Search this site
Embedded Files

Jo Ploum

Savanne Rally

Einde oktober 1982 gaat in Paramaribo de exclusieve Savanne-Rally van start. Willem van Hees, onze buurman en lid van de staf van Billiton, weet me enthousiast te krijgen om deel te nemen. We gaan samen een avond naar Paramaribo voor een voorbespreking van dit avontuur. Ik wil dit wel eens meemaken en die kans krijg ik nooit meer.

De start zal zijn op 29 oktober in de avonduren op het plein bij het presidentiële paleis en de wedstrijd duurt tot en met 31 oktober. Willem zal optreden als navigator en ik mag me inschrijven als driver. Onze auto is mijn eigen Toyota Hi-luxe, waarmee we dus beschikken over een wagen met vierwielaandrijving. Later blijkt wel hoe nadrukkelijk we deze nodig hebben.

Bij de inschrijving net voor de start ontvangen we de eerste opdrachten en nog geen uur later heb ik al heel goed in de gaten waaraan ik begonnen ben.

Het is dan pikdonker en van een normale weg is niets meer te ontdekken.

Voor het grootste gedeelte is het zand, zand en nog eens zand.

Gelukkig heb ik een meer dan voortreffelijke navigator bij me, Willem van Hees, die volgens mij zelfs ORC’s (onbemande routecontroles) kan ruiken en feilloos VTC’s (verplichte tijdscontroles) weet te berekenen. Ik mag mij helemaal concentreren op het beheersen van de auto. Ik geniet van iedere kilometer, al denk ik af en toe dat we heel veel geluk hebben als we dit nog drie dagen en nachten heelhuids doorstaan.

Tegen twee uur ’s nachts belanden we midden in de bushbush bij een verplicht rustpunt. Hier wordt zelfs een heerlijke gegrilde hap geserveerd en na een uurtje wordt een voorlopige tussenstand bekend gemaakt. Bij de opsomming van de tien beste ploegen blijkt tot mijn verrassing dat we op plek twee zitten en dat had ik niet durven hopen.

Vol goede moed en verwachtingen voor de volgende dagen zoeken we een plekje om een paar uur te slapen. De hangmat die ik voor mijn verjaardag heb gekregen komt nu goed van pas. Op een plaats waar een beetje ruimte is hang ik ze op tussen twee stevige bomen. Ik heb uit voorzorg een flinke lap plastic meegenomen en wikkel me daar in en in een mum van tijd val ik in slaap. Het was toch wel vermoeiend dit hossen en slippen door stuifzand en later zelfs laag struikgewas.

Het is nog half donker als ik wakker schrik. Wat was dat? Er scharrelt iets onder mijn mat en heel voorzichtig loer ik om me heen. Wie weet wat hier allemaal rondkruipt. Het duurt even voordat ik besef dat er doodgewone huis- en tuinkippen bezig zijn hun ontbijt bij elkaar te scharrelen. Later kom ik er achter dat op nog geen honderd meter verder de hutten staan van enkele Javaanse families.

Na een stevig ontbijt dat weer door een groep vrijwilligers is klaargezet, starten we voor de komende beproevingen. Ik leer alle mogelijke finesses van rally rijden kennen. We beginnen met een luchtfotorit, waarbij we de route moeten vinden door middel van luchtfoto’s in spiegelbeeld.

Daarna volgen meerdere snelheidsritten en z.g. fantasieritten. Later hoor ik dat de uitzetters zelfs terreinen omgeploegd hebben om de moeilijkheidsgraad te verhogen. We passeren nogal wat ploegen die hopeloos vast zitten en die alleen met een hoop gedoe en gevloek weer op gang komen. Gelukkig is onze wagen voor geen kleintje vervaard en we kunnen flink de gang erin houden. Willem mijn copiloot is niet te overtreffen en pas na afloop blijkt wat deze kerel allemaal berekend heeft.

