Verplichte gezondheidsonderzoeken zijn: HD/ED-onderzoek, ECVO en DNA-onderzoek. Hier vindt u alle informatie over deze onderzoeken. Onze labradors hebben al deze onderzoeken ondergaan.
HD-onderzoek:
Heupdysplasie (HD) is een ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Het kan erfelijk zijn, maar omgevingsfactoren spelen ook een rol bij de ontwikkeling. Een hond kan veel last hebben van HD, maar dat hoeft niet. Aan de buitenkant kun je niet zien of een hond HD heeft, dus als uw hond goed kan lopen, hoeft dat nog niet te zeggen dat zijn heupen perfect zijn. Om echt te kunnen zien of uw hond HD heeft, zijn (digitale) röntgenfoto’s van zijn heupen nodig.
HD-onderzoek bij de Raad van Beheer
In principe mag elke praktiserende dierenarts HD-foto’s maken. Wel moet hij een overeenkomst met de Raad van Beheer hebben. Op de website van de Raad van Beheer is te controleren voor welke dierenartsen dit het geval is. De beoordelingskosten voor het onderzoek betaald u rechtstreeks aan de dierenarts, zo kan het onderzoek na binnenkomst snel ter beoordeling worden aangeboden aan het HD/ED-panel. De kosten voor het onderzoek vind u in de tarievenlijst van de Raad van Beheer. Wekelijks worden de onderzoeken door het HD/ED-panel beoordeeld.
Het HD/ED-panel bestaat uit drie deskundigen die de röntgenfoto’s beoordelen. De samenstelling van het HD/ED-panel wisselt steeds. Uiteraard ontvangt u van de Raad de uitslag van het onderzoek. Mocht het HD/ED-panel de foto’s niet kunnen beoordelen, dan laat de Raad uw dierenarts weten wat er moet gebeuren. Uw dierenarts maakt vervolgens een nieuwe afspraak met u om opnieuw foto’s te maken.
Voorwaarde voor het HD-onderzoek is dat uw hond in het Nederlands Honden Stamboek staat (NHSB) en op uw naam en adres bij de Raad geregistreerd staat. Volgens de regels van de FCI (Fédération Cynologique Internationale) moet een Labrador voor het laten maken van HD-foto’s minimaal 12 maanden zijn. Voor een paar grote rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden.
Registratiebewijs
De dierenarts haalt de gegevens van uw hond direct op uit de Raad van Beheer database. Dit gebeurt aan de hand van het chipnummer van de hond en de postcode die staat vermeld op het registratiebewijs. Aan de hand van de gegevens op het registratiebewijs kan de dierenarts de identiteit van de hond controleren. Breng deze dus mee als u naar de dierenarts gaat. Het registratiebewijs kunt u downloaden op de profielpagina van de hond in uw Mijn RvB account.
Beoordelen van de HD-foto’s
Het panel kijkt bij het beoordelen van de foto’s naar de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.
Een indicatie voor de kwaliteit van de heupgewrichten is de zogenaamde “Norbergwaarde”. Hoe hoger de Norbergwaarde, hoe dieper de kop van het bovenbeen in de kom van de heup zit. Als de kop diep in de kom zit, dan zit dat vaak goed stevig en is er minder kans op botwoekeringen en andere problemen. Bij een normaal heupgewricht ligt de Norbergwaarde vaak tussen de 30 en 40. Een hond met een lage Norbergwaarde heeft ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen en kan vaak niet meer de hoogste score (A) halen, in uitzonderlijke gevallen zijn de heupen toch van voldoende kwaliteit dat er een HD A kan worden toegekend.
Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent helaas niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. De uiteindelijke HD-beoordeling is namelijk ook van meerdere factoren afhankelijk, zoals de aansluiting van de gewrichtsdelen en eventuele botafwijkingen. Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte botafwijkingen (2) leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige botafwijkingen (3) leiden tot de beoordeling HD D.
Er kan ook sprake zijn van “vormveranderingen”. Meestal gaat het dan om een afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.
Alle gegevens samen bepalen de definitieve eindbeoordeling. Het kan zijn dat slechts één aspect de doorslag geeft, maar het kunnen ook meerdere factoren samen zijn die de uiteindelijke eindbeoordeling bepalen. U kunt dit afleiden uit de informatie op het certificaat.
