E.M. Kruytzer. (1961). In memoriam Emile Caselli. Natuurhistorisch Maandblad, 50(5/6), 46–46.
In memoriam Emile Caselli
Te Maastricht overleed 3 mei op 87 jarige leeftijd de heer E.J.H.A.Caselli uit Valkenburg. Ofschoon deze veteraan pas enkele jaren na de oprichting van het Natuurhistorisch Genootschap lid werd, was zijn belangstelling toch direkt gericht op het museum, want uit de eerste jaren vinden wij reeds enkele stukken, door Caselli geschonken. In 1925 staat hij een belangrijke verzameling krijtfossielen in bruikleen af aan het museum, welke in 1952 door hem werden geschonken. Reeds eerder hadden hij en zijne echtgenote de prachtige verzameling paddestoelenfoto's van wijlen hun zoon Gaston aan het museum geschonken. Deze foto's zijn door Gaston Caselli op verzoek van Dr.de Wever met de hand gekleurd naar vers materiaal. Uit dit alles moge duidelijk zijn, dat Caselli ons genootschap en museum een goed hart toedroeg. Wij brengen hem thans dank voor zijn grote belangstelling en zijn waardevolle geschenken.
Caselli heeft zijn hele leven lang verzameld, vandaar zijn belangstelling voor het museum. Hij behoorde niet tot die groep van verzamelaars, die alles voor zich zelf willen houden. Dat lag niet in de aard van Caselli. Veel van het verzamelde materiaal bewaarde hij thuis en een gedeelte heeft hij ondergebracht in het museum, dat zich bevindt in de Daelhemerberg bij de ingang van de Modelsteenkolenmijn. Deze mijn is werkelijk een goede nabootsing van een echte steenkolenmijn. In 1929 heeft het Genootschap na afloop van zijn jaarvergadering deze mijn bezocht. Op de muurvlakten van de gangen, die leiden naar de mijn, bevinden zich houtskooltekeningen, voorstellende oude kasteelheren en momenten uit de geschiedenis van Valkenburg. Met groot enthousiasme en ook met kennis van zaken vertelde Caselli over de geschiedenis en folklore van zijn geboorteplaats. De folklore is hem uiteindelijk nog noodlottig geworden. Ondanks het feit, dat hij niet goed meer ter been was, wilde hij toch op 30 april aanwezig zijn bij de planting van de meiboom. Bij die gelegenheid kwam hij te vallen. Deze ernstige val bracht hem naar het ziekenhuis St. Annadal te Maastricht, waar hij enkele dagen later gestorven is.
Caselli is jarenlang lid geweest van de gemeenteraad, zelfs is hij wethouder en plaatsvervangend burgemeester geweest. Hij was niet gemakkelijk, hij had een echte vechtersnatuur. Ook wij hebben wel eens met hem moeten vechten, doch dat behoort tot de aangename herinneringen.
Caselli werd geboren 23 november 1873 in de Mulderwoning bij de Fransche Molen in de Lindelaan. Daar heeft hij zijn hele leven gewoond. Heel Valkenburg kende deze markante persoonlijkheid, die altijd een pet droeg. Onder de oorlog heeft men hem nog beter leren kennen, want de molenaar Caselli heeft velen geholpen.
De zeer lange stoet, die Caselli op 6 mei naar de kerk en de laatste rustplaats aan de Cauberg vergezelde, bewees hoe hoog hij in Valkenburg in achting stond. Het Genootschap was hierbij vertegenwoordigd door voorzitter en ondervoorzitter. Aan de geopende groeve sprak de voorzitter een woord van afscheid en dank.
Hij ruste in vrede.
E. M. Kruytzer.
Vaderreeks Emile Caselli
1 Giovanni Caselli & Maria Caselli
2 Pietro Antonio Caselli * 1724 & Marie Jeanne Caselli
3 Ferdinand Julien Joseph Caselli 1771-1808 x Maria Theresia Josepha Francisca de Negri
4 Ludwig Johann Wilm Caselli 1802-1889 x Anna Catharina Hanssen
5 Johannes Josephus Hubertus Caselli 1847-1916 x Anna Franssen
6 Emile Louis Joseph Hubert Antoine Caselli 1873-1961 x Maria Barbara Hubertina Bernardina Stielen
https://www.boekwinkeltjes.be/b/226300168/De-Hopel-een-plekje-apart/
Wim Nolten, "De Hopel ... een plekje apart."
(Drukkerij/Uitgeverij Eijdems, Eijgelshoven.)
