Robert Long, pseudoniem van Jan Gerrit Bob Arend (Bob) Leverman (Utrecht, 22 oktober 1943 – Antwerpen, 13 december 2006) was een Nederlands zanger, schrijver, componist, cabaretier en radio- en televisiepresentator. Long werd geboren in Utrecht en groeide op in Ederveen. Zowel hij als zijn gescheiden moeder kwamen regelmatig in aanvaring met de veelal orthodox-protestante dorpsbewoners. Dat werd er niet beter op toen Long openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam. De weerstand die zijn geaardheid in zijn omgeving opriep, werd uiteindelijk de drijfveer voor zijn artistieke verzet. Hij uitte deze periode in het album Homo sapiens met gelijkluidende titelsong en het liedje Perebloesem op het album Nu.
Na een korte carrière als etaleur bij HEMA ging Long als artiest optreden. Onder de artiestennaam 'Bob Revvel' richtte hij in 1963 de band The Yelping Jackals op. In 1964 veranderde de naam in Bob Revvel and the Yelping Jackals. In 1966 werd Long zanger van Bob Revvel and the A-Ones, waarmee de single It Takes Time werd uitgebracht. In 1967 stapte hij over naar de band Gloria, later Unit Gloria. Zijn Engelstalige repertoire had, zeker in het licht van wat er allemaal nog komen zou, een betrekkelijk onschuldig karakter. De grootste hit van Long bij Gloria is The Last Seven Days. Vanaf 1971 zong hij solo onder zijn definitieve artiestennaam Robert Long (een naam die verwijst naar zijn lengte van 1,92 meter), al bracht hij in 1973 nog een Engelstalige single uit onder de naam Michael Hirschmann. Toen Long bij Unit Gloria vertrok, werd zijn rol daar overgenomen door zangeres Bonnie St. Claire.
In 1992 werkte hij als muziekproducent en liedjesschrijver mee aan het studioalbum Leuk voor later van Gerard Cox met de single Met z'n tweeën. Robert Long woonde en werkte lange tijd grote delen van het jaar in een villa in Menaggio in de bergen boven het Comomeer. Italië en de Italiaans/Zwitserse Alpenmeren beschouwde hij als zijn tweede thuis. In 2020 bracht Jan Teertstra, toetsenist bij Johan en bassist van Spinvis, zijn debuutalbum uit (Ik had op meer gerekend), met daarop uitsluitend nummers van Robert Long die hij in een nieuw jasje heeft gestoken.
Long kreeg op 8 september 2005 een hartinfarct en werd hiervoor gedotterd in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam. Later dat jaar, op 6 december 2005, trouwde Long met zijn Belgische vriend en manager Kristof Rutsaert (1971[4]). De voltrekking van het huwelijk werd in het gemeentehuis van Baarle-Nassau uitgevoerd door Gerard Cox, een goede vriend van Long. Speciaal voor het huwelijk werd Cox de week ervoor in Breda beëdigd als ambtenaar van de burgerlijke stand. Op 11 december 2006 werd bekendgemaakt dat Long terminaal ziek was en nog zeer kort te leven had. Begin december werd hij met een ernstige vorm van buikvlieskanker in een ziekenhuis opgenomen. Hij kreeg chemotherapie maar dit werd vrij snel weer afgebroken nadat bleek dat de kuur niet aansloeg. Robert Long overleed op 13 december 2006 op 63-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Antwerpen. Hij is op 23 december 2006 begraven in een zandgraf op de Haagse rooms-katholieke begraafplaats Sint Petrus Banden, niet ver van de arcade, waar ook zijn goede vriend Dimitri Frenkel Frank begraven is. Op het grafmonument staat een beeld van de Vlaamse kunstenaar George Minne (1866–1941) een "geknielde jongeling", waarvan het oorspronkelijke ontwerp gebruikt is voor een fontein in Gent; ook is er de zin te lezen die Long zelf uitkoos in zijn lied Grafschrift: "Iemand, in elk geval één, heeft er van hem gehouden".
Meer info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Long
( bron: Wikipedia )