Dan weer jaagt hij me op om met topsnelheid over kronkelige, onoverzichtelijke bospaadjes te scheuren, dan weer dwingt hij me om op stukken savanne onze snelheid te reduceren ondanks dat ik vrees in het mulle zand te blijven steken.

Bij tijdscontroles mag je namelijk niet alleen niet te laat maar ook vaak niet te vroeg aankomen bij de controle. Hij kent de savanne blijkbaar uit rally’s van voorafgaande jaren. Hij heeft het dan over de Saronsavanne, het Coesewijnegebied, de Berlijnsavanne, Opé en de Mattasavanne en later de Sipaliwiniesavanne.

Als we de derde dag tegen de namiddag weer in de stad aankomen bij de finish hebben we een prachtig avontuur achter ons. Dit zou ik nooit gemist willen hebben. Natuurlijk moeten we nu nog afwachten wat we voor resultaat geboekt hebben want de rekenmeesters moeten nog aan de slag om alle klasseringen te berekenen. Dus wachten we wel af, ofschoon Willem ons wel een kans toerekent op een plek bij de eerste tien.

Ik ben net op tijd weer in Onverdacht om samen met Helene naar de stad te rijden voor het afscheidsdiner van mijn collega Jan van Wijngaarden die als inspecteur van de technische dienst zal worden vervangen. Willem van Hees belooft me te bellen zo gauw als hij iets verneemt over de uitslag van de rally.

We zijn net aan het voorgerecht begonnen als een kelner me aan de telefoon roept. En dan volgt de verrassing van de dag. Willem van Hees is aan de lijn en zijn stem slaat bijna over als hij mij bezweert zo snel mogelijk naar de al gestarte prijsuitreiking te komen. “Hebben we dan een prijs gemaakt?” vraag ik.

“Man, we zijn de winnaar en zeer overtuigend en ze wachten op je”, is zijn antwoord. Natuurlijk heeft iedereen er begrip voor dat ik de hele groep in de steek laat en met Helene vertrek om onze prijs op te halen.

Wat een feest. Bij binnenkomst wordt de champagne al open getrokken en later weet ik helemaal niet meer wie ons allemaal gefêteerd heeft en hoe het allemaal verder is gegaan. Het blijkt dat ons totaal aantal strafpunten beperkt is gebleven tot 882 punten, terwijl nummer twee komt op 954 punten. In de klassering zijn we als eerste geëindigd van de 34 ploegen die aan de start gingen. We ontvangen alle twee een beker, Willem de eerste prijs als navigator en ikzelf de eerste prijs als bestuurder.

Half april 1983 ontstaat er plotseling enige paniek onder de Boka mensen. Er komt hoog bezoek uit Papendrecht en niemand weet zo echt wat er staat te gebeuren. Maar op het eind van een enerverende dag is bijna letterlijk een bom ontploft. 

De reden van het bezoek van een directiedelegatie is om aan het personeel mede te delen, dat tijdens het Paasweekend de Directie van Bos en Kalis besloten heeft om onmiddellijk 400 stafleden, verdeeld over de gehele maatschappij ontslag aan te zeggen. En een van de ontslagenen ben ik zelf.


Bij thuiskomst begint de zorg voor de toekomst alweer eens voor Helene en mijzelf. Na Laura en Vereniging en de Limburgse mijnen is het nu Bos en Kalis en de baggerwereld, waarvan ik me los zal moeten maken.

Door mijn in het verleden gelegde contacten bij de directie van Rijkswaterstaat in Amsterdam duurt het niet lang of ik kan tijdelijk in dienst treden bij Rijkswaterstaat en wel bij het voorbreiden van de aan te leggen nieuwe Zeeburg-Tunnel.

Nog anderhalf jaar blijf ik in Amsterdam aan het werk, maar dan besluit ik in overleg met Helene om ermee te stoppen, vooral omdat het heen en weer gereis steeds moeilijker lijkt te worden.

Begin januari 1985 stop ik als 53 jarige ex mijnopzichter, ex uitvoerder baggerwerken, ex opzichter Rijkswaterstaat met werken.

Jo Ploum

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse