Dit geslacht Schotman uit Ancum, Gerner en Dalfsen heeft - gedeeltelijk langs mannelijke lijn, gedeeltelijk langs vrouwelijk lijn - na 1800 een grote verspreiding gekregen: Kampen, Vollenhove, Arnhem, Rheden, Aalten, Leiden, Utrecht, en Nederlands Indië. Enige leden van dit geslacht hebben prominente functies vervuld, zoals gemeentesecretaris, hoofdofficier, accountant en burgemeester op Java.
Parenteel van Geert Jansen
I. Geert Jansen, geb. omstr. 1685.
Uit zijn relatie met Janna Harms:
1. Hermen Geerts, volgt IIa.
2. Grietje Schotman, geb. Dalfsen 1718, tr. Nieuwleusen 19 okt. 1742 Anthony Stolte, geb. Nieuwleusen.
3. Willemtien Geerts, volgt IIb.
Notitie bij het huwelijk van Anthony en Grietje: trouwt als Grietje Schotmans
IIa. Hermen Geerts Schotman, ged. Dalfsen 7 maart 1714, tr. 1741 Fennechje Gerrits, ged. Dalfsen (Gerner) 24 juli 1707, dr. van Geert Wychers en Geessien Derks en gesch. echtg. van Hendrick Claassen.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrikjen Schotman, ged. Dalfsen 12 okt. 1742.
2. Janna Schotman, ged. Dalfsen 15 nov. 1744.
3. Jan Hermen, volgt IIIa.
4. Grietje Schotman, ged. Dalfsen 11 jan. 1750.
5. Annechje Schotman, ged. Dalfsen 27 febr. 1752.
6. Gerrit, volgt IIIb.
Notitie bij Hermen Geerts: Hermen woonde te Dalfsen in de Broeckhuysen.
IIIa. Jan Hermen Schotman, ged. Dalfsen 5 juli 1747, † 1804, tr. Dalfsen 1 febr. 1777 Gerredina Gerrits, † Dalfsen 1809.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Hendrik Schotman, ged. Dalfsen 16 nov. 1777, † Wierden 7 febr. 1854.
2. Hermina Schotman, ged. Dalfsen 15 aug. 1779, tr. vóór 1802 Jan Harms.
3. Willemina Schotman, geb. Dalfsen 1786, † ald. 17 mei 1809.
Notitie bij Jan Hermen: Hij werd ook Jan Harms genoemd. Hij compareerde als koper te Dalfsen op 16 augustus 1788 en idem voor zijn dochter op 24 januari 1796. Op 2 januari 1802 erfde hij, evenals zijn dochter Hermina 50 gulden van het echtpaar Willem Jansen en Hendriena Lucas.
Notitie bij Gerredina: Ook genaamd Gerritdina, Gerrigje. Zij compareerde als weduwe te Dalfsen op 9 september 1804 en 14 mei 1805. Bij de laatste gelegenheid kocht ze een stuk land in de Hooyslagen van de erfgenamen van Margjen Snel.
Notitie bij het overlijden van Willem Hendrik: De overlijdensakte vermeldt: geboren te Dalfsen, 77 jaar oud. Ouders: Jan Schotman en Johanna Wilhelmina Bloemendal, beiden overleden en weduwnaar van Gerritdina Regtere. Dit klopt niet helemaal. Het lijkt alsof de moeder verwisseld is met de echtgenote. Waarschijnlijk geen kinderen. Aangegeven door de buren, waaronder Marten Schotman, niet verwant. (zie genealogie J).
Notitie bij Willemina: Het is nog onzeker of Willemina tot dit deze familie behoort.
IIIb. Gerrit Schotman, ged. Dalfsen 4 aug. 1754, † vóór 1788, tr. Dalfsen 12 april 1777 Johanna Neervoorts, geb. Dalfsen 1753, † ald. 11 nov. 1840, dr. van Arend Neervoort en Dirkjen Gerrits; zij hertr. Dalfsen 26 april 1788 Roelof Hogezand.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Jan, volgt IVa.
2. Willem Hendrik Schotman, ged. Dalfsen 5 dec. 1779.
3. Herman, volgt IVb.
4. Willem Schotman, geb. Dalfsen 28 maart 1784, bakker, † Dalfsen 25 okt. 1838.
5. Dirkje Schotman, ged. Dalfsen 21 mei 1786.
Notitie bij Johanna: Ook Janna of Hendrika Johanna genaamd.
Notitie bij Willem: Willem bleef ongehuwd.
IVa. Gerrit Jan Schotman, ged. Dalfsen 24 mei 1778, bakker, † Ittersum (Zwollerkerspel) 12 nov. 1818, tr. 1e vóór 1803 Sibilla Willems Maaskamp, ged. Vollenhove 3 nov. 1771, † ald. 31 jan. 1815, dr. van Willem Everts en Johanna Florentina Jalink; tr. 2e vóór 1815 Theodora Jacoba Planten, geb. Doetinchem 1785, winkeliersche te Vollenhove, † Doetinchem 9 jan. 1850; zij hertr. 22 febr. 1823 Reijnier Sevink.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johanna Hendrika, volgt Va.
2. Johanna Florentina, volgt Vb.
3. Willem Schotman, geb. Stad Vollenhove 5 nov. 1806, bakker, † Oldemarkt 29 april 1880, tr. Oldemarkt 15 dec. 1839 Vroukje Bramer, geb. Oldemarkt 24 febr. 1796, bakkersche, † Oldemarkt 18 nov. 1881, dr. van Peter en Elisabeth Steenbeek en wed. van Hendrik Mulder.
4. Johanna Geertruida Schotman, geb. Vollenhove 27 dec. 1808.
Uit het tweede huwelijk:
5. Gerrit Arnoldus, volgt Vc.
6. Gerrit Jan Schotman, geb. Stad Vollenhove 6 nov. 1813, † Doetinchem Stad 1 nov. 1843.
7. Hermen, volgt Vd.
8. Theodorus Jacobus, volgt Ve.
9. Roelof, volgt Vf.
Notitie bij Sibilla Willems: Ook Lubbigjen genoemd.
Notitie bij Theodora Jacoba: Op 13 maart 1821 wordt het huis dat Theodora Jacoba Planten als weduwe en boedelhoudster van wijlen G.J. Schotman bewoond in Vollenhove in de Kerkstraat per executie verkocht. De inbeslagname is gedaan op 21 februari 1821 door de deurwaarder in opdracht van de hypotheken te Zwolle.
Notitie bij Willem: Op 5 augustus 1835 met attest naar Kuinre.
Na zijn overlijden werd op 10 december 1881 de bakkerij verkocht. Een winkelhuis, met schuur erf en tuin ter Oldemarkt, Groot 11 aren, 60 centiaren waarin sedert onheuglijke jaren een flink beklante bakkerij werd en nog wordt gedreven.
Notitie bij het overlijden van Gerrit Jan: In ovl akte staat dat de moeder is: Theodora Jacoba Planken. Dit moet Sibilla Maaskamp zijn gelet op de overige data.
Va. Johanna Hendrika Schotman, geb. Vollenhove 16 febr. 1803, dienstmaagd, † Avereest 12 maart 1848, tr. Hasselt 29 april 1826 Berend Beatrix Breman, geb. Hasselt 5 dec. 1803, timmerman te Avereest, † Avereest 27 aug. 1863, zn. van Gerrit en Zwaantje Karsten; hij hertr. Avereest 16 juli 1853 Gerritdina Nijboer.
Uit dit huwelijk:
1. Florentina Johanna Breman, geb. Hasselt 1828, † Avereest 30 jan. 1850.
2. Zwaantje Breman, geb. Hasselt 1831, dienstmeid, † Avereest 14 dec. 1857, tr. Avereest 23 mei 1852 Albertus ten Hartog, geb. Hoogeveen 1828, kleermaker, zn. van Gerrit en Gerarde Kuiper; hij hertr. Avereest 29 juli 1858 Aaltje Breman (Va,5).
3. Gerrigje Sebilla Breman, geb. Hasselt 1834, koopvrouw, † Hoog Zuthem -Zwollerkerspel 14 aug. 1915, tr. 1e Avereest 26 mei 1855 Albertus Goldbach, geb. Coevorden 1829, † vóór 1884, zn. van Pieter en Gerritdina Nijboer; tr. 2e Zwollerkerspel 8 mei 1884 Hendrik Jan van Dijk, geb. Hoog-Zuthem (Zwollerkerspel) 1852, boerenknecht, zn. van Willem en Janna van der Meulen.
4. Ahasueros Breman, geb. Hasselt 1835, † ald. 2 januari 1836.
5. Aaltje Breman, geb. Hasselt 1837, naaister, † Enschede 1 okt. 1914, tr. 1e Avereest 29 juli 1858 Albertus ten Hartog, geb. Hoogeveen 1828, kleermaker, zn. van Gerrit en Gerarde Kuiper en wedr. van Zwaantje Breman (Va,2); tr. 2e Avereest 22 dec. 1887 Hendrik Kleinmeijer, geb. Avereest 1839, arbeider, zn. van Jacobus en Hendrikje Oosting en gesch. echtg. van Lubbertje van de Riet.
