerbied prijzen?
Vorige week kwam ik van mijn werk en stapte een halte eerder met de bus uit ik loop naar de overkant en iets verderop staat een man in een scootmobiel en zegt : Meneer mag ik wat vragen? Ik moet naar Odijk maar ik weet niet waar ik ben. Het is maar een klein stukje naar Odijk zegt de meneer, ik zeg tegen de man: Nou meneer het is tenminste nog een kwartier of twintig minuten met de fiets rijden vanuit Zeist en de bus doet er ook tot Odijk 20 minuten minimaal over met overstap op station Driebergen-Zeist. De man zei ik weet het allemaal niet waar ik ben. Ik zeg tegen de meneer zal ik met u meelopen naar de bus dan breng ik u naar Odijk terug naar uw huis. Ik legitimeerde me vanuit een bepaalde functie. Eenmaal bij de bus aangekomen kon meneer via een deur de bus in, en ik zei tegen de buschauffeur dat ik de man terug ga begeleiden naar zijn huis. Onderweg zegt de buschauffeur ik heb nu een verantwoordelijkheid voor meneer, na wat overleg vraagt hij of meneer familie heeft en ik check bij de man, maar de man wist niet hoe hij zijn Smartphone moest gebruiken, ik zei ik zal voor u zoeken. Hij zei dat zijn dochter Cindy heet Ik zocht op Cindy en gaf het nummer aan de busschauffeur. Hij maakte de afspraak dat ze de man op station Driebergen-Zeist zouden komen ophalen, de busschauffeur moest namelijk weer verder met zijn dienst en ik heb met de man gewacht totdat Cindy en haar man de oude man van 80 kwamen ophalen. Daarna heb ik busschauffeur gebeld (had zijn nummer opgeslagen op mijn zakelijke nummer) en heb hem bedankt en hij bedankte mij voor deze fijne samenwerking en inzet. Dit voorbeeld noemen ze ook wel emphatisch vermogen of mededogen met je mede-mens.
De man is weer veilig thuis. Het mededogen met de man komt ook voort uit het feit dat je als gelovige toch je altijd inzet voor iemand die hulp nodig heeft. De man was nog het meest dankbaar dat hij zo geholpen werd. Hij vertelde dat ie zelf vroeger busschauffeur was geweest bij het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf GVU in de stad Utrecht. Die waardering van de man is goud waard. Geloven in de Eeuwige is ook voor de ander opkomen, en voor de ander je 100 % inzetten ook al koste het mijn een uur extra tijd en inspanning het is het minimale wat ik voor een mede-mens kan doen. "Voor een grijsaard moet je opstaan en je moet respect tonen voor een oudere" (Leviticus 19:32) Het beschermen van het leven is van groot belang een besef dat mijn hele leven mij geleerd is en de kern van deze boodschap is hulp aan nooddruftigen en armen. Deze man viel duidelijk onder deze categorie. Maar nood kan soms ook geestelijke nood zijn en ook dan als ik kan dan help ik natuurlijk ook.
Er zijn momenten die je extra opladen omdat je ergens aan denkt of aan iemand die je inspireert je motiveert om de diepere dingen van het leven zoals het geloof te onderzoeken. Muziek met woorden doen heel erg veel. En soms zijn woorden die geschreven zijn teveel en zeggen de woorden en muziek vele malen meer. Dus maakte ik deze muzikale compilatie met muzieknummers: Yedit Nefesh - Yerushalayim Shel Zahav - One Love - Seder Ha'Avoda, Psalm 65, Psalm 119 de Rode Draad van Eline en meer. Muziek die je in dit geval het beste kunt beluisteren met bijvoorbeeld een hoofdtelefoon om de echte diepte te horen, of een goede speakers en in een echt stille ruimte. Luister hier naar deze compilatie van muzieknummers en laat je inspireren.
10-06-2026
In de familiegeschiedenis komen soms onverwachte schatten naar boven. Onlangs heb ik een cassettebandje teruggevonden bij mijn ouders, een kopie van een originele geluidsopname uit 1958. Het is een uniek document: meegenomen vanuit Noordwijk aan Zee naar Canada en weer terug naar Zeist opgenomen door een oom van mijn moeder, net voor zijn definitieve emigratie. De opname is nu digitaal veiliggesteld en biedt een bijzonder kijkje in het leven van mijn bet-overgrootvader, ds. J. Visser. Het verhaal eindigd bij mij in mijn theologische verschuiving qua inzicht. Onderin meer over de familielijn en hoe die lopen.
Jan Visser werd op 20 februari 1871 geboren in Hattem, in een gezin waar de kerkelijke traditie diep geworteld was; zijn vader diende de Gereformeerde Kerk (bepaalde orthodox bevindelijke stroming binnen het Protestantisme) daar bijna een halve eeuw lang. Na zijn studie aan de Theologische School in Kampen werd hij in 1895 kandidaat en begon hij zijn loopbaan als predikant in Geesteren-Gelselaar. Zijn ambt bracht hem vervolgens langs diverse standplaatsen, waaronder Sprong, Laar, Hijum en Zuidwolde, om uiteindelijk in 1913 verbonden te worden aan de gemeente in Kockengen. In 1932 ontving hij eervol emeritaat (pensioen), waarna hij zich in Zeist vestigde.
Zijn theologische kennis en intellectuele nieuwsgierigheid reikten echter veel verder dan de pastorale zorg in zijn gemeenten. Hij vervulde tal van deputaatschappen voor de classis Breukelen, diende als kerkvisitator en was lid van de Particuliere Synode van Utrecht.
Wat ds. Visser onderscheidde, was zijn enorme productiviteit als auteur en vertaler. Hij maakte naam met novellen als Anton van Wassem, Roeping en Karakteradel en kruis. Zijn theologische diepgang bleek uit werken als De lijdende Knecht des Heeren — voorzien van een voorrede door de vermaarde prof. dr. H. Bavinck — en studies als De Christenvervolging in de eerste eeuwen na Christus.
Naast zijn eigen schrijfwerk vertaalde hij talloze invloedrijke werken uit het Engels. Titels als De Heere onze Herder, De Bijbel voor de rechtbank der critiek en natuurlijk zijn bekende werk Van Bethlehem naar de Olijfberg, getuigen van een brede belangstelling voor zowel de Bijbelse exegese als actuele maatschappelijke thema’s van die tijd.
De opname uit 1958, vermoedelijk slechts enkele maanden voor zijn overlijden, toont ons een man die ondanks "uitwendige gebreken" die hem verhinderden nog te preken, nog altijd diep verbonden was met zijn naasten. Op het bandje is hij te horen terwijl hij gelukwensen uitspreekt voor zijn zoon Juul — eveneens predikant — en diens echtgenote Nan voor een jubileum van hun huwelijk.
De historische cirkel rondom de familie Visser is opmerkelijk: precies 100 jaar nadat hij in 1895 als predikant werd bevestigd, stond ikzelf Erik als achterkleinzoon op de Olijfberg in Jeruzalem, de plek waar hij eerder over schreef en waar hij zijn theologisch werk aan wijdde.
Uit een krantenartikel van 3 december 1900 blijkt hoe geliefd ds. Visser was in zijn vroege jaren in Geesteren-Gelselaar. Bij zijn vertrek nam hij afscheid met de woorden uit Numeri 27:15-17 (Statenvertaling):
"Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende: Dat de HEERE, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering. Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering des HEEREN niet zij als schapen, die geen herder hebben."
De gemeente zong op verzoek van een ouderling Psalm 121 vers 4, en op verzoek van een tweede ouderling Psalm 134 vers 3. Het krantenartikel sloot af met een wens die zijn hele loopbaan typeerde: "Moge Zijne Eerwaarde in den nieuwe werkkring 's Heeren zegen in ruime mate ondervinden en vervulle de Heere alhier spoedig de ledige plaats met de man zijns raads."
Er is dus in dit geval wel wat veranderd bij mij als presentator qua theologische visie, in mijn persoonlijke geval van bevindelijk Gereformeerd via Christelijk Gereformeerd (Zeist) naar Joods (gelovig) Het zou een interessante theologische discussie kunnen hebben opgeleverd tussen mij en mijn bet-overgrootvader.
Deze tekst is samengesteld op basis van een persoonlijke familieopname en historisch archiefmateriaal. Onderin wat Genealogische informatie over de familie lijn.
