Campitello Matese
~ Molise ~
Campitello Matese
~ Molise ~
Lengte: 13 kilometer
Hoogte: 1.433 meter
Hoogteverschil: 928 meter
Gemiddelde stijging: 7%
Maximale stijging: 12%
Beoordeling: 3/5
De hamvraag is een vrouwelijke - wat trekken we aan? Gisteren aanvliegend op Napoli constateerde ik sneeuw op de toppen van het Parco Regionale del Matese waar de Campitello Matese deel van uitmaakt. We zullen gaan klimmen naar ruim 1.400 meter hoogte en in ons bewolkte Bojano is het met acht graden al fris. Kortom: thermoshirt, arm- en beenstukken en regenjack/windbreker voor de afdaling.
Via een leuk weggetje arriveren we aan de voet van de Campitello. Een brede weg omhoog. Auto’s scheuren ons voorbij. Het is zaterdag en we hopen dat deze drukte niet aanhoudt. Het eerste deel is direct het zwaarste deel met stroken oplopend tot tien procent. Hoog op de berg zien we een brug of iets soortgelijks. De hoogte overbruggen wordt de wetenschap. Was gisteren het klimmen nog voor beginners; deze berg is een ander paar mouwen. Door de gemiddelde stijging van zeven procent, de haarspeldbochten en de vergezichten verveelt de Campitello echter nimmer. Trainingsapp Join schrijft me twee sets van vijf sprints van 30 seconden voor. Deze voer ik braaf uit. Het doorbreekt het enigszins monotone klimmen. Om 1.000 meter hoogte ontwaren we de eerste sneeuwpartijen in de berm van de weg. Een paar honderd meter verderop overspant een enigszins vreemd bouwwerk de weg. Het lijkt overduidelijk een viaduct te zijn. Maar waarvoor? Er loopt geen weg noch geen skipiste eroverheen. Een wildviaduct voor een verdwaalde Mateser wolf, leeuw of olifant? Aan de zijkant van de weg fluistert Obelix me in: ‘rare jongens die Italianen!’ Daar is geen speld laat staan een menhir tussen te krijgen.
Het interessante van fietsen in de bergen is het continue veranderende schouwspel. Verrassend. Onaangekondigd. Openbarend. Een panorama met daarin de 2.000 hoge pieken ontvouwt zich aan ons. De toppen gaan schuil onder een dik pak sneeuw. We naderen Campitello Matese; een komvormig veld (campo) dat tussen dezelfde bergwanden ligt ingeklemd. Andere sporters dan wij bezetten het gebied. Skiërs glijden onder enigszins twijfelachtige sneeuwcondities de momenteel enige skipiste af. We drinken een kop koffie in een apres-ski hut waar de aanwezige kinderen in de aanwezigheid van hun afwezige ouders moeten menen het wereldrecord schreeuwen nog wat scherper te moeten zetten. Mijn systeem is wel wat gewend (lees: klas en metal), maar haalt opgelucht adem als mijn longen de koude buitenlucht inademen. De afdaling verloopt voorspoedig, als je mijn wit uitgeslagen en niet doorbloede handen niet meetelt.
Via de hoofdstad van Molise - Campobasso - rijden we deze kleine bergachtige regio uit om in het noorden van Puglia aan te komen. Rijden we eerst nog door de bergen; nu is het landschap verandert in een soort Wieringermeerpolder. Vlak, groen met her en der een boerderij. Voorbij Foggia beklimmen we per Fiat het Gargano gebergte dat als het ware de spoor van de Italiaanse Laars vormt. Met de Strade Bianche op de achtergrond arriveren we in Monte Sant’Angelo. Wat we vandaag eten? En drinken? Lees verder hier.
Campitello Matese is een bergdorp gelegen op een hoogte van ongeveer 1450 meter in de Matese-bergen en staat het bekend als een populair skigebied en een toevluchtsoord voor natuurliefhebbers. De omliggende omgeving biedt een rijke mix van natuurlijke schoonheid, historische bezienswaardigheden en culturele tradities.
De bergen van Matese vormen een indrukwekkend decor voor Campitello Matese. Het gebied staat bekend om zijn ruige pieken, groene weiden en heldere bergmeren. In de winter trekt Campitello Matese bezoekers vanwege de goed onderhouden skipistes en moderne faciliteiten, terwijl het in de zomer een toevluchtsoord wordt voor wandelaars, bergbeklimmers en mountainbikers.
Een van de meest opvallende natuurlijke kenmerken is het Lago Matese, een van de hoogste karstmeren van Italië. Het is een type meer dat ontstaat in een karstlandschap, een gebied waar kalksteen of andere oplosbare gesteenten aanwezig zijn. Deze meren worden gevormd wanneer regenwater en grondwater het gesteente oplossen en zo depressies, zinkgaten of grotten vormen. Naast het meer zijn tevens de grotten in het gebied, zoals de Grotta delle Ciaole, geliefd bij speleologen.
Hoewel Campitello Matese zelf vooral gericht is op natuur en sport, liggen er in de directe omgeving verschillende historische dorpen en steden die een bezoek waard zijn.
Bojano: Dit stadje, op slechts 20 km afstand, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de Samnieten. Bezoek de kathedraal van San Bartolomeo en geniet van de charmante straatjes.