6. Willemina Breman, geb. Hasselt 1840, † Avereest 13 jan. 1923.
7. Ahasveros Breman, geb. Hasselt 1842, arbeider, † Emmen 1 okt. 1917, tr. 1e Berendina Reinink, † vóór 1917; tr. 2e ’s-Hertogenbosch 25 mei 1898 Maria Barten, geb. Rheden.
8. Fenna Gezina Breman, geb. Hasselt 16 juni 1845, † ald. 18 juni 1845.
Notitie bij Johanna Hendrika: Vertrokken naar Amsterdam. Belijdenis Vollenhove 20 maart 1823.
Vb. Johanna Florentina Schotman, geb. Vollenhove 13 aug. 1804, † Aalten 13 april 1834, tr. Aalten 31 jan. 1834 Herman Reint Nieuwerth, geb. Almelo 5 april 1807, ondermeester 1834-, hoofdonderwijzer te Aalten 1835-, † Aalten 10 febr. 1882, zn. van Johan Reinhard en Christina Kamerling.
Uit dit huwelijk:
1. Florentina Gesina Hermanna Gerharda Nieuwerth, geb. Aalten 1834, † ald. 22 maart 1848.
2. Florentina Hermanna Gesina Gerharda Nieuwerth, geb. Aalten 12 april 1834, † ald. 13 nov. 1906, tr. Aalten 18 maart 1859 Jan Willem Kempers, geb. Aalten 1835, klompenmaker 1859-, † vóór 1906, zn. van Jacobus Gerhardus en Janna Berendina te Hennepe.
Notitie bij Johanna Florentina: Johanna en haar echtgenoot hebben ingewoond bij haar oom en onderwijzer Herman Schotman en tante Hendrika Hesselink.
Vc. Gerrit Arnoldus Schotman, geb. Stad Vollenhove 1 dec. 1811, belastingambtenaar, winkelier 1858-, † Rheden 24 juli 1863, tr. Linden (NB) 29 juni 1848 Anna Maria Muis, geb. Bourtange (Vlagtwedde) 22 april 1818, † Rheden 16 juli 1858, dr. van Herman Hendrik en Antonia Beastoret.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Jan Arnoldus, volgt VIa.
2 Herman Hendrik Antonie Schotman, geb. Linden (NB) 10 sept. 1850, molenaarsknecht 1870-, † Ellecom (Rheden) 22 febr. 1873.
3. Theodorus Jacobus Schotman, geb. Oeffelt 28 mei 1852, smidsknecht 1871-, tuinknecht 1875-.
4. levenloos geboren dochter Schotman, geb. Rheden 15 maart 1854, † ald. 15 maart 1854.
5. Marinus Adrianus, volgt VIb.
6. Gerrit Arnoldus Schotman, geb. Rheden 6 juli 1857, † ald. 14 jan. 1858.
7. levenloos geboren zoon Schotman, geb. Rheden 16 juli 1858, † ald. 16 juli 1858.
Notitie bij Gerrit Arnoldus: Gerrit Arnoldus werd op 6 november 1829 onder order van de directeur van de Marine voor een periode van 6 jaar aangenomen aan boord van Z.M. Korvet Pollux. Zijn signalement was: lengte een el en 5 palmen; blond haar en blauwe ogen; kin en aangezigt rond en neus en mond ’ordinair’ en wenkbrauwen blond. Bij indiensttreding gaf hij aan schilder te zijn. Hij had in Deudekum (Doetinchem) gewoond.
Hij kreeg bij KB van 26 mei 1854 een pensioen toegekend van 119 gulden wegens lichaamsgebreken. Zijn laatste functie was commies der 3e klasse te Rheden.
VIa. Gerrit Jan Arnoldus Schotman, geb. Groot Linden (N.BR.) 13 maart 1849, kanonnier bij de Artillerie 1865-, foerier der artillerie 1871-, 2e luitenant kwartiermeester 1871-, 2e luitenant kwartiermeester 1875-, 1e luitenant kwartiermeester 1875-, Kapitein kwartiermeester 1881-, Majoor intendant 1892-, † Batavia (Weltevreden) 21 juli 1906, tr. Batavia 27 juni 1874 Johanna Petronella Hendrika de Lassasie, geb. 23 dec. 1854, zonder, † Weltevreden N. I. 18 juli 1919.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes Marinus Adrianus Schotman, geb. Batavia 23 juli 1875, † Batavia Weltevreden GS 1 mei 1878.
2. Anna Maria Carolina Schotman, geb. Salatiga (N.I.) 30 maart 1877, † ald. 25 juli 1877.
3. Georgine Emilie Adele Schotman, geb. Batavia (N.I.) 11 mei 1878, † Batavia Weltevreden NI 16 mei 1878.
4. Eugenie Josephina Theodora, volgt VIIa.
5. Elisa Susanna Maria Schotman, geb. Batavia (N.I.) 3 mei 1881, † Ambarawa (N.I.) 10 jan. 1883.
6. Gerrit Jan Arnoldus Schotman, geb. Amsterdam 7 jan. 1885.
7. Cato Eleonara Helena Schotman, geb. Semarang (N.I.) 3 febr. 1886, tr. Batavia 8 febr. 1911 Hendrik Marinus Staverman, geb. Nijmegen 7 dec. 1878, handelsreiziger, † den Haag 8 juni 1954, zn. van Wennemar Hendrik en Josephina Rosina Osten. [Weltevreden 1908-]
8. Sidonie Agnese Cecile Schotman, geb. Semarang (N.I.) 24 aug. 1887, klerk bij de post en telegraafdienst te Weltevreden (N.I) -1911, † Pedang ( N.I.) 5 nov. 1912, tr. Batavia 28 nov. 1910 Antonie Mozes van Eekhout.
9. Johannes Petrus Hendrikus, volgt VIIb.
10. Louise Maria Carolina Schotman, geb. Bandjermassin (N.I.) 27 augustus 1892, † ald. 10 sept. 1892.
11. Christina Frederika Wilhelm Schotman, geb. Semarang 18 nov. 1893, † Weltevreden, Batavia 1 april 1930, begr. op Tanahabang Weltevreden Batavia afdeling X, tr. Batavia 1 dec. 1919 O.B. Claessen.
Notitie bij Gerrit Jan Arnoldus: Gerrit Jan Arnoldus is bij de Artillerie Instructie Compagnie op 17 januari 1865, vrijwillig geëngageerd als kanonnier voor tien jaren. Hij werd op 3 juli 1866 titulair korporaal. Op 9 maart 1867 overgegaan bij het 3e regiment Vesting Artillerie. Daarna werd hij korporaal op 9 maart 1867. Op 25 mei van dat jaar ging hij over naar het Koloniaal werfdepot met een vrijwillige verbintenis van 6 jaar bij de koloniale beroepen ingaande met de dag van inscheping met 200 gulden gratificatie. Per 01 augustus 1867 ging hij aan boord van het schip Lichtstraal te Brouwershaven. Hij vertrok op 29 oktober 1867 naar Indië (Batavia). Gedurende zijn militaire loopbaan was hij 15 jaar onafgebroken in Nederlandsch Indië in dienst. Hierdoor kon hij op 16 juni 1883 met het stoomschip Conrad vanuit Batavia voor 2 jaar op vakantie naar Nederland met zijn gezin. 24 juni 1885 kwam hij met zijn gezin met het Nederlands stoomschip Utrecht weer terug in Batavia. Per 13 juli 1885 bleek dat er voor zijn functie geen werk was en werd hij op non-activiteit gezet. Na 2 maanden wordt hij in september geplaatst in Semarang. Na een periode werkzaam te zijn geweest op diverse locaties mogelijk t.g.v. een disciplinaire maatregel waarbij hij werd teruggeplaatst in de rang van kapitein-kwartiermaker, werd hij op 10 augustus 1892 toch nog bevorderd tot majoor Intendant. Hiervoor en hierna leverde hij een lange juridische strijd met zijn werkgever wegens de onterechte degradatie en hiermee gepaard gaande inkomensverlies van ongeveer 50 gulden per maand. Eind december 1892 valt in zijn badkamer. Hij bezeerd zich zodanig dat hij direct naar een koeler klimaat is gezonden voor de periode van een maand. Het laat zich echter aanzien dat dit wel langer zal gaan duren. Op 2 april 1896 wordt hij eervol ontslagen uit HM militairen dienst, wegens een volbrachte diensttijd.
Hij was 2e secretaris van de Semarangsche Hulpbank en later lid van de commissarissen van toezicht van deze bank
Notitie bij het overlijden van Gerrit Jan Arnoldus: Gerrit Jan is in een familiegraf begraven met zijn echtgenote.
Notitie bij het overlijden van Anna Maria Carolina: Salatiga in Gouvernement Semarang
Notitie bij het huwelijk van Hendrik Marimus en Cato Eleonara Helena: De verloving was op 10 juni 1908 vlgs een advertentie in het Nieuws van de dag in N.I.
VIIA. Eugenie Josephina Theodora Schotman, geb. Kendal (N.I.) 17 juni 1879, † Batavia (N.I.) 13 juni 1916, begr. Batavia Weltevreden, tr. Batavia 5 juli 1909 Adolf Heinrich Quebe, geb. Poerwodadi, Semarang N.I. 31 okt. 1881, † Batavia (N.I) 25 juli 1949.