Ditmaal werd mijn aandacht gevestigd op rechtvaardig wandelen en juist handelen; daarmee doel ik op het daadwerkelijk handelen in overeenstemming met woord en daad in de geest van je religieuze overtuiging. Of we het nu de Bijbel noemen of de Tenach, laat ik even in het midden. Ik val maar gelijk met de deur in huis met Psalm 86 en kies nu voor de tekst die direct in mijn hoofd opkwam: "Leer mij naar Uw wil te handelen, 'k zal dan in Uw waarheid wandelen." Dat is de kern en dat moet het uitgangspunt zijn.
Ik moest even controleren of het aangeleerde eigenlijk wel klopte met mijn beeld. Ik doel op de christelijke visie ten aanzien van het jodendom: dat het jodendom wel de historische wortel is, maar dat het (Joodse) verbond als onvolledig wordt gezien zonder de erkenning van Jezus als Messias, Verlosser van de erfzonde. Ik groeide op in het christendom, waar in die traditie de vervangingstheologie nog deels werd onderwezen. Historisch gezien leerde de kerk dat het Joodse volk zijn uitverkoren status had verspeeld door de verwerping van Jezus als Messias. De christelijke kerk zou het nieuwe "Israël" zijn geworden, waardoor Joden zich tot het christendom moesten bekeren om behouden te worden. Met 'behouden worden' wordt bedoeld dat ze, zonder dat behoud, 'verloren' zijn. Om het in goede christelijke termen aan te halen: men verwees naar Johannes 3:18: "Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God."
Ik vond deze uitleg twijfelachtig en ben deze discussie niet uit de weg gegaan, omdat ik het strijdig achtte met de verbondsbelofte. Veel moderne christelijke theologen en kerkstromingen hebben na de Tweede Wereldoorlog afstand genomen van de vervangingstheologie. Zij belijden dat het verbond van God met het Joodse volk onvoorwaardelijk en eeuwig is. Zij erkennen de Joodse weg (leven volgens de Thora) als een legitieme weg van behoud. Deze vervangingstheologie is zelfs misbruikt om de strafmaat aan te geven, waarbij weleens werd gezegd: "Wij hebben jullie (kinderen) gered van de ondergang", om die Joodse kinderen vervolgens op te voeden in de christelijke leer.
Dat staat haaks op hoe de oom van mijn moeder dacht. Hij, Hendrik Visser, vond het zijn morele plicht om een Joodse vrouw (21) in onderduik op te nemen en andere leden van de kerkelijke gemeente aan te sporen hetzelfde te doen. Waar kwam die morele plicht vandaan? Het bijbelse gebod om 'uw naaste lief te hebben als uzelf' en het beschermen van de zwakken vormden de kern. Christenen zagen het Joodse volk als de 'wortel van het eigen geloof' en konden de nazivervolgingen niet rijmen met hun geloof. Helaas zagen sommigen de tekst uit Johannes 3:18 op een manier waardoor ze ofwel actief een kant kozen in de oorlog, ofwel het in het midden lieten.
Februari 1943 (Protest tegen Jodenvervolging en arbeidsdienst): op zondag 21 februari 1943 werd in de protestantse kerken, waaronder de kerk waar mijn familie uit voortkomt, een brief voorgelezen waarin de kerk scherp stelling nam. De synode (het landelijk bestuur) veroordeelde de "toename van rechteloosheid" en het "ten dode vervolgen van joodse medeburgers". Ook ageerde de kerk fel tegen de verplichte tewerkstelling van Nederlandse arbeiders in Duitsland.
Maar tot in de jaren 90 werd in gebeden het volk Israël (het Joodse volk) gememoreerd met verpakte woorden die niets aan onduidelijkheid overlieten. Ook in mijn huis kwam de kerkelijke vertegenwoordiging op 'huisbezoek'. Dat is geen gezellig avondje koffiedrinken; men sloot het bezoek steevast af met veelzeggende woorden: "Opdat de ogen van het volk Israël mogen worden geopend...". Voor mij was dit eigenlijk het begin van het einde. Voordat ik afscheid nam van de broeders van de kerkenraad, zei ik: "Ik wil toch even vragen: mag ik uit dit gebed en deze opmerking opmaken dat Joden wordt verteld dat, indien ze zich niet bekeren tot het christendom, ze dan..." Men durfde hier geen antwoord op te geven, maar voor mij was de boodschap duidelijk.
Ik ging erover nadenken en kwam tot de conclusie dat het haaks staat op het door G-d gesloten verbond met Abraham, Izaäk en Jakob als een eeuwigdurend verbond. Hoe zou iemand kunnen denken dat het houden van geboden uit eer en heiligheid aan G-d, een heel volk zou verstoten of uitsluiten? Ik ga nu niet verder de diepte in, maar het bracht mij op een punt waarop ik dacht: dit kan in elk geval niet de waarheid van het geloof zijn.
Wat dan wel? Ik las en luisterde veel naar uitleg van rabbijnen en kwam tot andere inzichten. Ik geloofde 100%, en niet alleen dat: ik geloof nog steeds met volle zekerheid dat G-d mijn Schepper is. Hij is voor mij de Heiligste; voor G-d, wie anders zou ik vrezen? Maar onder mijn voeten sloeg het wel een gat in de grond. Was mijn hele overtuiging op drijfzand gebaseerd? Ik concludeerde dat er voor mij elementen waren waar ik niet meer mee kon leven en ik kreeg veel twijfel over de uitleg van zaken in het Nieuwe Testament. Langzaam zag ik ook dat in de vertalingen van de Tenach (het Oude Testament) zaken stonden waarvan ik vond, en vind, dat ze niet juist konden zijn. Bepaalde uitleg van rabbijnen was doorslaggevend; als rationeel mens die zoekt en onderzoekt, kun je daar simpelweg niet omheen.
Ik werd gewezen op het echt lezen van Psalm 119. Waar mij altijd was voorgehouden dat het Oude Verbond dat de Eeuwige met het volk Israël had gesloten een 'werkverbond' was en dat de geboden een molensteen om de nek zouden zijn, las ik Psalm 119 op aanraden van... op een andere manier. Woorden waar de liefde uit doorklinkt om Zijn wet te houden, stonden haaks op wat mij geleerd was. Het Nieuwe Testament, ook wel vrij vertaald als het 'Nieuwe Verbond', stond ineens haaks op wat er in de Tenach stond.
Zo moest ik kiezen. Niet kiezen omdat ik vanwege een mens bij het jodendom wil horen, maar omdat het voor mij blijkbaar een gekozen weg is om te gaan. Uit vrije wil? Ja, uit vrije wil, met alle consequenties die daaraan vastkleven. Tja, hoe moeilijk ook... Iemand zei me ooit in een andere context: "Als u A zegt, moet u B doen." Ja, zo is het.
Nu ga ik dieper in op die keuzes en interpretaties. Je kunt niet zomaar iets naar jezelf interpreteren omdat het je goed uitkomt. Het deed me denken aan een situatie van een ernstig vergrijp dat zich zo'n 20 jaar geleden in de orthodoxe gemeenschap afspeelde. Iemand die nota bene het woord van G-d verkondigde, ging ernstig moreel en religieus in de fout. Laat ik hier niet oordelen over de persoon; het is makkelijker om iemand te veroordelen op daden dan zelf in de spiegel te kijken. Interpreteer ik de dingen wel in een hoger licht, of houd ik me aan de geboden terwijl ik willekeur toepas? Helaas stuitte ik op verhalen van machtsmisbruik en uitbuiting van vrouwen, ook op het gebied van intimiteit, met het excuus: "Ja maar, jij bent van mij, dus...".
Ik wil dit rijtje niet eens afmaken, maar het maakte me boos en verdrietig. Eerder schreef ik over het loskomen van slavernij uit Egypte. Het was — niet verwijtend bedoeld — nota bene het volk van Israël zelf dat, terwijl Mozes op de berg de wetten (de Tora) ontving, aan de voet van de berg stond te dansen rondom het Gouden Kalf. De Tora en de Tenach zijn geen verhalenboeken; er zit een richtsnoer aan vast, juist om mij en ons te behoeden voor kwade gedachten en daden. Daarbij moet je soms een afslag nemen, een richting kiezen, een statement maken, maar dat moet dan wel passen in de gedachte en lijn van wat de Eeuwige openbaarde.
We kennen allemaal de uitspraak: "Nou, dat is niet helemaal kosjer." Los van de term waar 'kosjer' echt voor staat, verwijzen we daarmee vaak naar iets wat niet deugt op basis van spijswetten, en trekken dat door naar iets wat we zelf als onjuist bestempelen. Veel Nederlanders die in de supermarkt een afgeprijsd product kopen met de sticker "Weggooien is zonde", begrijpen de essentie niet. Mijn oma was daarin altijd heel duidelijk: ten eerste is eten weggooien al een zonde, maar zij heeft de oorlog en de voedselschaarste meegemaakt. In de oorlog waren sommigen al blij met een bord aardappelsoep; alles was 'op de bon'. De jeugdige generatie zal denken: 'op de bon'? De oude generatie weet het nog wel; dat waren voedsel- en kledingbonnen waarmee je beperkt voedsel kon kopen.
