Zouden klanken een betekenis kunnen hebben? Zou de klank 'tafel' een plank op poten aanduiden? Of de klank 'appel' een bepaald soort vrucht? Heel lang was dat in de taalkunde een onnozele vraag. Ja, oké, je hebt van die woorden als 'loeien' of 'miauwen' die klinken als hun betekenis, de klanknabootsende woorden, de onomatopeën. Maar verder...als ik het woord 'tafel' zeg tegen iemand uit Vietnam die geen vreemde talen spreekt, heeft die geen idee waar ik het over heb; bij 'miauwen' zou die zich misschien wel iets kunnen voorstellen. De laatste decennia echter zijn er taalonderzoekers toch wat anders naar gaan kijken. Daar gaat dit beschouwinkje over. En ik begin met een eigengebrouwen theorie hierover, een theorie die ontstond toen mij wat zaken opvielen toen ik (steeds meer) woorden met een B en een L in het begin op een rijtje ging zetten: mijn Bleek-theorie.
- Blank
- Blanco
- Blinken
- Bleek
- Blond
- Bloot
- Bla(a)k(en)
- biela - wit, in diverse vormen met B-L in slavische talen, zoals:
- belyj (Russisch)
- Bliek/blei (du: Blei)
- Black!
- Blanda (als Latijnse meisjesnaam) - betekent `kaal, mild`
- Blando/blanda (sp: flauw)
- Belang (Balinees: wit)
- Valge (Ests = wit, let op de V, in klank verwant aan de B)
- Piela (Hindi = bleek, let op de P, in klank nauw verwant aan de B)
- Bledy (Slowaaks = bleek)
- Blčať (Slowaaks = blaken)
De kernklank BL(-k) is niet, zoals ik eerst dacht, een aanduiding voor wit. Met Black kwam ik daarmee in de knoop (en probeerde ik die met het argument dat de betekenis van een woord 180 graden kan draaien te ontwarren). Maar natuurlijk betekent B-L(-k) niet wit, zo bedacht ik wat later, maar het ontbreken van kleur, kleurloos, en dan past de betekenis zwart daar prima bij.
In het lijstje hierboven lijken de medeklinkers de basisbetekenis ‘kleurloos’ te hebben. Misschien zelfs is bij al die woorden in de lijst de kernbetekenis van B-L leeg, loos, ontbreken van, schoon zijn (van). Zie bijvoorbeeld woorden als bloot (zonder bedekking; ouder Nederlands = kaal, arm ) en blut (zonder geld).
Volgens het Etymologisch woordenboek is bijvoorbeeld blank een Germaans woord dat zich uit het proto-Germaans heeft ontwikkeld; let ook op de betekenis leeg [Os. blank; ohd. blanch (nhd. blank ‘schoon, leeg’); ofri. blank (nfri. blank); oe. blanc ‘vaal’ (ne. blank ‘saai, levenloos’); on. blakkr ‘vaal’; < pgm. *blanka-. Daarnaast nog het zn. oe. blanca, blonca ‘schimmel = wit paard’.]
Zeker niet alle woorden met een B-L-kern zullen verwijzen naar een kernbetekenis leeg, kleurloos. Met bloed en blad/bladeren kun je er bijvoorbeeld niks mee. In andere talen zie je bij woorden met een lege of kleurloze betekenis ook vaak die kern B-L niet terug. In het rijtje hierboven staan overigens niet alleen indo-Europese talen (maar bijvoorbeeld ook Balinees en Ests).
Bij de B-L-kern ‘voel’ ik de betekenis overigens niet. Die viel me dus pas op toen ik eens wat woorden die me verwant leken met BLEEK op een rijtje zette.
Bij andere ‘betekenisvolle’ klanken voel ik die betekenis wel degelijk. En daarin ben ik niet de enige. Er zijn in ieder geval deze eeuw al diverse onderzoeken gedaan naar of klanken eenzelfde betekenis kunnen hebben voor mensen die verschillende, ook niet verwante, talen spreken. Een bekend onderzoek is dat waarbij mensen moesten zeggen bij welk van twee vormen nou welke van twee namen hoorde. De ene vorm was een soort ster met stralen van ongelijke grootte, en de andere was een bladachtige vorm, met een soort lobben van ongelijke grootte. Welke vorm heet boeba en welke kiki? Van de ondervraagden koos 95% ervoor om de stervorm kiki te noemen en de bladvorm boeba. 'Kiki' heeft blijkbaar een betekenis van ‘scherp’, en ‘boeba’ voelt aan als ‘rond’. Ik voel dat ook zo.
