padelcard
Oefen 10 minuten lang de splitstep op drie snelheden (langzaam–ritmisch–explosief). Combineer dit met een coach of partner die onvoorspelbaar ballen aangeeft. Focus ligt op het exact timen van de splitstep op het moment dat de tegenstander de bal raakt, niet ervoor of erna. Doe varianten vanuit neutrale positie, vanuit netpositie en vanuit verdediging nabij het achterglas.
Observeer wanneer je structureel te laat in beweging komt. Bekijk of jouw splitstep valt op het hoorbare contactmoment van de tegenstander. Let op welke situaties jou vertragen: diepe ballen? crossballen? lobs? krachtige smashes? Registreer welke type ballen jouw voeten doen verankeren in plaats van activeren.
Analyseer rally’s waarin je in de problemen komt. Kijk terug: was de splitstep te laat → waardoor eerste stap vertraagd → waardoor slag minder stabiel → waardoor punt verloren? Check of tempo versnellingen van de tegenstander jouw routine breken. Zie je patronen? Bijvoorbeeld dat je na 3 slagen “vergeet” te splitten?
Sta ik actief of passief?
Maak ik de splitstep precies op contact, of gok ik?
Waar is mijn lichaamszwaartepunt?
Reageer ik via grote passen of microvoetjes?
Kan ik sneller stabiliseren vóór ik sla?
Borst licht naar voren, knieën gebogen, gewicht op voorvoeten, hielen vrij van de grond. Core gespannen maar niet star. Armen los en klaar voor balanscorrecties. Het lichaam moet werken als een veer: compressie → explosie.
Laat ballen laag over de grond naar je backhand toe spelen. Speel ze terug met gecontroleerde lift en minimale backswing. Train dit 5 minuten in ritme en daarna 5 minuten met variërende snelheid. Doel: stabiliteit + exact raakpunt.
Check waar je raakpunt zit: te laat betekent verlies van richting, te vroeg geeft te veel hoogte. Observeer of je de neiging hebt rechtop te komen. Noteer of jouw pols verstrakt onder druk.
Bekijk rally’s waar lage ballen je breken. Welke stap mis je? Analyseer of je te ver naar achteren beweegt of juist te dicht op de bal komt te staan.
Start laag → blijf laag.
Sta ik breed genoeg?
Hoeveel ruimte laat ik tussen heup en racket?
Roteren de schouders vóór de arm?
Komt mijn racketpunt onder de bal?
Heupen laag, stabiel centrum, rug neutraal. Knieën in dempstand. Racketpunt laag en arm ontspannen.
Speel forehands naar drie vooraf bepaalde zones (korte zone, middenzone, diepe zone). Train 3 minuten per zone zonder fouten, 3 minuten met tempo wisselingen.
Bekijk of je diepte maakt vanuit rotatie (correct) of vanuit pols (risico). Registreer wat je natuurlijke diepte is bij neutrale slagen.
Check rally’s waarin je te kort speelt → tegenstander komt naar voren. Of te diep → tegenstander krijgt rebound-voordeel van het glas.
Wat is mijn doelzone vóór de slag?
Voorwaartse rotatie of polsdruk?
Sta ik parallel of open?
Heb ik tijd om te draaien?
Voel ik waar mijn gewicht heengaat?
Core actief, heupen draaien in harmonie met schouders. Gewicht van achterbeen naar voorbeen.
Begin elke bandeja met perfecte voorbereidende houding: racket hoog, elleboog zichtbaar voor lichaam, voeten diagonaal. Oefen 50 herhalingen met rustige bal, vervolgens 50 met variatie.
Let op timing: raakpunt te vroeg → bal te vlak. Te laat → bal te hoog/lob voor tegenstander. Let op positie: kom je elke keer te laat achteruit?
Bekijk punten waarin je verdedigd wordt met een hoge lob. Analyseer of je te diep staat, te laat draait of verkeerde hoek kiest.
Herkenning lob → direct draaien.
Zijwaartse shuffle → positie corrigeren.
Racket omhoog → elleboog stabiel.
Raakpunt hoog hield?
Uitstappen naar voren na contact?
Schouders hoog, romp licht achterover, voeten iets breder. Gewicht op achterste voet, verplaatsing voorwaarts in afzwaai.
Speel vibora’s waarbij je bewust grote rotatie inzet, maar pols ontspannen houdt. Oefen slice op drie intensiteitsniveaus.
Bekijk of jouw slagen te "plat" blijven. Analyseer spin en ritseling van de bal.
Let op situaties waarin tegenstanders moeite hebben met jouw spin. Wanneer werkt slice het beste?
Draai ik voldoende in?
Is mijn pols ontspannen?
Heb ik contact vóór mijn lichaam?
Krijg ik de bal lateraal weg?
Volgt mijn lichaam de slag?
Open rotatie → zijwaartse heupinzet. Racketpunt schuin omlaag, arm ontspannen maar stabiel. Core in spanning tijdens rotatie.
Serveer en maak direct een gecontroleerde eerste stap naar voren. Focus: sneller netdominantie.
Let op: serveer je te hoog/te laag? Hoe reageert tegenstander? Observatie van terugslagpatronen.
Bekijk rallys waarin je serve je onder druk zet. Waarom kom je niet goed naar voren?
Toss consistent?
Raakpunt voor je lichaam?
Eerste stap groot of klein?
Ben ik te traag richting net?
Gebruik ik splitstep bij hun return?
Schouderrotatie vloeiend, landing diagonaal naar binnen. Core blijft stabiel.
Return cross/line afwisselen. Eerst in vast ritme, daarna onvoorspelbaar.
Observeer voorspelbaarheid: herhaal je onbewust dezelfde richting?
Bekijk wanneer tegenstander eerder “leest” waar je heen returneert.
Ben ik vroeg/laat in raakkennis?
Kies ik richting vóór of ná toss?
Hoe ga ik staan?
Wat doet tegenstander met positie?
Is mijn backswing compact?
Neutrale houding, knieën licht, racketpunt hoog.
Agility ladder → 4 hoeken → slagsimulatie. Tempo opbouwen.
Welke hoek vertraagt jou? Linkerzijde, rechterzijde? Rotatieproblemen?
Bekijk rally’s waar je “blokkeert” bij hoeken.
Voeten klein → middel → groot?
Sta ik te ver van ruit?
Weet ik waar bal terug kan komen?
Is mijn romp te recht?
Reageer ik op visuele cues?
Core actief, knieën verend, stappen ritmisch.
Laat ballen bewust via glas komen en oefen raakpunt na stuit.
Hoekherkenning — vroeg/laat?
Parabolische banen, hoogteverschillen.
Wacht ik lang genoeg?
Kies ik juiste afstand?
Komt bal te snel?
Stap ik diagonaal?
Waar staat mijn racket?
Knieën dempend, romp naar voren bij impact.
Volley laag en hoog afwisselend. 1 minuut ritmisch, 1 minuut power.
Observeer positie t.o.v. net.
Tempo switch: wie verliest eerst net?
Racket vóór lichaam?
Ben ik te diep?
Sluit ik net?
Mik ik te hoog?
Gebruik ik korte pasjes?