De schaarste was zo groot dat toen mijn oom geboren was, mijn opa tijdens 'spertijd' (levensgevaarlijk) op de fiets naar de boerderij ging om een mud aardappels te halen. Toen hij bijna thuis was, werd hij aangehouden en in elkaar getrapt door Duitsers (of wellicht Nederlanders?) en was hij zijn aardappels kwijt. De arme man kon de dag erop weer de hachelijke reis ondernemen om die aardappels alsnog te halen. Tegenwoordig gooien we goed eten gewoon weg. Of als een banaan wat bruine plekjes heeft, krijg je te horen: "Die banaan kun je toch niet meer eten." Ooit moest ik — en dat is slechts één voorbeeld — honderden bruikbare smartphones in metalen containers gooien, sommige toestellen onbeschadigd en soms nog 'nieuw' in doos.
Ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb: met onze acties en reacties naar onze naasten doen we hen niet alleen verdriet of kwetsen we hen, maar ondanks 'vroomheid' (die soms niet in het hart maar in de kleding zit), ontheiligen we de heiligheid van de Eeuwige. Ben ik dan vlekkeloos en ongeschonden? Degene die Psalm 86 echt gelezen heeft, mag het antwoord geven. Eén laatste opmerking: mijn overtuiging is dat je dient op te komen voor de heilige wet en Zijn naam moet alle eer ontvangen; dan geef je ook met hart en ziel om je naaste.
Het is wat vroeg, maar vanuit een ander 'gremium' ben ik bezig met het organiseren van een Chanoeka bijeenkomst die in het teken staat van 'verbinding'. Dus dat betekend regelen van een vergaderruimte binnen in een pand. En het handen en voeten geven aan de invulling van het programma. Waarbij een bekende rabbijn een kort een woordje zal doen. Ik kan hier niet teveel ingaan op welk gremium ik op doel maar ingewijden die mij kennen zullen ongetwijfeld weten waar ik op doel. Voor Joden natuurlijk wel bekend wat Chanoeka inhoud : Chanoeka is het Joodse inwijdings- of lichtfeest. Het viert de herovering van de Joodse tempel in Jeruzalem (ca. 160 v.Chr.) en het wonder van de Menora: er was slechts genoeg gewijde olie om de kandelaar één dag te laten branden, maar dit wonderbaarlijke olievat hield het acht dagen vol. Maar dit verbinden is belangrijk om meerdere redenen. Ook in deze korte column probeer ik te 'verbinden'. Jaren geleden was er tijdens een Chanoeka bijeenkomst een mooie uitleg hoe je ook kunt kijken naar Chanoeka. Iedere kaars of licht vult een huis met licht, maar niet zomaar het vullen met licht want het huis vullen met licht kan natuurlijk ook op andere manieren gebeuren. In dit geval zit de achterliggende betekenis dieper, in een donkere wereld om ons heen is de mooiste gedachte om licht te brengen zoals het licht bracht bij de inwijding van de tempel. Het is de morele plicht van de mens om via rechtvaardigheid, liefdadigheid (tsedaka) en sociale actie mee te helpen de wereld te verbeteren. Door goede daden te doen, verdrijf je de 'duisternis' (onrecht, armoede) in de wereld. Het herinnert ons eraan dat de Joodse identiteit en ziel, ondanks eeuwen van vervolging en pogingen tot vernietiging, altijd is blijven branden. Er is een strikte rabbijnse wet die voorschrijft dat de chanoekia voor het raam of in de deuropening moet staan, gericht naar de straat. Dit heet Pirsoemei Nisa (het bekendmaken van het wonder). Voor een Jood betekent dit: we verbergen onze identiteit en ons spirituele licht niet in de veiligheid van ons eigen huis. We brengen het juist naar buiten, de openbare ruimte in, om de hele wereld ermee te verlichten en te inspireren. De mystiek leert dat de heroverde tempel symbool staat voor de menselijke ziel. Zelfs als je je spiritueel leeg, beschadigd of 'onrein' voelt door de buitenwereld, is er diep vanbinnen altijd nog één ongeschonden kruikje zuivere olie te vinden. Chanoeka is ook het besef dat dat kleine beetje pure energie, hoe klein ook, genoeg is om een heel nieuw vuur in jezelf aan te wakkeren. Zoals de kaarsen van Chanoeka elke dag in aantal toenemen, herinnert het feest ons eraan dat ook onze daden van Tikoen Olam een cumulatief effect hebben. Een kleine goede daad kan, net als een klein vlammetje, een grote impact hebben op de omgeving. De boodschap van Chanoeka is dus meer dan alleen licht brengen, we hebben elkaar onderling nodig maar staan ook niet los van de samenleving. In het kader van dat mooie verbinden is het soms nodig om uit je 'comfortzone' te stappen, een stap naar voren te doen en de gewone samenleving samen te verbinden met de Joodse wereld om ons heen. In de avond van de eerste dag van Chanoeka zal ik en enkele mensen van dit gremium ook aansluiten bij een openbare meeting ook om weer andersom te verbinden. En ook in dit geval is die verbinding er weer want wat is er mooier als iedere Joodse inwoner betrokken is bij Chanoeka, naast het verbinden is het ook inspirerend en houd dit ook een goede traditie levend.
Ik ben begonnen aan het project om de Psalmen van 1773 die op een bepaalde rijm en melodie zijn gemaakt in Nederland zo te vertalen dat ze in lijn liggen met de Joodse gedachte van de Tenach. Hier volgt allereerst Psalm 1:
1. Welzalig hij, die door de raad der bozen Niet wordt verleid, noch op hun weg verkeert; Die niet verkiest bij spotters te verpozen, Maar zich van hun verderfelijk pad afkeert.
2. Maar in de Tora, in het Godd'lijk spreken, Zijn lust vindt en in wijsheid overweegt; Die dag en nacht, door al de levensstreken, Die wet als richtsnoer in zijn denken legt.
3. Hij is als boom, geplant aan watervlieten, Die op zijn tijd de rijpe vruchten geeft; Wiens blad niet valt, wiens werk zal overschieten, Daar hij uit trouw aan 't Godd'lijk Woord steeds leeft.
4. Zo niet de bozen; zij zijn als het koren, Dat door de wind als kaf wordt weggeblazen; Zij zijn voor 't heil der wijzen reeds verloren, En kunnen in de kring der deugd niet razen.
5. Daarom zal wie het kwaad heeft toegelaten, Niet vaststaan in de dag van het gericht; Geen plaats zal zijn voor hen die 't recht verlaten, Wanneer de waarheid breekt als Gods eigen licht.
6. Want God kent wel de weg der rechtvaardigen, Die trouw hun pad in Zijn geboden gaan; Maar zij die in hun eigen dwaasheid eindigen, Zullen vergaan en in de schuld vergaan.
Vervolgens zullen er meer Psalmen volgen. Eentje die mij persoonlijk aanspreekt is
Psalm 65
1. Het stil gebed, de lofzang zij U eigen, O Eeuwige, in 't Sion, onverstoord; Men zal voor U zijn offergaven neigen, U brengt men hulde, naar het plechtig woord.
2. O Gij, die naar het smeekgebed wilt horen, Waarheen elk schepsel zich in nood verplaatst; Als onrecht ons bezwaart, in 't duister verloren, Gij zijt het, die de schuld weer weglaat en verbaast.
3. Welzalig hij, die Gij tot U zult naderen, Die in Uw voorhof mag zijn ruste vinden; Wij worden verzadigd, in het goed der vaderen, Aan Uw heiligdom, door 't eeuwig recht verbonden.
4. Met vrees'lijk recht zult Gij ons antwoord geven, O God onzes heils, in billijkheid en macht; Gij zijt het vertrouwen, in dit aardse leven, Van wie de zeeën bevaart, in dag en nacht.
5. Gij stilt de razernij der woeste baren, De onrust van de volken, in hun waan; Zij die ver wonen, zullen voor U sparen, En voor Uw wonderteken stil blijven staan.
6. De uitgangen des morgens en des avonds, U juichen zij, met lofzang en gezang; Gij bezoekt de aarde, in haar vloeiend leven, En verrijkt haar, door de regen die zij ontving.
7. De beken Gods, zij zijn vol waters stroomen, Gij geeft het koren, door Uw trouwe zorg; Gij drenkt de voren, laat het welig stroomen, En zegent 't gewas, in de vruchtbare borg.