Uitslag van het HD-onderzoek
Wekelijks worden de onderzoeken door het HD/ED-panel beoordeeld.
Zodra het onderzoek door de dierenarts naar de Raad van Beheer is verzonden en de foto’s beoordeeld zijn door het HD/ED-panel ontvangt u een e-mail.
In uw mijnrvb account staat dan direct het certificaat met de FCI-eindbeoordeling.
Er zijn verschillende FCI-einduitslagen mogelijk:
HD A (=negatief): de hond is op basis van de röntgenfoto vrij van HD; dit betekent niet dat de hond geen “drager” van de afwijking kan zijn.
HD B (=overgangsvorm): op de foto’s zijn kleine veranderingen zichtbaar die het gevolg zijn van heupdysplasie.
HD C (=licht positief) of HD D (=positief): de hond laat duidelijke veranderingen zien die passen in het ziektebeeld van HD.
HD E (=positief in optima forma): de heupgewrichten zijn ernstig misvormd.
Houd er rekening mee dat een HD A uitslag niet betekent dat uw hond nooit last zal krijgen van HD. Omgekeerd betekenen duidelijke misvormingen ook niet dat de hond er beslist last van zal krijgen. Het is wel verstandig om er op te letten dat u (de heupgewrichten van) uw hond niet te zwaar belast. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.
ED-onderzoek:
Elleboogdysplasie (ED) is een ontwikkelingsstoornis van met name het kraakbeen in de ellebooggewrichten. Het kan erfelijk zijn, maar omgevingsfactoren dragen vaak ook bij aan het ontstaan van deze aandoening. Sommige honden kunnen op jonge leeftijd al ernstige problemen ondervinden door ED. Bij andere honden leiden ernstige misvormingen in het gewricht pas op latere leeftijd tot kreupelheid. Om echt te kunnen zien of uw hond ED heeft, zijn (digitale) röntgenfoto’s van zijn gewrichten nodig. Het ED-onderzoek richt zich op vier verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht. Al deze aandoeningen kunnen leiden tot misvormingen in het gewricht en kreupelheid. Het aantal te maken röntgenfoto’s verschilt per ras. Internationaal komen beoordelaars samen om te zorgen dat alle landen op gelijke manier de ellebogen beoordelen. Op de website van de International Elbow Working Group (IEWG) kunt u de verslagen van hun bijeenkomsten vinden.
ED-onderzoek bij de Raad van Beheer
In principe mag elke praktiserende dierenarts ED-foto’s maken. Wel moet hij een overeenkomst met de Raad van Beheer hebben. Op de website van de Raad van Beheer is te controleren voor welke dierenartsen dit het geval is. De beoordelingskosten voor het onderzoek betaalt u rechtstreeks aan de dierenarts, zo kan het onderzoek na binnenkomst snel ter beoordeling worden aangeboden aan het HD/ED-panel. De kosten voor het onderzoek vindt u in de tarievenlijst van de Raad van Beheer. Wekelijks worden de onderzoeken door het HD/ED-panel beoordeeld.
Het HD/ED-panel bestaat uit drie deskundigen die de röntgenfoto’s beoordelen. De samenstelling van het HD/ED-panel wisselt steeds. Uiteraard ontvangt u van de Raad van Beheer de uitslag van het onderzoek. Mocht het HD/ED-panel de foto’s niet kunnen beoordelen, dan laat de Raad uw dierenarts weten wat er moet gebeuren. Uw dierenarts maakt vervolgens een nieuwe afspraak met u om opnieuw foto’s te maken.
Voorwaarde voor het ED-onderzoek is dat uw hond in het Nederlands Honden Stamboek staat (NHSB) en op uw naam en adres bij de Raad geregistreerd staat. Een Labrador moet voor het laten maken van ED-foto’s minimaal 12 maanden zijn. Voor de meeste andere rassen geldt een minimumleeftijd van 18 maanden. Voor een diagnose-onderzoek moet de dierenarts in 4 richtingen foto’s maken.
Registratiebewijs
De dierenarts haalt de gegevens van uw hond direct op uit de Raad van Beheer database. Dit gebeurt aan de hand van het chipnummer van de hond en de postcode die staat vermeld op het registratiebewijs. Aan de hand van de gegevens op het registratiebewijs kan de dierenarts de identiteit van de hond controleren. Breng deze dus mee als u naar de dierenarts gaat. Het registratiebewijs kunt u downloaden op de profielpagina van de hond in uw Mijn RvB account.
