R1 Dire ce qu'on aime ou pas - les activités .
Taak voor 4B11 tegen 18/10:
p.21 voorbereiden - teken of kleef een afbeelding bij de 4 smileys.
Schrijf de zin die erbij past: J'aime..... , J'adore, ... Je n'aime pas....., Je n'aime pas du tout... en vul de activiteit in.
OPGELET wie de quizlet niet had ingeoefend vorige week moet dat nog tegen de volgende les inhalen.
<<<< TAAK voor 4B12 TEGEN 18/10
De meeste letters zijn hetzelfde.
Let vooral op
e [uh] w [double v]
g [jzee] y [ie grek]
j [jzie] z [zedde]
h [asj]
Écoute et chante! - Luister en zing mee!
Bonjour! Salut!
Comment ça va?
Comment vas-tu?
-------------
Tu vas bien?
Très bien, Oui!
Et toi?
Moi aussi!
Bonjour [bonzjoer]
Salut [salu]
Comment ça va? [komman sa va?]
Comment vas-tu? [komman va tu?]
Ça va [sa va]
Ça va bien [sa va bjèn]
Ça va très bien [sa va trè bjèn]
Oui [wie]
Et toi [ee twa?]
Moi aussi [mwa oosie]
Au revoir [oo ruvwaar]
Goeiedag of Hallo
Hoi
Hoe gaat het?
Hoe gaat het met jou?
Het gaat
Het gaat goed
Het gaat heel goed
Ja
En met jou? Of: En jij?
Met mij ook.
Of: ik ook
Tip: De letter ‘n’ in het woord ‘Bonjour’ spreek je uit alsof je een wasknijper op je neus hebt. Datzelfde geldt voor de ‘n’ in het woord ‘Comment’ (hoe) en in ‘Bien’ (goed