Zoals het snoepgoed voor de kinderen op St. Nicolaasavond, zo vliegen ons de laatste tijd de monografieën van grotere en kleinere leefgemeenschappen om de oren. Zij danken vaak hun ontstaan aan het feit, dat de beschreven plaatsen door de gemeentelijke herindeling hun zelfstandigheid verliezen en door middel van een geschrift een zeker eeuwigheidsleven trachten te verkrijgen. Helaas zijn zij niet altijd van een zodanig gehalte, dat zij de (amateur)-historicus kunnen bevallen, al moet worden toegegeven, dat de doorsnee bewoner der beschreven plaatsen, vooral ook door de soms talrijke afbeeldingen, er een zeker genoegen aan zal beleven.
De samensteller van het hier te bespreken werk zegt, dat hij tot arbeid is geïnspireerd door een artikel van onze hand, verschenen in de Maasgouw 97 (1978), kolom 33 e.v. Nu kan zo een mededeling wel als eervol voor ons beschouwd worden, maar wij slepen die ook mee als een last bij de bespreking van het boek. Toch hopen wij zo objectief mogelijk te blijven.
De auteur begint met een uitvoerig relaas over de historische hof Hopel, die behalve de naam nagenoeg niets gemeen heeft met de hoofdinhoud van het boek. Die hoofdinhoud gaat over wat genoemd kan worden "de nieuwe Hopel". De schrijver had kunnen volstaan met een globaal overzicht van de geschiedenis van de oude Hopelerhof. Hij had dan ook kunnen vermijden historische onjuistheden te vermelden. Zo bijv. de bewering, dat Johan van Anstel op 25 mei 1424 stierf (blz. 5 en 13). Vast staat enkel, dat Johans vrouw op genoemde datum weduwe was. De sterfdag van Johan is tot nu toe niet te bepalen. Op blz. 8 lezen wij dat ene Fredericus in 1311 de molen boven Eijgelshoven kocht. Die "ene Fredericus" was de proost van Kloosterrade (Rolduc). Hij kocht de molen niet, maar bouwde hem.
Ook de genealogie van Anstel had niet, althans niet zo uitgebreid, hoeven te worden opgenomen. De gegevens zijn kennelijk ontleend aan Dr. F .J. Leufkens, Genealogie van het geslacht Anstel. Deze genealogie, die meer dan 50 jaar geleden verscheen, is intussen verouderd en men moet nu zeker onderscheid maken tussen het eerste geslacht van Anstel en het tweede geslacht, dat bezit in de Hope! had. Er is geen enkele aanwijzing, dat leden van het eerste geslacht aldaar bezit hebben gehad.
De lijst van bezitters (blz. 13) is ook niet vlekkeloos. Over de overlijdensdatum van Johan van Anstel schreven wij boven al. Herman van Gusten is nooit bezitter van de hof in de Hope! geweest. Datzelfde geldt ook voor Kloosterrade ( Rolduc).
Van blz. 15 tot 205 handelt de schrijver over de nieuwe Hopel. Dit deel zal voor de bewoners en ex-bewoners wel het meest interessant zijn, vooral omdat het rijk is verlucht met foto's. Aan dit deel moet de schrijver zeer veel arbeid besteed hebben. Vooral de opgenomen genealogieën moeten bij het opstellen veel tijd gekost hebben. Men kan goed zien, dat in de nieuwe Hope! mensen uit vrijwel alle Europese landen hebben gewoond; zelfs een in de USA geboren bewoner komt opdagen. Genealogen die op zoek zijn naar buitenlandse kwartieren wordt aangeraden het werk te raadplegen, hetgeen vergemakkelijkt wordt door een gelukkig aanwezig alfabetisch register op de persoonsnamen.
Jammer dat er nogal wat slordigheden zijn blijven staan in dit deel. Wij noteerden o.a.: op blz. 28 is achter 467 het woord bladzijden weggevallen; op blz . 29, 8ste regel van boven, ,.naast hun" moet zijn "naast hen"; blz. 39 regel 4 "de" St. Elisabeth-Gesticht moet zijn "het" St. Elisabethgesticht; op blz. 124 zal Ohao moeten worden vervangen door Ohio; de Latijnse vermelding blz. 132 bij V lil zal evenals de vermelding van de voornaam bij V 11 op foutieve lezing van het oorspronkelijke stuk berusten: bij V lil zal vermoedelijk moeten worden gelezen: prope Coloniam Agrippina en de voornaam bij Vil als Guilielmus; op blz. 138 staat te lezen : "o.l.v. de heer de Jong, Pluis en Spierts en in samenwerking ... ". Waren Pluis en Spierts geen heren?
Op blz. 142 worden enkele gevonden oude papieren vermeld. Dan staat er : "Als laatste vermelden wij de vondst van een nieuwjaarsgroet ... dato 31 dec. 1914". Ongeveer 11 regels later wordt toch weer een tekst afgedrukt uit 1917.