Borst open, voeten diagonaal, gewicht voorwaarts.
Train een gecontroleerde lage volleystop aan het net waarbij je met open racketblad de snelheid absorbeert. De speler ontvangt harde ballen van de baseline en moet de bal zachtjes laten vallen in het servicevak van de tegenstander. Focus op contactpunt vóór het lichaam.
Let op de lichaamshouding van de tegenstander achterin: als ze ver naar achteren staan, werkt een zacht geplaatste volleystop perfect. Als ze naar voren stappen, kies je liever voor een diepe volley.
Observeer hoe vaak tegenstanders na een smash of aanval terugvallen naar baseline. Herhaal in slow motion hoe de rally zich ontwikkelt vlak voor hun terugvallen om te bepalen wanneer de volleystop een wapen wordt.
Hoe kort kan ik de bal houden zonder controle te verliezen?
Is mijn racketblad te open of te dicht?
Stap ik onder mijn middelzak door of blijf ik rechtop?
Wanneer in de rally verliest de tegenstander balans?
Sta laag, knieën gebogen, borst licht naar voren. Overhevel lichaamsgewicht naar de voorvoet. Gebruik de onderarm en pols zo min mogelijk: laat de energie van de incoming bal “doodvallen”. Core blijft stabiel.
Train een bandeja die hoog en diep terugstuitert richting achterwand van de tegenstander. De oefening gaat in een lus: coach lobt → speler loopt achteruit → stabilisatie → bandeja diep cross.
Herken de lobkwaliteit: te hoog → smash; te laag → bandeja; te diep → vibora. Kijk naar de positie van de tegenstander: staat hij te dicht bij de achterwand, kies voor hoge diepe bandeja om hem terug te dwingen.
Bekijk hoe rally’s veranderen wanneer jij consequent diepe bandejas slaat. Let op verloren terrein van tegenstanders. Noteer in een analyseschema wanneer ze onder druk staan.
Ben ik op tijd zijwaarts gegaan?
Kom ik hoog genoeg uit mijn knieën?
Is mijn schouder volledig geopend?
Maak ik de baan langer met mijn follow-through?
Gebruik een zijwaartse stance, voeten schuin. Armen gespreid voor balans. Rotatie komt uit de romp, niet uit de arm. Hoofd blijft stil. Racketblad licht open om hoogte te garanderen.
Coach speelt afwisselend open en gesloten hoeken; speler moet bij elke volley kiezen voor down-the-line of cross court. Het doel: snel schakelen tussen richtingen zonder balansverlies.
Analyseer de heuprotatie van de tegenstander. Wanneer hij te veel opent naar forehandzijde, speel om hem heen. Kijk of hij vaker naar één kant "valt".
Slow motion-analyse van rally’s waar jij het net controleert. Waar verlies je terrein? Bij te hoge ballen? Te diepe volleys? Noteer.
Staan mijn voeten altijd in de juiste hoek?
Ga ik vóór contact in positie?
Speel ik richting op basis van instinct of observatie?
Hoe snel herstel ik naar ready-stand?
Beweeg vanuit kleine splitstep en microaanpassingen. Knieën laag, heupen georiënteerd naar speelrichting. Racket voor je borst; compacte swing.
Gebruik tegenstander-smashes om lage bajadas te trainen. De coach slaat een diepe smash tegen de achterwand; speler moet een lage, doorzwaaiende backhand bajada cross plaatsen.
Observeer of de smash van de tegenstander snel omlaag komt → kies drive. Stuitert de smash hoog → kies bajada. Te hoog → mogelijk contra-smash.
Leg focus op momenten dat je onder druk komt: wanneer kiezen tegenstanders voor overheads die jou naar achter duwen? Bestudeer dat patroon.
Sta ik te dicht bij de achterwand?
Maak ik tijdig een zijwaartse stap?
Breng ik mijn racket laag genoeg vóór de rebound?
Stuur ik met pols of met lichaam?
Gebogen knieën, heupen onder de bal. Racket start laag, glijdt horizontaal door. Gebruik heuprotatie om richting te bepalen.
Train op effect door vibora met slice te spelen. De coach stuurt lob na lob, speler slaat met een zijwaartse snijdende beweging cross. Doel: lage stuit en naar buiten trekkende bal.
Herken tegenstanders die slecht bewegen in diagonalen — speel de vibora naar buiten. Let op hoe snel ze herstellen na de lob.
Bekijk rally’s waarin jij kiest tussen bandeja, vibora en smash. Wanneer krijg je de meeste fouten van tegenstander? Markeer de ideale momenten voor vibora.
Is mijn voetenwerk snel genoeg zijwaarts?
Is mijn pols stabiel?
Snijd ik te veel (bal vliegt omhoog) of te weinig (bal wordt te vlak)?
Hoe is mijn follow-through?
Open stance met sterk zijwaarts bovenlichaam. Racketblad diagonaal gesloten. Rotatie van schouders en romp creëert slice.
Speel ballen diep in de hoek waarbij speler halfvolley moet nemen zonder naar achter te vallen. Focus op timing en stabiliteit van de benen.
Analyseer tegenstanders die graag cross spelen; zij zullen meer hoekballen genereren. Let op hun lichaamsrotatie voor ze slaan.
Herhaal 5 rally’s waarin je uit hoek komt: waar verlies je balans? Wanneer raak je de bal te laat?
Is mijn splitstep op tijd?
Kom ik laag genoeg?
Sta ik vóór of achter het ideale punt?
Kan ik met één extra stap beter staan?
Laag zwaartepunt, vooroverkleanse romp, gewicht altijd op voorvoet. Korte swing, compacte beweging.
Coach speelt midden in de baan → speler moet met forehand of backhand een diepe drive exact tussen de tegenstanders plaatsen.
Observeer communicatie van de tegenstanders: wie twijfelt? Wie neemt midden? Speel op de twijfelaar.
Bekijk rally’s waarin de middenbal voorkomt. Hoe vaak wint de tegenstander direct? Hoe vaak jij?
Waar is de grootste ruimte?
Is de netspeler te agressief?
Heb ik voldoende diepte?
Heb ik balans om gericht te sturen?
Halfopen stance; borst gericht naar midden. Follow-through lang en gecontroleerd. Core aangespannen.
In lage ballen-situaties speel je een zachte, korte chiquita voor de voeten van de netspeler. Train met variatie in snelheid.
Zie je dat de netspeler “hangt” naar één kant? Speel naar zijn voeten. Let op zijn racketblad: is het hoog, speel hard; is het laag, speel zacht.
Bestudeer situaties waarin jij gedwongen wordt laag te spelen. Hoe reageert de tegenstander? Waar maak je winst?
Is mijn swing klein genoeg?
Heb ik genoeg topspin?
Waar staat de netspeler precies?
Herstel ik naar klaar-positie?
Laag, compact, racketblad iets gesloten. Hoofd stil, kniebuiging groot.
Coach speelt diepe lob → speler moet achteruitlopen en cross bandeja spelen zonder hoogteverlies.
Let op tegenstanders die graag cross verdedigen — daar win je vaak terrein. Kijk naar hun voeten: draaien ze open, dan is cross ideaal.
