Tijdens de participatieavond werd er iets gezegd over de ondergrondse containers waardoor veel onduidelijkheid is ontstaan. Komen er nieuwe ondergrondse containers voor papier, GFT en/of PMD? Verdwijnen de ondergrondse containers voor restafval definitief uit de Pluim-Es? Hoe wordt het ophalen van het restafval, GFT, PMD en papier georganiseerd tijdens de werkzaamheden in fase 6?
Antwoord van de gemeente: Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is het voor de bewoners raadzaam om de BouwApp in de gaten te houden om na te gaan welke vuilophaallocaties tijdelijk buiten gebruik zijn.
De wijze van afvalinzamelen gaat overigens inderdaad op korte termijn veranderen. Het is echter nog niet helemaal uitgekristalliseerd hoé dat dan gaat gebeuren.
Bij het ophogen komen veel oude materialen vrij, zoals stenen en betonnen buizen. Wij hebben begrepen dat deze vrijkomende materialen vervallen aan aannemer. In het Circulair Actieprogramma 2024-2027 van de gemeente staat het doel om in 2030 voor 50% circulair wil zijn. Hoe verwerkt de aannemer deze materialen op een hoogwaardige, circulaire manier? Welke eisen stelt de gemeente hier aan?
Antwoord van de gemeente: volgt
Wat te doen met tuinen die grenzen aan groenstroken die niet of minder worden opgehoogd. Welke maatregelen moeten bewoners dan treffen?
Antwoord van de gemeente: volgt
Op veel plaatsen ronde boorgaten in het asfalt. Waarom zijn die gaten gemaakt?
Antwoord van de gemeente: Die zijn nodig om tijdens de voorbereiding bijvoorbeeld de grondopbouw onder het asfalt te kunnen onderzoeken. Ook kan het zijn dat milieukundig onderzoek nodig is.
Wanneer wordt bomen onderzoek gedaan in opdracht van IBKW? Wat houdt het onderzoek in? En wat doet het IBKW met de adviezen?
Antwoord van de gemeente: De bomeneffectanalyse (BEA) is al uitgevoerd. Onderzoek wordt wat de gezondheid van de bomen in het herstratingsgebied is, én wat de effecten zijn van de uit te voeren werkzaamheden. Zijn de bomen voldoende levensvatbaar om die werkzaamheden met goed gevolg te kunnen doorstaan? Ons streven is om zo veel mogelijk bestaande bomen te handhaven. De groene strook tussen Pluim-Es en Zomereik zullen we bijvoorbeeld minder ophogen, zodat we ook minder bomen hoeven te rooien. En ook gaan we in dit project (voor de eerste keer op uitgebreide schaal) proberen om bomen te verplanten.
Wat kunnen bewoners nu al doen voor deze fase? Wat moeten de bewoners vooral niet doen?
Antwoord van de gemeente: Het advies is om de eigen voor- of achtertuin pas op te hogen als de straat zelf wordt opgehoogd en pas nadat de banden zijn geplaatst. Mocht de bereikbaarheid van de woning zo slecht zijn door grote verzakkingen, dan kan er natuurlijk wel voor gekozen worden om tijdelijk het pad naar de deur op te hogen.
Als bewoners bijvoorbeeld een flinke ophoging in hun tuin voorzien dan kunnen zij de proberen bomen en struiken die zij willen handhaven/ophogen “rond te steken”. Belangrijk is verder dat zij hun kruipruimte ophogen. (Hoeft niet op voorhand, maar is wél van belang, zie hieronder).
Welke ideeën zijn er vanuit de gemeente voor de bereikbaarheid van de hofjes van de Populierenlaan en Pluim-es bij vak 9 van fase 5?
Werkzaamheden brengen altijd overlast met zich mee. Wanneer de werkzaamheden in hofjes wordt uitgevoerd betekent dit inderdaad tijdelijk een verminderde bereikbaarheid. We streven er naar om hierover zo uitgebreid mogelijk te communiceren en ook om de bereikbaarheid met loopschotten zoveel mogelijk te handhaven.
Waarom worden de elektriciteitskastjes in de openbare ruimte niet mee opgehoogd?
Antwoord: Dit is een verantwoordelijkheid van de nutsbedrijven. Hier wordt door de gemeente herhaaldelijk om verzocht bij de betreffende bedrijven.
Bij de inrit vanaf de Vijverlaan naar de Populierenlaan bij huisnummer 2 staat het 30 km bord op een onhandige plek. Kan deze verplaatst worden? Daarbij vraagt de klankbordgroep zich af of technisch en juridisch gezien het juiste bord is toegepast. Dit betreft een 30 km gebod. Volgens de nieuwe inrichting en de adviezen van het SWOV (stichting wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid) is een 30km-zone meer op zijn plaats.