Uit dit huwelijk:
Eugène Adolf Quebe, geb. Batavia (N.I) 19 juni 1910, † Amsterdam 26 jan. 1981.
Notitie bij het overlijden van Eugenie Josephina Theodora: Grafschrift begraafplaats Tanahabang Wetevreden (afdeling II):
Hier rust Eugenie Quebe Schotman, geboren te Plantoengan 13-06-1879. Overleden te Batavia 13-06-1916. R.I.P.
Notitie bij het huwelijk van Adolf Heinrich en Eugenie Josephina Theodora: Het huwelijk werd voltrokken op den 5den Juli des namiddags ten 6 ure ten huize van Mevr. Van Elsbroek, Gang Patjenongan No. 5. Er was geen receptie.
VIIb. Johannes Petrus Hendrikus Schotman, tr. 1e Charlotte Elisabeth Bloem; tr. 2e A.H. Versteegh-Doeve.
Uit het eerste huwelijk:
J. Ch. Schotman, geb. 1923, † Soerabaja 18 juni 1937.
VIb. Marinus Adrianus Schotman, geb. Rheden 8 juli 1855, leraar Engels te Curaçao, onderwijzer te Noordwijk., † Breda 25 maart 1929, tr. Noordwijk-Binnen 23 dec.1886 Carolina Wilhelmina Grullemans, geb. Noordwijk 5 sept. 1858, † Ginneken & Bavel 25 mei 1929, dr. van Jan Jacobus en Petronella van Hemert.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Jacobus Schotman, geb. Curaçao 8 febr. 1888, † Amsterdam 11 april 1911.
2. Arnoldus Gerrit Schotman, geb. Curaçao 26 febr. 1889, † ald. 17 juli 1889.
3. Marinus Adrianaus Schotman, geb. Curaçao 10 juni 1890, † ald. 10 nov. 1890.
4. Anna Maria Schotman, geb. Curaçao 23 aug. 1891, † Amsterdam 9 april 1911.
5. Helena Adriana Schotman, geb. Curaçao 23 juni 1894, telefoniste, † Heemstede 7 juni 1970, tr. Amsterdam 10 mei 1918 Dr. Jacobus Cornelis Stefels, geb. Amsterdam 25 nov. 1892, veearts 1918-, Militair paardenarts 1e klasse 1923-, Kolonel-veterinair-arts 1940-, dierenarts te Heemstede 1940-, † Heemstede 3 juni 1971, zn. van Hendrik en Cornelia Jacoba Kerssemeijer.
6. Addick Adrianus Catrinus Oneïdus Schotman, geb. Curaçao 1 maart 1896.
Notitie bij Marinus Adrianus: Hij werd na zijn huwelijk leraar Engels te Curaçao. Hij repatrieerde in 1896 met zijn gezin. In juni 1903 werd hem wegens gezondheidsklachten een jaar verlof in Nederland toegekend. Hij kwam in januari 1909 wegens verleend ziekenverlof van een jaar terug en vestigde zich toen in Leiden.
Hij staat vermeld op de passagierslijst van het schip ’de Prins Maurits’ dat op 13 juni 1908 uit Port-au-Prince, Quest, Haiti in New-York aankwam. Als verblijfplaats wordt Curaçao vermeld. In 1913 wordt hij in Nederland afgekeurd voor verdere dienst in de kolonie.
Notitie bij het huwelijk van Jacobus Cornelis en Helena Adriana: Uit dit huwelijk een adoptief dochter: J.H.. Zij trouwde met Mr. R.M.van der Meulen, wonende te Bentveld.
Notitie bij Addick Adrianus Catrinus Oneïdus: Drie maanden na de geboorte van Adrianus Catrinus is bij vonnis van 12-06-1896 toestemming verleend om bij de voornamen van het hierin genoemde kind die van Catrinus Oneïdus te voegen zodat het kind voortaan de voornamen Addick Adrianus Catrinus Oneïdus zal dragen. Hij doorloopt 3 klassen van de HBS en wordt op 28 mei 1915 afgekeurd voor de dienstplicht wegens asthma.
Addick werkte van 27 november 1916 tot 26 september 1919 bij de Staatsspoorwegen in een administratieve functie, het laatst als klerk. Hij gaf aan dat hij naast het Nederlands, ook Frans, Engels en Duits sprak.
Op 30 mei 1917 slaagt hij voor het examen klerk-telegrafist bij de Staatsspoorwegen en woont dan in Waalwijk-Besoijen.
Addictus staat in het bevolkingsregister van Middelburg (1900-1937) vermeld als inwoner onder de naam Addictus Adrianus Catrinus Onedus. Onbekend is nog wanneer en hoelang hij in deze periode hier gewoond heeft. Hij woonde verder te den Haag, huwde daar en had geen kinderen.
"Vonnis d.d. 12-06-1896
Vd. Hermen Schotman, geb. Stad Vollenhove 4 nov. 1815, ged. Vollenhove 29 nov. 1815, timmerman 1850-, † Arnhem 29 jan. 1895, tr. Renkum 16 maart 1850 Anna of Antje Karel, geb. Arnhem 10 aug. 1823, dienstmeid, † Arnhem 11 dec. 1906, dr. van Teunis en Gijske Vermeer.
Uit dit huwelijk:
1. Theodora Jacoba Schotman, geb. Arnhem 20 jan. 1851, † ald. 13 mei 1866.
2. Teunis, volgt VIc.
3. Gerrit Jan Schotman, geb. Arnhem 22 aug. 1855, pakhuisknecht 1880-, † Arnhem 5 juni 1924, tr. Arnhem 20 okt. 1880 Derkje Berger, geb. Arnhem 1843, naaister 1880-, † Arnhem 17 aug. 1903, dr. van Derk en Derris Ter Maat en wed. van Christiaan Jan Martens.
4. Gijsberta Schotman, geb. Arnhem 29 okt. 1858, † ald. 22 aug. 1862.
5. Herman, volgt VId.
Notitie bij Anna of Antje: Antje is overleden in het Protestantsch Bestedelingenhuis aan de Spijkerstraat te Arnhem.
Een bestedeling is iemand die wordt uitbesteed. Dat wil zeggen, zorg voor zijn of haar kost en inwoning. Door de gemeente of vaker nog door de kerk of een speciaal daarvoor opgerichte stichting. De uitbesteding vond soms plaats bij particulieren, vaker werden mensen die niet in staat waren in hun eigen levensonderhoud te voorzien opgevangen in huizen: gasthuis of bestedelingenhuis genaamd. Ook in het Spijkerkwartier was zo’n huis waar bejaarden en wezen werden opgevangen.
Notitie bij het overlijden van Anna of Antje: Antje is overleden in het Protestantsch Bestedelingenhuis aan de Spijkerstraat te Arnhem.
Een bestedeling is iemand die wordt uitbesteed. Dat wil zeggen, zorg voor zijn of haar kost en inwoning. Door de gemeente of vaker nog door de kerk of een speciaal daarvoor opgerichte stichting. De uitbesteding vond soms plaats bij particulieren, vaker werden mensen die niet in staat waren in hun eigen levensonderhoud te voorzien opgevangen in huizen: gasthuis of bestedelingenhuis genaamd. Ook in het Spijkerkwartier was zo’n huis waar bejaarden en wezen werden opgevangen.
In 1840 besloten de Hervormde en de Lutherse Gemeente in Arnhem de handen ineen te slaan op het punt van de armenzorg en samen een bestedelingenhuis te stichten. Het eerste huis werd gebouwd ten noorden van de Roggestraat in de buurt van de Willemskazerne (nu Gele Rijdersplein). Na twintig jaar was het huis te klein en de bouw van een groter onderkomen was noodzakelijk. Daarvoor werd een in die tijd bekende architect aangetrokken: L.H. Eberson (1822-1889), een getalenteerd ontwerper en bovendien een geslaagd zakenman. Hij tekende onder andere voor de Koninklijke Stallen in Den Haag (1879) en bouwde veel in wat bekend staat als gemengde stijl of met een duur woord: eclecticisme.
In 1866 werd aan de Spijkerstraat tegenover de Driekoningenstraat het nieuwe complex van het Protestants Bestedelingenhuis in gebruik genomen onder het devies: "Het goede, hetwelk bestaat bewaren; het gebrekkige verbeteren; het betere tot verdere ontwikkeling brengen". In het huis kon aan 100 bejaarden en aan 100 kinderen onderdak worden geboden. Dat gebeurde volgens de opvattingen van die tijd in twee geheel gescheiden gedeelten, een voor de ouderen en een voor de kinderen. Er was in ieder gedeelte een gemeenschappelijke eetzaal, maar in de slaapzalen waren de geslachten uiteraard weer streng gescheiden.
VIc. Teunis Schotman, geb. Arnhem 22 maart 1853, tuinder en timmerman, † Utrecht 11 nov. 1945, begr. Utrecht, Tolsteeg, tr. 1e Utrecht 18 mei 1881 Geertruida Susanna van Leeuwen, geb. Utrecht 2 okt. 1855, † ald. 19 maart 1884, dr. van Arie en Hendrika van Veen; tr. 2e Utrecht 23 mei 1888 Catharina Wilhelmina Johanna van Luijn, geb. Utrecht 6 juli 1863, † ald. 10 juni 1941, begr. Utrecht, Tolsteeg, dr. van Jan en Jantje van Egmond.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antoinetta Theodora, volgt VIIc.
