Voorbeelden:
- Onbesuisde overtreding: bestraffen met geel
- Buitensporige (gevaarlijke) overtreding: bestraffen met rood
Voorbeelden:
- Buitenspel
- Keeper brengt de bal in het spel, maar pakt hem weer op
- Terugspeelbal gespeeld vanuit voeten/knie/been
- Belemmering
- Gevaarlijk spel
- Scheldwoorden gebruik die niet door de beugel kunnen (evt. kaart naar waarden)
- Scheidsrechter beledigen (bestraffen met gele of rode kaart)
Hierbij geef je het signaal af, laat je de bal snel neerleggen en speelt het spel weer door.
Hierbij stop jij het spel, geef je de desbetreffende speler een waarschuwing of een kaart. Vervolgens speelt het spel weer verder.
Als scheidsrechter bepaal jij wat er met het spel gebeurt, echter kan de assistent in zommige gevallen kan de assistent het beter zien. Hij/zij zal dan het signaal geven door de vlag de lucht in te steken.
Wat te doen:
Je stopt het spel, loopt naar de assistent en vraagt wat er gebeurt is.
Jij beslist hoe het spel verder verloopt.
- KNVB. (2009b). Spelregels veldvoetbal 2009 (Uitgave juli 2009 editie, Vol. 2009). KNVB.
- KNVB. (2020, januari). Wedstrijdvorm 11 tegen 11 (Nr. 2020). https://www.knvb.nl/downloads/bestand/20653/infographic-11-tegen-11
- KNVB. (z.d.). Spelregeldocumenten. KNVB.nl. Geraadpleegd 1 september 2020, van https://www.knvb.nl/assist/assist-scheidsrechters/wedstrijdzaken/spelregels