Test in videoanalyse hoeveel diepte je bandeja behoudt bij druk. Score: diepte, hoogte, tempo.
Ga ik zijwaarts of achterwaarts?
Sta ik te dicht onder de bal?
Is mijn swing volledig maar gecontroleerd?
Hoe snel herstel ik naar netpositie?
Schouders draaien, racket hoog. Stabiliteit uit core en benen. Follow-through diagonaal.
Train smashes waarbij je eerst kracht toevoegt, daarna bewust vermindert om placement te leren. Coach varieert lobs.
Kijk naar tegenstanders achterin: staan ze te ver → smash hard. Staan ze op lijn → smash naar rooster of glas voor variatie.
Analyseer rally’s waarin jouw smash retour komt. Wat is telkens hetzelfde patroon? Te hoog? Te vlak?
Ben ik onder de bal?
Open ik mijn schouder volledig?
Maak ik voldoende arm-extensie?
Kies ik kracht of plaatsing?
Twee kleine pasjes achteruit, open borst, racket hoog. Gebruik hele keten: benen → heupen → romp → schouder → arm → pols.
Speler ontvangt diepe ballen op de forehand en moet telkens openen met een gecontroleerde, diepe drive cross of langs de lijn. Het doel is: een stabiele eerste aanval vanuit verdediging. Coach varieert snelheid en diepte van de ballen om aanpassing te forceren.
Let op tegenstanders die te vroeg naar het net komen: zij laten ruimte achterin. Analyseer hun eerste stap — stappen ze lateraal of naar voren? Based daarop kies je richting.
Bekijk in welke situaties een openingsdrive de rally in jouw voordeel kantelt. Noteer wanneer de drive te kort is waardoor de tegenstander aanvalt. Markeer ook hoe vaak jij initiatief wint.
Ben ik diep genoeg gezakt in mijn benen?
Neem ik de bal vóór mijn lichaam?
Is mijn follow-through lang genoeg om diepte te creëren?
Kies ik bewust tussen topspin of vlak?
Halfopen stance, lage knieën, borst iets gedraaid. Racket komt van achter de heup naar voren in een vloeiende ketenbeweging. Heuprotatie leidt het duel, niet de arm.
Coach speelt harde drives op de backhand volley. Speler moet telkens blokken zonder kracht toe te voegen. Focus ligt op stabiliteit, compacte beweging en gecontroleerde rebound.
Observeer hoe de tegenstanders aanvallen: met topspin? Vlak? Hoog? Dit bepaalt de hoek van je racketblad. Analyseer hun lichaamshouding: bij open houding → cross verwacht; bij gesloten → langs de lijn.
Bekijk rally’s waarin je onder druk komt aan het net. Wanneer komt de fout? Te laat? Te weinig ruimte? Te veel swing?
Is mijn racket stil in het contact?
Sta ik stabiel genoeg?
Houd ik mijn elleboog bij mijn zij?
Kan ik op tijd terug naar ready-positie?
Romp stil, benen breed. Gewicht naar voren. Minimale polsactie. Denk: “absorberen, niet slaan”.
Coach slaat zware smashes die van de achterwand terugkomen. Speler moet deze contrasmash controleren en diep terugplaatsen richting glas of rooster. Oefenen in drie ritmes: vroeg, midden, laat.
Herken smashes die niet hard genoeg zijn: ze stuiteren omhoog en worden contrasmashbaar. Let op de positie van de tegenstander na de smash: vaak zakken ze te ver naar voren → ruimte achter hen.
Analyseer tegenstanders die te veel vertrouwen op hun overhead. Bestudeer het patroon: wanneer wordt de smash minder effectief?
Lees ik de stuit goed?
Ga ik te vroeg of te laat in backswing?
Kies ik kracht of diepte?
Loop ik te veel achteruit?
Gebruik een korte hop naar achter. Draai schouders volledig open. Stabiele romp voorkomt te hoge ballen. Racketblad licht gesloten.
Coach slaat lobs die diep tegen de achterwand komen. Speler moet een stevige, lage cross-bajada spelen met doorzwaai. Doel: lage, snelle bal die netspeler dwingt te verdedigen.
Analyseer hoe tegenstanders verdedigen aan het net: openen ze lichaam naar buiten? Dan is cross ideaal. Herken defensieve houdingen.
Noteer hoe vaak een diepe cross-bajada direct terreinwinst oplevert. Kijk wanneer de bal te hoog weggaat: oorzaak meestal timing of voetenwerk.
Hoeveel afstand heb ik tot de achterwand?
Kom ik laag genoeg?
Is mijn racketpad lineair of te rond?
Gebruik ik heuprotatie goed?
Diepe kniebuiging. Racketblad laag vóór de stuit. Heupen roteren mee naar cross. Hoofd blijft stil.
Vanuit baseline speel je een lage drive richting schoenen van de tegenstander aan het net. Coach staat in de volleypositie en varieert hoeken.
Let op netspelers die te hoog staan. Hun racketpunt wijst vaak omhoog → ideale chiquita/drive-situatie. Observeer hun eerste stap terug.
Bekijk rally’s waarin jij het net wilt overnemen. Hoe vaak creëert de drive op voeten chaos? Noteer patronen.
Ben ik in balans vóór ik sla?
Is mijn swing klein genoeg om laag te blijven?
Mik ik op schoenen of net-onderkant?
Reageert tegenstander voorspelbaar?
Korte, compacte slag. Knieën gebogen. Racketblad half gesloten. Gewicht duidelijk naar voren.
Speler start laag bij de achterwand en moet een hoge, diepe lob spelen onder druk. Coach speelt diepe ballen met variabele snelheid.
Lees de positie van de tegenstanders: staan ze te dicht bij het net → lob. Staat een van beide al naar achter → speel drive.
Noteer hoe vaak je onder druk een goede lob slaat. Foutenpatronen: te laag, te kort, te veel spin. Bestudeer wanneer je timing mist.
Start ik laag genoeg?
Is mijn racket onder de bal?
Stuur ik met mijn benen omhoog?
Heb ik genoeg ruimte achter mij?
Zeer lage kniebuiging. Swing omhoog vanuit benen en core. Racketblad open. Gebruik volledige kinetische keten.
Train afwisselend vibora cross én vibora down-the-line. Coach bepaalt richting door “links” of “rechts” te roepen.
Let op verdedigers die te veel vertrouwen op cross-volley. Speel wisselend om hun patronen te doorbreken.
Bekijk welke variant meer fouten veroorzaakt. Noteer gevoeligheden van tegenstanders.
Kan ik sneller richting wisselen?
Roteer ik volledig vanuit romp?
Is mijn slag te vlak?
Zakt mijn racketpunt goed door?
Zijwaartse stance, sterke rompstabilisatie. Snijdende armbeweging met gecontroleerde pols. Racketblad schuin gesloten.
Coach speelt diepe hoekballen. Speler moet telkens kiezen tussen open stance, cross-step of pivot-turn. Train reactiesnelheid zonder balverlies.
Herken tegenstanders die graag de hoek aanvallen. Kijk naar hun heupen: wijzen ze naar hoek → verwacht diepe cross.