8. Gij kroont het jaar, met al Uw goedertieren, Uw sporen druipen van het overvloedig sap; De woestijn bloeit, in de lente-plezierieren, En heuvels juichen, in hun vreugde-stap.
9. De dreven zijn getooid met kudden vee, De dalen zijn met koren overdekt; Men juicht voor U, men zingt voor U de vree, Omdat Gij 't leven in de schepping wekt. Bij Psalm 65 moest ik even denken aan een versie (kort) wat mij persoonlijk raakt ook omdat deze vorm van Psalmen zijn gezongen door mijn ouders, groot en overgrootouders. (alleen tekstueel niet klopt met de Tehillim vandaar mijn keuze om ze te herschrijven) de versie die mij op bepaalde punten wel raakt kun je hier beluisteren.
De psalm berijmijng van 1773 zoals ik ze geleerd heb zijn voorzien van een melodie maar de woorden komen niet voldoende overeen met de echte Tehillim. Het andere Psalmen Project binnen het Christendom heeft getracht de woorden aan te passen naar een moderne context maar gaan daarbij uit van de Christelijke leer en die is ongepast in de manier hoe ik ernaar kijk. Ik kan uren luisteren naar deze psalmen en als ik in de auto rij staan ze behoorlijk luid op de autoradio terwijl ik op de snelweg vanuit omgeving Utrecht naar Den Haag reis en alle automobilisten langs me zie razen en ik daar met een ander gevoel over de A12 me voortbeweeg.
28-06-2026
We lezen en kennen het verhaal van de uittocht uit Egypte. Het is het bekende verhaal waarin de Eeuwige het volk Israël met sterke arm uit Egypte heeft geleid. Maar die slavernij in Egypte heeft, zoals veel verhalen in de Tenach en de Bijbel, een diepere betekenis dan alleen de eerder genoemde “platte tekst”.
Dat ik uitgerekend dit thema koos, was niet eenvoudig. Soms moet je ook nadenken over een onderwerp dat misschien minder populair is, maar juist daardoor belangrijk kan zijn. Bij inkeer en terugkeer kun je aan verschillende beelden denken. Je kunt na een fout tot inkeer komen en erkennen dat je dingen anders had moeten doen. Dat kan ook gebeuren wanneer je ruzie krijgt met een naaste, omdat je iets hebt gehoord, een verwijt maakt en later blijkt dat het niet klopt. Dan is het pijnlijk om dat toe te geven. Maar juist dat toegeven is geen teken van zwakte, maar van kracht. Zo kan een relatie met je naaste weer hersteld worden. De slavernij in Egypte heeft dus meer betekenissen. Laten we er één uitpakken. Een mens kan ook slaaf worden van verkeerde verlangens, van verslavingen en van duistere dingen. Die slavernij ontstaat wanneer we ons laten verleiden of afleiden van de waarheid. Juist daarom zijn er wetten gegeven: niet om ons naar beneden te drukken, maar als richtsnoer en bescherming.
Verleiding kan vele vormen aannemen. Het kan gaan om beelden, begeerte, aandacht, macht, geld, status of erkenning. Soms komt verleiding op je af via media, reclame of sociale media. Je kijkt “normaal” televisie en ineens komen er beelden voorbij waarvan je denkt: moet dat nou echt? Sommige dingen kun je deels vermijden, maar soms kom je toch in situaties terecht die je in verlegenheid brengen of je gedachten de verkeerde kant op sturen. Het is niet dat ik mezelf zo braaf vind. Integendeel. Ik weet juist dat bepaalde dingen invloed op mij kunnen hebben. Daarom kan ik er niet goed tegen wanneer ik ongevraagd dingen te zien krijg die mij op verkeerde gedachten kunnen brengen. Soms is afstand nemen dan de enige juiste reactie.
Je kunt ook slaaf worden van iets wat op zichzelf niet verkeerd hoeft te zijn. Denk aan een hobby, werk, schermgebruik of sociale media. Iets kan je zo in beslag nemen dat het je gaat beheersen. Bij mijn kinderen moet ik nog weleens meekijken met wat ze kijken. Eerlijk is eerlijk: vroeger was ik zelf niet anders. Wij hadden thuis televisie, maar toen kabeltelevisie beschikbaar kwam, zei mijn moeder dat ze die troep niet in de huiskamer wilde hebben. Dus kwam het er niet in. Bij bepaalde omroepen of programma’s moest de televisie echt uit. Bij mijn oma was het duidelijk: als de VARA ging uitzenden, klonk het resoluut: “Uit dat ding, dat zijn de rooien.” Ik had zelf moeite met AVRO’s TopPop, een popmuziekprogramma dat mijn broer graag keek. Ik vond het toen al troep en was blij wanneer er iets anders op televisie kwam. Ook was er in de jaren tachtig een populair jeugdprogramma, De film van Ome Willem, met een nogal discutabele uitspraak. Eigenlijk mocht ik dat niet kijken, maar ja: als de kat van huis is... Nu merk ik bij de opvoeding van mijn eigen kinderen dat ik veel meer meekijk. Als mij iets niet aanstaat, kan ik als doorgewinterde ICT’er een filter aanmaken en is bijvoorbeeld YouTube tijdelijk “op zwart”. Dat leidt natuurlijk tot ergernis bij een van mijn kinderen. Helemaal voorkomen kun je het niet, want zo’n filter werkt vooral op het vaste netwerk en de wifi. (Inmiddels vandaag 6 juli het filter toch weer aangezet en gestest eindelijk Youtube-troep vrij dus) Op een mobiele telefoon is het lastiger; dan moet je echt apps toestaan of blokkeren. Ik denk dat deze voorbeelden voldoende laten zien hoe sterk media en sociale media ons kunnen beïnvloeden. Zeker sociale media kunnen iemand helemaal opslokken. De filmpjes passen zich aan het algoritme aan. Je wordt als het ware een doelwit: de inhoud wordt zo afgestemd dat je telkens beloond wordt en blijft kijken. Zo kun je totaal ergens in opgaan.
De wetten die gegeven zijn — en dat zijn zeker niet alleen de Tien Geboden, maar ook spijswetten en andere bepalingen — zijn niet bedoeld als onderdrukking, maar als bescherming. Ze helpen ons om niet opnieuw slaaf te worden van verlangens, invloeden en gewoonten die ons bij de Eeuwige vandaan trekken. In mijn opvoeding ging het vaak over de erfzonde, die we volgens de bekende uitleg al meekregen vanaf Adam en Eva. Toch heb ik altijd moeite gehad met die uitleg. Het risico is namelijk dat je de schuld voor alles buiten jezelf legt, terwijl inkeer juist begint bij de erkenning van je eigen verantwoordelijkheid. Binnen de katholieke traditie, waarin ik niet ben opgevoed, bestond de aflaat: het afkopen van straf voor zonden. Binnen het protestantisme ligt dat anders. Daar wordt sterk benadrukt dat zonden vergeven worden door Jezus. Met alle respect voor dat geloof, dat ik zelf ook heb aangehangen, ben ik daar steeds meer mee gaan worstelen. Het begon mij tegen te staan wanneer vergeving te gemakkelijk leek te worden uitgesproken, zonder dat er werkelijk sprake was van omkeer, herstel en verandering. Natuurlijk werd ook in het protestantisme geleerd dat je de Tien Geboden moest houden. Maar wanneer je daarin tekortschiet, werd vaak gezegd dat de mens de wet toch niet kan houden en dat je vergeving kunt vragen. Dat is op zichzelf begrijpelijk, maar het kan ook gemakzucht in de hand werken. Consequent optreden bij het begaan van zonden lijkt in veel kringen al langere tijd verdwenen. Grenzen zijn steeds verder opgeschoven.
Vroeger golden er in mijn omgeving nog duidelijke regels. Stelletjes die “moesten trouwen”, omdat er al sprake was van zwangerschap, werden gezien als voorbeeld van iets wat niet goed was gegaan. Ouders hadden dan volgens de oude opvatting te veel toegestaan of weggekeken. Dat klinkt vandaag misschien streng, maar het laat wel zien dat men zonde en verantwoordelijkheid toen ernstiger nam dan tegenwoordig vaak gebeurt. Steeds verder worden de teugels losgelaten. Dat is helaas ook wel kenmerkend voor een bepaalde Nederlandse slapheid. Wij werden in de buurt soms gezien als achterlijk, omdat er bij ons thuis nog strikte regels golden. Sommigen typeerden die regels als iets uit de zeventiende eeuw. Ik herinner mij een verhaal over een jong stel dat bij mijn opa en oma op bezoek kwam om hun verloving aan te kondigen. Mijn opa was geen makkelijke man. Hij was streng, nors en als een antwoord hem niet beviel, kon je beter maken dat je wegkwam. Mijn opa vroeg aan het jonge stel in welke kerk zij van plan waren te trouwen. Met enige schroom zeiden zij: “We gaan niet in de kerk trouwen.” Dat was niet bepaald het antwoord waarmee mijn opa genoegen nam. Er zijn meer dan woorden gevallen, maar uiteindelijk was mijn opa’s wil wet en trouwde het stel wel degelijk in de kerk.
