Er wordt 1 video per maand gemaakt van de MA
Er wordt 1 video per maand gemaakt van de PTV
Er wordt gefilmd door een helper, deze staat op de letter X.
Start en eindig de video enkele passen voor/na de aangegeven begin- en eindmarkering.
De video’s worden gemaakt in horizontale positie (landscape).
Er hoeft niet te worden ingezoomd.
De video’s worden aan 1 stuk gefilmd, editen is niet toegestaan.
Het geluid moet maximaal hoorbaar zijn.
Film bij daglicht, of zorg voor goede verlichting.
De helper mag niet tegen de combinatie spreken gedurende het filmen.
Zowel de MA video, als de PTV video worden apart van elkaar geüpload op YouTube, in de hoogst mogelijke resolutie.
Upload altijd het originele bestand naar YouTube, zonder het eerst van filmer naar deelnemer via whatsapp te versturen, omdat dit ten koste gaat van de beeldkwaliteit (naar elkaar versturen gaat dus beter via airdrop of wetransfer).
De links worden tijdig ter beoordeling (vóór de laatste dag van de maand om 23:59u) gestuurd naar trec.elzenwaard@gmail.com
Te late inzendingen, of inzendingen die niet aan bovenstaande instructies voldoen, worden niet beoordeeld.
Beoordeling vindt plaats zoals beschreven in reglementen en opdrachtbeschrijvingen van 2025 van TREC club Nederland (aanpassingen ivm beperkte ruimte/eigen materiaal worden aangegeven).
Het is niet mogelijk om bezwaar te maken over de beoordeling of de einduitslag.
Originaliteit: Er is dit jaar één originaliteitsprijs over de gehele competitie (geen maandelijkse bonuspunten zoals vorig jaar), maar één bijzondere waardering voor de meest creatieve, verzorgde of verrassende inzending van het seizoen. Het is dus niet verplicht om je te verkleden, of het parcours te versieren, maar het mag wel!
In een officiële TREC-wedstrijd wordt de MA meestal uitgevoerd op een rechte lijn van 150 meter lang. Alleen wanneer het terrein of de situatie dat niet toelaat, kan de lijn licht gebogen zijn. In deze online competitie rijden we de MA echter in een rijbak, waardoor er bochten in de baan zitten.
Die bochten zorgen voor een iets andere dynamiek dan op een rechte lijn. In galop zal het bijvoorbeeld moeilijker zijn om een langzame tijd neer te zetten, omdat veel combinaties geneigd zullen zijn om de binnenbocht te nemen. Omgekeerd kan het juist iets eenvoudiger zijn om een snelle stap-tijd te rijden. Bekijk in de reglementen de tijden-tabel behorende bij de MA.
Houd er rekening mee dat de baan op een echte MA slechts twee meter breed is. In deze online versie is die breedte niet fysiek afgebakend, maar de juryleden beoordelen je video met dat uitgangspunt in gedachten. Wanneer zij inschatten dat je in de rijbak duidelijk buiten deze denkbeeldige lijn zou zijn gekomen, dan wordt dat als fout aangemerkt.
In deze competitie kun je bij het onderdeel MA maximaal 15 punten voor de galop en 15 punten voor de stap behalen. Zo blijft de puntverhouding in balans met de PTV, waarin in totaal 100 punten te verdienen zijn.
Wat moet je doen?
Rijd in galop door de beginmarkering bij de letter A (in het voorbeeld op de video linksom). Rijdt eerst 1 volle ronde over de hoefslag en maak een overgang terug naar draf en stap, nadat je door de eindmarking bent gegaan bij de letter B. Draai om en start binnen 15 seconden met je stapgedeelte. Je gaat (in dit voorbeeld linksom) door de startmarkering bij de letter B en rijdt eerst 1 volle ronde over de hoefslag en dan door tot je door de eindmarkering bij A bent gegaan. Het doel van de MA is dat je kunt laten zien dat je de gangen van je paard onder controle hebt, omdat je het tempo kunt beheersen en een mooie rechtuit kunt blijven rijden daarbij. In galop probeer je zo langzaam mogelijk te gaan en in stap zo snel mogelijk. In een echte wedstrijd is de baan slechts 2 meter breed. Je mag bij deze oefening dus niet de hoeken afsnijden, anders zou je buiten de denkbeeldige baan komen. Dit zou resulteren in 0 punten voor het betreffende onderdeel, net als een overgang naar draf en ook overkruisd gaan wordt gezien als gangonderbreking.
In een officiële TREC-wedstrijd kunnen veel meer soorten PTV-oefeningen voorkomen dan in deze online competitie. In het terrein is er bijvoorbeeld ruimte voor natuurlijke hindernissen zoals een berg op of af, een wal of kuil, een trap, of op- en afsprongen. Zulke elementen zijn natuurlijk niet realistisch na te bootsen in een rijbak.
Daarnaast zijn we in deze competitie gebonden aan het formaat van de rijbak (20 x 40 meter). Daardoor is er minder ruimte om een parcours uit te zetten met telkens nieuwe hindernissen. Om toch een gevarieerd en uitdagend geheel te creëren, worden sommige hindernissen binnen een proef meer dan één keer uitgevoerd, bijvoorbeeld in een andere richting of aan de hand ipv gereden. Zo blijft het parcours compact, maar wel afwisselend en leerzaam.
