Stap 1: Context
Voor je ook maar iets kunt mixen, moet je de werking van het muziekstuk begrijpen. Als je doorhebt wat de rol van elk element in het geheel is, wordt het gemakkelijker om tijdens de mix te bedenken hoe een bepaald element zou moeten worden geplaatst en gekleurd. Voordat je begint met mixen is het daarom een goed idee om zorgvuldig te luisteren naar de ruwe mix van degene die het project heeft opgenomen en/of geproduceerd (zelfs als je dat zelf bent). Die zal nog niet perfect klinken, maar wel wordt - als het goed is meteen duidelijk hoe het arrangement is bedoeld. Welke elementen hebben een hoofdrol en welke een bijrol? Welke elementen leveren het ritme en welke de vulling? Welke elementen hebben onderling interactie? Waar zit de energie en identiteit van de muziek in? Wat maakt het stuk bijzonder, wat geeft je kippenvel? is de sfeer groots en meeslepend of juist klein en intiem? Moet je erop kunnen dansen of is het meer 'luistermuziek"? Al dit soort signaleringen helpen je later in de mix om keuzes te maken die passen bij het geheel. Focus op wat de hoofd- en bijrollen zijn en waar de energie van het nummer zit.
---
Stap 2: Organisatie
Houd je mix overzichtelijk door sporen te groeperen in bussen, bijvoorbeeld per instrumentgroep. Dit maakt het eenvoudiger om de balans te controleren en effecten toe te passen op hele groepen tegelijk, waardoor je sneller kunt werken.
---
Stap 3: Gainstructuur
Zorg ervoor dat de volumes in je mix goed op elkaar zijn afgestemd om vervorming en ruis te voorkomen. Houd de signaalniveaus beheersbaar, zodat plugins en effecten optimaal functioneren zonder te clippen.
De ruwe mix staat en je hebt een aardig beeld van wat je ervan zou kunnen maken. Als de tamboerijn begint te irriteren, weet je meteen dat je fader 12 moet hebben. Kortom: tijd om te beginnen. Maar waar? Meestal is het geen gek idee een bepaalde hiërarchie te hanteren. Als de zang het belangrijkste element in de mix is, dan is het logisch om er eerst voor te zorgen dat die optimaal overkomt en daar vervolgens de rest van de mix omheen te bouwen.
Toch werkt dat ook niet altijd, omdat je zonder context lastig kunt bepalen of iets optimaal overkomt. De meeste mixers creëren daarom eerst een uitgangspositie in de vorm van een ritmesectie (drums en bas) die goed samenwerkt met het belangrijkste akkoordinstrument.
Het ritme, de bas en de akkoorden geven het belangrijkste element, de melodie, haar betekenis. De zang kan pas luid in je gezicht, verdrinkend in de ruimte, helder of juist dof klinken als de andere elementen zorgen voor het perspectief. Deze benadering lijkt precies op hoe een schilder eerst de grote lijnen uitzet qua afstand en grootte, voor hij het detail gaat invullen. Op deze manier schetsen is heel effectief, maar het vergt aardig wat oefening. De klank van de ritmesectie verandert namelijk drastisch als je er de rest van het arrangement aan toevoegt. Bij het neerzetten van de basis moet je daar in je achterhoofd al rekening mee houden.
Het mixproces
Hoe anticipeer je op iets waar je de invloed niet van kent? Een belangrijk onderdeel is dat je de drums en bas in eerste instantie vrij sterk neerzet. Dat doe je door hun muzikale functie wat te overdrijven. Van drums is bivoorbeeld de kracht van het ritme meestal muzikaal belangrijker dan de klank van de ruimte waarin de drums in staan. Door de microfoons met de meeste attack wat meer te gebruiken, door overbodige kanalen uit te zetten of door wat compressie te gebruiken als het nog niet stabiel voelt, kun je dat ritme overdrijven.
Verder zijn de ritmeklanken meestal het laagste en het hoogste element in het frequentiespectrum van de mix, waardoor ze relatief gemakkelijk boven de rest van de instrumenten (die zich vooral in het middengebied ophouden) uit kunnen komen. Zorgen dat er in de basis voldoende laag en hoog in de drums zit helpt daarom ook. Het hoeft in deze fase op zichzelf nog geen mooie drumklank te zijn; in eerste instantie let je alleen op de muzikale functie. Mer die gedachte moet de bas vooral dragend zijn; als hij de andere instrumenten te veel in de weg dreigt zitten, haal je er in eerste instantie maar wat middengebied uit met een equalizer. Dit soort ingrepen zin helemaal niet definitiel,
Balans is het gemakkelijkste mixconcept om te begrijpen. Je zet de faders immers in de stand die correspondeert met hoe luid je de verschillende geluiden wilt horen in je mix, en klaar is Kees. Natuurlijk werkt het zo, maar weten hoe luid je de verschillende geluiden ten opzichte van elkaar wilt horen, is gemakkelijker gezegd dan gedaan. En vervolgens Kan het nog knap lastig zin om tijdens het mixen aan je plan voor de verhoudingen vast te houden.
Stap 4: Kiezen
Het is vaak al moeilijk genoeg om alle elementen hoorbaar te maken in het grote geheel, laat staan dat je nog veel aan die verhoudingen kunt manipuleren zonder allerlei details kwijt te raken. In je hoofd lijkt er daardoor maar één juiste stand van de faders te bestaan: diegene die een extreem gebalanceerde mix oplevert, waarin alle elementen keurig een plekje hebben en alle details tot uiting komen. Het probleem is echter dat je op die manier ook alle elementen min of meer gelijkwaardig aan elkaar maakt, en er is maar weinig muziek die zo functioneert. Je mix is perfect in balans in technische zin, maar muzikaal-emotioneel doet hij te weinig.
Vrijwel altijd zijn er hoofd- en bijrollen in het arrangement, die ook zo in de mix moeten overkomen. Alleen dan kan de mix het juiste gevoel aan de luisteraar overbrengen. De crux bij het maken van een goede balans is daarom te weten welke details overbodig zijn, of in ieder geval geen eigen identiteit in de mix nodig hebben. Dit is natuurlijk geen excuus voor het maken van een ongedefinieerde brij van geluid met de zang daar loeihard overheen. Het is veel subtieler: in een mix die al heel goed is gedefinieerd, kan een balans-verschil van één of twee decibel een wereld van verschil maken voor de 'feel' van het geheel.
Stap 5: Panning
Je zou het vanwege hun eenvoud niet denken, maar panpots zijn samen met faders het belangrijkste gereedschap om je mix vorm te geven. Een goede mix vertelt een verhaal: niet letterlijk zoals een boek dat doet, maar wel zijn er rolverdelingen en gebeurtenissen waar de hoofdrolspelers in verzeild raken.
De luisteraar leidt de rol die een geluid in het verhaal speelt af van de plaats van dat geluid. Is het relatief luid en komt het uit een duidelijke richting, dan trekt het de aandacht en gaat het haast vanzelf een hoofdrol vervullen. Zwakke geluiden die van dezelfde plek als de hoofdrol komen, hebben een ondersteunende rol, terwijl zwakke geluiden die de ruimte tussen de hoofd- en bijrollen opvullen als figuranten dienen.