Je kunt van alles vinden van zijn rechtlijnigheid, maar het sierde hem dat hij zijn rug recht hield. Hij was een man van zijn woord. Daarmee kom ik terug bij het onderwerp: soms hebben we regels nodig als een stok achter de deur. Terugkeer naar G-d is niet zomaar een keuze. Voor mijzelf was en is het een diepe wens om opnieuw bewuster en versterkter te leven. Jarenlang merkte ik, door andere keuzes, een soort leegte. Mijn directe omgeving heeft soms een totaal andere visie op hoe je bepaalde dagen moet invullen en houden. Misschien komt dat door mijn eigen ouderwetse striktheid, door mijn verlangen om alles precies volgens het boekje te doen. Niet uit traditie om de traditie, niet voor de vorm, maar omdat ik de diepte zoek. Het moet ergens toe dienen.
De woorden uit Hosea 14:2-3 komen dicht bij wat ik probeer te zeggen:
“Keer terug, Israël, tot de HEERE, uw God, want u bent door uw ongerechtigheid gestruikeld. Neem woorden met u mee en keer terug tot de HEERE. Zeg tegen Hem: Vergeef alle ongerechtigheid en neem het goede aan...”
Was ik dan gestruikeld? Ik moest daarover nadenken en kom tot de conclusie dat dit inderdaad zo is. Gelukkig komen er soms mensen op je pad — dankzij de Eeuwige — die je weer terugbrengen.
Maar terug waarnaartoe? Voor mij is de verbinding met de Eeuwige geen leeg principe. Als iemand mij vraagt hoe ik weet dat G-d bestaat, zeg ik: ik heb geen bewijs dat ik je op papier kan tonen. Maar als je het echt wilt weten: Hij heeft het Zelf aan mij bewezen. Krachtiger en heiliger bewijs kun je voor jezelf niet ontvangen. Dat is eigenlijk het sterkste wat ik kan zeggen. Ik kan beginnen over percentages van zekerheid, maar een niet-gelovige overtuigen zonder tastbaar bewijs is lastig. Je kunt het plat slaan door droog te zeggen: “Lees maar in de Bijbel.” Maar de Tenach kennen de meesten al helemaal niet. Wanneer je werkelijk de verbinding met de Eeuwige wilt herstellen door inkeer en terugkeer, dan vraagt dat iets van je. Je moet dingen laten en dingen doen. De woorden uit Psalm 51 zijn daarom treffend:
“Schep in mij een rein hart, o G-d, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.”
Hoe sterker het verlangen naar inkeer en terugkeer, hoe meer je keuzes wilt maken tot eer van Hem.
Het kan moeilijk zijn wanneer je zelf bezig bent met het onderzoeken van Zijn woorden, terwijl aan de andere kant van de bank op Shabbat televisie wordt gekeken en het gesprek gaat over de stand van de wedstrijd of een speler die een rode kaart heeft gekregen. Voor mij voelt dat als een rode kaart, een rode lijn, een rode vlag. De rust om na te denken en je geestelijk over te geven is er dan niet. Dat versterkt bij mij het besef dat er soms gebroken moet worden met het heden. In mijn opvoeding was het ook een no-go om van de zondag een gewone dag te maken alsof er niets aan de hand was. Er waren om bepaalde redenen enkele weken waarin ik op een ander adres helemaal alleen kon zijn. Toen besefte ik wat een verademing het is wanneer er rust is. Daarmee kom ik terug bij de slavernij. De weg gaat van slaaf zijn, door de woestijn, naar het ontmoeten van de Eeuwige. En daar, in alle eerlijkheid, kunnen zeggen: ik heb berouw. Hier ben ik. Dit was voor mij een moeilijk onderwerp om te bespreken. Ik kon er niet omheen om ook dingen uit mijn persoonlijke situatie te beschrijven. Maar misschien hoort dat juist bij inkeer en terugkeer. Het is geen theorie op afstand. Het raakt je leven, je keuzes, je huis, je relaties en je hart.Voor mij is de oude weg waar mijn ouders in geloofden via Jezus een afgesloten weg.
Afsluitend met de woorden uit Deuteronomium 30:2-3:
“Wanneer u dan terugkeert tot de HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaamt... dan zal de HEERE, uw God, uw gevangenschap veranderen en Zich over u ontfermen.”
Talen van het hart
23-06-2026
We kennen allemaal in het Nederlands de uitspraak waar het hart vol van is, loopt de mond van over. En bijna iedereen kent wel uitspraken die bijvoorbeeld zijn doorgegeven zijn van vorige generaties. Soms uitspraken die pure wijsheid zijn. Voorbeeld is een uitspraak: De vreze des Heeren (de Eeuwige) is het begin van alle wijsheid! Zo'n uitspraak kenmerkte een deel van mijn eigen opvoeding, je kunt die bagage over boord gooien of er iets mee doen. Over taal gesproken zijn er soms typische dingen die te toevallig zijn hoewel soms feitelijk niet te bewijzen zijn. Ik heb geen woord Duits geleerd op school en toch ben ik een van de weinigen van de familie die Duits spreekt, tuurlijk niet super vloeiend maar zo duidelijk veel beter dan het Hebreeuws dat je dan een parallel gaat trekken met het verleden. Mijn grootmoeder was een half-Duitse en haar vader dus een 'echte' Duitser, uit een oeradelijke lijn (von Schell) waar ook weer wat 'zwarte randjes' aan vast zitten die ik liever niet had geweten.. Die adelijke lijn overigens voor mij niet belangrijk maar er zijn ook soms innerlijke en uiterlijke kenmerken die erfelijk zijn. Ander detail is dat van mijn Opa's kant mijn broer bijvoorbeeld gek was op jagen wat typisch een Veldhuizen dingetje was en ik daar totaal geen interesse in had en duidelijk meer de Visser lijn volgde. Terug naar de essentie waar ik met dit verhaal eigenlijk naartoe wil is dat we leven om een zinvolle, verantwoordelijk, eerlijk en bescheiden leven te leiden zowel tegenover G-d en onze naaste. Kernachtig zal ik dit samenvatten hoe dit in mijn opvoeding tot uiting kwam gebaseerd op het geloof. Zinvol uitspraak : Ledigheid is des duivels oor kussen. Verantwoordelijk : Omdat G-d de schepper is van hemel en aarde heb je verantwoordelijkheid om je medemens lief te hebben, de aarde te onderhouden en zorgzaam te zijn. Eerlijkheid : Geen roddel en achterklap, de tong is een sterk wapen maar ook een gevaarlijk wapen. Lashon Hara is dat natuurlijk. Bescheiden : Je bent trouw aan bijvoorbeeld je ouders, de overheid en allen die boven je gesteld zijn. En je loopt niet naast je schoenen (en zo'n grote schoenmaat als mijn opa had, maatje 48 heb ik nou ook weer niet...) Maar natuurlijk bedoel ik daarmee jezelf niet op de voorgrond zetten maar het doel of de missie in het leven dat moet de doorslag geven in denken en handelen. Ik heb meegemaakt, en af en toe nog dat mensen hun eigen eer en zelfzuchtige gedrag op de voorgrond plaatsen "Ik". Ik neem toch even een pijnlijk voorbeeld. In 2005 kon ik na een aantal jaar in een bepaalde functie te hebben gewerkt eindelijk een niveau hoger opklimmen, (niet door witte voetjes bij de baas te halen!) en kon ik leiding gaan geven aan een team die in een 24 uurs organisatie werkt. Ik bleef zelf ook af en toe nog in de nachtdiensten meedraaien zodat ik de feeling met medewerkers niet kwijt dreigde te raken en ook echt wist wat er op de werkvloer gebeurde. Ik schreef een uitgebreide memo aan de nieuwe manager om een Teamleiders functie te gaan in laten vullen. Tegen de verwachting in kwam er een teamleider ad-interim die van de operationele werkvloer niets afwist en zijn omgang met de medewerkers was zo erg dat medewerkers vertrokken. Het alarm signaal ging (en dat was misschien niet tactisch) naar de manager van mijn manager waarmee ik probeerde voor de mannen en vrouwen van de afdeling op te komen. De grote baas nodigde me uit voor een diner, in een chique restaurant. Dat was al een vreemde gewaarwording ik dacht: "Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen". Twee