Het boek is goed uitgegeven. De omslag is zinvol versierd met afbeeldingen van de vlaggen van de in de Hope! residerende of geresideerd hebbende nationaliteiten. De kwaliteit van de afbeeldingen is niet altijd goed. Dit was echter niet te voorkomen nu de schrijver ook kiekjes opnam van amateur-fotografen, die dan wel gebrek aan vakmanschap verraden, maar toch ook weer hun eigen charme hebben.
Boekbespreking door H.J.M. Frusch
In memoriam H.J.M. Frusch
Een paar weken voor zijn 73ste verjaardag overleed onverwacht te Kerkrade Henri Frusch, een van de trouwste leden van de Werkgroep Het Land van Herle. Hij was een regelmatige bezoeker van de maandelijkse werkvergaderingen, waar hij op zijn tijd een heldere uiteenzetting gaf over een historisch thema, altijd kritisch luisterde en een waardevolle bijdrage aan de discussie leverde. Reeds als 14-jarige had hij een sterke belangstelling voor de geschiedenis, hoewel hij zijn beroep zocht in het belastingwezen. Midden in de Tweede Wereldoorlog kwam hij naar Kerkrade, waar hij jarenlang hoofdcontroleur was bij de directe belastingen. De grote interesse voor historische zaken bleef hem eigen; als een echte liefhebber bracht hij een omvangrijke geschiedkundige bibliotheek bijeen, vergaarde notities uit archieven, verdiepte zich in de geschiedenis van het Land van Rode en van Kerkrade in het bijzonder, schreef erover in de lokale pers, zodat hij al spoedig gold als kenner van de plaatselijke geschiedenis. Telkens werd hij aangezocht om feesten en gebeurtenissen historisch te belichten; voor Kerkraadse leerlingen en studenten die werkstukken of scripties over een historisch onderwerp moesten maken, was hij dé vraagbaak.
Henri Frusch deed dit alles graag en zorgvuldig. Hij was niet de heem-historicus van de aardige verhalen en de aangedikte geschiedenissen, hij nam niet slaafs over wat al eens geschreven was, maar ging op zoek naar de bronnen.
Hij bestudeerde de oude documenten, vergeleek ze onderling en trok op scherpzinnige wijze zijn conclusies. Daarenboven schreef hij zijn artikelen in een zeer verzorgde stijl en heldere bewoordingen; hij bleef niet bij het plaatselijke hangen, maar verduidelijkte het lokale vanuit de algemene geschiedenis. Als voorbeelden mogen gelden zijn "Schets van de geschiedenis der schutterij St. Sebastianus" en zijn betoog over het geslacht der Heren van Anstel te Kerkrade dat in de 14e eeuw werd opgevolgd door een ander geslacht dat dezelfde naam ging voeren (Uit Kerkrade's Verleden 1967, 1-41). Heel spits heeft hij aangetoond dat er nooit een graafschap Amstenrade heeft bestaan, maar een graafschap Geleen (Land van Herle
1962, 62-69). In de week voor zijn dood stuurde hij de redactie van het Land van Herle nog een bespreking van het boek over de Hopel (zie hiervoor).
Om zijn historische deskundigheid was hij lid van de Straatnamencommissie te Kerkrade, en voorzitter van de Stichting Fontes Rodenses, die de bronnen voor de geschiedenis van het Land van Rode opspoort en laat bewerken. Door zijn dood is er een grote leemte gevallen in het kleine groepje dat de geschiedenis van Kerkrade bestudeert.
L.Augustus
H.J.M. Frusch, Gedenkboek van de Broederschap St. Sebastianus te Eijgelshoven.
H.J.M.Frusch, Het ontstaan van het land van Rode, Het Land van Herle : historisch tijdschrift voor oostelijk Zuid-Limburg ; Jrg. 14 (1964), pagina's 105-109.
Hybride stamreeks Leonie Frusch
Giovanni Caselli & Maria Caselli
2 Pietro Antonio Caselli * 1724 & Marie Jeanne Caselli
3 Ferdinand Julien Joseph Caselli *1771 & Marie Therese de Negri
4 Adolph Louis Hubert Caselli & Maria Sybilla Geurts
5 Pieter Hubertus Kusters &Maria Hubertina Johanna Francesca Caselli
6 Mathijs Joseph Frusch &Maria Lucia Kusters
7 Henri Joseph Marie Frusch & Maria Hubertina Theodora Leufkens
8 J G H Essers & I Hubertine Leonie Amelberga T Frusch
Amadeo Caselli
https://sites.google.com/view/joploum
Jo Ploum: Al tijdens mijn studie op de Mijnschool heb ik Helene leren kennen en ofschoon ik niet in navolging van mijn vader alle ondergrondse mijnwagens heb volgeschreven met de naam Helene zoals hij dit deed met de naam Maria, blijkt dit toch wel een kennismaking met grote gevolgen te zijn.
