Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Persoonsvorm verleden tijd
Woorden met -ng of -nk
Woorden met (-)f of (-)v
Woorden met (-)s of (-)z
Woorden met aai, ooi of oei
Woorden met eer, oor of eur
Woorden met be-, ge-, of ver-
Woorden met ei of ij
Woorden met -d(-)
Woorden met -a, -o of -u
Woorden met -ch of -cht
Woorden met eeuw, ieuw of uw
Woorden met open lettergreep
Woorden met gesloten lettergreep
Woorden met verandering -f- in -v- en -s- in -z- bij meervoud
Woorden met -em, -elen, -enen of -ere
Woorden met -lijk en -ig
Woorden waar /ie/ wordt geschreven als /i/
Woorden waar /s/ wordt geschreven als /c/
Woorden waar /k/ wordt geschreven als /c/
Woorden met ´s
Woorden met /tie/
Woorden eindigend op -teit of -heid
Woorden waarin /zju/ wordt geschreven als ge