Beoordelen van de ED-foto’s
We spreken over ED als een van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is:
OCD (Osteochondritis dissecans): het loslaten van een stukje kraakbeen van de bovenarm.
LPC (Los processus coronoïdeus): het loslaten van een stukje bot van de ellepijp.
LPA (Los processus anconeus): het loslaten van een stukje bot op een andere plaats van de ellepijp.
Incongruentie: een niet goed “passend” gewricht door een te lange of te korte ellepijp ten opzichte van het spaakbeen.
Er kan ook sprake zijn van een meerdere aandoeningen in een gewricht.
Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot artrose. Atrose kenmerkt zich door:
Veranderingen van het gewricht (botreactie’s) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan.
Het blijvende karakter van de veranderingen.
Startpijn: kreupele stappen net na het opstaan.
‘Er doorheen lopen’: beter lopen na enige tijd.
Een terugval na veel inspanning.
Bij het vaststellen worden de normen van de “International Elbow Working Group” gevolgd. Het slechtste gewricht bepaalt de einduitslag.
Uitslag van het ED-onderzoek
Wekelijks worden de onderzoeken door het HD/ED-panel beoordeeld. Zodra het onderzoek door de dierenarts naar de Raad van Beheer is verzonden en de foto’s beoordeeld zijn door het HD/ED-panel ontvangt u een e-mail. In uw mijnrvb.nl account staat dan direct het certificaat met de FCI-eindbeoordeling.
Er zijn verschillende uitslagen mogelijk:
Vrij
Graad 1
Graad 2
Graad 3
In die gevallen waarin ras- of projectspecifieke bepalingen van toepassing zijn, zoals bij de Labrador, zal het panel – als dat mogelijk is – ook een uitspraak doen over het achterliggende ziekteproces.
Het is op grond van de foto’s niet mogelijk om te voorspellen of honden die niet vrij blijken te zijn van elleboogdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, later problemen zullen krijgen. Dit is afhankelijk van de aard en de ernst van de aandoening en het gebruik en de aard van de individuele hond. Laat de hond in ieder geval niet te zwaar worden en vermijd ook anderszins overmatige belasting van de ellebogen als dat mogelijk is. Raadpleeg je dierenarts in geval van twijfel.
ECVO-onderzoek:
Het ECVO oogonderzoek is een oogonderzoek naar een aantal verschillende erfelijke en als erfelijk beschouwde oogaandoeningen. ECVO staat voor European College of Veterinarian Ophthalmologists, dit college van specialisten heeft deze vorm van onderzoek gestandaardiseerd.
ECVO-oogonderzoek – Wie voert het uit?
Niet iedere dierenarts mag een ECVO-oogonderzoek uitvoeren. De dierenarts die het klinisch onderzoek uitvoert, moet deel uitmaken van het (Nederlandse) ECVO-panel. Hij of zij voert het onderzoek uit volgens een vast protocol. Op basis van het onderzoek stelt hij of zij het resultaat vast.
De dierenartsen in de tabel op de website van de Raad van Beheer mogen een ECVO-oogonderzoek uitvoeren. Een aantal van deze dierenartsen is erkend als specialist oogheelkunde in Nederland (NL-spec.) of als Europees specialist (Diplomate, Dip. ECVO). Houd er rekening mee dat de meeste ECVO specialisten slechts op enkele vaste dagen per maand of per kwartaal aanwezig zijn bij bepaalde klinieken. De wachttijd voor een afspraak kan daarom, afhankelijk van de kliniek, behoorlijk oplopen. Maak daarom op tijd een afspraak.
ECVO-oogonderzoek – Distichiasis en Ectopische Cilie
Distichiasis en ectopische cilien worden gedefinieerd als één of enkele haren, een rij of meerdere rijen haren op/vanuit de vrije ooglidrand, waarbij wordt aangenomen dat ze dezelfde erfelijke basis hebben. De wijze van overerven is nog niet geheel opgehelderd. Indien dergelijke haren aanwezig zijn bij een dier wordt het desbetreffende vakje (distichiasis/ectopisch cilie) op de ECVO-verklaring aangevinkt. Indien de haren hard, stug en naar het hoornvlies zijn gericht, zullen zij het hoornvlies irriteren of zelfs beschadigen. De ernst wordt eventueel aangegeven door het vakje gering, middelmatig of ernstig aan te vinken.