Sepino: Hier bevindt zich de archeologische site van Saepinum, een goed bewaard gebleven Romeinse stad. Bezoekers kunnen wandelen tussen oude muren, theaters en andere bouwwerken die de Romeinse architectuur laten zien.
Santuario dell’Addolorata in Castelpetroso: Dit neogotische heiligdom, gelegen in de heuvels, is een belangrijk religieus en architectonisch monument in de regio.
De keuken van de Molise-regio is eenvoudig maar smaakvol, met gerechten die gebruik maken van lokale producten zoals lamsvlees, truffels en verse kaas. Polenta, cavatelli-pasta en worst zoals soppressata zijn populaire keuzes. Probeer ook de lokale wijnen en likeuren, zoals de Tintilia-wijn of de traditionele amaro.
Andy Hampsten is een van de meest iconische Amerikaanse wielrenners, bekend om zijn opmerkelijke prestaties in de jaren ‘80 en begin jaren ‘90. Zijn grootste prestatie was zijn overwinning in de Giro d’Italia van 1988, waarmee hij de eerste Amerikaan werd die de roze ronde won. Tijdens de zesde etappe met finish bovenop Campitello Matese wordt de Amerikaan tweede achter Franco Chioccioli die vanaf de twaalfde etappe het roze overneemt van landgenoot Massimo Podenzana. Na de helletocht over de Gavia neemt Hampsten het roze definitief over ondanks aandringen van de jonge Nederlander Erik Breukink.
Andy Hampsten werd geboren op 7 december 1961 in Minneapolis, Minnesota, als zoon van een Amerikaanse vader en een Engelse moeder. Hij groeide op in de Verenigde Staten en ontwikkelde al op jonge leeftijd een passie voor fietsen. Hampsten begon zijn wielercarrière als amateur en bewees zijn talent snel. Hij werd in 1981, op 19-jarige leeftijd, lid van het Amerikaanse nationale team en nam deel aan verschillende nationale en internationale wedstrijden.
Na zijn opleiding aan de University of California, Berkeley, waar hij economie studeerde, besloot Hampsten zijn carrière als professioneel wielrenner voort te zetten. Hij stapte in 1982 over naar het professionele circuit en begon zijn carrière bij kleinere Amerikaanse teams. Zijn talent werd opgemerkt door Europese teams en al snel begon hij deel te nemen aan grotere, prestigieuze wedstrijden.
Hampsten maakte zijn Europese debuut in 1985, toen hij zich bij het Amerikaanse Seven Eleven team voegde. Dit team was een pionier voor Amerikaanse renners op het Europese wielerfront en was de springplank voor veel Amerikaanse renners in Europa. Hampsten bewees al snel zijn capaciteiten, vooral in de bergen, en werd al snel een belangrijk lid van het team.
Zijn doorbraak kwam in 1988, toen hij de Giro d'Italia won. Dit was een historische prestatie, aangezien Hampsten de eerste Amerikaan werd die deze ronde won. De overwinning in deze Giro was bijzonder indrukwekkend vanwege de zware omstandigheden die het peloton moest doorstaan. Met name de iconische beklimming van een besneeuwde Passo di Gavia met een verkleumde Johan van der Velde en een winnende Breukinnk staat met stip in de annalen van de Giro genoteerd.
Naast zijn overwinning in de Giro d’Italia, was Hampsten ook succesvol in andere grote koersen en etappewedstrijden. Hij reed regelmatig in de Tour de France en had sterke prestaties in klassiekers zoals La Flèche Wallonne en de Amstel Gold Race. De opkomst van het ‘wondermiddel’ EPO en zijn notoire weigering om hieraan mee te doen, deed hem teleurgesteld het peloton verlaten. In 1996 rijdt de dan 32-jarige Hampsten voor het Amerikaanse US Postal en is dat jaar teamgenoot van onder andere Tyler Hamilton. In diens boek vertelt Hampsten over doping: ‘Halverwege de jaren tachtig, toe ik opkwam waren er renners die doping gebruikten, maar je kon je nog steeds met hen meten … Epo veranderde alles. Amfetamines en anabole steroïden zijn niets in vergelijking met epo. Opeens waren hele ploegen razendsnel, opeens had ik moeite om binnen de tijdslimiet binnen te komen. In 1994 werd het lachwekkend. Tijdens beklimming reed ik zo hard als ik altijd had gedaan en bracht hetzelfde vermogen voort, bij hetzelfde lichaamsgewicht, en dan reden er naast me allemaal van die gozers met dikke reten, te babbelen alsof we op het vlakke fietsten. Het was compleet van de gekke. In de loop van het seizoen hing er steeds een gespannen sfeer tijdens het eten - iedereen wist wat er gaande was, iedereen had het over epo, iedereen zag de tekens aan de wand. Ze keken naar mij voor een beetje goede raad, maar wat kon ik zeggen (De wielermaffia: Tyler Hamilton & Daniel Coyle). Een teleurgestelde Hampsten hangt aan het einde van het jaar zijn fiets aan de spreekwoordelijke wilgen.
Giro 2015: Beñat Intxausti
Giro 2002: Gilberto Simoni
Giro 1994: Jevgueni Berzin
Giro 1988: Franco Chioccioli
Giro 1983: Alberto Fernández
Giro 1982: Bernard Hinault
Giro 1969: Carlo Chiappano