Buitenspel is de meest moeilijke spelregel van het voetbal.
Buitenspel sta je als je tussen de laatste verdediger (vaak de keeper) en de voorlaatste verdediger (achterste verdediger) staat en deelneemt aan het spel. Deelnemen kan op drie manieren: de bal spelen, voordeel trekken, of het zicht belemmeren van de laatste verdediger.
In de drie volgende casussen zijn verschillende buitenspelsituaties beschreven.
Dit zijn de meest voorkomende situaties.
Er zijn twee teams: Team 0 (verdedigers) en team ⌖ (aanvallers)
Situatie 1 is een simpele buitenspelsituatie waarbij A de bal naar een buitenspelsituatie speelt (B).
B staat tussen de voorlaatste verdediger en de keeper.
De speler staat hier hinderlijk buitenspel. Hij speelt mee met de situatie omdat hij de keeper hindert in zijn beeld.
Bij deze situatie wordt er gekeken naar het moment van spelen. Op het moment dat B de bal naar A speelt staat A buitenspel. Ongeacht waar hij de bal aanneemt. (Zelfs niet op eigen helft)
De bal wordt altijd met een indirecte vrijetrap terug in het spel gebracht.
Let goed op, jij als scheidsrechter bent verantwoordelijk voor buitenspel. Jij bepaald wanneer iets "Strafrechtelijk" buitenspel is. De assistent constateerd en signaleert jou, hieruit maak jij een beslissing.
- KNVB. (2009b). Spelregels veldvoetbal 2009 (Uitgave juli 2009 editie, Vol. 2009). KNVB.
- KNVB. (2020, januari). Wedstrijdvorm 11 tegen 11 (Nr. 2020). https://www.knvb.nl/downloads/bestand/20653/infographic-11-tegen-11
- KNVB. (z.d.). Spelregeldocumenten. KNVB.nl. Geraadpleegd 1 september 2020, van https://www.knvb.nl/assist/assist-scheidsrechters/wedstrijdzaken/spelregels