Argumenten kunnen op verschillende manieren het standpunt ondersteunen. Er zijn vier basisstructuren van argumentatie:
1. Enkelvoudige argumentatie: één argument ondersteunt het standpunt.
Voorbeeld: Nederland moet een republiek worden (standpunt), want een president is veel goedkoper dan een koningshuis (argument).
2. Onderschikkende argumentatie: een argument wordt ondersteund door een ander argument.
Voorbeeld: Nederland moet een republiek worden (standpunt), want een president is veel goedkoper dan een koningshuis (argument), want de staat onderhoudt dan slechts 1 persoon en niet een hele familie.
3. Nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten: twee argumenten ondersteunen onafhankelijk van elkaar het standpunt.
Voorbeeld: Het openbaar vervoer moet goedkoper worden (standpunt), want hierdoor zullen files afnemen (argument) en het is beter voor het milieu (argument).
4. Nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten: twee ondersteunende argumenten vormen in combinatie met elkaar het standpunt.
Voorbeeld: We kunnen vanavond niet meer terug naar Amsterdam, want ik heb te veel gedronken (argument) -->, want de treinen rijden niet (argument)
Bij nevenschikkende argumentatie ondersteunen meerdere argumenten het standpunt. In deze structuur zijn de argumenten onafhankelijk of afhankelijk.
Argumenten zijn onafhankelijk als ze ieder op zich, zelfstandig het standpunt ondersteunen.
Argumenten zijn afhankelijk als ze alleen in combinatie met elkaar werken. Ze zijn dan samen nodig om het standpunt te ondersteunen; los van elkaar ondersteunen ze het standpunt niet.
Het geheel van argumenten en standpunt wordt een redenering of argumentatie genoemd. Het verband tussen argument(en) en standpunt noemen we een argumentatieschema.
Er zijn verschillende argumentatieschema’s. De argumentatie kan gebaseerd zijn op:
- oorzaak en gevolg;
- kenmerk of eigenschap;
- voor- en nadelen;
- voorbeelden;
- vergelijking;
- autoriteit.
Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
Bij dit type argumentatie wordt ervan uitgegaan dat een feit of een gebeurtenis zal leiden tot een ander feit of andere gebeurtenis.
--> Mikael zal zich wel goed in zijn eentje kunnen vermaken (gevolg en standpunt). Hij is immers alleen door zijn moeder op een zo goed als verlaten eiland opgevoed (oorzaak en argument).
Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap
Aan dit type argumentatie ligt de volgende gedachte ten grondslag: als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk hebben, dan heeft één onderdeel van die groep dat kenmerk ook. Deze gedachte wordt meestal niet expliciet vermeld.
--> Dictatoriale leiders zijn het niet gewend om kritisch bejegend te worden (argument). Geen wonder dat zij veel moeite hebben met kritiek die zij vanuit het buitenland krijgen (standpunt).
Argumentatie op basis van voor- en nadelen
Bij dit type argumentatie wordt een afweging gemaakt: de voordelen worden vergeleken met de nadelen en op basis van de uitkomst wordt er een oordeel uitgesproken.
--> Als iemand een tussenjaar neemt, is hij misschien wel meer gemotiveerd voor zijn vervolgstudie. Ook is een jaartje uitrusten natuurlijk niet zo gek (voordelen: argumenten vóór). Daar staat tegenover dat zo iemand wel helemaal uit zijn studieritme raakt en daar misschien ook nooit meer echt goed in raakt, met alle gevolgen van dien (nadelen: argumenten tegen). Een tussenjaar nemen is niet altijd verstandig (standpunt).
Het kan zijn dat iemand alleen voordelen óf alleen nadelen als argumenten noemt. Er is dan sprake van ‘argumentatie op basis van voordelen’ dan wel van ‘argumentatie op basis van nadelen’.
--> Mensen zouden eens wat meer met de fiets naar hun werk moeten gaan (standpunt), want dat is goed voor het milieu, het is goed voor hun conditie en het maakt het fileprobleem kleiner (voordelen: argumenten).
--> In Afrikaanse landen is de corruptie enorm. Het meeste geld dat het ministerie voor Ontwikkelingszaken geeft, verdwijnt in de zakken van enkele rijke machthebbers. De lokale bevolking merkt weinig tot niets van de ontwikkelingshulp (nadelen: argumenten). We kunnen dat geld beter op een andere manier besteden (standpunt).
Argumentatie op basis van voorbeelden
Een standpunt kan ondersteund worden door voorbeelden. Die voorbeelden zijn dan de argumenten.
--> Ik denk dat hij zich nauwelijks betrokken voelt bij het bedrijf en zijn collega’s (standpunt).
Zo heeft hij zich gisteren ziek gemeld, terwijl hij ’s middags wel in de sportschool was en met het bedrijfsuitje ging hij ook al niet mee (argumenten).
Argumentatie op basis van vergelijking
Van dit type argumentatie is sprake als er een vergelijking wordt gemaakt tussen twee gevallen en er een overeenkomst wordt geconstateerd: omdat het in het ene geval zo is, zal het bij het andere ook wel zo zijn.
--> Ik vrees dat de leerkrachten in het basisonderwijs de zo gewenste loonsverhoging niet zullen krijgen (standpunt); de docenten in het voortgezet onderwijs kregen laatst immers ook niet meer salaris (argument).
Argumentatie op basis van autoriteit
Wanneer een standpunt wordt ondersteund door een uitspraak van een deskundige of een gezaghebbende bron, bijvoorbeeld een wetenschappelijk onderzoek, heet dat argumentatie op basis van autoriteit.
--> Het is de hoogste tijd dat de lonen van alle Nederlanders omhooggaan (standpunt). De president van De Nederlandsche Bank heeft dat laatst in een interview ook gezegd (argument).