les 1 : Romeinse cijfers
les 2 : bruto, tarra en netto
les 3 : getallen x 10, 100
les 4 : getallen delen door 10, 100, 5, 50
les 6 : het gemiddelde
les 7 : cijferend delen dor een kommagetal
les 8 : recht en omgekeerd evenredig
les 8 : recht en omgekeerd evenredig
les 9 : ruimtefiguren
les 9 : ruimtefiguren
les 12 : getallen tot 10 miljoen
les 12 : getallen tot 10 miljoen
les 14 : getallen cijferend x
les 18 : snelheid
les 19 : afstand, tijd en snelheid
les 20 : soorten breuken ( breuk nemen van een getal)
les 20 : gelijkwaardige breuken
les 20 : breuken op de as plaatsen
les 21 : ongelijke verdeling ( verhoudingen)
les 21 : ongelijke verdeling ( som en verschil)
les 21 : ongelijke verdeling
de negenproef