Uit het tweede huwelijk:
2. Herman, volgt VIId.
3. Jan Schotman, geb. Utrecht 19 okt. 1890, † ald. 7 febr. 1892.
4. Jansje Schotman, geb. Utrecht 1 mei 1892, † ald. 13 sept. 1893.
5. Jan Schotman, geb. Utrecht 25 aug. 1894, 1dst. sergeant KNIL, onderwijzer neutraal bijzonder onderwijs, † nabij Benkoelen a/b Junyo Maru 18 sept. 1944, begr. Zeemansgraf in de Indische Oceaan. 18 sept. 1944, tr. Baarn 28 juli 1921 Cornelia de Graaf, geb. Baarn 27 aug. 1897, dr. van Hendrik en Catharina van Waard.
6. Catharina Wilhelmina Johanna Schotman, geb. Utrecht 21 aug. 1896, † 15 juli 1988, begr. RK Begraafplaats Bussum, tr. Adriaan J van de Velde, geb. 7 maart 1899, † 7 febr. 1963, begr. RK Begraafplaats Bussum.
7. Jannetje Schotman, geb. Utrecht 21 aug. 1896.
8. Anton Johannes Schotman, geb. Utrecht 10 aug. 1898.
Notitie bij het huwelijk van Geertruida Susanna en Teunis: De huwelijksakte met Geertruida van leeuwen werd door de echtelieden en de beide vaders getekend. De twee moeders konden niet schrijven.
Notitie bij Jan: Hij was aan boord van de Junyo Maru samen met Adriaan Denis Schotman een achterneef, die op dezelfde dag overleed. (zie uitgebreid verslag bij Adriaan Denis). Jan had interneringsnummer 18637. Hij was sergeant.
VIIc. Antoinetta Theodora Schotman, geb. Utrecht 11 febr. 1882, † Leiden 25 juli 1954, begr. Begraafplaats Rhijnhof Leiden 29 juli 1954, tr. Leiden 8 aug. 1906 (kerkelijk Leiden in de Kerk Steenschuur 8 aug. 1806) Cornelis Hendrik Overduin, geb. Leiden 21 maart 1880, Manufacturier, koopman 1910-, † Leiden 7 aug. 1955, zn. van Johannes en Anna Haasbeek.
Uit dit huwelijk:
1. Anna Overduin, geb. Leiden 6 dec. 1907, tr. Leiden 27 aug. 1930 Maarten van der Keur.
2. Geertruida Susanne Overduin, geb. Leiden 26 dec. 1908, tr. Leiden 15 mei 1939 J.H. Meerdink.
3. Margaretha Overduin, geb. Leiden 16 maart 1910, † 23 jan. 1978, begr. Begraafplaats Rhijnhof Leiden.
4. Teunis Overduin, tr. A.G. Aangeenbrug.
5. Johannes Overduin, geb. Leiden 14 jan. 1913.
6. Antoinetta Theodora Overduin, geb. Leiden 10 maart 1918.
7. Engelina Overduin, geb. Leiden 3 juli 1919. [Zeist]
8. Jacobus Overduin, geb. Leiden 15 juli 1920, tr. E. Koster.
9. Cornelis Hendrik Overduin, geb. Leiden 26 juni 1922, † ald. 6 aug. 1922.
10. Cornelia Hendrika Overduin, tr. Cornelis M. Barning, zn. van Wilhelmus Johannes Maria en W.A. Hintelaar.
VIId. Herman Schotman, geb. Utrecht 16 april 1889, accountant, Res. 1e Luitenant der Infanterie 1918-, † 8 jan. 1976, begr. Utrecht, 3e begraafplaats Tolsteeg, tr. Rotterdam 1 aug. 1918 Wilhelmina Johanna Rijken, geb. Rotterdam 23 juli 1887, dr. van Johannes Lambertus en Jacoba Johanna Broodman en gesch. echtg. van Jacobus Gerhardus de Jongh. [den Haag 1929-]
Uit dit huwelijk:
Herman Anton Johan Schotman, geb. Rotterdam 28 okt. 1918.
Notitie bij het huwelijk van Wilhelmina Johanna en Herman: Afkondiging huwelijk in Rotterdam en Schoten(NH), waar Herman toen woonde, op 20 juli 1918.
Notitie bij Herman Anton Johan: Op 4 maart 1958 vond er een executieverkoop plaats van enkele roerende goederen bestaande uit: meubilaire goederen en wat verder tevoorschijn zal worden gebracht ten laste van H.A.J. Schotman, door de deurwaarder van Doorn op de Regentesselaan 359 te den Haag.
VId. Herman Schotman, geb. Arnhem 19 mei 1862, timmerman 1897-, winkelier 1910-1916, † Arnhem 22 april 1916, tr. Arnhem 26 mei 1897 Pieternella Adriana van Heyzen, geb. Brielle 14 aug. 1872, dienstbode 1897-, winkelierster 1897-1926, † Arnhem 7 juli 1926, dr. van Jannetje van Heijzen.
Uit dit huwelijk:
1. Herman, volgt VIIe.
2. Johannes, volgt VIIf.
3. Anna Pieternella, volgt VIIg.
4. Pieter Schotman, geboren Arnhem 25 sept. 1910.
Notitie bij Pieternella Adriana: Bij huwelijk was ze de meerderjarige niet erkende natuurlijke dochter van Jannetje van Heijzen uit Rotterdam.
Notitie bij de geboorte van Pieternella Adriana: Geboortedatum = 12 of 14 augustus 1872.
VIIe. Herman Schotman, geb. Arnhem 21 febr. 1898, tr. Doesburg 3 dec. 1926 Frederika Antonia Jansen, geb. Hummelo en Keppel 15 juli 1897.
Uit dit huwelijk:
1. Everdine Hermanna, volgt VIIIa.
2. Dirk Adriaan, volgt VIIIb.
VIIIa. Everdine Hermanna Schotman, geb. Doesburg 12 febr. 1928, † Wassenaar 25 mei 2008, tr. Derk Jan Somsen, zn. van Derk Jan en Aleida Gezina Stronks.
Uit dit huwelijk:
1. Irin Somsen.
2. Marnix Olaf Somsen.
3. Daniël Jasper Somsen.
VIIIb. Dirk Adriaan Schotman, geb. Doesburg 12 juni 1931, † Noordoostpolder 16 febr. 2000, tr. Annie Margaretha Jacoba van der Meer.
Uit dit huwelijk:
1. Martine Schotman.
2. Frank Herman Schotman.
VIIf. Johannes Schotman, geb. Arnhem 2 maart 1901, musicus, † Naarden 14 okt. 1979, begr. Crematorium Daelwijck te Utrecht 18 okt. 1979, tr. 1e Arnhem 29 mei 1929 Alida van Appel, geb. Driebergen 18 sept. 1903, † Hilversum 18 aug. 1976, begr. Crematorium Daelwijck te Utrecht 23 aug. 1976, dr. van Gerrit en Marigje van der Haar; tr. 2e M. Grossouw.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johan Adriaan Schotman, geb. Utrecht 18 april 1932, groothandelaar, directeur., † Kortenhoef 16 sept. 1960, begr. Hilversum, Noorderbegraafplaats 20 sept. 1960, tr. Sophia Louisa Cornelia de Paus, geb. 15 feb. 1939, † 9 dec. 2005, begr. Laren. dr. van M.J. en S.L.C. van Haarlem.
2. Alex Gert, volgt VIIIc.
3. Martin Albertus, volgt VIIId.
VIIIc.IIa. Alex Gert Schotman, geb. Hilversum 9 jan. 1936, † Blaricum 4 aug. 2022, tr. Marretje Landeweerd.
Uit dit huwelijk:
1. Alida Saskia Schotman geb. Hilversum 22 nov. 1964 † Teulada - Spanje 24 aug. 2023
2. Jacoba Ilva Schotman.
3. Sandra Monique Schotman.
VIIId. Martin Albertus Schotman, tr. A.H. Klop.
Uit dit huwelijk:
1. Frank Schotman.
2. Jan Willem Schotman.
VIIg. Anna Pieternella Schotman, geb. Arnhem 2 febr. 1904, † 12 febr. 1995, begr. Arnhem, Moscowa, tr. Gerhardus Hendrikus Beusker, geb. Arnhem 18 aug. 1896, † 22 mei 1959, begr. Arnhem, zn. van Gerhardus Hendrikus en Johanna van Baal.
Uit dit huwelijk:
Pieternella Adriana Beusker.
Ve. Theodorus Jacobus Schotman, geb. Stad Vollenhove 3 jan. 1817, smid 1854-, † Middachtersteeg-Rhenen 26 jan. 1855, tr. Rheden 31 okt. 1846 Johanna Theunissen, geb. De Steeg (Rheden) 24 nov. 1818, dr. van Teunis en Harmina Minkman; zij hertr. Rheden 5 juni 1856 Martinus Blankvoort.