ECVO-oogonderzoek – MPP
Eén van de aandoeningen waarop een hond, ongeacht het ras, standaard wordt onderzocht tijdens het ECVO-oogonderzoek is membrana pupillaris persistens (MPP). Bij deze aandoening blijven er resten van het vaatstelseltje voor de lens (membrana pupillaris) achter. Dit achterblijven heet persisteren. Normaal verdwijnt dit vaatstelseltje circa vier weken na de geboorte. MPP is een aangeboren (congenitale) oogafwijking. Omdat er nog veel onduidelijk is over het voorkomen van MPP bij de verschillende soorten rassen, staat vaak in het commentaarvak ‘onder studie’. Bij een paar rassen is bekend dat MPP veel voorkomt; bij deze rassen staat er ‘vrij’/’niet vrij’. In september 2016 is er door de ECVO artsen besloten om altijd de box vrij/niet vrij te gebruiken. Het is aan de rasverenigingen om na te gaan of MPP bij hun ras een probleem is en daar het fokbeleid op aan te passen.
Uitslag van het ECVO-onderzoek
De resultaten van een ECVO-onderzoek zijn beperkt geldig. Hierop zijn enkele afwijkingen. Het gaat dan om aangeboren afwijkingen en afwijkingen die u (chirurgisch) kunt corrigeren, zoals CEA, RD (multi) focaal, distichiasis, entropion, ectropion et cetera. Voor deze afwijkingen is de uitslag blijvend. Als uw hond dus deze diagnose krijgt, houdt hij deze voor de rest van zijn leven.
Sommige eigenaren vragen ruim binnen een jaar nog een onderzoek aan. Daarbij geven ze niet altijd duidelijk aan dat de hond al eerder is onderzocht en wat de uitslag van dit onderzoek was. Dit kan bij de Raad van Beheer voor onduidelijkheid over de correcte uitslag zorgen.
Zowel de Raad van Beheer als de NLV houden bij twee verschillende uitslagen de meest negatieve uitslag aan totdat de hond is onderzocht door het Nederlandse ECVO-panel. Het oordeel van dit panel is doorslaggevend en geldt als definitieve uitslag. Totdat het ECVO-panel zijn oordeel heeft gegeven, geldt het ‘better safe than sorry’-principe. Op deze manier willen we voorkomen dat erfelijke oogaandoeningen zich onbedoeld door de populatie verspreiden. Het commentaar van een eerder onderzoek blijft zichtbaar bij latere onderzoeken ook als dit commentaar dan niet is gegeven bij dat onderzoek.
DNA-testen:
Doorlopend onderzoek naar erfelijke aandoeningen bij de Labrador en bij andere hondenrassen zorgt er voor dat er steeds meer DNA tests beschikbaar komen. Met deze tests kan er vastgesteld worden of uw hond één, twee, of geen gemuteerde kopieën bij zich draagt van het gen dat een bepaalde aandoening veroorzaakt. Met één gemuteerde kopie van het gen is een hond drager van de aandoening, bij twee gemuteerde kopieën is hij of zij lijder, en als de hond geen mutatie draagt is hij of zij vrij van de aandoening. Vrijwel al deze aandoeningen vererven recessief, wat betekent dat een hond van beide ouders een gemuteerde kopie van het betreffende gen moet erven om zelf symptomen te krijgen.
Er kan voor steeds meer aandoeningen getest worden, en er komen nog steeds testen bij. Momenteel worden er in diverse Labrador-specifieke DNA testpakketten onder andere de volgende onderzoeken aangeboden:
Prcd-PRA: Progressive rod/cone degeneration-Progressieve Retina Atrofie. Een vorm van PRA (afbraak van het netvlies), waarbij de staafjes en kegeltjes in het netvlies afgebroken worden. Dit leidt tot permanente blindheid. Voor zover op dit moment bekend is deze vorm van PRA de meest voorkomende vorm bij de Labrador. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van prcd-PRA.