dagen later het was inmiddels maandagmorgen kom ik niets vermoedend op kantoor en zo rond een uurtje of 10.00 moest ik op kantoor komen bij de manager en diens baas. Daar werd mij haarfijn verteld dat ik mijn manager in haar 'rug had gestoken' (niet letterlijk) door achter haar rug de signalen hogerop door te spelen. Met twee man tegenover mij kon ik eigenlijk weinig meer doen... Protesteren? Ik was verbijsterd. De hoogste leidinggevende zegt : Nou vanaf nu ontnemen we je leidinggevende rol en je gaat weer terug naar de functie medewerker. Geschokt terug naar de afdeling zegt mijn directe manager : Dames en Heren, even allemaal uw aandacht want Erik heeft een belangrijke mededeling... Ik zei tegen haar dat mag je dan zelf gaan vertellen! Mijn batterij was leeg. Nou Erik is vanaf nu weer gewoon medewerker draait weer volledig mee in de operatie. Dat was het.. Collega's reageerden verbaasd en zeiden: Wat is er met jou gebeurt? Enfin om een lang verhaal kort te maken.. Op papier hadden ze mijn functie niet gewijzigd want daar konden ze niet aankomen. Voor mijzelf zei ik, ik zal vechten als een leeuw en bewijzen wat ik waard ben. Ik kreeg nieuwe senior collega's die feitelijk nu boven mij stonden, en 1 van hen had blijkbaar wel door dat hij mij mooi kon gebruiken als 'vraagbaak'. Dan vroeg hij mij om uit te zoeken hoe iets moest, ik beantwoorde zijn mails en hij stuurde die klaarblijkelijk bijna 1 op 1 door, totdat ik erachter kwam dat hij mijn kennis misbruikte om er zelf met de eer vandoor te gaan. Op een bepaald moment wist ik dus bij een uitvraag om 'expertise' wie de vraagsteller was dus dacht ik, weet je wat ik stuur de vraagsteller direct het antwoord nog voordat de 'senior' het antwoord van mij weer gaat doorsturen, toen viel hij eigenlijk door de mand. Er komt een nieuwe teamleider en die geeft mij cart-blanche om te mogen mailen namens "Teamleiding Servicedesk" maar zei daarbij niet ondertekenen met je naam want anders heb ik een probleem. Dit duurde zo ongeveer 5 jaar lang waar ik trouw mijn werk bleef doen maar wel liet zien welke capaciteiten en kennis ik in huis had. Als 'troostprijs' mocht ik mezelf dan Medior Servicedesk medewerker noemen want tja men zag mijn kennis wel. Er komt wederom een nieuwe Teamleider en na ongeveer een maand roept hij zich bij hem op kantoor en vraagt mij: Waarom ben jij eigenlijk geen senior meer? Ik leg hem het hele relaas uit en hij zegt dit moet worden rechtgezet. Volgende week ben jij weer gewoon senior medewerker en verstuurde die vrijdag een mail aan de afdeling en natuurlijk ook aan de manager die ik 'gepasseerd' had. Inmiddels was zij naar een andere afdeling vertrokken overigens maar had nog steeds een bepaalde vinger in de pap. De volgende maandagochtend was het Teamleidersoverleg met diverse afdelingen en ik mocht voor het eerst na 5 jaar weer aansluiten namens de Servicedesk. De bewuste manager was de voorzitter van dit zogeheten Dagelijks Ochtendgesprek en als laatste vroeg ze op een vinnige toon: "En Erik heb jij namens de Servicedesk nog iets op te merken?" en ik zei nee hoor ik heb verder geen meldingen die van belang zijn vanuit de Servicedesk. Einde overleg. Moraal van dit verhaal? Ik had weg kunnen gaan, solliciteren op een andere baan maar ik koos bewust om vanuit een stuk noem het nederigheid mezelf in te blijven zetten en zodanig mijn eigen kwaliteiten te laten zien dat ze er eigenlijk niet omheen konden om uiteindelijk eerherstel te krijgen. Die opstelling van dienend, en nederigheid is een eigenschap die ik nog steeds hanteer (ik ben alleen veel mondiger geworden en ouder) nederigheid is ook iets wat weer terugkomt op de de uitspraak eerder namelijk "Vreze voor de Eeuwige" weten waar je staat, geen vrees voor straf maar puur omdat U bent de Heilige en dan is een stap terugzetten soms beter maar soms ook wel weer reden voor anderen om er misbruik van te maken. Ontzag voor zijn naam betekend ook knielen en nederigheid en daar is niets mis mee. Nederigheid, Respectvol, Eervol, Betrouwbaar, Oprecht en om een oud woord te gebruiken vroomheid zijn denk ik een sieraad daarbij de leidraad van de geboden te gebruiken, hier zeg ik expres 'geboden'. Ik heb hier al vaker wat over gezegd dat brengt ons nog een keer terug bij de Vreze voor de Eeuwige als begin van alle wijsheid dat de geboden niet een last zijn maar een lust en er zijn zoveel wijze lessen te leren. Ik verbaasde me best wel over wijsheden die ik vroeger niet kende, soms interpreteer ik dingen weleens kort door de bocht. Bijvoorbeeld waarom zouden mannen en vrouwen gescheiden van elkaar in een synagoge zitten. Nou ik als man weet het antwoord wel. Verleidingen komen op wegen waar je ze beter niet kunt hebben. Denk aan kleding voorschriften voor de vrouw enfin een goed verstaander heeft maar een half oor nodig. Hoewel menig man hier in de omgeving waar ik woon op hete dagen het normaal vindt om met een volledig ontbloot bovenlijf te lopen. Om dit toch nog even 'af te ronden' ik ben nou eenmaal een 'product' (vergeef me de uitdrukking) van de jaren 70 en deels 80. In de jaren 60 en 70 jaren en dat liep door tot in de 80'er jaren van de vorige eeuw (ongelofelijk wat ben ik oud zeg...) was in Nederland het moreel verval zeer groot, alles mocht en alles kon. Niet dat ik het gezien heb maar op de Nederlandse televisie was al bloot op TV in 1974 (niet dat wij dat zouden hebben gekeken..) en in die tijd was seksualiteit niet meer een taboe dingetje. Het huwelijk en trouw ach wat was toch allemaal ouderwets. En daar woonde ik dan te midden van een woonwijk waar een of andere Beghwan familie seks in de voortuin heel normaal vond. Dat je een straat moest ontwijken want daar was de sexshop Miranda. En ach zelfs op de school waren dergelijke onderwerpen (niet in lessen hoor) bespreekbaar. Daar woon je dan als orthodox gezin tussen en dan moet je je kinderen (ik bedoel mijn wijlen ouders) beschermen... Knap staaltje van opvoeding, maar ook een knap staaltje dat als je bewust bent en in de verbinding met de Eeuwige staat je niet laat verleiden. Want per slot van rekening wat is het waard als je alle 'lusten' doet maar de verbinding met Hem verliest? Een volgende keer ga ik een veel 'moeilijker' stuk schrijven over Tesjoeva.
24-06-2026
Platte tekst is ook wel een synoniem voor bijvoorbeeld het gebruikt van het Windows programma Kladblok, met copy en paste een kale versie van tekst ontdaan van lettertypes en eventuele toevoegingen, De Bijbel of anders gezegd de Tenach want dat maakt ook weer een fundamenteel verschil is het mooiste voorbeeld hoe je teksten kunt lezen als een verhaal dat zomaar geschreven is zonder inhoud. En als je het inderdaad als een platte tekst gaat lezen kom je niet veel verder dan een verhalenreeks. In de oorspronkelijke grondtaal is de Tenach geschreven in de Hebreeuwse taal, en zelfs de letters van het Hebreeuwse Alfabet hebben ieder hun betekenis, namen van personen en steden hebben een oorspronkelijke betekenis in deze taal. Tot de dag van vandaag zijn de Israëlische steden veelal direct te linken aan de Tenach of de Bijbel net wat je leest. Zelfs de meeste namen die vaak aan kinderen worden gegeven hebben een rijke betekenis. Het gaat wat dieper dan Jan, Piet, Klaas of Herman die vaak ook wel een betekenis hebben maar meestal geen sterk verwantschap met gebeurtenissen in de Tenach.