Observeer hoe vaak jij uit balans raakt in de hoek. Dat moment bepaalt jouw trainingsfocus.
Sta ik te dicht op glas?
Maak ik de juiste voetwissel?
Kijk ik eerst naar bal of naar positie?
Zoek ik actief ruimte?
Gebruik micro-steps. Heupen open. Knieën gebogen. Gewicht licht naar voren. Combineer rotatie en stabiliteit.
Coach speelt afwisselend hoge en lage ballen. Speler moet elke volley diep langs het glas spelen, zonder te duwen of te slaan.
Let op netspeler van tegenstander: speelt hij te agressief? Dan dwing je terug met diepe volleys.
Noteer wanneer volleys structureel te kort blijven. Zijn dit technische fouten of timingfouten?
Stuur ik met mijn schouder?
Staat mijn racketblad te dicht?
Is mijn follow-through consistent?
Hoeveel gewicht verplaats ik?
Voeten breed, lichaam licht naar voren. Racket voor lichaam. Geen achterzwaai. Kracht uit voorwaartse lichaamsbeweging.
Coach speelt lage backhandballen → speler moet gecontroleerde, zachte chiquita spelen voor de voeten van de volleyer. Fluïde, exact, compact.
Zie waar de volleyer zwak staat: op linkervoet? Op backhand? Speel daarheen.
Bekijk rally’s waarin jij gedwongen laag staat. Welke optie geeft beste resultaten: lob, drive of chiquita?
Ben ik rustig genoeg in lage positie?
Is mijn swing te groot?
Mik ik op voeten of richting netspeler?
Herstel ik direct?
Zeer compacte beweging. Racketblad licht gesloten. Gewicht naar voren. Lage heupstand, romp stabiel.
① Gerichte oefening
Oefen een hoge lob ontvangen, terug wijken en een diepe bandeja naar de hoek spelen.
② Spel-analyse-tips
Let op of je voldoende tijd creëert door eerst te draaien en ruimte te nemen.
③ Spelverloop bestuderen
Bekijk of de tegenstander aan het net direct onder druk wordt gezet door jouw diepe placement.
④ Stappenplan / vragen
Draai je schouders in?
Maak je eerst ruimte?
Raak je de bal vóór je lichaam?
Hoeveel controle heb je op de richting?
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Open heupstand, hoge voorbereiding, gewicht langzaam naar voren tijdens de slag.
① Oefen gecontroleerde lage backhandvolley’s vanaf heuphoogte en lager.
② Analyseer of je racketblad stabiel blijft.
③ Kijk hoe vaak je de bal te dik of te dun raakt.
④ Check: (1) Racket laag? (2) Elleboog compact? (3) Bodem van het racket iets open?
⑤ Lage kniestand, kernspanning, korte slagbeweging.
① Oefen diagonale sidesteps naar achteren gevolgd door een gecontroleerde smash.
② Analyseer timing: ben je onder de bal op het juiste moment?
③ Bestudeer of je de bal vóór of achter je raakt.
④ Stappen: kijk → zijwaarts → draaien → slaan → doorlopen.
⑤ Gewicht op voorvoet, romp recht, lange kinetische keten.
① Werk aan een vaste 3-stappenroutine vóór elke service.
② Analyseer je foutpercentage in eerste vs tweede service.
③ Bestudeer tegenstanders: waar staan ze en hoe anticiperen ze?
④ Vraag: wat verandert er als je tempo verlaagt?
⑤ Stabiele basisspread, ontspannen schouders, vloeiende armzwaai.
① Oefen ballen die laag uit de achterwand komen met gecontroleerd voortbeweeg-moment.
② Analyse: raak je te dicht bij de wand of te ver?
③ Bestudeer hoeken en snelheid van de bal.
④ Stappenplan: positie → wachten → kleine pas → raken.
⑤ Lage heupstand, racket onder de bal, kleine passen.
① Speel 2 tegen 1 op het net: leer druk constant houden.
② Analyseer of je te vroeg of te laat naar voren beweegt.
③ Bestudeer of de tegenstander een voorspelbare lob geeft.
④ Focusvragen: Hoe dicht sta ik bij het net? Wanneer sluit ik?
⑤ Licht voorover, heupen actief, snelle voorvoetbeweging.
① Oefen sprinten van baseline naar net + splitstep + volley.
② Analyseer je eerste pas: explosief genoeg?
③ Bestudeer wanneer je besluit om door te lopen.
④ Stappenplan: start → drive → splitstep → volley.
⑤ Rechte romp, heupinitiatie, zachte landingen.
① Train om langzaam gespeelde ballen versneld maar gecontroleerd terug te slaan.
② Analyse: verlies je balans bij versnellen?
③ Bestudeer hoe de bal stuitert en of je te vroeg opent.
④ Vragen: Hoeveel ruimte neem ik? Waar is mijn raakpunt?
⑤ Stabiel midden, kort backswing, gecontroleerde follow-through.
① Oefen een bandeja gericht op de T van het veld als neutrale reset.
② Analyseer of je placement constant is.
③ Bestudeer of tegenstanders hierdoor achteruit gaan of juist aanvallen.
④ Stappen: positie → draai → raakpunt → diepe control.
⑤ Schouders draaien, racket hoog, gewicht op voorwaartse pas.
① Speel lobs op moeilijke momenten: rug tegen de wand, late ballen, hoge snelheid.
② Analyse: hoe vaak wordt je lob te laag?
③ Bestudeer waar je tegenstanders staan bij jouw lob.
④ Vragen: hoe creëer je tijd? Hoe laad je de slag op?
⑤ Open lichaam, licht achterover, racketblad open, rustige pols.
① Gerichte oefening
Oefen een splitstep telkens wanneer de tegenstander slaat, in een lang rally-patroon.
② Spel-analyse-tips
Controleer of je splitstep te vroeg (val je al?) of te laat (sta je nog stil?) komt.
③ Spelverloop bestuderen
Observeer hoe je reactietijd verbetert wanneer je splitstep consistent is.
④ Stappenplan / vragen
Spring ik licht genoeg?
Val ik naar de juiste richting?
Reageer ik vóór of ná de balrichting?
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Laag zwaartepunt, licht op voorvoeten, actieve core, ontspannen schouders.
① Oefen een chiquita met gecontroleerde lift van de knie en korte polsactie.
② Analyseer hoe laag je startpunt is en of de bal onder de knieën blijft.
③ Bestudeer of je tegenstander gedwongen wordt omhoog terug te slaan.
④ Focus: kort → laag → gericht → doorlopen.
⑤ Heuprotatie minimaliseren, kleine backswing, balans op voorste been.
① Train smashes waarbij je de bal vóór het lichaam raakt en naar beneden slaat.
② Analyse: verlies je controle door té veel kracht?
③ Bestudeer de bounce: stuitert de bal na jouw smash goed van de muur weg?
④ Stappen: positie → draaien → arm strekken → pronatie → landing.
⑤ Kinetische keten: benen → heup → romp → schouder → arm → pols.
① Oefen drives die net langs de zijwand glijden voor maximale druk.
② Analyseer of je te veel risico neemt (te strak = fout).