Antwoord van de gemeente: We plaatsen andere borden (30 km zone) en meer in het zicht. (afgehandeld)
Vraag: In onze straat zijn de ophogingen al afgerond, maar ik ben ergens ontevreden over. Kan ik dat bij de klankbordgroep melden?
Antwoord van de klankbordgroep: Meld klachten over de openbare ruimte altijd via het formulier Melding openbare ruimte bij de gemeente. Link naar formulier: Melding openbare ruimte
- Wat zijn de wettelijke regels rondom laadpalen in de openbare ruimte?
- Wat is het beleid van de Gemeente in het algemeen en specifiek voor fase 5 t/m 7?
- Mag zo’n plaats ook door een brandstof auto dan wel een niet opladende auto worden ingenomen?
Antwoord van de gemeente:
Voor het aanvragen van een laadpaal moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:
U woont of werkt in Krimpen aan den IJssel;
U heeft geen eigen parkeerterrein waar u kunt opladen. (Onder eigen terrein vallen ook VVE parkeerplaatsen of de mogelijkheid tot het huren/kopen van een parkeerplaats behorend bij het eigen complex of op het terrein van de werkgever);
Er is binnen 200 meter loopafstand geen bestaande laadpaal waar u gebruik van kunt maken of een reeds lopende aanvraag in behandeling;
U bezit (of heeft een aankoop/leasecontract voor) een elektrisch voertuig;
U rijdt minimaal 10.000 km per jaar elektrisch (dit is ongeveer 2.000 kWh geladen stroom per jaar).
Mocht een bestaande laadpaal binnen 200 meter van het aanvraagadres een zodanig hoog verbruik hebben dat hier redelijkerwijs geen nieuwe aanvragers meer naar verwezen kunnen worden, zal gekeken worden of in de omgeving een nieuwe laadpaal bijgeplaatst kan worden.
Uw gemeente behoudt het recht om van bovenstaande criteria af te wijken, bijvoorbeeld op grond van het algemeen belang, de technische haalbaarheid van het plaatsen van een oplaadpaal of de inzichten van de beheerder van de openbare ruimte. Let op! Het is mogelijk dat een laadpaal wordt weggehaald of verplaatst wanneer blijkt dat er minder dan 2.000 kWh wordt geladen op jaarbasis.
Als er > 6000 kwh/pjr wordt geladen wordt een extra laadpaal geplaatst. Over het algemeen clustert de gemeente, dat wil zeggen, naast de bestaande laadpaal wordt nog een laadpaal geplaatst (indien mogelijk qua parkeerplaatsen).
Het is de gebruikers van het oplaadpunt bekend dat zij alleen gebruik mogen maken van de laadplek (parkeervak) als de auto wordt opgeladen. Zodra de auto is opgeladen moet de gebruiker zijn voertuig verplaatsen, zodat ook andere gebruikers gebruik kunnen maken van het oplaadpunt.
Het college stelt zich op het standpunt dat het zogenoemde 200-metercriterium niet inhoudt dat indien er binnen 200 m van de beoogd gebruiker al een oplaadpunt beschikbaar is, er geen oplaadpunt bijgeplaatst wordt. Het criterium is bedoeld om ervoor te zorgen dat de afstand tussen de beoogd gebruiker en de oplaadpaal niet te groot is. Het criterium behelst niet dat er binnen 200 m loopafstand van een gebruiker niet meerdere laadpalen geplaatst kunnen worden.
In Langeland gelden, net als elders in de gemeente, de bovenstaande regels.
Een laadplek is dus alleen bestemd voor het opladen van elektrische auto’s.
Bij een aantal bewoners vallen hun zonnepanelen regelmatig uit. Hoe kunnen inwoners dat merken/zien? Hoe komt het uitvallen van de zonnepanelen? Wat kan een eigenaar van zonnepanelen hier aan doen?
Antwoord van de gemeente:
Zonnepanelen zijn particulier eigendom. De gemeente heeft hier geen bemoeienis mee. Bij defecten kan de eigenaar het beste contact opnemen met zijn leverancier.
Wat is het beleid van de Gemeente rondom het plaatsen van een dakwindmolen? Is er een vergunning nodig voor het plaatsen van dakwindmolens? Welke vergunningseisen horen hierbij?
Antwoord van de gemeente:
Voor het plaatsen van dakwindmolens is een vergunning nodig. Die kan aangevraagd worden bij het omgevingsloket.
Wil iemand dakwindmolens plaatsen? Ga dan altijd eerst hierover in gesprek met de buren.
Doe een aanvraag in het omgevingsloket. In de aanvraag moet de oude en nieuwe situatie beschreven worden, plattegrond, schets, tekening of iets dergelijks toegevoegd worden. Belangrijk is om te kijken of het totale geluidsniveau niet boven 35 dB komt.
Wij hebben als gemeente ook een test lopen met bijv. de airturb. Wij zouden dakwindmolens niet adviseren. Ze brengen te weinig op. Er is voor wind hoogte en oppervlak nodig.”