De Tenach תַּנַ״ךְ heeft ook zelf als woord weer een betekenis aan zich en is niet slechts een woord, de T van Tora (Wet)
N van Nevi’iem (Profeten) CH van Ketoeviem (Geschriften). De uitspraak van de k-klank aan het begin van het woord ketoevim verandert in een ch-klank aan het einde van het woord Tenach. Dit is 'slechts' maar een woordelijke uitleg maar er valt veel meer te ontdekken en als lezer in West Europa zullen bepaalde puzzelstukjes niet op zijn plaats vallen omdat we ten eerste de brontekst niet kennen in de tweede plaats zeker in het geval van de Bijbel er omissies inzitten die soms een fundamenteel verschil zijn. Een voorbeeld in de tot nu toe, voor mij dan, meest betrouwbare versie van de Bijbel beter bekend als de Statenvertaling van 1618/1619 is Psalm 150 vrijwel gelijk aan de versie van de Tenach. Psalm 150 is het ultiem loflied, deze zijn maar dat wel bekend zijn geschreven voor de tempeldienst en worden nu nog in het Jodendom gebruikt. Voordat ik de omissie van Psalm 150 ga aanhalen eerst een klein puntje. Hoe mooi is het te zien om een Joodse dame tijdens een busrit onderweg naar Jeruzalem de Psalmen te zien lezen. Dat tafereel aanschouwde ik letterlijk in een bus en ik kon niet anders dan verwonderd hiernaar kijken. Niet alleen verwondert maar ik dacht, ze kent mij niet maar nu zitten er twee mensen in de Egged bus (en wie weet nog wel meer) die de Eeuwige God loven en prijzen. Ik deed dit stilletjes op een andere manier. Maar laat dat eens op je inwerken!
Terug naar de 150 psalm had ik me altijd al een beetje verbaasd over de Christelijke versie van Psalm 150 in de berijming van 1773 die door alle generaties van mijn familie zijn gezongen, vader, moeder, opa, oma, grootvader, grootmoeder en ga zo maar door. De psalm in de berijming van 1773 haal ik hier aan:
Looft God, met bazuingeklank;
Geeft Hem eer, bewijst Hem dank;
Looft Hem, met de harp en luit;
Looft Hem, met de trom en fluit;
Looft Hem, op uw blijde snaren;
Laat zich 't orgel ? overal
Bij het juichend vreugdgeschal,
Tot des HEEREN glorie, paren.
Ik verbaasde me altijd al over de regel "Laat zich 't orgel overal". In de tempeldienst was echt geen orgel te vinden! Nu kun je zeggen: "Tja wat maakt dat nu uit!" Het gaat toch om de essentie, juist dat dus. De essentie is dat woorden er toedoen. En zelfs de door mij zo verdedigde Statenvertaling spreekt hier over het orgel. In de versie van de Tenach staat het vertaald en komt het orgel niet voor.
Halleluja! Loof God in Zijn heiligdom; loof Hem in het uitspansel van Zijn kracht. Loof Hem om Zijn machtige daden; loof Hem naar de menigte van Zijn grootheid. Loof Hem met geklank van de sjofar (hoorn); loof Hem met harp en lier. Loof Hem met tamboerijn en reidans; loof Hem met snarenspel en fluit. Loof Hem met heldere cimbalen; loof Hem met luid klinkende cimbalen. Alles wat adem heeft, loof de HEERE! Halleluja!
Het zomaar gebruik maken van een ander woord is dat dan een bewuste keuze? Laten we teruggaan naar 1974, tja waarom 1974 nou ja toen werd ik gedoopt en traditiegetrouw na het binnenbrengen in de kerk door mijn oma (wat voor haar zeker een van de mooiste emotionele momenten moeten zijn geweest) volgt de doop die trouwens onterecht gezien wordt als vervanging voor de besnijdenis (Brit Mila) staat de hele kerkelijke gemeente op van de zitplaatsen en zingt staande:
God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.
En toegegeven klinkt het als een hele mooie psalm, en misschien zou ik spiritueel nu wel overtuigd ermee kunnen stemmen maar er worden los van tekstuele omissies dingen gekoppeld die niet juist zijn. Welk verbond is aan mij dan verleent in elk geval niet het verbond dat gesloten is met Abraham want je kunt het verbond van de Eeuwige niet 'plakken' op een kind dat niet uit de geslachtslijn is van een Joodse moeder. Ondertussen heb ik zelf de behoefte om nadere contacten te leggen met Joodse organisaties en mensen die in dezelfde lijn denken of handelen waaronder Aish in Jeruzalem. Want ik moet nog veel leren, verdiepen in een weg die niet ik als persoon kies uit mezelf maar die de Eeuwige op mijn pad brengt. Terug naar de 'platte tekst' die voor mij minder plat is geworden kwam het boek Hooglied op het pad, in mijn gedachte dacht ik aan vroeger. Hoe vaak is er gelezen uit Hooglied? Ik denk dat ik die keren op 1 hand kan tellen. Maar Hooglied heeft een veel diepere spirituele tekst te bieden die niet aan de verbeelding overlaat dat het hier niet gaat om 'romantiek'. Maar een boek geschreven in Jerusalem, en zelfs ik maak fouten want ik dacht Koning David maar ik zat er naast dit is natuurlijk Koning Salomo. De hele beeldvorming van romantiek is zelfs een verkeerde voorstelling het is eerder al lezende een liefde tussen het volk en de Eeuwige, dus ga ik me voornemen om Hooglied verder te lezen. Hoe kom ik op romantiek? In de tijden dat ik nog in de kerk kwam, en het ging een keer over Hooglied dan hoorde je gegiechel in de kerkzaal bij vaak meisjes en ook jongens konden dan niet helemaal stil blijven. Iets anders plat is dat ik jaren geleden met een jong Christelijk meisje contact had (niet-romantisch overigens) en ze appt me tijdens de kerkdienst, want ik wist natuurlijk van haar dat ze op de zondag om 10.00 uur in de kerk zat! Ik was verbaasd, verrast en geschokt om dit mee te maken! Terwijl ik toch echt wel anders opgevoed was. Nou was ik niet gewend me helemaal af te zonderen maar de zondag was dan toen voor mij en mijn familie toch echt de rustdag waarop je niet werkt. Toen we op vakantie waren in Zuid-Duitsland zag ik jongetjes (zelf was ik toen ook jong) voetballen, dus ik ging ook meedoen. Binnen 10 minuten riep mijn moeder me naar binnen op een strenge manier "Dit doen we niet op zondag! Nu naar binnen jij". Dat er geboden en verboden zijn in het Christendom zijn maar steeds verder zijn opgerekt heb ik aan den lijven ondervonden tot grote spijt waarmee ik de eer van de Eeuwige schond en zijn wetten ondermijnde, in het Jodendom zijn de ge en verboden er niet om het (ons) moeilijk te maken maar om afgebakende grenzen te bewaken om het maar zo te zeggen tot het heil des volks. Maar regels weg beredeneren of buigen naar je eigen smaak doet G-d de Eeuwige zwaar tekort. De Tenach of de Bijbel is geen keuze-boek (knip en plak wat je leuk vindt) om maar te kiezen wat je aanstaat of wat niet en juist door het woord te openbaren en op een juiste wijze te interpreteren en te leren wordt het in je leven geen last maar een lust om Hem te vrezen en met een lofzang op de lippen en met heilig en diepst ontzag in het hart! En ben ik 'perfect'? Ik zeg maar een ding onze schepper heeft ons geschapen naar zijn beeld en gelijkenis en onze keuzes zijn ook echt onze keuzes. En soms komen er mensen in je leven die je confronteren met keuzes Als je voor A kiest zul je B moeten doen.... Er zijn soms ook nu 'tegenstrijdige dingen' wat ook bij mij vraagtekens opleverd moet ik of wat moet ik... Zo langzamerhand beginnen de muntjes te vallen kan ik nog zijn wie ik was? Kan ik nog doen wie ik niet (meer) ben of luister ik naar zijn stem. Ik sta voor uitdagingen en immense keuzes... Ik kom enge dingen tegen in het leven die van een 'platte tekst' ook een confronterende tekst worden voor mijzelf. Dat betekend dat ik binnenkort enkele dingen toch zal moeten stoppen, wat ik 'leuk' vindt om te doen. Maar wat ongepast is.
16-06-2026
De foto is formeel, bijna zakelijk: een stevige handdruk in een kantoor in Den Haag, een document dat van de ene hand in de andere overgaat. Op het eerste gezicht lijkt het een routineus moment in de Nederlandse politieke cultuur. Maar vergis je niet: wie inzoomt op het beeld, ziet niet alleen een overhandiging aan de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), Eddo Verdoner. De overhandiging vondt plaats op het ministerie van Justitie en Veiligheid door Erik Veldhuizen. Je ziet de tastbare uiting van een gemeenschap die al veel te lang met de rug tegen de muur staat. Het Reformatorisch Dagblad besteede aandacht hieraan.