③ Bestudeer hoe tegenstanders reageren: openen ze of wijken ze?
④ Vragen: raak ik op tijd? Houd ik de bal laag?
⑤ Semi-open stand, racketblad neutraal, korte swing.
① Train het lezen van snelle overheads die uit de achterwand komen.
② Analyse: hoe snel draai je je lichaam?
③ Bestudeer de hoek van de uitkomende bal.
④ Stappenplan: inschatten → teruglopen → draaien → ontspannen raken.
⑤ Laag zwaartepunt, heupen draaien, soepele armen.
① Oefen: drive slaan → twee stappen naar voren → netpositie innemen.
② Analyseer of je stappen te groot of te langzaam zijn.
③ Bestudeer wanneer de tegenstander onder druk komt.
④ Focusvragen: sluit ik op tijd? Kan ik meteen volleyen?
⑤ Voorwaartse lean, korte pasjes, actieve romp.
① Train bajada’s vanaf de achterwand met de backhand: gecontroleerd maar aanvallend.
② Analyse: raak je te hoog (fouten) of te laag (verlies kracht)?
③ Bestudeer het ritme: wand → stuit → slag.
④ Stappen: anticiperen → positie → backswing → contact → volgen.
⑤ Rotatie vanuit romp, stabiele pols, lage kniestand.
① Oefen een hoge, diepe reset vanuit moeilijke verdedigingsposities.
② Analyseer je rustmoment: neem je genoeg tijd?
③ Bestudeer hoe de deep reset het speltempo verandert.
④ Vragen: mik ik op de baseline? Staat mijn racketblad stabiel?
⑤ Open lichaam, licht achterover, gecontroleerde armzwaai.
① Train korte richtingswissels: links–rechts–voor–achter in één rally.
② Analyse: ben je explosief genoeg?
③ Bestudeer of je voetenwerk jou vóór of ná de bal brengt.
④ Stappen: anticiperen → kleine passen → stoppen → versnellen.
⑤ Lichaamsas recht, voorvoetdominantie, reactieve knieën.
① Oefen lage voorhandvolley’s terwijl je in beweging naar voren bent.
② Analyse: raak je de bal vóór je lichaam of te laat?
③ Bestudeer of je landing stabiel blijft.
④ Vragen: hoe is mijn tempo? Houd ik mijn racketblad open?
⑤ Lichaamsstand: romp licht naar voren, knieën buigen, kleine follow-through.
① Gerichte oefening
Sta 10–20 ballen lang met een “open chest”-houding: borst licht open, schouders laag, racket vóór je borst. Vanuit deze houding reageer je op willekeurige ballen van een feeder.
② Spel-analyse-tips
Let op of je schouders te hoog staan (spanning) of te laag (traagheid). Analyseer of je racket midden blijft of naar links/rechts zakt.
③ Spelverloop bestuderen
Observeer hoe snel je startpositie bepaalt hoe vroeg je de richting leest. Noteer welk moment je de bal echt ziet: bij contact van tegenstander of pas later?
④ Stappenplan / vragen
Ben ik ontspannen in mijn bovenlichaam?
Sta ik licht op mijn voorvoeten?
Kijk ik recht vóór me, niet naar de grond?
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Bekken neutraal, romp stabiel, schouders breed. De open chest-houding vergroot je reactiemogelijkheid en houdt je kinetische keten efficiënt.
① Train twee opeenvolgende backhandvolleys: één blok, één geleid met nadruk op polscontrole.
② Analyseer of je de eerste volley als ‘controlepunt’ gebruikt en de tweede als ‘richtingstuwing’.
③ Bestudeer bij welk type ballen je timing verliest: snelle of diepe ballen?
④ Focus: blok → controleren → richten → doorstappen.
⑤ Halfopen stand, ellebogen iets van het lichaam, klein racketpad.
① Oefen een bandeja terwijl je diagonaal vooruit loopt naar positie.
② Analyse: raak je te hoog/laag? Verlies je balans bij landing?
③ Bestudeer de hoogtecurve en de stuit: blijft hij laag genoeg om tegenstander te dwingen?
④ Stappen: voorbereiden → draaien → midpoint-contact → gecontroleerde landing.
⑤ Lichte voorwaartse lean, rompstabiliteit, zachte knie-invang na sprong.
① Train een lage, diepe return cross, gericht op voeten van de serveerder.
② Analyse: raak je vroeg genoeg voor controle?
③ Bestudeer hoe de serveerder reageert: dwing je een hoge volley af?
④ Vragen: sta ik breed genoeg? Mik ik onder de bal?
⑤ Zwaartepunt laag, heupen half-open, korte backswing.
① Oefen het glijden (kleine diagonale pas) om je uit een diepe hoek te bevrijden.
② Analyse: verlies je snelheid door grote passen?
③ Observeer hoe de bal blijft hangen wanneer jij tijd creëert door je voetenwerk.
④ Focus: kleine pas — glijden — openen — terug naar centrum.
⑤ Knie-inzet, romp recht, voeten onder het lichaam om stabiliteit te bewaren.
① Train hoge lobs terwijl je vanuit je knieën werkt na een diepe bal.
② Analyseer of je racketblad voldoende open staat.
③ Bestudeer de hoogte en boog tot aan het plafond/kooi.
④ Stappen: doorzakken → openen → lift → doorlopen.
⑤ Enkelbuiging, heupextensie en gecontroleerde armzwaai bepalen het traject.
① Oefen telkens vóór de splitstep een micro-anticipatiestap op basis van tegenstanderpositie.
② Analyseer of je naar de juiste kant neigt.
③ Bestudeer of je daardoor sneller bij diepe/strakke ballen bent.
④ Vragen: zie ik de backswing van tegenstander? Voorvoel ik richting?
⑤ Gewicht op de bal van de grote teen, romp licht voorover, snelle kuitreactie.
① Oefen volleys die gericht zijn op enkelhoogte van de tegenstander.
② Analyse: sla je te hard of te zacht?
③ Bestudeer welke zone bij tegenstander het meeste verstoring veroorzaakt.
④ Stappen: positioneren → korte slag → direct herpositioneren.
⑤ Lage romp, kleine polsflexie, stabiele ellebogen.
① Oefen een bandeja waarbij je nét over de tegenoverliggende schouder slaat.
② Analyse: hoe beïnvloedt dat jouw balans?
③ Bestudeer hoe tegenstanders moeite hebben met de draaihoek.
④ Focus: lichaam openen → arm kruist over → zachte follow-through.
⑤ Romprotatie contra-intuïtief, voeten kruisen mogelijk, extra stabilisatie vereist.
① Train dropvolleys met minimale impact en maximale controle.
② Analyse: raak je te lang? Zakt je blad te vroeg?
③ Bestudeer hoe de bal na stuit remt of draait.
④ Vragen: voel ik de bal? Ben ik ontspannen bij contact?
⑤ Racketblad open, pols stil, gewicht iets achterover om snelheid te temperen.
① Gerichte oefening
Oefen een lage backhand-chiquita wanneer de bal eerst de zijwand raakt en op enkelhoogte uitkomt. Speel bewust traag–laag–gericht naar de voeten van de tegenstander.