De ingezonden PTV video’s worden dit jaar beoordeeld aan de hand van score-formulieren, precies zoals dat ook tijdens een echte wedstrijd gebeurt. Hierdoor krijg je als deelnemer niet alleen een cijfer, maar ook duidelijk inzicht in waar dat cijfer vandaan komt en op welke onderdelen je nog kunt verbeteren. De opdrachten zijn ingedeeld in groepen, de jurering verschilt per groep. Onderstaand kun je per groep en per oefening lezen waar de jury’s op letten en hoe de punten worden opgebouwd. Anders dan in een echte wedstrijd zul je nu ook feedback ontvangen van de juryleden over hoe je eventueel verder kunt verbeteren.
Net als bij een echte TREC-wedstrijd mag je er ook in deze competitie voor kiezen om een oefening niet uit te voeren. Geef dit dan netjes aan in je video, bijvoorbeeld door een markering te plaatsen waar de hindernis zou staan en je richting de camera af te melden. Bij een sprong mag je er voor kiezen om een lagere hindernis te bouwen en deze wel te springen. Je krijgt voor dat onderdeel dan geen punten, maar blijft wel gewoon in de competitie. Dit maakt het makkelijker om bijvoorbeeld wél het T3-parcours te proberen, ook als je (nog) geen 90 cm wilt springen. Geef het van te voren in je mail aan dat je er bewust voor gekozen hebt om de hindernis een andere maat te geven dan voorgeschreven.
De jury beoordeelt ook of de hindernissen voldoen aan de voorgeschreven afmetingen en opbouw. Het is dus belangrijk om de hindernissen zo nauwkeurig mogelijk na te bouwen. Net als vorig jaar geldt: wanneer een hindernis duidelijk afwijkt van de richtlijnen (bijvoorbeeld te laag, te smal of te kort), kan de jury hiervoor puntenaftrek toepassen. Om te zorgen voor een eerlijke beoordeling, is het aan de jury’s eigen inzicht om te bepalen in hoeverre een hindernis aan de gestelde eisen voldoet. Kleine afwijkingen zijn meestal geen probleem, zolang het doel en de moeilijkheidsgraad van de oefening behouden blijven. Bekijk in de officiele beschrijving van de PTV oefeningen, aan welke afmetingen de hindernissen moeten voldoen, tenzij specifiek anders aangegeven ten behoeve van de wintercompetitie, in de onderstaande uitleg per oefening.
Net als bij een echte PTV-wedstrijd is het belangrijk dat je het parcours in de juiste volgorde uitvoert. Leer daarom van tevoren goed de volgorde van de hindernissen uit je hoofd. Loop eventueel het parcours even te voet door voordat je begint met rijden, zodat je precies weet waar elke oefening staat en vanaf welke kant je deze moet nemen. Je mag er voor kiezen om nummers bij de hindernissen te plaatsen als geheugensteuntje, dat kan handig zijn, maar is niet verplicht. Let goed op de rijrichting: als een hindernis vanaf één specifieke kant gereden moet worden, telt het nemen van de hindernis vanaf de verkeerde kant als een parcoursfout. Gaat een oefening mis, dan mag je deze niet opnieuw uitvoeren. Het herhalen van dezelfde hindernis wordt namelijk beschouwd als een verkeerd parcours, wat automatisch leidt tot 0 punten voor de gehele PTV.
Bekijk hieronder de video’s van de PTV-parcoursen van vorig jaar, waarin alle zelf gefabriceerde hindernissen aan bod komen. Ze geven een goed beeld van wat je kunt verwachten én hoe leuk het is om met eenvoudige materialen een uitdagend parcours te creëren. Je kunt in deze voorbeelden ook goed zien wat het verschil in de hoeveelheid daglicht doet met de kwaliteit van de video en hoe lastig het te beoordelen kan zijn voor de juryleden als ze de details niet goed kunnen zien.
Elke hindernis wordt beoordeeld op drie onderdelen: het doel van de oefening, de gekozen gang en eventuele strafpunten. De totaalscore per hindernis ligt tussen 0 en 10 punten.
De jury kijkt eerst naar het doel van de oefening: of de hindernis correct en volledig wordt uitgevoerd. Een volledig correcte uitvoering levert 7 punten op. Bij één fout wordt dit 4 punten, bij twee fouten 1 punt, en bij drie fouten of het niet voltooien van de hindernis blijft de score 0 punten.
Bij deze oefening kunnen verschillende soorten fouten voorkomen die invloed hebben op de score. Voorbeelden hiervan zijn: het achteruit zetten van een stap, een weigering of het rijden van een volte om te herstellen. Ook een gecorrigeerde parcoursfout (waarbij de deelnemer de fout herstelt en het parcours alsnog correct voltooit) wordt als fout geregistreerd. Deze fouten leiden tot puntenaftrek volgens de gebruikelijke beoordelingssystematiek binnen deze groep. Lees per oefening welke fouten er bij die specifieke opdracht er nog meer aangerekend kunnen worden.
Vervolgens wordt gekeken naar de gang waarin de oefening wordt gereden. Rijden in galop levert een bonus van +3 punten op, in draf worden in de T0/1 geen punten afgestrokken, en in stap worden 2 punten afgetrokken. Er zijn dan dus nog steeds punten te behalen wanneer de oefening in stap wordt gedaan. In de T2 en T3 wordt verwacht dat de oefening al in galop of draf kan worden uitgevoerd. Om die reden worden in draf 2 punten afgetrokken, en in stap worden 10 punten afgetrokken. Op die manier wordt het rijden in een hogere gang beloond, mits het correct en gecontroleerd gebeurt.
Daarnaast kunnen er strafpunten worden toegekend. Bij overmatig gebruik van hulpen of duidelijk verzet van het paard wordt 1 punt afgetrokken. Wanneer een voet buiten het obstakel komt (bijvoorbeeld over een lijn of balk), volgt een aftrek van 10 punten. Hetzelfde geldt bij wreedheid jegens het paard of het ontstaan van een gevaarlijke situatie: ook dan worden 10 punten afgetrokken.