Uit dit huwelijk:
1. Hermina, volgt VIe.
2. Theodora Jacoba, volgt VIf.
3. Teuntje Schotman, geb. Middachtersteeg-Rheden 24 jan. 1852, † ald. 5 nov. 1854.
4. Grada Johanna Schotman, geb. Middachtersteeg-Rheden 7 febr. 1854, † ald. 17 maart 1855.
VIe. Hermina Schotman, geb. Middachtersteeg-Rheden 8 sept. 1847, † Dieren 23 juli 1944, begr. Dieren Oude begraafplaats, tr. 1e Rheden 30 mei 1872 Barend van der Loo, geb. Dieren (Rheden) 10 maart 1843, timmerman 1872-, † Rheden 15 febr. 1876, zn. van Pieter en Jantje Havesma; tr. 2e Havikkerwaard (Rheden) 16 maart 1878 Theunis Zandbergen, geb. Havikkerwaard-Rheden 18 maart 1834, brugwachter 1878-, † Dieren (Rheden) 14 dec. 1915, begr. Dieren, Oude begraafplaats, zn. van Jan Willem en Hendrika Jalink.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Pieter van der Loo, geb. Rheden 1873, bakker 1895-, fabrikant 1895-1927, † Arnhem 14 nov. 1927, tr. Rheden 17 okt. 1895 Derkje Albers, geb. Dieren 1874, dienstbode 1895-, dr. van Hendrikus en Aaltje Beumer.
2. Theodorus Jacobus van der Loo, geb. Rheden 12 dec. 1874, bakker 1903-, † Velp 22 aug. 1950, tr. Arnhem 29 juli 1903 Willemina Hendrika Magendans, geb. Arnhem 1873, dr. van Evert en Hendrika Schol.
Uit het tweede huwelijk:
3. Jan Willem Zandbergen, geb. Rheden 1 jan. 1879.
4. Johanna Zandbergen, geb. Rheden 20 aug. 1880, tr. Rheden 15 mei 1913 Gerrit Dirk Ursinus, geb. Elst 1891, arbeider 1913-, zn. van Hermanus en Aaltje Daanen.
5. Theunis Zandbergen, geb. Rheden 14 mei 1883, bleeker 1885-, tr. Rheden 3 juni 1915 Johanna Wilhelmina Derksen, geb. Dieren 1885, dr. van Harmen en Hendrika Berendina Geverink.
6. Hendrika Hermina Zandbergen, geb. Dieren 19 jan. 1885, † Rheden 5 jan. 1886.
7. Gradus Zandbergen, geb. Rheden 28 juni 1886, † ald. 25 maart 1887.
8. Gradus Zandbergen, geb. Rheden 18 juli 1888.
9. Hendrikus Zandbergen, geb. Rheden 29 mei 1892, † Dieren (Rheden) 20 jan. 1893.
VIf. Theodora Jacoba Schotman, geb. Middachtersteeg-Rheden 2 febr. 1850, † Doesburg 17 dec. 1923, begr. Ellecom, tr. Rheden 19 juli 1877 Gerrit Kelderman, geb. Doetinchem-Stad 10 jan. 1849, timmerman 1877-1900, † Middachtersteeg-Rheden 16 maart 1900, begr. Ellecom, zn. van Jan Willem en Aleida Margaretha Seevink.
Uit dit huwelijk:
1. Aleida Margaretha Kelderman, geb. Rheden 26 sept. 1879, † Middachtersteeg-Rheden 30 maart 1905.
2. Johanna Kelderman, geb. Rheden 14 dec. 1880.
3. Theodora Jacoba Kelderman, geb. Middachtersteeg-Rheden 15 aug. 1882, † ald. 23 dec. 1883.
4. Jan Willem Kelderman, geb. Rheden 29 aug. 1883.
5. Theodora Jacoba Kelderman, geb. De Steeg (Rheden) 31 mei 1886, † Rheden 15 dec. 1888.
6. Gerarda Kelderman, geb. Rheden 30 okt. 1888, tr. Rheden 15 april 1915 Philippus Gastelaars, geb. den Haag 1891, drogist 1915-, zn. van Pieter Jacob en Margje de Vos.
7. Theodora Jacoba Kelderman, geb. Rheden 7 nov. 1889, tr. Rheden 7 aug. 1919 Johannes Borger, geb. den ham 1893, commies 1919-, zn. van Hermannus en Grietje de Lange.
8. Johanna Cornelia Kelderman, geb. Rheden 19 dec. 1890, tr. Rheden 12 sept. 1918 Peter Bijdam, geb. Arnhem 1888, groentehandelaar 1918-, zn. van Harmen en Maria Hendrika Terbeek.
Vf. Roelof Schotman, geb. Stad Vollenhove 2 okt. 1818, timmerman 1849-, pensionhouder 1849-, † Ellecom (Rheden) 10 mei 1907, begr. Ellecom, algemene begraafplaats, tr. Rheden 25 mei 1849 Alberdina Matser, geb. Rheden 2 nov. 1818, † Ellecom 16 juni 1888, begr. Ellecom, algemene begraafplaats, dr. van Wolter en Jansje (Jantje) Ronk.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Jan, volgt VIg.
2. Johanna Theodora Schotman, geb. Ellecom (Rheden) 14 aug. 1851, † Nijmegen 23 febr. 1932, begr. Begraafplaats Ellecom en de Steeg, tr. Rheden 11 nov. 1886 Pieter van Poelgeest, geb. Nieuwer Amstel 21 april 1849, Leerhandelaar 1886-, winkelier en schoenmaker. 1886-, zn. van Hendrik en Anna Margaretha Alderden.
3. Theodora Jacoba, volgt VIh.
4. Alberdina Schotman, geb. Ellecom (Rheden) 26 febr. 1860, Onderwijzeres, † Arnhem 3 juni 1938, begr. Oude begraafplaats Ellecom 7 juni 1938.
Notitie bij Roelof: Roelof bood regelmatig via advertenties in landelijke bladen pensionruimte aan in Ellecom bestaande uit 5 gemeubileerde kamers met keuken en tuintje met koepel.
Notitie bij Alberdina: Alberdina bleef ongehuwd en woonde te Ellecom, Dieren en Arnhem.
VIg. Gerrit Jan Schotman, geb. Ellecom (Rheden) 10 april 1850, opzichter 1877-, ingenieur bij de Staatsspoorwegen (hoofd)opzichter) 1877-, † Utrecht 24 mei 1879, tr. Rheden 9 mei 1877 Adriana de Meijere, geb. Zeist 1846, dr. van Adrianus en Denise Lijners. [Utrecht 1878-1879]
Uit dit huwelijk:
VIIh. Roelof Adriaan Schotman, geb. Utrecht 30 jan. 1878, onderwijzer 1899-, gouvernementsonderwijzer 1900-, onderwijzer der 3e Klasse aan de pupillenschool te Gombang Kedoe 1901-, waarnemend burgemeester van Cheribon -1926, burgemeester van Cheribon 1926-1928, burgemeester van Madioen 1928-1933, † New-York 10 nov. 1963, tr. 1e Wisch (Gld) 22 nov. 1900 Martha Hendrika Rendina Eisink, geb. Wisch (Gld) 1 febr. 1876, Onderwijzeres, † Ned. Indië, dr. van Johannes en Engelina Leopold; tr. 2e New York 1 nov. 1946 Simona Hendrika (Mona) Spoor, geb. Amsterdam 19 september 1905, naaldkunstenares † Orange Californie (USA) 12 januari 1995.
Uit het eerste huwelijk:
1. Engelina Adriana, volgt VIIIe.
2. Gilles Jan, volgt VIIIf.
3. Adriaan Dénis, volgt VIIIg.
Notitie bij Roelof Adriaan: Roelof Adriaan was vertegenwoordiger van het Nederlands Indisch Onderwijzersgenootschap en voorzitter van de Nederlands Indische Plantersbond te Bandoeng.
Na de H.B.S. te Utrecht volgde Roelof Adriaan de opleiding tot onderwijzer. Op 17 december 1897 werd hij voor de Nationale Militie afgekeurd wegens lichamelijke gebreken. Hij was toen 1 meter en 884 mm lang.
Van 1896 tot 1899 stond hij voor de klas in Doetinchem, waar hij de akten Frans, gymnastiek en de hoofdakte behaalde. Daarna ging hij over naar het M.U.L-onderwijs in Brummen. Eind 1900 scheepte hij zich in naar Nederlands Indië, waar hij tot 1925 onderwijzer was, o.a. in Semarang. De laatste 10 jaar als hoofd eener school in Batavia. In 1917 deed hij verwoede pogingen om tot gemeenteraadslid van Batavia te worden gekozen, hetgeen lukte en daarnaast was hij er vanaf 1921 waarnemend burgemeester.
De Leidsche Courant van 30 augustus 1922 meldt het volgende: Het bestuur der Indische Sociaal Democratische Partij heeft een zijner voormannen, den onderwijzer Schotman, een berisping doen toekomen, omdat hij zou meewerken aan een aubade op Koninginneverjaardag. Bij die aubade zouden de schoolkinderen het "Wilhelmus" zingen en de heer Schotman zou daartoe zijn diensten verlenen. Dit was volgens zijn bestuur niet oirbaar en hij kreeg een standje. De heer Schotman nam het niet en is uit de partij getreden.