RD/OSD: Retinale Dysplasie/OculoSkeletal Dysplasia. Vervorming van het netvlies in combinatie met pijnlijke vervormingen van het skelet. Ook deze test is opgenomen in het VFR, deze test is verplicht als er gefokt wordt met een hond die op het ECVO oogonderzoek de uitslag RD (multi-)focaal heeft gekregen. Deze aandoening vererft intermediar, wat inhoudt dat ook honden die drager zijn van RD/OSD (lichte) afwijkingen aan het netvlies kunnen tonen. Vandaar dat het fokken met dragers van RD/OSD, zelfs al zijn deze zelf symptoomloos, niet aan te raden is. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht wanneer één van beide honden op het ECVO oogonderzoek RD (multi)focaal niet vrij is. BEIDE honden moeten in dat geval vrij zijn van de DNA test voor RD/OSD.
EIC: Exercise Induced Collapse. Een aandoening waarbij de hond tijdens intensieve activiteit zoals spelen of werken verzwakt, oververhit raakt en ‘instort’. Na zo’n 30 minuten rust herstelt de hond langzaam weer. EIC kent een vrij groot percentage dragers (25-30% van de populatie) en het is daarom sterk aan te raden fokdieren hier op te laten testen en geen dragers of een drager met een ongeteste hond te combineren. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van EIC.
HNPK: Hereditary Nasal Parakeratosis. Een erfelijke huidafwijking waarbij er pijnlijke kloven en korsten vormen op de neus van de hond. Daarom is deze aandoening ook bekend onder de naam ‘korstenneus’. HNPK heeft een vrij groot percentage dragers (rond de 20%) dus het testen van fokdieren is sterk aan te raden. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van HNPK.
SD2: Skeletal Dysplasia 2. Afwijking/vervorming van het skelet, waarbij de hond een vorm van dwerggroei vertoont. Vaak toont een SD2-lijder opvallend kortere (voor)poten en een normale lichaamslengte, doorgaans gelukkig niet pijnlijk voor de hond. Het percentage dragers van SD2 ligt rond de 20% en testen van fokdieren is daarom aan te raden. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van SD2.
CNM: CentroNucleaire Myopatie, ook bekend als HMLR, Hereditary Myopathy of Labrador Retrievers. Een spierafwijking waarbij de spiermassa bij lijders opvallend kleiner is, leidend tot spierzwakte en een slechter uithoudingsvermogen. Het percentage dragers lijkt in de Nederlandse populatie beperkt, internationale cijfers wijzen op rond de 3% dragers.
Stargardt PRA: een vrij recent ontdekte vorm van PRA (Progressieve Retina Atrofie). Bij deze vorm ontstaan op ruim volwassen leeftijd, vanaf ongeveer 5 à 7 jaar, symptomen en verliest de hond langzaam steeds meer gezichtsvermogen. Er zijn nog niet heel veel cijfers bekend, maar het percentage dragers lijkt zeker rond de 2-3% te liggen en er worden steeds meer gevallen bekend.
DM: Degeneratieve Myelopatie. Op later leeftijd (7-8 jaar) optredende langzame afbraak van de myelineschede van de zenuwen in het ruggenmerg. Hierdoor sterven zenuwen af en raakt de hond langzaam verlamd vanuit de achterhand. Deze aandoening lijkt multifactorieel te zijn; dragers kunnen (vaak mildere) klachten krijgen, maar lijders kunnen ook symptoomloos blijven. Deze aandoening lijkt weinig voor te komen binnen de Labrador populatie (<1%).
Narcolepsie: Slaapziekte, lijders slapen veel en vallen spontaan in slaap op onverwachte momenten. Deze aandoening lijkt weinig voor te komen binnen de Labrador populatie (<1%).
.
Daarnaast zijn ook de volgende tests beschikbaar en vaak opgenomen in combinatiepakketten:
Maculaire dystrofie van het hoornvlies, een vertroebeling van het hoornvlies
Thrombocytopaenie, afwijkend gevormde bloedplaatjes
Maligne Hyperthermie, een afwijking die skeletspieren aantast en waardoor heftige spiersamentrekkingen en oververhitting op kan treden
Hyperuricemie, verhoogde concentraties urinezuur in urine en bloed
Pyruvaatkinase Deficientie, versnelde afbraak van rode bloedcellen
X-linked of Myotobulaire Myopathie, een x-chromosoom gebonden afwijking in de opbouw van spiervezels
Cystinuria, kristal/gruisvorming en mogelijk blaas-en nierproblemen door gebrekkig transport van het aminozuur cystine
Deze aandoeningen zijn vooralsnog allemaal zeldzaam tot zeer zeldzaam (<1% dragers binnen de populatie).