De jury telt de punten van het doel, de gang en eventuele aftrek bij elkaar op. De minimumscore per hindernis is 0, de maximumscore 10 punten.
Verder geldt dat bij een fout parcours de deelnemer 0 punten krijgt voor de gehele PTV. In geval van een val wordt de deelnemer gestopt, wat eveneens resulteert in 0 punten voor de PTV. Bij een eerste geval van wreedheid wordt bovendien 10 punten van het totale PTV-totaal afgetrokken.
Deze opdracht bootst het rijden onder de laaghangende takken van de bomen na. Tijdens een echte PTV, ziet de opdracht er uit zoals op deze foto.
In de wintercompetitie hoef je dit niet precies zo na te bouwen. We gaan doen alsóf we onder takken door rijden. We zetten dus wel staanders (of iets dat daar op lijkt) neer om tussendoor te rijden. Indien je zelf wel over echte laaghangende takken beschikt mag je deze natuurlijk wel gebruiken, maar houd er rekening mee dat je de oefening veilig vanaf beide kanten kunt aanrijden en de takken dus wel moeten kunnen vallen als je ze aanstoot. De afstand tussen de 3 of 4 staanders onderling is 2 meter. De doorgang in het midden is ook 2 meter. Probeer zo plat mogelijk op je paard te gaan liggen en geef je paard de ruimte om zich lang en laag te maken hierbij, zodat je de (denkbeeldige) takken er niet af stoot. In de T0/1 liggen de (denkbeeldige) takken op 35 cm boven de schofthoogte van je paard. In de T2 is dat 25 cm en in de T3 slechts 20. Wanneer de jury vermoed dat je een tak er af zou stoten omdat je niet laag genoeg op/naast je paard hangt, dan wordt dit als fout aangemerkt, net als een overgang naar een andere gang. Je moet namelijk vloeiend in 1 gang blijven terwijl je de oefening uitvoert. Je kunt de meeste punten behalen in galop!
Je laat hier zien dat je met de teugels in 1 hand (zoals bij een POR, wanneer je bijvoorbeeld de kaart in 1 hand hebt), toch je paard goed kunt laten manouvreren om de tonnen, zonder deze aan te raken. Je blijft hierbij weer in 1 gang, waarbij in galop de meeste punten te verdienen zijn. Een overgang of het omvallen van de tonnen levert een fout op. Wat het materiaal betreft hoeven het in de wintercompetitie geen echte tonnen te zijn, maar het mag wel als je deze zelf hebt. Het mogen ook emmers zijn, pionnen, bloembakken of iets anders waar je omheen kunt rijden! Zorg dat het iets is dat stevig staat en waar je paard zich niet aan kan verwonden indien je het per ongeluk om zou stoten. De 'tonnen' staan 15 meter uit elkaar.
Je rijd hier tussen de balken door, zonder deze te raken. Blijf hierbij in 1 gekozen gang. Je kunt de meeste punten behalen in galop. Wanneer je per ongeluk wisselt van gang, of de balken aantikt, dan telt dat als fout. Wanneer er een voet buiten de balken komt krijg je helaas geen punten voor deze opdracht. De lengte van deze doorgang is in een PTV 8 meter. In de wintercompetitie gebruiken we hier 4 springbalken (van minimaal 3 meter per balk) voor. De de doorgang is 70 cm wijd voor T0-2 en slechts 50 cm voor de T3.
In een echte PTV staan er 6 staanders in een rechte lijn. Omdat we in een rijbaan beperkte ruimte hebben, zullen we er in de wintercompetitie slechts 5 neerzetten. Dit hoeven geen echte staanders te zijn, maar het moet iets zijn waar je duidelijk omheen kunt rijden. Denk aan emmers, pionnen, prikpaaltjes, of zelfs bezemstelen die je in de grond steekt. De afstand tussen de 'staanders' is 6 meter voor T0-2 en 5 meter voor T3. Het aanraken van de 'staanders' telt als een fout, net als het maken van een overgang. Je moet namelijk in 1 gekozen gang blijven, waarbij de meeste punten te behalen zijn in galop.
Net als bij Groep 1 wordt elke hindernis beoordeeld op drie onderdelen: het doel van de oefening, de gekozen gang en eventuele strafpunten. De totaalscore per hindernis ligt tussen 0 en 10 punten.
De jury beoordeelt eerst of de hindernis volgens het doel van de oefening correct is uitgevoerd. Een volledig correcte uitvoering levert 7 punten op. Bij één fout wordt dit 4 punten, bij twee fouten 1 punt, en bij drie fouten of het niet uitvoeren van de hindernis blijft de score 0 punten.
Bij deze oefening kunnen verschillende soorten fouten voorkomen die invloed hebben op de score. Voorbeelden hiervan zijn: het achteruit zetten van een stap, een weigering of het rijden van een volte om te herstellen. Ook een gecorrigeerde parcoursfout (waarbij de deelnemer de fout herstelt en het parcours alsnog correct voltooit) wordt als fout geregistreerd. Deze fouten leiden tot puntenaftrek volgens de gebruikelijke beoordelingssystematiek binnen deze groep. Lees per oefening welke fouten er bij die specifieke opdracht er nog meer aangerekend kunnen worden.
Daarna wordt gekeken naar de gang waarin de oefening wordt uitgevoerd. Voor deze groep wordt de draf beloond met een bonus van +3 punten. In stap worden in de T0/1 geen punten afgetrokken, maar in de T2 en T3 worden in stap 2 punten afgetrokken, en in galop zelfs 10 punten afgetrokken, omdat dit voor dit type oefening niet wenselijk is.
Naast het doel en de gang kan de jury ook strafpunten toekennen. Bij overmatig gebruik van hulpen of duidelijk verzet van het paard volgt 1 punt aftrek. Wanneer er sprake is van spanning op de teugel of flapperende beugels, wordt eveneens 1 punt afgetrokken.
Als een paard of ruiter een voet buiten het obstakel plaatst, worden 10 punten afgetrokken. Datzelfde geldt bij wreedheid jegens het paard of wanneer er een gevaarlijke situatie ontstaat: ook dan volgt 10 punten aftrek.
De punten voor doel, gang en eventuele aftrek worden bij elkaar opgeteld. De minimumscore per hindernis is 0, de maximumscore 10 punten.
Bij een fout parcours ontvangt de deelnemer 0 punten voor de gehele PTV. Bij een val wordt de deelnemer gestopt, wat eveneens betekent 0 punten voor de PTV. Bij een eerste geval van wreedheid wordt bovendien 10 punten van het totale PTV-totaal afgetrokken.
Je loopt voor je paard uit, tussen de balken door, zonder deze te raken. Blijf hierbij in 1 gekozen gang. Je kunt de meeste punten behalen in draf. Wanneer je per ongeluk wisselt van gang, of de balken aantikt, dan telt dat als fout. Let bij het leiden aan de hand er op dat je geen overdreven hulpen geeft waar je paard tegenin kan komen, geef geen druk op de teugels/geleidelijn en zorg er voor dat je beugels opgestoken zijn/over het zadel liggen, omdat dit anders tot strafpunten kan leiden. Wanneer er een voet van jezelf, of van je paard, buiten de balken komt krijg je helaas geen punten voor deze opdracht. De lengte van deze doorgang is in een PTV 8 meter. In de wintercompetitie gebruiken we hier 4 springbalken (van minimaal 3 meter per balk) voor. De breedte van de doorgang is 70 cm voor T0-2 en slechts 50 cm voor de T3.
Bij Groep 3 ligt de nadruk niet alleen op de correcte uitvoering van de hindernis, maar ook op stijl en ruiterinvloed. Elke hindernis wordt beoordeeld op drie onderdelen: het doel van de oefening, de stijl van uitvoering en eventuele strafpunten. De totaalscore per hindernis ligt tussen 0 en 10 punten.
De jury beoordeelt eerst het doel van de oefening. Een volledig correct uitgevoerde hindernis levert 7 punten op. Bij één fout wordt dit 4 punten, bij twee fouten 1 punt, en bij drie fouten of het niet uitvoeren van de hindernis blijft de score 0 punten.
Bij deze oefening kunnen verschillende soorten fouten voorkomen die invloed hebben op de score. Voorbeelden hiervan zijn: het achteruit zetten van een stap, een weigering of het rijden van een volte om te herstellen. Ook een gecorrigeerde parcoursfout (waarbij de deelnemer de fout herstelt en het parcours alsnog correct voltooit) wordt als fout geregistreerd. Deze fouten leiden tot puntenaftrek volgens de gebruikelijke beoordelingssystematiek binnen deze groep. Lees per oefening welke fouten er bij die specifieke opdracht er nog meer aangerekend kunnen worden.
Daarna wordt gekeken naar de stijl van uitvoering. Hierbij kan de ruiter extra punten verdienen op drie aspecten:
Een goede houding en zit (+1 punt)
Een regelmatige, vloeiende uitvoering (+1 punt)
Een nauwkeurige en gecontroleerde lijn door het obstakel (+1 punt)
Deze stijlpunten worden bij het doel opgeteld.
Tot slot kan de jury strafpunten toekennen. Bij overmatig gebruik van hulpen of duidelijk verzet van het paard volgt 1 punt aftrek. Wanneer een voet buiten het obstakel komt, worden 10 punten afgetrokken. Datzelfde geldt bij wreedheid of bij het ontstaan van een gevaarlijke situatie: ook dan volgt 10 punten aftrek.
De punten voor doel, stijl en eventuele aftrek worden bij elkaar opgeteld. De minimumscore per hindernis is 0, de maximumscore 10 punten.
Bij een fout parcours ontvangt de deelnemer 0 punten voor de gehele PTV. Bij een val wordt de deelnemer gestopt en krijgt eveneens 0 punten voor de PTV. Bij een eerste geval van wreedheid wordt bovendien 10 punten van het totale PTV-totaal afgetrokken.
De bedoeling is dat je over de greppel rijdt of springt, zonder dat het paard in de greppel komt. Deze is 3 meter breed en minimaal 70cm wijd op T0 niveau, 90 op T1 niveau, 110 cm op T2 niveau en 130 cm op T3 niveau.. Een echte greppel is minimaal 50 cm diep, maar tijdens de wintercompetitie bootsen we de greppel na, door een geultje te graven, een zeiltje te leggen of iets dergelijks. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, en het in vloeiend tempo in rechte lijn aanrijden op de hindernis en de sprong zelf, worden meegenomen in de beoordeling.
Je rijd in stap, volgens een gemarkeerde route, door een waterpartij, die minimaal 4 meter lang is en minimaal 2 meter breed. Deze is dan maximaal 50 cm diep op T0-2 niveau en 50-100 cm diep op T3 niveau. In de wintercompetitie hoef je geen grote waterbak in je rijbak te graven, dus we gaan het nabootsen. Dit kun je doen met zeil, rubber matten, een oud vloerkleed, iets wat de bodem anders maakt dan gewoon zand. De ruiter bootst qua houding na dat er bij het betreden een beetje de diepte in wordt gereden en bij het uitrijden van het 'water' weer iets omhoog wordt gereden. Wanneer je paard van gang wisselt telt dit als een fout. Wanneer je buiten de hindernis komt krijg je geen punten. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aanrijden op/door de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling.
Je gaat rijdend over de heg van 3m breed, waarbij een sprong getoond wordt. De maximale spronghoogte is de totale hoogte van de hindernis (50 cm op T0/1 niveau, 70 cm voor T2 en 90 cm voor de T3), waarbij het daadwerkelijke 'heg' gedeelte minimaal 15 cm hoog is. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo in rechte lijn aanrijden op de hindernis en de sprongen zelf, worden meegenomen in de beoordeling. Om de heg na te bootsen kun je boomtakken gebruiken, siergras, snoeiafval, kunstplanten, heksenbezems, maar zorg dat het niet te scherp is, houd het veilig.
Dit is een combinatie van 2 springopdrachten, waar je rijdend overheen gaat en bij beide een sprong toont. De eerste sprong is altijd lager dan de tweede. Zo zijn in de T0/1 de eerste sprong 40 cm en de tweede 50 cm, in de T2 is de eerste 60 cm en de tweede 70 cm, en in de T3 is de eerste 80 cm en de tweede 90 cm. Tussen beide hindernissen zitten 1 of 2 galopsprongen. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo in rechte lijn aanrijden op de hindernis en de sprongen zelf, worden meegenomen in de beoordeling. Om de oefening na te bootsen in de wintercompetitie kun je gewoon staanders en balken gebruiken, maar je mag ook andere materialen gebruiken waar je overheen kunt springen. Je mag creatief zijn, zo lang het veilig is.
Je gaat in stap over de brug van ongeveer 5 meter lang en een meter breed, met 1 of 2 leuningen. In een echte PTV ligt de brug op de grond, over water, of tussen 2 bermen bijvoorbeeld. Een gangwissel wordt gezien als een fout, maar als je paard er aan de zijkant af stapt, krijg je helaas geen punten. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aanrijden op/over de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. Uiteraard heeft niet iedereen een echte brug tot zijn of haar beschikking in de wintercompetitie en kunnen we deze in dat geval nabootsen door weer iets op de grond te leggen. Dit kunnen planken, platen of matten zijn van liefst 5, maar minimaal 3 meter lang. We maken er ook 1 leuning langs van materiaal naar keuze.
Je opent rijdend de poort, die ongeveer 120-140 cm hoog is en 2 m breed, je gaat er door heen en sluit deze weer, allemaal zonder de poort los te laten. Wanneer je deze wel los laat, telt dit als een fout. Als je hem opzettelijk open gooit en daarbij loslaat, dan krijg je helaas helemaal geen punten. Er zijn verschillende manieren om door de poort te gaan, je mag zelf kiezen welke manier je wilt laten zien. In de T0-2 bestaat de poort uit een touw met katrol en contragewicht, zodat de poort naar beide kanten open en dicht gemaakt kan worden en constant strak gehouden wordt. In de T3 kan dit ook een slagboom zijn of een vaste poort. In de wintercompetitie maken we dit na met een touw of longeerlijn aan een staander en gaan we op zoek naar iets wat als katrol en als tegengewicht kan fungeren. Een vaste poort kun je namaken met hout, bamboe of kunstofbuizen. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aanrijden op/door de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling.
Hierbij ga je rijden over een boomstam, waarbij een sprong getoond wordt. Deze is maximaal 50 cm in de T0/1, 70cm in de T2 en 90cm in de T3. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo in rechte lijn aanrijden op de hindernis en de sprong zelf, worden meegenomen in de beoordeling. Om de oefening na te bootsen in de wintercompetitie kun je gewoon staanders en balken of gestapelde cavaletti gebruiken, maar je mag ook andere materialen gebruiken waar je overheen kunt springen. Je mag creatief zijn, zo lang het veilig is.
Hierbij rijd je tussen de balken (8 meter lang, 90 cm wijd) door, tot de voorbenen voorbij de verste pion zijn. Vervolgens ga je achterwaarts, zonder onderbrekingen en zonder de balken te raken, tot de voorbenen weer voorbij de andere pion zijn. Deze pionnen staan in de T0/1 1meter uit elkaar, in de T2 2 meter en in de T3 3 meter. Wanneer je de balken wel aanraakt telt dit als een fout, net als een gangwissel. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aanrijden op/door de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. In de wintercompetitie gebruiken we voor deze opdracht 4 hindernisbalken (van minimaal 3 meter per balk) en 2 pionnen of iets anders om de meters mee te markeren.
De slalom wordt gevormd door 2 in elkaar grijpende U's, van in totaal 4 meter lang, waarbij de doorgangen 90cm breed zijn. De balken liggen afhankelijk van het niveau op lage of hoge blokjes. Je rijd hier in stap doorheen, door de gemarkeerde route te respecteren en de balken te laten liggen. Wanneer er balken vallen, of er een gangwissel gemaakt wordt, telt dit als een fout. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de houding en balans van de ruiter, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aanrijden op/door de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. De afmeting van de opdracht is belangrijk. Je kunt hiervoor latjes op maat zagen, of hindernisbalken zodanig neerleggen dat je een labyrint kunt vormen met de juiste afmetingen. Kijk in de opdrachtbeschrijvingen voor de precieze afmetingen van het labyrint en hoe je de balken precies moet neerleggen!
Ook bij Groep 4 wordt elke hindernis beoordeeld op drie onderdelen: het doel van de oefening, de stijl van uitvoering en eventuele strafpunten. De totaalscore per hindernis ligt tussen 0 en 10 punten.
De jury beoordeelt eerst het doel van de oefening. Een volledig correcte uitvoering levert 7 punten op. Bij één fout wordt dit 4 punten, bij twee fouten 1 punt, en bij drie fouten of het niet uitvoeren van de hindernis blijft de score 0 punten.
Bij deze oefening kunnen verschillende soorten fouten voorkomen die invloed hebben op de score. Voorbeelden hiervan zijn: het achteruit zetten van een stap, een weigering of het rijden van een volte om te herstellen. Ook een gecorrigeerde parcoursfout (waarbij de deelnemer de fout herstelt en het parcours alsnog correct voltooit) wordt als fout geregistreerd. Deze fouten leiden tot puntenaftrek volgens de gebruikelijke beoordelingssystematiek binnen deze groep. Lees per oefening welke fouten er bij die specifieke opdracht er nog meer aangerekend kunnen worden.
Daarna wordt gekeken naar de stijl van de uitvoering. Hierbij kan de ruiter extra punten verdienen voor drie aspecten:
Het respecteren van de lijn van de schouders van de ruiter (+1 punt)
Een regelmatige, vloeiende uitvoering (+1 punt)
Een nauwkeurige en gecontroleerde route door het obstakel (+1 punt)
Deze stijlpunten worden bij de doelpunten opgeteld.
Vervolgens kan de jury strafpunten toekennen. Bij overmatig gebruik van hulpen of duidelijk verzet van het paard volgt 1 punt aftrek. Spanning op de teugel of niet opgestoken beugels leveren eveneens 1 punt aftrek op. Wanneer een paard of ruiter een voet buiten het obstakel plaatst, worden 10 punten afgetrokken. Datzelfde geldt bij wreedheid of bij het ontstaan van een gevaarlijke situatie.
De punten voor doel, stijl en eventuele aftrek worden opgeteld. De minimumscore per hindernis is 0, de maximumscore 10 punten.
Bij een fout parcours ontvangt de deelnemer 0 punten voor de gehele PTV. Bij een val wordt de deelnemer gestopt en krijgt eveneens 0 punten voor de PTV. Bij een eerste geval van wreedheid wordt bovendien 10 punten van het totale PTV-totaal afgetrokken.
Je gaat met je paard aan de hand (losse teugel, achter jou aan), over de greppel, zonder dat het paard in de greppel komt, een sprong is daarbij niet verplicht. De greppel is 2,5 m wijd en 50, 70 of 90 cm breed. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de positie van de ruiter ten opzichte van het paard, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aankomen op/over de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. Let bij het leiden aan de hand er op dat je geen overdreven hulpen geeft waar je paard tegenin kan komen, geef geen druk op de teugels/geleidelijn en zorg er voor dat je beugels opgestoken zijn/over het zadel liggen, omdat dit anders tot strafpunten kan leiden. Wanneer je paard met zijn neus voorbij jouw schouder komt of jou duwt, wanneer de teugels de grond raken, het paard in de greppel komt of de ruiter in ernstige onbalans komt, wordt dit allemaal als 'gevaarlijke situatie' gezien en worden er daarom geen punten gegeven. In de wintercompetitie kun je qua materialen hetzelfde gebruiken als bij de gereden greppel.
Je gaat met je paard aan de hand (losse teugel, achter je aan) in stap over de brug die ongeveer een meter breed is en minimaal 3 meter lang. Een gangwissel wordt gezien als fout. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de positie van de ruiter ten opzichte van het paard, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aankomen op/over de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. Let bij het leiden aan de hand er op dat je geen overdreven hulpen geeft waar je paard tegenin kan komen, geef geen druk op de teugels/geleidelijn en zorg er voor dat je beugels opgestoken zijn/over het zadel liggen, omdat dit anders tot strafpunten kan leiden. Wanneer je paard het obstakel hard raakt, met zijn neus voorbij jouw schouder komt of jou duwt, wanneer de teugels de grond of het obstakel raken, of de ruiter in ernstige onbalans komt, wordt dit allemaal als 'gevaarlijke situatie' gezien en worden er daarom geen punten gegeven. Wanneer je paard aan de zijkant van de brug af stapt krijg je helaas ook geen punten. In de wintercompetitie kun je qua materialen hetzelfde gebruiken als bij de gereden brug.
Je gaat met je paard aan de hand (losse teugel, achter je aan) in stap tussen de 8 meter lange balken door die op 90 cm van elkaar liggen. Je loopt door tot de voorbenen van je paard voorbij de verste pion zijn. Vervolgens mag je je als ruiter omdraaien en laat je het paard achterwaarts gaan, zonder onderbrekingen en zonder de balken te raken, tot de voorbenen weer voorbij de andere pion zijn. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de positie van de ruiter ten opzichte van het paard, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aankomen op/door de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. Let bij het leiden aan de hand er op dat je geen overdreven hulpen geeft waar je paard tegenin kan komen, geef geen druk op de teugels/geleidelijn en zorg er voor dat je beugels opgestoken zijn/over het zadel liggen, omdat dit anders tot strafpunten kan leiden. Wanneer je paard het obstakel hard raakt, met zijn neus voorbij jouw schouder komt of jou duwt, wanneer de teugels de grond of het obstakel raken, of de ruiter in ernstige onbalans komt, wordt dit allemaal als 'gevaarlijke situatie' gezien en worden er daarom geen punten gegeven. Wanneer je paard met een voet buiten de balken komt, krijg je helaas geen punten. In de wintercompetitie kun je qua materialen hetzelfde gebruiken als bij gereden achterwaarts.
Je gaat met je paard aan de hand (losse teugel, achter jou aan), over de hindernis van max 40 cm (T0-2) of 60 cm (T3), een sprong is daarbij niet verplicht. De oefening wordt beoordeeld op stijl, dus de positie van de ruiter ten opzichte van het paard, het in vloeiend tempo en in rechte lijn aankomen op/over de hindernis, worden meegenomen in de beoordeling. Let bij het leiden aan de hand er op dat je geen overdreven hulpen geeft waar je paard tegenin kan komen, geef geen druk op de teugels/geleidelijn en zorg er voor dat je beugels opgestoken zijn/over het zadel liggen, omdat dit anders tot strafpunten kan leiden. Je moet als ruiter voorwaarts blijven lopen nadat je over de hindernis bent gegaan. Wanneer je paard met zijn neus voorbij jouw schouder komt of jou duwt, wanneer de teugels de grond raken, of de ruiter in ernstige onbalans komt, wordt dit allemaal als 'gevaarlijke situatie' gezien en worden er daarom geen punten gegeven. In de wintercompetitie kun je qua materialen hetzelfde gebruiken als bij de gereden boomstam.
Je gaat met je paard aan de hand (achter je aan) door het labyrint en blijft hierbij zelf voorwaarts lopen terwijl je de gemarkeerde route volgt. Net als bij het gereden labyrint tellen een gevallen balk en een gangwissel als fout. Je krijgt strafpunten al je te veel druk uitoefent op de teugels/geleidelijn, wanneer je paard tegen de hulpen komt en wanneer je beugels niet zijn opgestoken. Het wordt gezien als 'gevaarlijke situatie' wanneer je paard met zijn neus voorbij jouw schouder komt of jou duwt, wanneer de teugels de grond raken, of je als ruiter in ernstige onbalans komt. Wanneer jij of je paard met een voet buiten de hindernis komen, krijgje helaas geen punten. Qua materialen kun je hetzelfde gebruiken als bij het gereden labyrint.
Bij Groep 5 ligt de nadruk niet alleen op de correcte uitvoering van de oefening, maar ook op hoe lang het stilstaan wordt volgehouden. De opdracht wordt beoordeeld op drie onderdelen: het doel van de oefening, de behaalde tijd en eventuele strafpunten. De totaalscore per hindernis ligt tussen 0 en 10 punten.
De jury beoordeelt eerst het doel van de oefening. Een volledig correct uitgevoerde opdracht levert 10 punten op. Bij één fout wordt dit 7 punten, bij twee fouten 4 punten, en bij drie fouten of het niet uitvoeren van de opdracht, blijft de score 0 punten.
Bij deze oefening kunnen verschillende soorten fouten voorkomen die invloed hebben op de score. Voorbeelden hiervan zijn: het achteruit zetten van een stap, een weigering, of het rijden van een volte om te herstellen. Ook een gecorrigeerde parcoursfout (waarbij de deelnemer de fout herstelt en het parcours alsnog correct voltooit) wordt als fout geregistreerd. Deze fouten leiden tot puntenaftrek volgens de gebruikelijke beoordelingssystematiek binnen deze groep.
Vervolgens wordt gekeken naar de tijd waarin de oefening wordt volgehouden. De maximale score van 10 punten geldt wanneer de deelnemer de oefening 10 seconden correct weet vol te houden. Voor elke seconde korter dan dit wordt één punt afgetrokken. Wordt de oefening bijvoorbeeld 7 seconden volgehouden, dan levert dat 7 punten op.
Wanneer de opsteltijd (20 seconden bij T0/1 en 10 seconden bij T2 en T3) wordt overschreden, wordt dit genoteerd als drie fouten / niet uitgevoerd, en levert de oefening dus sowieso 0 punten op.
Daarnaast kunnen er strafpunten worden toegekend. Overmatig gebruik van hulpen of verzet van het paard levert 1 punt aftrek op. Ook flapperende beugels kunnen, afhankelijk van de oefening, 1 punt aftrek opleveren. Wanneer de teugels niet correct op de hals zijn geplaatst, worden 10 punten afgetrokken. Datzelfde geldt bij wreedheid of het ontstaan van een gevaarlijke situatie.
De punten voor doel, tijd en eventuele aftrek worden opgeteld. De minimumscore per hindernis is 0, de maximumscore 10 punten.
Bij een fout parcours ontvangt de deelnemer 0 punten voor de gehele PTV. Bij een val wordt de deelnemer gestopt en krijgt eveneens 0 punten voor de PTV. Bij een eerste geval van wreedheid wordt bovendien 10 punten van het totale PTV-totaal afgetrokken.
Er zijn twee cirkels, waarbij je paard 10 seconden in de binnenste cirkel van 4m doorsnede blijft staan, terwijl jij buitende buitenste cirkel van 8m doorsnede blijft staan. In de T0/1 heb je 20 seconden de tijd om je paard op te stellen vanaf het moment dat je de binnenste cirkel betreedt. Dit zijn slechts 10 seconden in de T2 en de T3. Je kunt deze cirkel in rijden en vervolgens afstappen, of aan de hand naar binnen leiden (daarbij loopt het paard weer achter je, met een losse teugel of geleidelijn, de beugels zijn opgestoken). Wanneer het paard eenmaal in de cirkel staat moeten de teugels vrij over de hals liggen / de lijn veilig bevestigd zijn (wanneer de teugels de grond raken wordt dit gezien als 'gevaarlijke situatie' en krijg je geen punten). De ruiter loopt vervolgens buiten de 8 m cirkel. Iedere actie van de ruiter in de zone tussen beide cirkels wordt gezien als een fout. Zodra de ruiter buiten de 8 m cirkel is start de tijd voor het stilstaan. Wanneer het paard een voet buiten de binnenste cirkel zet, of de ruiter gebaren maakt, stopt de tijd. Maak voor de wintercompetitie zichtbare lijnen op de grond. Je kunt dit doen met kalkspray, andere kleur zand, zaagsel, maar ook met een tuinslang of dopjes op de grond.
Je paard blijft 10 seconden staan in een cirkel van 2,5m doorsnede, terwijl de teugels vrij op de hals liggen. Wanneer je paard een voet buiten de cirkel zet, stopt de tijd. Je hebt in de T0/1 20 seconden en in de T2/3 10 seconden de tijd om je paard in de cirkel op te stellen vanaf het moment dat je de cirkel betreedt. Let er hierbij op dat alle voeten in de cirkel staan en de teugels niet op je zadel of sjabrak liggen. Zodra je de teugels los laat gaat je tijd voor het stilstaan lopen. Wanneer je paard een voet buiten de cirkel zet, stopt de tijd. Om de cirkel te maken kun je hetzelfde materiaal gebruiken als bij het stilstaan aan de hand.
Groep 6 beoordeelt oefeningen waarbij de nadruk ligt op controle, balans en nette uitvoering, zoals bij het opstijgen. De hindernis wordt beoordeeld op drie onderdelen: het doel van de oefening, de stijl van uitvoering en eventuele strafpunten. De totaalscore per hindernis ligt tussen 0 en 10 punten.
De jury beoordeelt eerst het doel van de oefening. Een volledig correcte uitvoering levert 7 punten op. Bij één fout wordt dit 4 punten, bij twee fouten 1 punt, en bij drie fouten of het niet uitvoeren van de hindernis blijft de score 0 punten.
Bij deze oefening kunnen verschillende soorten fouten voorkomen die invloed hebben op de score. Voorbeelden hiervan zijn: het achteruit zetten van een stap, een weigering, of het rijden van een volte om te herstellen. Ook een gecorrigeerde parcoursfout (waarbij de deelnemer de fout herstelt en het parcours alsnog correct voltooit) wordt als fout geregistreerd. Wanneer de voet van het paard beweegt, wordt dit als een fout aangemerkt. Deze fouten leiden tot puntenaftrek volgens de gebruikelijke beoordelingssystematiek binnen deze groep.
Daarna wordt gekeken naar de stijl van uitvoering. Hierbij kunnen extra punten worden toegekend voor:
De lichtheid van de ruiter tijdens het opstijgen (+1 punt)
Het niet aanraken van het kruis van het paard met de voet (+1 punt)
Het correct positioneren van de beugels (niet gedraaid of naar achteren gericht) (+1 punt)
Deze stijlpunten worden bij de basispunten opgeteld.
Daarnaast kunnen er strafpunten worden toegekend. Overmatig gebruik van hulpen of duidelijk verzet van het paard levert 1 punt aftrek op. Wanneer de oefening langer dan 15 seconden duurt, wordt er 1 punt per seconde overschrijding afgetrokken. Niet opgestoken beugels kunnen, wanneer het paard aan de hand de cirkel in geleid werd, 1 punt aftrek opleveren. Wanneer een paard of ruiter een voet buiten het obstakel plaatst, of er sprake is van wreedheid of een gevaarlijke situatie, volgt een aftrek van 10 punten.
De punten voor doel, stijl en eventuele aftrek worden opgeteld. De minimumscore per hindernis is 0, de maximumscore 10 punten.
Wanneer de opsteltijd (20 seconden T0/1 en 15 seconden bij T2 en T3) wordt overschreden, dan wordt dit genoteerd als 3 fouten/ 'niet uitgevoerd' en levert de oefening dus sowieso 0 punten op.
Bij een fout parcours krijgt de deelnemer 0 punten voor de gehele PTV. Bij een val wordt de deelnemer gestopt en krijgt eveneens 0 punten voor de PTV. Bij een eerste geval van wreedheid wordt bovendien 10 punten van het totale PTV-totaal afgetrokken.
Je paard moet onbeweeglijk stil blijven staan in een cirkel van 2,5m doorsnede, terwijl je opstijgt vanaf de grond, nadat je met beide voeten op de grond hebt gestaan. Je moet zowel van links, als van rechts kunnen opstijgen. Je kunt deze cirkel in rijden en vervolgens afstappen, of aan de hand naar binnen leiden (daarbij loopt het paard weer achter je, met een losse teugel of geleidelijn, de beugels zijn opgestoken). Wanneer je teugels de grond raken of je het paard niet correct aan de hand naar binnen leidt, wordt dit gezien als 'gevaarlijke situatie' en krijg je geen punten. Vanaf het moment dat je de cirkel betreedt heb je slechts 20 seconden (T0/1) of 15 seconden (T2/3) om op te stijgen. De tijd stopt zodra je beide voeten in de beugels hebt. Het wordt als fout gezien zodra het paard een voet beweegt. De oefening wordt op stijl beoordeeld, dus de souplesse van de ruiter, respect voor de rug van het paard (niet neerploffen of in het zadel springen!) worden in de beoordeling meegenomen. Ook is het de bedoeling dat je bij het opstijgen het paard niet aanraakt met je voet, de beugels niet gedraaid zitten en je een eventuele zweep langs de schouder omlaag houdt. Om tijdens de wintercompetitie de cirkel te markeren, kun je dezelfde materialen gebruiken als bij het stilstaan. In een echte wedstrijd is het de bedoeling dat je altijd opstijgt vanaf de grond. Afhankelijk van het niveau, mag het in de wintercompetitie eventueel met een opstapkrukje (vanuit leer- en welzijnsoogpunt).