Begin 1925 kreeg hij eervol ontslag als onderwijzer en werd (waarnemend) Burgemeester van Cheribon. Een door de gemeenteraad ingestelde commissie bracht op 5 december 1927 een rapport uit over de wijze waarop de burgemeester zijn ambt uitoefent. De slotsom luidde dat een langer aanblijven niet in het belang is van de gemeente. Begin 1928 werd zijn positie opgeheven.Toen werd hij als eerste burgemeester benoemd te Madioen op Oost Java. In 1933 is hij gepensioneerd.
Roelof Adriaan, door de familie aangesproken als Paatje (zijn echtgenote) als Maatje, was een bijzonder mens met een bijzondere geschiedenis, op een breekpunt van de geschiedenis.
Hij was ook in meerdere zin zijn tijd vooruit, leefde in Ned. Indië in een Latrelatie met zijn echtgenote, elk een eigen appartement in hetzelfde gebouw en wilde geen kruiwagen zijn voor zijn zonen.
Hij vertrok op 27 september 1941 uit Manilla Philippines aan boord van de ’President Coolidge’ en arriveerde op 23-oktober 1941 in San Francesco om als voorzitter van den Nederlandsch Indische Plantersbond de internationale arbeidsconferentie in de VS bij te wonen. Op zijn terugreis naar Nederlands-Indië is hij gestrand op het eiland Midway, in de noordeljke Stille Oceaan. Hij was aan boord van een Catalina vliegboot, die 7 december naar het eiland Wake vertrok, doch na de start werd teruggeroepen, i.v.m. de Japanse slag op Pearl Harbor. Deze Catalina vliegboot is op 8 december 1941 in een hangar op Midway door de Japanners ernstig beschadigd. De oorlogsdreiging op het eiland Midway was dusdanig dat Roelof Adriaan het eiland niet kon verlaten en 22 nachten tot aan de heupen in het water in een schuilloopgraaf heeft doorgebracht. Hij kon uiteindelijk terugkeren naar San Francisco, waar hij de pers meedeelde dat hij van plan was naar Washington te gaan en voegde daaraan toe: "Als ik niet naar huis kan gaan, hoop ik, dat men mij een baan zal kunnen geven, zodat ik kan helpen de de verduivelde Japs te verslaan". In december 1943 is hij secretaris van het Netherlands War Relieve Center te New-York, een stichting van Prinses Juliana, en maakt dan bekend dat er voor $ 170.000 aan medicijnen klaar ligt om verscheept te worden naar Nederland. Hierna volgt nog voor $ 80.000 aan vitamines. Daarnaast geeft hij lezingen als lector aan aan universiteit in New-York.
Op 4 augustus 1946 vertrekt hij met G.M. Schotman en G.J. Schotman met het schip de Tegelberg van Tandjong Priok naar Amsterdam, waar hij op 29 augustus 1946 aankomt.
Hij wordt in 1954 erelid van het jubilerende Nederlands Indisch Onderwijzers Genootschap.
Door de oorlog kon hij niet terug naar Nederlands-Indië of Nederland. Vanwege ernstige longproblemen kon hij ook slecht tegen het Nederlandse klimaat. Daarom heeft hij zich gevestigd in New York, is daar na het overlijden van zijn echtgenote in Ned. Indië, hertrouwd met schilderes Mona Spoor. Als lid van de Orde van Vrijmetselaren heeft hij zich jarenlang ingezet voor Nederlandse vrijmetselaars, die New York bezochten.
Notitie bij Martha Hendrika Rendina: Op 15 juli 1925 vertrok Martha met haar drie kinderen vanuit Batavia met de ss Koning Willem II naar Nederland.
VIIIe. Engelina Adriana Schotman, geb. Gambong (N.I) 27 mei 1902, † Amburawa kamp 6 (N.I) 21 aug. 1945, begr. Nederlands ereveld Kalibanteng Semarang, tr. Weltevreden, Batavia (N.I) 31 okt. 1929 Drs. in de Wis en Natuurkunde Eduard Jan Muller, geb. Voorhout 28 feb 1903, leraar wis en natuurkunde, employee Nillmij 1930-, † Pakan Baroe, kamp 2, Atjeh, Sumatra 1 sept. 1945, zn. van Johannes Franciscus en G van Lier.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes Franciscus, volgt IXa.
2. Martha Geertruida Muller.
Notitie bij Engelina Adriana: Engelina is overleden in krijgsgevangenschap. Ze laat 2 kinderen na die door bloedverwanten zijn opgenomen. Ze heten Muller.
Notitie bij Eduard Jan: Eduard Jan was leraar te Djokjakarta. Hij is overleden in het krijgsgevangenkamp bij de aanleg van de Pakan Baroe Spoorweg op Sumatra
VIIIg. Adriaan Dénis Schotman, geb. Tjandi (Semarang) 18 okt. 1907, 1dst. sergeant KNIL, † nabij Benkoelen a/b Junyo Maru 18 sept. 1944, begr. Zeemansgraf in deIndische Oceaan 18 sept. 1944, tr. Ermelo 18 sept. 1939 Johanna Geertruida Lammerts van Bueren, geb. Ermelo 15 mei 1916, † 20 juli 2010, begr. Assel; Natuurbegraafplaats Westerwolde 26 juli 2010, dr. van Pieter Adrianus en Geertruida Sara Malga.
Uit dit huwelijk:
Peter, volgt IXd.
Japanse Interneringskaart ( met vertaling) van Adriaan Dénis Schotman *18 oktober 1907 - †18 septemer1944
Notitie bij Adriaan Dénis: Adriaan Denis is op 21 september 1927 ingeschreven op Nederlandse Handels-Hoogeschool te Rotterdam. De latere Erasmus Universiteit.
Per 21 juli 1939 was hij tijdelijk belast met de waarneming der betrekking van leraar 2e klas bij het lyceum te Soerabaja, voor een wedde van 340 gulden per maand. Op 22 november 1939 werd de overtocht verleend van zijn kersverse echtgenote per M.S. Oranje.
Adriaan Denis en zijn achterneef Jan Schotman, waren beiden als KNIL militair (beiden sergeants) in Nederlands Indië krijgsgevangen gemaakt door de Japanners. Adriaan krijgt het POW-nummer18834 wat later werd gewijzigd in 22540.
September 1944: In de voormalige kazerne van het 10e infanterie bataljon van het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) in Batavia worden krijgsgevangenen van verschillende nationaliteiten en van verschillende legeronderdelen vastgehouden. Nieuwe gevangenen worden uit alle delen van de archipel verzameld en als zakken zand weer naar elders getransporteerd. Zonder dat ze te horen krijgen waar de reis naar toe gaat of wat hen daar te wachten staat.
In de nacht van 15 op 16 september bereidt een groep van 1600 gezond verklaarde mannen zich voor op een transport. Het grootste deel van de groep bestaat uit leden van de vroegere Stadswacht van Batavia en gevangen genomen Engelse, Australische en Amerikaanse militairen. Daarnaast maken burgers en personeelsleden van de koopvaardij deel uit van de groep. Ook ruim driehonderd KNIL-militairen (Nederlanders, Ambonezen en Menadonezen) zijn door de Japanners geselecteerd. Op vrijdagmorgen 15 september loopt de groep krijgsgevangenen naar het treinstation van Senen. Ze moeten de trein in die ze naar de haven van Batavia zal vervoeren, naar Tandjong Priok. Eenmaal in de haven zien de krijgsgevangen een groot schip liggen. Het is een roestbak en lijkt geen naam te hebben. De aanwezige Japanners jagen de groepen naar de boot toe. De krijgsgevangen zien dat een grote groep Javaanse dwangarbeiders de ruimen van het vooronder worden ingedreven, het blijken 4200 werksoldaten te zijn, die aangeduid worden met de naam ‘romoesja’s’.
In de ruimen is het vol en benauwd. De Japanners hebben tussenruimen gebouwd, wat betekent dat de passagiers een zeer kleine plaats hebben waar ze kunnen zitten of liggen. Staan is er in het ruim niet bij. In totaal zitten er bij vertrek 1100 Nederlandse, ongeveer 1100 Britse en Amerikaanse krijgsgevangenen en 4200 Javaanse contractarbeiders aan boord. Daarnaast vermoedelijk 100 Japanners die de reis begeleiden.
Op zaterdag 16 september 1944 om 15.00 vertrekt de Junyo Maru vanuit de haven van Batavia, Tandjoeng Priok in noordwestelijke richting. De opvarenden zien dat het schip in zeer slechte staat is; overal roest en achterstallig onderhoud. Water voor de opvarenden om zich te wassen is er niet. Een zoetwatertank op het dek is bestemd voor drinkwater voor de Japanners.
Het is steeds ondraaglijk heet aan boord van het schip, maar laat in de middag van zondag 17 september, als de Westkust van Sumatra al in zicht is, wordt het weer slecht. De opvarenden hebben het koud en zitten verkleumd bij elkaar. De volgende dag is het weer heel anders. Al vroeg in de ochtend is het ontzettend heet en al gauw sterven verschillende opvarenden, de belangrijkste reden hiervoor is uitputting. Ze worden zonder ceremonie over boord gezet.