② Spel-analyse-tips
Let op of je te veel lift geeft (bal wordt te hoog) of te weinig (bal blijft in de netrand). Check of je positie voldoende laag is vóór de balstuit.
③ Spelverloop bestuderen
Observeer wanneer de bal na de zijwand het best speelbaar is: direct na stuit of halverwege de daling? Noteer wat voor jou ritmisch het meest consistent is.
④ Stappenplan / vragen
Sta ik al laag vóór de stuit?
Is mijn racketblad te ver geopend?
Kan ik cross spelen zonder risico?
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Zeer lage kniestand, heupen parallel aan zijwand, pols neutraal, romp licht naar voren gekanteld voor stabiliteit.
① Train bajada’s op ballen die niet diep vallen maar middenhoog tegen de achterwand komen.
② Analyse: raak je te vroeg (bal te hoog) of te laat (bal te laag en zonder power)?
③ Bestudeer of de hoogte van je contactpunt consistent genoeg is voor een gecontroleerde aanvallende bal.
④ Vragen: draai ik voldoende? Sta ik breed genoeg?
⑤ Heuprotatie, voeten diagonaal, zwaartepunt laag, arm versnelt op het eind.
① Oefen forehand drives waarbij je met een grote voorwaartse stap in de bal valt.
② Analyseer of die stap richting, balans of kracht verstoort.
③ Bestudeer wat de ideale timing is: stap eerst of racket eerst?
④ Stappen: zien → stap → raken → doorlopen → netdruk opbouwen.
⑤ Lichaamsas recht, gewicht volledig op voorste been, romp stabiel.
① Train: diepe bal → terugstappen → herwinnen → terug naar net in 2 stappen.
② Analyse: maak je te grote passen waardoor je tempo verliest?
③ Bestudeer hoe vaak je opnieuw het net kunt veroveren na defensieve situaties.
④ Vragen: stap ik eerst diagonaal of recht achteruit?
⑤ Bekken laag, center of gravity tussen beide voeten, armen ontspannen.
① Oefen volleys op schouderhoogte, vooral inkomende topspin-drives.
② Analyse: je blad zakt vaak te snel — hou dit stabiel.
③ Bestudeer de balreactie: springt hij weg of blijft hij vlak?
④ Stappen: anticiperen → voor je raken → korte impact → reset-positie.
⑤ Core aangespannen, schouders breed, ellebogen niet te hoog.
① Train een inside-out drive diagonaal naar buiten, zelfs vanuit centrumpositie.
② Analyseer of je te ver open draait (verlies van tijd en balans).
③ Bestudeer hoe tegenstanders reageren: ontstaat er een gat in de diagonaal?
④ Vragen: is mijn voetenwerk voorbereid vóór de swing?
⑤ Heuprotatie small-angle, arm ver van lichaam, voeten breed.
① Train lobs vanuit diep in de kooi wanneer je bijna geen ruimte hebt.
② Analyse: open je het racketblad genoeg?
③ Bestudeer hoe hoog je lob moet zijn om dubbelwand druk te vermijden.
④ Stappen: zien → doorzakken → openen → lift → herpositioneren.
⑤ Zwaartepunt extreem laag, armen los, enkelbuiging sterk geactiveerd.
① Oefen stopvolleys die juist defensieve situaties omkeren door het tempo te breken.
② Analyse: raak je te lang door de bal heen?
③ Bestudeer hoe tempo-switch tegenstanders uit balans trekt.
④ Vragen: durf ik ruim onder de bal te gaan?
⑤ Blad open, pols stevig, knieën in “schokdempstand”.
① Train overheads waarbij je je schouders volledig “closed” draait vóór je slaat.
② Analyse: roteer je gecontroleerd of gooi je te snel open?
③ Bestudeer de timing tussen draai → lift → impact.
④ Stappen: closed → openen → strekken → pronatie → landing.
⑤ Schouderlijn schuin, core sterk, knieën buigen vóór sprong.
① Train verdediging van harde ballen die richting je lichaam komen, op heup- of ribhoogte.
② Analyse: reageer je met voeten of alleen met racket?
③ Bestudeer waar de bal wegstuit na jouw reactieve blok.
④ Stappen: mini-sidestep → blok → resetpositie.
⑤ Ellebogen dichter bij lichaam, romp laag, voeten wijd voor stabiliteit.
① Gerichte oefening
Oefen backhand-drives waarbij je vóór iedere slag een micro-openingspas maakt. Dit zorgt voor ruimte om de bal voor je lichaam te raken en verhoogt je reactietijd op snelle ballen.
② Spel-analyse-tips
Let op of je openingspas te groot is (verliest tijd) of te klein (geen ruimte voor de swing). Check of je schouderlijn correct draait tijdens de voorbereiding.
③ Spelverloop bestuderen
Observeer bij welke rally-tempo’s je vergeet de micro-openingspas te gebruiken. Noteer of de balcontrole beter wordt als je pas eerst komt en de swing daarna.
④ Stappenplan / vragen
Open ik voldoende vóór de impact?
Raak ik de bal voor of naast mijn heup?
Kan ik direct na de slag weer sluiten en resetten?
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Heupen en schouders tegelijk roteren. Zwaartepunt laag, knieën licht gebogen, racketpad compact.
① Train bandeja’s terwijl je diagonaal achterwaarts loopt om een hogere bal te positioneren.
② Analyse: verlies je balans door te veel zijwaartse beweging?
③ Bestudeer of je contactpunt stabiel blijft bij diagonale terugloop.
④ Stappen: lezen → diagonaal terug → stoppen → slaan → doorbewegen.
⑤ Halfopen stand, romp gestrekt, armzwaai breed maar gecontroleerd.
① Train volleys waarbij je van lage startpositie naar laag contactpunt werkt zonder op te komen.
② Analyse: duw je te veel met de arm i.p.v. uit benen?
③ Bestudeer hoe lage volleys het ritme van tegenstanders breken.
④ Vragen: kan ik korter raken? Is mijn blad stil genoeg?
⑤ Knieën diep, core ingeschakeld, blad licht open.
① Oefen bajada’s uit situaties waar je onder zware druk staat (snelle ballen, weinig tijd).
② Analyse: verlies je het ritme door te snel te slaan?
③ Bestudeer hoe de hoogte van de achterwand-stuit varieert per tegenstander.
④ Stappen: anticiperen → zak in → kort pad → agressieve maar beheerste finish.
⑤ Zwaartepunt extreem laag, rotatie vanuit heup en core.
① Train zachte lifts vanuit diepe situaties, gericht op het creëren van tijd.
② Analyse: lift je te hoog of te diep?
③ Bestudeer hoe de soft lift de tegenstander dwingt om te dalen i.p.v. direct aan te vallen.
④ Vragen: open ik voldoende? Ben ik geduldig bij het raken?
⑤ Grote enkelbuiging, blad omhoog, ontspanning in onderarm.
① Oefen forehandvolleys die bedoeld zijn om balans van tegenstanders te breken via tempo- en richtingswissels.
② Analyse: sla je te bruusk? Mist de bal finesse?
③ Bestudeer hoe tegenstanders reageren op jouw wisselingen.
④ Stappen: voorbereiden → kort pad → verandering in tempo → reset.
⑤ Pols stevig, schouder laag, arm dicht bij lichaam.
① Train overheads waarbij je eerst een “check move” doet: racket omhoog → reset → swing.
② Analyse: gooi je racket te vroeg naar achteren?
③ Bestudeer hoe timing verschuift als je deze dubbele voorbereiding gebruikt.
④ Stappen: check → draaien → laten vallen → slaan → landen.
⑤ Schouders breed, hand hoog, romp stabiel.
① Train returns waarbij je extra aandacht besteedt aan lezen van lichaamssignalen van serveerder (schouderstand, racketpunt, voetplaatsing).
② Analyse: voorspel je de richting correct?
③ Bestudeer hoe vaak je fout zit in je pre-anticipatie en waarom.
④ Vragen: zie ik de kleine signalen? Reageer ik te laat?
⑤ Ready-positie breed, gewicht vooruit, split op het juiste moment.
① Train het kleine ritmepasje vóór je laatste stap richting net.
② Analyse: maak je hem te laat of te vroeg?
③ Bestudeer hoe stutter step je timing voor volleys verbetert.
④ Stappen: reactiepasje → versnelling → stabilisatie → volley klaar.
⑤ Voeten wijd, romp laag, schouders in voorwaartse richting.
① Oefen crosslift-ballen uit diepe backhandverdediging wanneer je geen tijd hebt voor een lob.
② Analyse: valt je bal te kort, waardoor tegenstander vangt?
③ Bestudeer hoe tegenstander reageert: moet hij naar beneden buigen?
④ Vragen: open ik genoeg? Is mijn follow-through te lang?
⑤ Lage heupen, racketblad omhoog, arm onder bal.
① Gerichte oefening
Train het oplossen van diepe ballen in de voorhandhoek door met een inside-step (stap naar binnen, richting middenveld) ruimte te creëren voordat je slaat.
② Spel-analyse-tips
Beoordeel of je te laat naar binnen stapt waardoor de bal te dicht bij het lichaam komt. Let op het openen van de heup: is die vroeg genoeg?
③ Spelverloop bestuderen
Bekijk wanneer tegenstanders de voorhandhoek zoeken: na een bandeja, na jouw cross-lob of na hun chiquita? Noteer patronen in hun keuzes.
④ Stappenplan / vragen
Stap ik vóór de stuit naar binnen?
Raak ik de bal vóór mijn lichaam?
Houd ik genoeg afstand tot de zijwand?
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Zwaartepunt op buitenbeen → inside-step voor ruimte → heup open → slagpad compact → follow-through kort en gecontroleerd.
① Train zachte blokvolleys met de backhand om snelheid van harde drives te neutraliseren.
② Analyse: staat je racketblad te open (bal vliegt omhoog)?
③ Bestudeer hoe vaak je met een zachte block het net behoudt i.p.v. teruggedrongen wordt.
④ Vragen: beweeg ik te veel? Sta ik stevig genoeg?
⑤ Elleboog iets voor lichaam, schouders laag, pols gefixeerd.
① Train een backhand bajada waarbij je vóór de slag een kleine schouderrotatie inzet om meer controle te krijgen.
② Analyse: roteer je te veel, waardoor je kracht verliest?
③ Bestudeer het verschil tussen “rotatie → slag” versus “slag → rotatie”.
④ Stappen: lezen → rotatie → dalen → raken → doorbewegen.
⑤ Bekken laag, schouderlijn parallel aan achterwand, racket in compact pad.
① Train lobs uit diepe hoeken wanneer je knieën al gebogen zijn.
② Analyse: open je het blad voldoende? Gebruik je je benen?
③ Bestudeer hoe lobhoogte varieert als je te veel of te weinig lift geeft.
④ Vragen: ben ik geduldig genoeg? Wacht ik tot de bal zakt?
⑤ Zwaartepunt laag, heupen stabiel, blad > 45° open, rustige armbeweging.
① Train extreem korte volleys om een te snel rallytempo te onderbreken.
② Analyse: zit er te veel swing in je beweging?
③ Bestudeer het effect op de tegenstanders: vertragen ze of lopen ze vast?
④ Stappen: klaarstand → kort raken → direct terug naar neutral.
⑤ Pols stil, kernspanning hoog, voeten breed.
① Train crossdrives waarbij je lichaam 45° gedraaid staat ten opzichte van de zijwand.
② Analyse: staat je stand te open (verlies controle), of te gesloten (verlies snelheid)?
③ Bestudeer welke hoek de tegenstander dwingt tot lage volleyreactie.
④ Vragen: raak ik vóór mijn heup? Roteren mijn schouders mee?
⑤ Heup-hoek 45°, racketpad laag naar hoog, schouders vloeiend roterend.
① Train dubbele split-step: kleine pre-split → direct grotere split bij afslag.
② Analyse: maak je hem te laat waardoor je vaststaat?
③ Bestudeer rally’s waar dubbele split het verschil maakt in anticipatie.
④ Stappen: pre-read → mini-split → grote split → bewegen.
⑤ Gewicht op voorvoet, romp voorover, zachte knieën.
① Train backhandvolleys langs de lijn om druk te zetten op tegenstanders die te veel centreren.
② Analyse: duw je te veel waardoor bal te lang wordt?
③ Bestudeer wanneer lijn volley meer effect heeft dan cross.
④ Vragen: controleer ik pols? speel ik te scherp?
⑤ Elleboog laag, schouder stabiel, blad licht gesloten.
① Train crossover-beweging (kruispas) om sneller onder hoge ballen te komen voor bandeja’s.
② Analyse: verlies je balans door te grote pas?
③ Bestudeer hoe crossover je tijdwinst oplevert t.o.v. gewoon zijwaarts lopen.
④ Stappen: zien → kruis-stap → stabiliseren → slaan → terug.
⑤ Lichaamsas recht, heupen niet kantelen, armen in balans.
① Train verdediging wanneer bal via glas + zijwand komt.
② Analyse: lees je de baan vroeg genoeg?
③ Bestudeer waar de bal meestal uitkomt bij verschillende snelheden.
④ Vragen: laat ik de bal zakken? Ben ik geduldig?
⑤ Zwaartepunt laag, voeten breed, blad open en klein swingpad.
① Gerichte oefening
Speel forehand drives van midden naar de buitenlijn met inside-out rotatie.
② Spel-analyse-tips
Let op wanneer tegenstanders te ver naar binnen stappen — dat is jouw cue.
③ Spelverloop bestuderen
Observeer hoe het spel verandert als je de buitenlijn meer benut.
④ Stappenplan / vragen
Open draaien
Ruimte maken
Raakpunt vóór heup
Breng de bal naast de tegenstander
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Open heuprotatie, stevige voorvoetdruk, ontspannen schouder voor vloeiende rotatie.
① Train een gecontroleerde forehand half-volley net na de stuit.
② Analyse: raak je de bal stabiel, niet te hard?
③ Bestudeer of de bal vaker diep of kort terugkomt.
