Tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) vluchtte Nicolas Josphus de Cock vanuit Antwerpen naar Rotterdam, waar hij met zijn compagnons de Sociëteit van Eigendom van Eijerland oprichtte. De Cock, naar wie het dorp in 1836 vernoemd is, verdiende zijn fortuin met de handel op havens in Nederlands-Indië, Havana en Brazilië. "Rijk geworden door handel op Indië, zocht hij een goede besteding voor zijn overtollige kapitalen: polderaanleg", aldus historicus Von der Dunk. De Cock zag Eierland als zijn persoonlijke bezit en bemoeide zich intensief met de "geheele Burgerlijke en zeedelijke voortgang der nieuwe Colonie."
Het dorp, eerst Nieuwdorp geheten, werd in de negentiende eeuw aangelegd in de drooggemaakte Eijerlandse polder. Nadat de bedijking in 1835 klaar was ontstond bij de sluis in de monding van de Roggesloot een haventje voor het lossen van "bouwmaterialen, vee, veevoer en turf," een postdienst naar Vlieland en het verschepen van de landbouwopbrengst. Aan het eind van de straat was een pension en wagenmakerij die later een bezinepomp zou worden. De kleine groene schuur aan de straatkant van Kikkertstraat 86A is het oude waaggebouw waar graan werd gewogen. Het huis is van later in de negentiende eeuw.
Tijdens de Duitse bezetting werd er vlak achter het huis een bunker aangelegd. Na de watersnoodramp van 1953 zijn de dijken verhoogd en had de haven geen functie meer. De winkel en bezinepomp bij de buren werden vervangen door woonhuizen. Hoewel er sindsdien veel veranderde ademt 't durp in het laagseizoen nog altijd de sfeer van een afgelegen pioniersdorp op de grens tussen akkerland en wad.
In het midden van de twintigste eeuw, na de verwoestingen van de oorlog, liep het eiland steeds verder leeg. In 1972 kochten de in Amsterdam woonachtige Nel Boudewijn en Gerrit te Kronnie het huis aan de Kikkertstraat 86 en het achterliggende perceel. Met het aanleggen van een bosrijke tuin achter het huis trokken ze de vlinders en vogels aan. Op latere leeftijd brachten ze lange zomers in de tuin door.
Na dertig jaar, in 2002, nam Gertjan te Kronnie het huis van zijn ouders over. Er was sinds de jaren zeventig eigenlijk geen groot onderhoud gedaan. De tuin was dichtgegroeid. De toilet bevond zich nog buiten en het dak was aan vervanging toe. In korte tijd veranderde Gertjan het huis in een geriefelijke plek met een woonkeuken en een trap naar de zolderverdieping, waar hij ook twee slaapkamers maakte. Er kwam centrale verwarming. De bunker werd afgebroken, het tuinhuis opgeknapt en de tuin werd jaarlijks onderhouden. Het oude waaggebouw werd door Gertjan vanaf de grond opnieuw opgebouwd. En hij begon met het verhuren van het huis. Het idee van een natuurhuis zou een trouwe groep bezoekers aantrekken die volop genoten van een unieke bosrijke tuin.
Bijna vijfentwintig jaar later, in 2026 begint er een nieuw hoofdstuk voor Kikkertstraat 86A. Het huis en de tuin liggen er nog altijd mooi bij en zijn samen met het tuinhuis een unieke plek. We hopen volop te gaan genieten van de ruimte en de vrijheid die het huis en de tuin kunnen bieden. En we hopen het te kunnen delen met mensen die er kunnen als ontspannen of die het juist kunnen gebruiken als plek om geconcentreerd te werken aan creatieve projecten die ze na aan het hart liggen.