Maandagmiddag 18 september om negen voor vier, doet een zware explosie het hele schip schudden. Delen van het schip vliegen de lucht in. Het is doodstil op het schip; iedereen lijkt zijn adem in te houden. Om paniek te voorkomen roept de Japanse kapitein van het schip door de luidsprekers dat de motoren zijn uitgevallen. Maar na enkele ogenblikken wordt het schip voor de tweede keer getroffen. Een groot aantal mannen springt onmiddellijk het water maar toch blijft het nog tamelijk rustig aan boord. Veel opvarenden realiseren zich waarschijnlijk niet dat het schip zinkende is
Als de steven van het schip omhoog komt en de rest in zee begint te verdwijnen breekt er paniek uit. Als trossen hangen de mensen aan het schip; bij honderden vallen ze in de zee. Het duurt twintig minuten voor het hele schip in zee verdwenen is. Overal roepen mensen om hulp en om hun moeder. Uiteindelijk verdwijnt de Junyo Maru met donderend geraas in de golven, vijftien kilometer ten westen van Bengkulu voor de westkust van het Indonesische eiland Sumatra.
HMS Tradewind
Terug naar die maandag 18 september, enige uren eerder. Kapitein S.L.C Maydon van de Britse onderzeeboot HMS Tradewind krijgt van officier van de wacht P.C. Daley bericht dat hij door de periscoop een sliert rook aan de horizon heeft gezien. De Tradewind is in januari 1944 toegevoegd aan de onderzeebootvloot van de geallieerden. De opdracht die de geallieerden hebben gekregen is om Japanse vrachtschepen te vernietigen die zorgen voor de bevoorrading van Indonesië.
Vier torpedo’s treffen doel. Een behoorlijk resultaat, gezien de omstandigheden.
Een half uur nadat het schip gezonken is komt een van de begeleidende korvetten terug om overlevenden op te pikken. Dat gebeurt maar mondjesmaat. Veel drenkelingen moeten zich maar zien te redden op de zee.
Het aantal slachtoffers moet worden geschat op 5620 mensen. Dat zou betekenen dat ongeveer 880 mensen levend de zee uit zijn gekomen. Maar veel van de overlevenden kwamen alsnog om tijdens de aanleg van de spoorlijn. Van de ongeveer 100 Nederlanders die de Junyo Maru scheepsramp overleefden stierven er tijdens de aanleg van de spoorlijn vermoedelijk nog eens tien. Over het lot van de Javanen is veel minder bekend. Vast staat dat het merendeel niet kon zwemmen, als ze al uit het schip konden komen. Velen verdronken, vermoedelijk zijn er hooguit 200 levend uit de Junyo Maru gekomen.
De goedkoopste manier van transport voor de Japanners was het vervoer van de krijgsgevangenen en de romoesja’s over zee. De krijgsgevangenen kregen weliswaar een iets betere behandeling dan de romoesja’s maar een menswaardig bestaan hadden ze niet. De aanleg van de Pakan Baroe spoorlijn was klaar op de dag dat Japan capituleerde. Op dat moment werd de laatste schroef in de spoorlijn gedraaid. De spoorlijn is echter nooit in gebruik genomen.
Deze tragedie is in 2000 op locatie herdacht door de Nederlandse, Belgische en Indonesische Marine.
Notitie bij het huwelijk van Johanna Geertruida en Adriaan Dénis: Volgens de bron (Beeldbank; Nationaal archief) is het huwelijk bij volmacht voltrokken.
IXd. Peter Schotman, tr. Judith Lambertha Veldman.
Uit dit huwelijk:
1. Allert Denijs, volgt Xb.
2. Geert Sander Schotman, tr. Skadi van der Meer.
Xb. Allert Denijs Schotman, tr. Miranda Deborah Posthouwer.
Uit dit huwelijk:
Mees Marijn Schotman.
VIh. Theodora Jacoba Schotman, geb. Ellecom (Rheden) 28 juli 1853, † Arnhem 5 juli 1923, begr. Dieren (Rheden) 7 juli 1923, tr. Rheden 3 juli 1884 Johan Andries Surink, geb. Zutphen 21 juni 1844, hoofd der school te Dieren 1884-, † Dieren (Rheden) 10 mei 1915, zn. van Hendrik Adrianus en Eva Elisabeth Herbst en wedr. van Elske Margaretha Smit.
Uit dit huwelijk:
1. Johanna Alberdina Surink, geb. Dieren (Rheden) 20 april 1885, † Bloemendaal 30 mei 1942, tr. Rheden 29 nov. 1907 Paulus Hendrikus van Baasbank, geb. Veendam 1876, postambtenaar 1907-, zn. van Piter Cornelis en Gezina Beerta Engelsman.
2. levenloos geboren zoon Surink, geb. Dieren (Rheden) 29 jan. 1888, † ald. 2 jan. 1888.
3. Theodora Jacoba Surink, geb. Dieren (Rheden) 7 april 1890, † ald. 9 dec. 1891, tr. Rheden 20 april 1916 Jab Gerardus Meinders, geb. Zutphen 1892, uitgever 1916-, zn. van Arend en Bouchina de Jager.
4. Johan Andreas Surink, geb. Dieren (Rheden) 28 juli 1891, † ald. 20 dec. 1891.
Notitie bij Theodora Jacoba: Theodora Jacoba ging op 21 mei 1918 van Arnhem naar Apeldoorn en keerde op 29 juli 1921 weer terug naar Arnhem.
IVb. Herman Schotman, geb. Dalfsen 23 juli 1781, onderwijzer der jeugd, custos en schoolhouder te Aalten 1804-1806, schoolhouder te Warmelink. 1807-1809, openbaar onderwijzer te Aalten 1825-, † Aalten 12 febr. 1859, tr. Aalten (kerkelijk Nederduits Gereformeerde Gemeente te Aalten) 15 sept. 1805 Hendrika Gesina Hesselink, geb. Aalten 18 sept. 1786, † ald. 22 mei 1843, dr. van Arnoldus en Berendina Aleida Huinink.
Uit dit huwelijk:
1. onbekend Schotman, geb. Aalten 16 april 1807, † ald. 25 april 1807.
2. Gerrit, volgt Vg.
3. Arnoldus Adolphus Schotman, geb. Aalten 16 dec. 1814, † ald. 24 dec. 1814.
Notitie bij Herman: Herman was koster in de gereformeerde kerk in Aalten. Hij werd genoemd als Custos en Schoolhouder te Aalten.
In 1804 is Herman intekenaar op de twaalf stukjes van het vierde deel der Bijdragen betrekkelijk den Staat en de verbetering van het Schoolwezen in het Bataafsch Gemeenebest. In 1806, 1807 en 1808 is hij intekenaar voor hetzelfde document als Schoolhouder te Warmelink.
Het provinciaal blad van Gelderland meldt bij besluit 103 van den 8 Oktober1833 dat Herman Schotman voor 1834 in de gemeente Aalten is benoemd tot Zetter der grondlasten en de patenten. Hij was tevens Executeur Testamentair bij het overlijden van Aaltjen Wolterink den 25 Januarij 1828.
Herman werd begraven in Aalten in een familiegraf bij zijn vrouw. Daarnaast werden zijn zoon Gerrit en echtgenote + 4 kinderen: Catharina Maria (2x); Hermanna Gerharda Johanna en Herman Schotman hier begraven. .
Vg. Gerrit Schotman, geb. Aalten 5 nov. 1812, onderwijzer; gemeentesecretaris te Aalten, koopman 1843-, Secretaris en Brievengaarder der Gemeente Aalten -1863, † Aalten 11 maart 1863, tr. Aalten 15 sept. 1836 Berendina Johanna te Gussinklo, geb. Aalten 16 mei 1811, † ald. 4 okt. 1872, dr. van Gerrit Jan en Johanna Geertruida Arentzen.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrika Gesina, volgt VIi.
2. Johanna Geertruida, volgt VIj.
3. Catharina Maria Schotman, geb. Aalten 31 aug. 1841, † ald. 10 juni 1850.
4. Hermanna Gerharda Johanna Schotman, geb. Aalten 29 juli 1843, † ald. 8 juli 1855.
5. Herman Schotman, geb. Aalten 28 febr. 1845, winkelier te Dinxperlo, † Dinxperlo 4 juli 1872, begr. Aalten.
6. Gerrit, volgt VIk.
7. Catharina Maria Schotman, geb. Aalten 1 sept. 1850, † ald. 11 maart 1859.
8. Jan Adolph, volgt VI-l.
VIi. Hendrika Gesina Schotman, geb. Aalten 17 aug. 1838, hotelhoudster, † Dinxperlo 2 juni 1909, tr. Aalten 3 juni 1868 Gerardus Theodorus Boland, geb. Dinxperlo 25 mei 1839, koopman 1868-, koffiehuishouder; logementhouder 1871-1897, † Dinxperlo 30 maart 1897, zn. van Hendrik Bernard en Esther Sara Elisabeth Muller.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrik Bernard Boland, geb. Dinxperlo 19 okt. 1871, † Dinxperlo ’t Dorp 6 juli 1894.
2. Berendina Johanna Boland, geb. Dinxperlo 11 sept. 1873, † Wisch 5 dec. 1938, tr. Dinxperlo 28 maart 1918 Berend Jan Rottink, geb. Delden Stad 1887, hotelhouder 1918-, stationscafehouder te Varsseveld 1918-, zn. van Bernard en Geertruid Berkedam.
3. Gerard Boland, geb. Dinxperlo 20 juni 1876, hotelhouder 1905-, † den Haag 3 april 1924, tr. Dinxperlo 13 juli 1905 Johanna Hendrika Kraaijenbrink, geb. Gendringen 3 nov. 1869, dr. van Hendrik Jan en Antonetta Bertine Coops.
4. August Boland, geb. Dinxperlo 9 juli 1878, restauranthouder "Boland" bij het station -1946, † Deventer 28 aug. 1948, tr. Johanna Geertruida Bussink, geb. Zelhem 1884.
5. Johan Karel Boland, geb. Dinxperlo 15 sept. 1879, kapper, † Doetinchem 20 febr. 1940.
Notitie bij het overlijden van Johan Karel: tevens aangifte op 28 februari te Dinxperlo (akte 9)
VIj. Johanna Geertruida Schotman, geb. Aalten 31 maart 1840, † de Bilt 16 nov. 1925, tr. Aalten 30 mei 1861 Jan Matthijs Prins, geb. Aalten 17 juli 1836, winkelier 1861-, stalhouder 1876-, logementhouder -1881, stroohulzenfabrikant 1891-, (baas) doozenplakker -1909, † Aalten 18 sept. 1909, zn. van Dirk en Willemina Aleida Freriks.
Uit dit huwelijk:
1. Willemina Aleida Dorothea Prins, geb. Aalten 25 maart 1862, † Haarlem 31 dec. 1901, tr. Apeldoorn 23 febr. 1893 Willem Luijenburg, geb. Norg 1864, onderwijzer1893-, zn. van Willem en Jaboba Cornelia Emmelot.
2. Gerrit Prins, geb. Aalten 18 juli 1863.
3. Barendina Catharina Gerharda Prins, geb. Aalten 7 jan. 1865, tr. Aalten 20 aug. 1891 Hendrik Johannes de Ruijter, geb. Brielle 1861, ambtenaar 1891-, zn. van Cornelis Cornleiszoon en Antje Starrenburg.
4. Derk Johan Peter Prins, geb. Aalten 1 okt. 1866, onderwijzer 1902-, tr. 1e Amsterdam 2 juli 1902 (door echtsch. ontbonden ald. 16 jan. 1903) Johanna Maria
Niermeijer, geb. Amsterdam 1874, dr. van Jan Hendrik en Jacoba Hendrika Wiebosch; tr. 2e Amsterdam 9 juni 1904 Magdalena Catharina Visser, geb. Amsterdam 1879.
5. Jan Carel Marinus Prins, geb. Aalten 27 juli 1868, tr. Woensel en Eckart 26 sept. 1898 Gerritdina Wilhelmina Vels, geb. Kampen omstr. 1872, dr. van Gerrit en Guurtje de Jong.
6. Gezina Theodora Prins, geb. Aalten 4 aug. 1870, † de Bilt 22 dec. 1948.
7. Johanna Geertruid Prins, geb. Aalten 8 nov. 1872, † Zeist 18 febr. 1951, tr. Zeist 17 nov. 1904 Johannes van der Vliet, geb. Zeist 1879, winkelier 1904-, † na 1951, zn. van Antonie Diederik en Christina van Aller.
8. Jan Mathijs Prins, geb. Aalten 28 okt. 1874, † ald. 23 maart 1876.
9. NN Prins, geb. Aalten 1 april 1877, † ald. 1 april 1877.
10. Johanna Mathilda Prins, geb. Aalten 18 juni 1878, † Hilversum 17 maart 1937, tr. Utrecht 20 jan. 1916 Booij Horjus, geb. Hoorn 1881, zn. van Meile en Hendrikje Bosman.
11. Hermanna Prins, geb. Aalten 14 maart 1881, † de Bilt 29 juli 1968.
Notitie bij het overlijden van Willemina Aleida Dorothea: ovl in Hazepaterslaan 10 te Haarlem en wonende in Sloten NH.
VIk. Gerrit Schotman, geb. Aalten 15 dec. 1847, brievengaarder 1873-, directeur Post en Telegraafkantoot te Aalten 1884-1913, † Winterswijk 29 nov. 1921, tr. Aalten 28 febr. 1873 Berendina Gerharda Freriks, geb. Aalten 29 febr. 1848, † Winterswijk 1 febr. 1922, dr. van Harmen Jan en Frederika Wanderina Gesina Lindenhovius.
Uit dit huwelijk:
Berendina Johanna, volgt VIIi.
Notitie bij Gerrit: Gerrit is 29 jaar directeur geweest van het Post en Telegraafkantoor te Aalten. Na zijn eervol ontslag kreeg hij bij KB in 1913 een pensioen toegekend van 1736 gulden per jaar.
VIIi. Berendina Johanna Schotman, geb. Aalten 24 jan. 1874, † Winterswijk 18 dec. 1939, tr. Aalten 18 mei 1898 Jan Willem GHzn. Meijerink, geb. Winterswijk 23 febr. 1859, fabrikant 1898-, † Winterswijk 15 maart 1934, zn. van Gerrit Hermanus en Johanna Geertruida Lindenhovius.
Uit dit huwelijk:
1. Berendina Gerharda Meijerink.
2. Fredrika Wanderina Gesina Meijerink.
3. Johanna Geertruida Meijerink, tr. M. Broer.
4. Gerrit Hermanus Meijerink, geb. Winterswijk 12 okt. 1903, industrieel, † 27 april 1963, tr. Maastricht 24 april 1939 Antonia Josepha Clementina Maria van Oppen, geb. Meersen 24 april 1904.
Notitie bij het huwelijk van Jan Willem GHzn. en Berendina Johanna: Getrouwd onder huwelijkse voorwaarden.
VI-l. Jan Adolph Schotman, geb. Aalten 8 aug. 1853, winkelier 1877-, † Aalten 5 febr. 1896, tr. Aalten 25 april 1878 Klazina Bernarda Lindenhovius, geb. Aalten 23 nov. 1854, † ald. 10 maart 1945, dr. van Gerrit Jan en Louiza Becking.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Schotman, geb. Aalten 3 maart 1881, onderwijzer, † Apeldoorn 12 nov. 1949, begr. Aalten (begraafplaats Berkenhove) 16 nov. 1949, tr. Apeldoorn 22 dec. 1931 (echtsch. uitgespr. Zutphen 8 juli 1936) Martina Aleida Henderika van Zoelen, geb. Assen 18 dec. 1886, Onderwijzeres.
2. Louise Schotman, geb. Aalten 6 jan. 1883, † ald. 25 aug. 1970, tr. Aalten 21 juni 1922 Hendrik Jan Vreede, geb. Aalten 19 okt. 1873, meubelmaker 1922-, zn. van Johannes en Johanna Berendina Becking. [Aalten]
Notitie bij Gerrit: Gerrit was per 1 april 1904 aangesteld bij de gemeente Apeldoorn als onderwijzer met verpl. h(oofd) a(kte) op de school ’N03’ (de school Het Loo). In 1906 verdiende hij als bijz. onderwijzer een jaarwedde van f825,00. In 1915 was dat f1.200,00 per jaar. Bron: "Uitvoerig en beredeneerd verslag van de toestand der gemeente Apeldoorn uit 1906;1911 en 1915."
IIb. Willemtien Geerts Schotman, ged. Dalfsen 5 nov. 1721, tr. vóór 1752 Jannes Gerrits (Schotman), landbouwer te Gerner; hij hertr. Dalfsen 17 okt. 1766 Harmina Stoffers.
Uit dit huwelijk:
1. Hermen, volgt IIIc.
2. Hendrik Schotman, geb. Gerner (Dalfsen) 1759, ged. Dalfsen 10 juni 1759, bakker, † Dalfsen 25 sept. 1834.
Notitie bij Jannes: Jannes en Willemtien woonden eerst te Ancum, na 1752 te Gerner. Hij en zijn kinderen noemden zich ook Schotman.
Notitie bij Hendrik: Hendrik bleef waarschijnlijk ongehuwd.
IIIc. Hermen Schotman, ged. Dalfsen 5 nov. 1752, lantaarnopsteker, later ’opbrander van het vier"., † Kampen 23 jan. 1822, begr. Kampen, in de Nicolaas of Bovenkerk 26 jan. 1822, tr. Kampen 7 dec. 1794 Everdina van ’t Veen, geb. 1757, ged. Kampen 18 juni 1757, † ald. 21 febr. 1831, dr. van Gerrit en Hendrikje Teunis van Steenwijk.
Uit dit huwelijk:
Johanna Wilhelmina Schotman, geb. Kampen 1795, † ald. 9 okt. 1813, begr. Kampen, in de Nicolaas of Bovenkerk 12 okt. 1813.
Notitie bij Hermen: Bij de volkstelling in 1795 vermeld te Kampen als Harmen Schotman.