④ Vragen: “Wacht ik lang genoeg?” “Hoe laag zit ik?”
⑤ Lage kniestand, racket dichtbij de grond, compact beweegpatroon.
① Oefen terugvallen na een diepe volley richting baseline.
② Analyse: verlies je balans bij het terugzetten?
③ Bestudeer of je partner jouw terugval goed leest.
④ Stappenplan: splitstep → zijwaarts terug → stabiliseren → reset.
⑤ Brede basis, gecontroleerde heuprotatie, lage romp.
① Oefen een zachte backhand liftbal om het ritme te breken.
② Analyse: kun je de bal hoog maar traag genoeg spelen?
③ Bestudeer de reactie: dwing je de tegenstander naar voren?
④ Vragen: “Waar wil ik de bal laten landen?”
⑤ Relaxte pols, lichte voorwaartse lift, rechte romp.
① Train het bewust vertragen van de volley om tijd te winnen.
② Analyse: hoe beïnvloedt dit de positionering van de tegenstander?
③ Bestudeer of ze blijven staan of te vroeg instappen.
④ Stappen: wachten → contactpunt → zachte demping.
⑤ Stabiele kern, korte armactie, lage elleboogstand.
① Oefen volleys die terugkaatsen van de zijwand of achterwand.
② Analyseer of je te dicht op de wand staat.
③ Bestudeer hoe de hoek van de wand de bal beïnvloedt.
④ Vragen: “Hoeveel ruimte heb ik nodig?”
⑤ Halfope stand, lichte rompvoorwaarts, arm gestrekt voor controle.
① Oefen een gecontroleerde diepe lob als reset vanuit een lastige positie.
② Analyse: krijg je voldoende hoogte en diepte?
③ Bestudeer hoe het ritme verandert zodra jij reset.
④ Stappen: laag zakken → racketblad openen → rustig doorslaan.
⑤ Elleboog laag, heupen licht achterover, gecontroleerde follow-through.
① Speel in een smalle corridor van 1 meter breed om precisie te trainen.
② Analyse: hoeveel fouten maak je in timing vs richting?
③ Bestudeer welke slagen je moeilijk vindt in nauwe ruimtes.
④ Vragen: “Hoeveel marge heb ik?”
⑤ Racket dicht bij het lichaam, kleine passen, lage balansstand.
① Train hoe je een snelle lage bal toch agressief kunt drijven.
② Analyse: raak je de bal niet te laat?
③ Bestudeer de bounce — valt hij diep of komt hij op?
④ Stappenplan: splitstep → zakken → drive kort → follow-through.
⑤ Knieën diep, heupen laag, racketblad bijna horizontaal.
① Oefen snelle shuffle-passen voorafgaand aan je aanval naar het net.
② Analyse: is je eerste stap explosief genoeg?
③ Bestudeer hoe snel je na de aanval klaarstaat voor een volley.
④ Vragen: “Waar is mijn raakpunt?” “Wanneer splitstep ik?”
⑤ Voorvoetactivatie, ritmische heupbeweging, romp stabiel en licht voorover.
① Gerichte oefening
Train een bandeja terwijl je achteruit beweegt na een diepe lob, met focus op balans.
② Spel-analyse-tips
Kijk of je te ver onder de bal komt — dit kost explosiviteit én controle.
③ Spelverloop bestuderen
Observeer hoe tegenstanders reageren op een defensieve vs. agressieve bandeja.
④ Stappenplan / vragen
Backpedal → stabiliseren
Schouders sluiten
Raakpunt iets voor de borst
“Kan ik hem nog naar de hoek spelen?”
⑤ Lichaamsstand & bewegingsleer
Brede pas, romp iets achterover, gewicht van hiel naar voorvoet verplaatsen bij het contact.
① Oefen een hoge backhand lob vanuit een lage en lastige verdedigingspositie.
② Analyse: raakt je racketblad te vroeg open?
③ Bestudeer of de lob dieper wordt naarmate je langer wacht met slaan.
④ Vragen: “Kan ik neutraliseren?” “Waar landt de bal het liefst?”
⑤ Lage kniestand, compacte backswing, gecontroleerde polsrotatie.
① Train het meteen herkennen van muurhoeken door 30 willekeurige rebounds te spelen.
② Analyse: kun je de bal na 1 stuit accuraat inschatten?
③ Bestudeer patronen in snelheid en hoek van de tegenstander.
④ Stappen: scannen → anticiperen → verplaatsen → contact.
⑤ Racket vóór het lichaam, open heuppositie, korte pasfrequentie.
① Oefen een korte, lage countervolleyslag wanneer de tegenstander agressief dicht bij het net komt.
② Analyse: houd je het racket voldoende vóór je?
③ Bestudeer: blokkeer je of sla je te veel door?
④ Vragen: “Hoeveel ruimte heb ik?”
⑤ Racketblad stevig, neutrale rompstand, minimale backswing.
① Train een 180° inside turn vóór een overhead, zodat je onder de bal komt zonder tijdverlies.
② Analyse: draai je te wijd of te krap?
③ Bestudeer hoe dit je timing op lobs verbetert.
④ Stappen: splitstep → inside turn → onder de bal → explosie.
⑤ Heuprotatie inzetten vanuit de voetketen, stabiele romp tijdens de draai.
① Oefen een zachte volley die de rally reset wanneer je onder druk staat aan het net.
② Analyse: vang je de bal vóór je lichaam op?
③ Bestudeer de tegenstander—gaan ze naar voren of blijven ze hangen?
④ Vragen: “Hoeveel snelheid moet ik eruit halen?”
⑤ Lage elleboog, kleine schokdemping in pols en schouder.
① Train de forehand drive met lichte topspin na een stuit uit de zijwand.
② Analyse: raakpunt te ver achter je?
③ Bestudeer hoe de stuit verschilt per snelheid van de tegenstander.
④ Stappen: zakken → schouders openen → lift uit de benen.
⑤ Kniebuiging diep, romp recht, arm in vloeiende boog.
① Oefen een V-beweging (achter–zij–voor) om positie te vinden bij wisselende lobs.
② Analyse: ben je te rechtlijnig in je bewegingen?
③ Bestudeer of je meer controle hebt over overheads.
④ Stappen: terug → zijwaarts → onder de bal → stabiliseren.
⑤ Flexibele heuprotatie, veerkrachtige enkels, steady core.
① Oefen een korte en krachtige punch-volley vanuit backhandpositie zonder doorslaan.
② Analyse: houd je het racketcompact genoeg?
③ Bestudeer: forceer je een fout bij de tegenstander?
④ Vragen: “Is mijn impactpunt vóór mijn heup?”
⑤ Neutrale heupstand, kleine armactie vanuit onderarm en schouder.
① Speel 5 minuten rally’s waarbij de trainer willekeurig lobs, drives en volleys afwisselt.
② Analyse: hoe snel herken je de balcategorie?
③ Bestudeer hoe jouw eerste stap de rest van de rally bepaalt.
④ Stappen: lezen → splitstep → kiezen → uitvoeren → herstellen.
⑤ Atletische houding: lage heupen, open borst, racket voor je, reactieketen actief.
Zie ook dailystijn/onthaasten