Op 6 augustus 1958 wordt ons kerkelijk huwelijk voltrokken in de St.Luciakerk van Broichweiden.
We gaan regelmatig op vakantie en dat wil zeggen met de tent. Vaak samen met Free en Kete naar Hellenthal of Ruhrberg in de Eifel maar in 1962 gaan we zelfs naar Italië via de Fernpas naar Marina di Ravenna en de camping Romea.
Tijdens deze vakantie maken we een tochtje naar Florence en zien onderweg het verkeersbord dat verwijst naar Forli. Free heeft tijdens onze huwelijksreis kennis gemaakt met een muzikant van de harmonie uit deze stad. Deze Amadeus Caselli was in die tijd gast bij pa en ma. De bemiddeling was gebeurd door harmonie St. Philomena van Chevremont. We overleggen niet lang maar besluiten deze Amadeo op te zoeken. Maar ja we hebben geen adres, maar daar komen we met ‘briljant’ recherchewerk wel achter. Op een dag gaan we naar Forli en bezoeken eerst de kathedraal en als ik hier een jonge geestelijke zie rondlopen veronderstel ik dat dat wel eens de biechtvader van Amadeo zou kunnen zijn.
Na een korte aarzeling spreek ik hem aan en met een mengeling van Engels, Frans en Duits lukt het om hem uit te leggen dat wij uit Holland komen en ik herinner me niet meer hoe, maar plotseling hebben we het over harmonie Philomena en hij weet dat deze in Forli heeft geconcerteerd.
Dan vraag ik hem naar Amadeo Caselli en hij trekt me aan een mouw mee naar de sacristie, neemt een telefoonboek en ik zie hem zoeken tussen de Caselli’s in Forli. Hij geeft ons een knipoog en begint een nummer te draaien. Als de telefoon overgaat begint een gesprek waar ik niks van versta. Dan grijpt hij een bloknoot en begint straten te schetsen en ik begrijp dat hij ons de te volgen route naar Amadeo’s huis op papier zet. Hoe is het mogelijk.
We bedanken hem uitvoerig en lopen naar onze auto. Free dirigeert me verder aan de hand van de ‘kapelaansroute’ en warempel, na een kwartiertje rijden roept hij opeens: “Stop hier, daar staat Amadeo persoonlijk aan de rand van het trottoir”.
De wonderen zijn warempel de wereld nog niet uit.
Een minuut later omhelzen Free en Amadeo elkaar en pas nu blijkt dat Amadeo uit het gesprek met onze gids heeft begrepen dat niet ik maar Pa samen met Free er aan zat te komen.
Na uitvoerige kennismaking nodigt hij ons uit in zijn woning en we maken ook kennis met zijn echtgenote. Zij blijken over een prachtige woning te beschikken en al gauw blijft er niets meer over van die doodgewone Italiaanse muzikant, maar deze ontpopt zich als een ware mecenas. Hun dochter was dit jaar schoonheidskoningin van deze streek en zijn aanstaande schoonzoon is een van Italië’s grootste architecten en deze bezit zelfs een eigen vliegtuig.
Omdat de conversatie met armen benen plaatsvindt, vraagt hij me om mee te gaan naar een klein tabakswinkeltje tegenover zijn woning. En daar is een meisje dat goed Duits spreekt.
Zij legt ons uit dat Amadeo en zijn vrouw ons voor komende zondag uitnodigen om hun gast te zijn.
We worden dan tegen tien uur verwacht en we zullen dan samen naar de kerk gaan en daarna zal zijn dochter en haar verloofde ook thuis zijn en zijn dochter spreekt volgens Amadeo Engels, en Enzo, haar verloofde, spreekt Frans.
Dus dan zijn de conversatieproblemen opgelost. Als we samen met de familie Caselli de kerk betreden gaan de overige gelovigen in het kleine kerkje respectvol recht staan en buigen zelfs voor onze gastheer.
We zijn behoorlijk onder de indruk, maar we zijn er niet achtergekomen welke rol onze Amadeo hier vervult. In ieder geval beleven wij een prachtige dag met een heerlijk uitgebreid diner, geheel bereid door mevrouw Caselli. In de namiddag begeleidt de hele familie ons tijdens een tochtje door deze prachtige landstreek en bezoeken we het plaatsje Praedapio, de geboorteplaats van Mussolini en later zijn praalgraf op het nabijgelegen kerkhof. We vallen van de ene verbazing in de andere. Als we Ravenna verlaten gaan we voor enkele dagen naar Chioggia bij Venetië en bezoeken de Lagunestad natuurlijk uitvoerig. We kunnen terugkijken op een prachtige vakantie.