Nog een bekend voorbeeld, uit weer een ander onderzoek, zijn de twee fantasiewoorden voor tafel, mal en mil. De ene betekent kleine tafel en de andere grote tafel. Ook hier waren de ondervraagden duidelijk: voor 95% betekende mal grote tafel, en mil kleine tafel. De a-klank staat blijkbaar voor groot, de i-klank voor klein.
Een Nederlands woordenpaar dat hier duidelijk iets van laat zien is zwaar en licht. En daarmee krijgen de a-klank en de i-klank beide gelijk ook een ruimere betekenis: groot/zwaar respectievelijk klein/licht.
Welk van de vormen heet 'BOEBA',
de linker of de rechter? En de ander
is dus 'KIKI'?
Er is een woord voor 'kleine tafel' en er is een woord voor 'grote' tafel. Welk woord staat voor 'kleine tafel': 'MAL' of 'MIL'?
In de Ghanese taal Siwu zeg je ‘saaa' voor een fris gevoel in de mond. Je voelt bijna letterlijk de betekenis als je het woord uitspreekt. Maar ook de kern FR-(S) van ons woord fris voelt een relatie met de betekenis te hebben. Is het die betekenis die we ook in fruit horen? En in vers (met de F in een V veranderd en de R achter de klinker)? In het Kantonees, Maleis en Thai gebruikt men, per taal, voor fris en vers in ieder geval dezelfde woorden.
In het Siwu komen veel woorden voor als ‘saaa’, woorden die in klank en vorm de associatie met een klank, kleur, gevoel, smaak of andere gewaarwoording oproepen. Dit soort woorden heet ‘ideofonen’. Nog een voorbeeld uit het Siwu: ‘pumbuluu’ betekent grote buik, in tegenstelling tot ‘pimbili’ dat kleine buik betekent. In het Nederlands en de meeste andere westerse talen komen ideofonen als hele woorden niet veel voor. Uitzondering zijn de onomatopeeën, de klanknabootsingen.
Gefascineerd door die klanken met basisbetekenissen ben ik er verder naar op zoek gegaan. En zo stuitte ik op klankkernen als SCH-R, B en STR als mogelijke ideofone basiselementen. Ik geef hier een rijtje voorbeelden van woordparen en -groepen waarbij ik een relatie tussen klank/vorm en betekenis denk te voelen:
Scherp: vooral dat ‘sche-‘ doet het ‘m, ik voel de betekenis ook terug in schel; maar misschien is de kern hier SCH-R. En dan ga ik er onwetenschappelijk intuïtief op los door aan die kern een betekenis van ‘pijn doen/voelen/toebrengen’ te hangen met woorden als schrijnen, schram, schreeuwen, scherf.
Bot: de B lijkt vaak een ‘ronde’ betekenis te hebben. In dit woordenpaar is de betekenis iets als ‘afgerond’, 'stomp' (in tegenstelling dus tot iets scherps). Maar ook bij voor de hand liggende woorden als bal, bol en bil. En misschien ook buik en borsten. In ieder geval hangen verreweg de meeste mensen het fantasiewoord ‘bouba’ met z’n twee B's aan een plaatje met afgeronde vormen, zoals we zagen.
Warm: behalve dat de W beter aanvoelt om iets warms mee aan te duiden dan de K, kan ik niet echt een kern met betekenis aan warm ontdekken (of misschien W-R dat dan ook V-R kan zijn, en dan in vuur is terug te vinden? Beetje vergezocht, vind ik zelf).
Koud: hier lijkt de K wel productief met koel, kil, misschien kaal; Grieks krio (uitspr.)
Hier is naar het lijkt een kern STR die een grondbetekenis heeft in de zin van ‘onbuigzaam’.
Ook bij de SL-klank in de groep slapen, slap, sluimer, sloom vermoed ik een gemeenschappelijke betekenis. Misschien iets als ‘zonder leven’? Er zijn natuurlijk heel veel meer woorden in het Nederlands die met SL beginnen (slecht, slopen, slaken, slet, sluiten, sluis enz.) maar waar die klank geen gemeenschappelijke betekenis lijkt te hebben, zeker niet in de zonder leven-betekenis. Het zou overigens de woordenschat ernstig beperken als een bepaalde klank gebonden zou zijn aan één grondbetekenis. Of überhaupt aan een betekenis.
Overigens zouden misschien ook ’sluipen’ en ’sluiks’ bij de SL-groep kunnen horen, bedenk ik me nu. Dan zou misschien de grondbetekenis iets als ‘vaag leven’ of ‘heimelijk leven’ kunnen zijn)
Wat opvalt: het gaat bij deze betekenisklanken meestal om bijvoeglijke naamwoorden, soms om werkwoorden, maar niet vaak om zelfstandige naamwoorden. Dat is iets om nog verder over door te denken.