Op de kaft van het dossier staat een getal: 3132. Dat zijn niet zomaar 3132 namen op een digitale lijst. Het zijn 3132 signalen van angst, frustratie en, bovenal, een dringende oproep tot behoud. De petitie 'De toekomst van Joods Nederland staat op het spel' is geen vrijblijvende brief aan de politiek; het is een noodkreet.
Het is pijnlijk om te constateren dat dit anno 2026 nodig is. Dat Joodse Nederlanders – hun scholen, hun synagogen, hun kinderen – expliciet moeten vragen om de basale veiligheid die voor elke andere burger in dit land vanzelfsprekend is. De petitie legt de vinger op de zere plek door niet te vervallen in vage termen, maar door glasheldere eisen te stellen.
Ze vragen om consequente handhaving op straat en online, waarbij intimidatie niet langer wordt weggezet als 'politiek activisme'. Ze vragen om een juridische verankering van de IHRA-definitie in ons strafrecht, zodat antisemitisme eindelijk consequent als zodanig wordt vervolgd. Ze vragen om structurele beveiliging die niet afhankelijk is van de portemonnee van de gemeenschap zelf, maar die gegarandeerd wordt door de overheid. En misschien wel het meest pijnlijk: ze vragen om onderzoek naar hoe het komt dat onze publieke educatie soms zo eenzijdig is dat het de voedingsbodem vormt voor de vooroordelen waar de volgende generatie weer mee te maken krijgt.
De overhandiging aan de commissie Justitie en Veiligheid en aan Eddo Verdoner markeert een einde aan een fase van online mobilisatie, maar moet het begin markeren van een fase van daadwerkelijke politieke actie. We hebben in Nederland een traditie van polderen en praten, van werkgroepen en notities. Maar tegen de tijd dat het antisemitisme zo diep is doorgedrongen dat Joods leven in Nederland een reële exit-strategie nodig heeft, is praten niet langer genoeg.
De handdruk op de foto is een symbool van vertrouwen – een laatste restje vertrouwen dat het overheidsapparaat de ernst van de situatie inmiddels inziet. Dat vertrouwen is kwetsbaar.
Nu de petitie in Den Haag ligt, is het excuus van onwetendheid definitief van tafel. De politiek kan niet langer doen alsof dit een incidenteel probleem is. De 3132 ondertekenaars hebben hun stem laten horen. Nu is het aan de ontvangers in Den Haag om te laten zien of zij de toekomst van Joods Nederland daadwerkelijk waarderen, of dat zij het bij symbolische handdrukken laten.
Het is tijd voor actie. Want als de Joodse gemeenschap zich niet meer veilig voelt in Nederland, dan zegt dat iets essentieels over de staat van onze hele democratie. En die kunnen we ons niet permitteren te verliezen.
Een goede oude traditie en ook vereist in het Jodendom is om het "Shema Israel" te lezen een gebed op basis van teksten uit de Torah. Daarin staan de wijze waarop men bid, gebedsriemen draagt en de Torah op hoofd, hard en handen bindt. Verder staat hierin dat iedere poort (deur) een Mezuzah (stukje uit de Torah moet bevatten) zodat vooral de mannen. (de vrouw staat spiritueel dichter bij de Eeuwige) continue herrinnerd worden aan de enigen God. Een vast moment in het Jodendom is in de ochtend een het moment is kort na het uit bed komen opgezegd wordt.
"Ik dank U, levende eeuwige Koning
dat Ge in ontferming mijn ziel weer in mij hebt doen terugkeren,
Uw trouw is zo groot.
Mijn God, de ziel die Ge in me hebt gegeven is rein;
Gij hebt haar geschapen, Gij hebt haar gevormd en Gij hebt haar in mij geblazen.
Gij behoedt haar in mij.
In de toekomst neemt Gij haar weer van me weg, om haar eens in mij terug te doen keren.
Zolang die ziel in mij is, sta ik in dank voor U,
Heer mijn God en God van mijn vaderen, Heer van alle gebeuren, Meester van alle zielen.
Gezegend Gij Heer, die de zielen doet terugkeren in dode lichamen."
Deze tekst is dan de Nederlandstalige versie maar standaard is deze in het Hebreeuws.
Het is niet een 'vanzelfsprekendheid' dat we in de ochtend weer opstaan. Het is een gunst van Boven. In het verleden was (en misschien is) ook binnen het Christendom zo dat er gebed is, meestal echter voor het slapen gaan. Ik kan mezelf niet herinneren dat ik door mijn ouders voorgehouden ben de ochtend met Hem te beginnen, wel aan tafel tijdens het ontbijt werd er gebeden. Heel vroeger bad men zelfs langs het koren veld voordat het koren binnengehaald werd ging men eerst in gebed. Boven de keukentafel in het huis van mijn oma preikte een geborduurde tekst "God is mijn heil!) We kunnen van het (orthodoxe) Jodendom meer leren dan dat 'we' zouden denken! En ter harte nemen...
Wist je dat vroeger in de kerk mannen en vrouwen in gescheiden banken zaten, vrouwen bijvoorbeeld links en mannen rechts. Oorsprong is het Jodendom waar dit zeker bij de orthodoxen nog steeds gebruikt wordt. In de orthodoxe synagogen is er een afscheiding (bv gordijn) zodat, en nu zeg ik dit maar even in eigen woorden niet naar de vrouwen kan worden gekeken (dat kan de mannen afhouden van de focus op de Torah...) In orthodoxe kerkelijke gemeenten draagt de vrouw een hoed (en uiteraard met ingetogen nette vrouwelijke kleding!) Die hoed kenmerkt(e) de onderdanigheid aan haar man. Hij is het hoofd, maar ook de heiligheid van God. Dat onderdanige is 'natuurlijk' vandaag de dag achterhaald, maar je kunt het in het moderne leven nog steeds op een andere wijze invullen. Die invulling ga ik niet 'voorschrijven'. Ook dit komt weer direct voort uit het Jodendom, waar de vrouw geestelijk trouwens hoger en ontvankelijker geacht wordt in de ogen van God. (voor mannen en vrouwen gelden dus ook religieus andere voorschriften, helaas voor de man, daarvoor zijn de voorschriften strenger...) En een gehuwde Joods (orthodoxe) vrouw afhankelijk van haar afkomst Askenazich of Sefeardisch heeft een hoofdoek of een pruik. Daarmee laat ze ook zien ik ben met hem gehuwd, en ik zal hem trouw blijven. Ja, de huwelijkse trouw... In de naburige kerkelijke gemeente van Driebergen waar mijn oom kerkte stond tot laat in de jaren 90 een bord op de deur: "Vrouwen zonder hoed worden tot dit kerkgebouw niet toegelaten". De man uit zal gaan uit zijn gezin waar hij is opgegroeid en een vrouw zal aanhangen en zij zullen samen 1 zijn. Dat klinkt allemaal ouderwets, achterhaald etc. De wijsheid van de Allerhoogste Heer is nooit achterhaald. We lezen in Genesis (Beresjiet) het eerste Bijbelboek (van de Torah) dat de vrouw uit de man geschapen is en zoals het er staat vlees van mijn vlees en been van mijn been. God gaf Eva aan Adam (los van namen die in het Hebreeuws een betekenis hebben en vaak ook veel rijker zijn) En God stelde Eva aan Adam voor. (daarvoor had Adam geen vrouw, terwijl God van alle dieren een tweetal mannelijk en vrouwelijk had geschapen) Die onderdanigheid is dus geen 'dwang' dat de vrouw niets meer mag en het keuken en het aanrecht zou hebben en het bed! Dat is nou precies de vrouw zwaar tekort doen. In het jodendom is bijvoorbeeld het hebben van gemeenschap tussen man en vrouw een eis! (maar wel op een zuivere wijze) En zonder meer zijn er echt zowel fysieke als ook geestelijke verschillen tussen man en vrouw: Man en Vrouw schiep God waarbij de vrouw een hulpe is voor de man. Dat klinkt als iets uit slechts een lang verleden. De vrouw is bijzonder en uniek en juist geschapen! En de man heeft haar te behagen. Andersom is het de vrouw die op haar manier dingen toevoegt en niet alleen er is voor de lust. Ze is een sierraad.
Wat 'we' of velen vergeten zijn is te leven overeenkomstig de wil van de Eeuwige. En Hij is de heilige God die ons schiep naar Zijn evenbeeld. Ook wij kunnen nog veel leren van bijvoorbeeld de Torah, en de andere boeken zoals de Talmoed, de Midrasj en andere geschriften.