VAN FIETSTOERISME NAAR CYCLOCROSS: DE EERSTE VELDRITWEDSTRIJDEN (1890-1902)
VAN FIETSTOERISME NAAR CYCLOCROSS: DE EERSTE VELDRITWEDSTRIJDEN (1890-1902)
Inleiding
In de vroege zomer van 1868 werden onder enorme belangstelling de eerste wielerwedstrijden georganiseerd en enkele maanden later was met de courses d’obstacles een eerste vorm van veldritcompetitie van start gegaan. De geleidelijke transformatie van velocipede naar hoge bi en de politieke verwikkelingen zoals de Frans-Pruisische oorlog, de Commune-opstand van Parijs en de diplomatieke perikelen rond de vorming van de Derde Franse Republiek staken echter een stokje voor de verdere ontwikkeling van de jonge wielersport op het vasteland.
Drie decennia later zouden de veldritcompetities dan toch definitief doorbreken in het wielerlandschap.
De massaproductie van de safety-bike hadden het recreatieve en competitieve wielrennen fel doen toenemen tijdens het laatste decennium van de negentiende eeuw. Deze fiets was veel beweeglijker en veiliger dan de hoge bi en met de uitvinding van de luchtband werd het comfort sterk verhoogd. Het recreatieve en competitieve wielrennen moest zich niet langer binnen het terrein van de velodromen afspelen. In Frankrijk en België werden de eerste grote interstedelijke wielerklassiekers over afstanden van honderden kilometers ingericht. En als een vorm van escapisme tegen de toenemende verstedelijking en haar vervuilende industrie richtte de bemiddelde bourgeoisie wielertoeristische verenigingen op die tijdens het weekend daguitstappen met de fiets naar het platteland organiseerden. De recreatieve toertochten in de nabije natuur rond de stad deden echter ook meerdere competitieve varianten ontstaan.
Vossenjacht met papiersnippers en steeplechase
De paperhunt of paperchase was een loop- en spelwedstrijd die tijdens de achttiende en negentiende eeuw in de Engelse privéscholen georganiseerd werd om de jonge gentlemen voor te bereiden op de vossenjacht. Een of meerdere leerlingen fungeerden als vos of haas die een tiental minuten voorsprong kregen terwijl ze een spoor van papiersnippers achterlieten om dan opgejaagd te worden door de achtervolgende groep jongeren in de rol van jagende honden. Wie de haas inhaalde of als eerste het eindpunt bereikte won de wedstrijd. Tot halfweg de negentiende eeuw werd er bijna constant op de vos gejaagd waardoor die bijna uitgestorven was in bepaalde delen van Vlaanderen en Frankrijk. De paperhunt met paarden bleek echter een waardig alternatief om deze eeuwenoude sport te doen verderleven. Voornamelijk in Franse en Belgische militaire middens werden regelmatig dergelijke wedstrijden ingericht. Zo kwam in de lente van 1901 Prins Albert I tijdens een paperhunt georganiseerd door de officieren van het 2de Gidsenregiment in het Ter Kamerenbos te Brussel ernstig ten val en moest ten gevolge van zijn kwetsuren enkele weken binnenshuis blijven. En om toch maar hun traditionele jachtsport te kunnen beoefenen werden onder meer in China en Australië door de Engelse kolonialen bij gebrek aan vossen of ander groot wild paperhunt-paardenclubs opgericht.
Tijdens het laatste decennium van de negentiende eeuw werden ook fietsen gebruikt waarmee men op de onverharde paden van het platteland en in de bossen de vossenjacht nabootste. Tot het ontstaan van de cyclocross nam de populariteit van de paperhunt steeds toe en werd zelfs een aanvaarde discipline bij de Belgische Wielrijdersbond. De meeste wedstrijden werden georganiseerd ten zuiden van Brussel in het Ter Kamerenbos en het Zoniënwoud.
Ook de steeplechase wedstrijden die twintig jaar voordien 'courses d’obstacles' genoemd werden, herwonnen terug aan populariteit onder de Franse term 'course au clocher'.
Jacht op ballonnen
De ballonkoersen werden tijdens dezelfde periode georganiseerd in België en Frankrijk en waren min of meer op hetzelfde principe van de jacht gebaseerd als paperhunting. De wielerwedstrijd startte op hetzelfde moment en dezelfde plaats waar de luchtballon opsteeg, in de steden was dat meestal op een marktplein of op het middenplein van de plaatselijke velodroom. De wielrenners moesten de ballon volgen en mochten daarbij shortcuts door de velden en bossen nemen. De finish was de plaats waar de ballon landde, meestal volgde nog een wedstrijd terug naar de velodroom.
Verkenners en carabiniers
Het Franse leger had ook zijn aandeel in de ontwikkeling van het veldrijden. De (vouw)fietsen die men in de infanterie- en cavalerieregimenten gebruikte waren een uitvinding van kapitein Henri Gérard. Ze waren even snel als een paard maar veel kleiner, lichter van gewicht en dus makkelijker handelbaar, en goedkoper in aankoop en onderhoud. Bovendien bood het gebruik van de fiets een belangrijk tactisch voordeel want een militair te paard werd snel opgemerkt en daardoor een makkelijk doelwit voor de vijand terwijl de cyclist door zijn kleine gestalte en beweeglijkheid veel efficiënter was bij infiltraties en verkenningsopdrachten.
De intensieve trainingssessies in de oefenvelden en bossen introduceerden automatisch een competitief aspect die leidden tot het organiseren van offroad wielerwedstrijden.
Franse karabinier-wielrijders met hun plooifiets (Bron: La Vie au Grand Air, 1 oktober 1898)
UBSSA en USFSA
En dan had je nog de multidisciplinaire sportclubs en sportbonden zoals de UBSSA (Union Belge des Sociétés de Sports Athletiques) en de USFSA (Union des Sociétés Françaises de Sports Athlétiques) die tot aan de Eerste Wereldoorlog een belangrijk aandeel van de amateur- en recreatiesport vertegenwoordigden. Heel wat van die sportclubs hadden onder meer een atletiek- en wielerafdeling in hun rangen. Zij organiseerden regelmatig evenementen waarbij beide disciplines aan bod kwamen of zelfs gecombineerd werden met een wielrenner die het tegen een afstandsloper moest opnemen. Om in conditie te blijven en zich voor te bereiden op de start van het volgende seizoen trainden de wielrenners tijdens de winterperiode mee met hun collega’s van de atletiekafdeling. Ook de clubs van de UVF (Union Vélocipédique Française) organiseerden dergelijke crosscountry loopwedstrijden tot men op het idee kwam om de loop- en wielerdisciplines te combineren.
Daniel Gousseau
Het was de voormalige Franse militair Daniel Gousseau die het veldrijden in het competitieve wielrennen introduceerde. Eind de jaren negentig was hij bij twee wielerclubs aangesloten: als regulier lid en verdienstelijk amateur-pistier bij de Vélo-Club du Livre (USFSA) en als stichtend lid en secretaris van de Cyclo-Club de Paris (UVF). Op 10 januari 1901 werd hem het ambt van secretaris-generaal van de UVF aangeboden. Dankzij zijn diverse contacten en invloed bij de beide sportbonden kon hij een samenwerking bewerkstelligen tussen de USFSA en UVF. Als hoofdredacteur van het bondsblad Union Vélocipédique Française: Bulletin Officiel meldde hij op 10 november 1901 trots dat de USFSA het alleenrecht verkreeg om alle atletiekwedstrijden te organiseren, en de UVF alle wielerevenementen.
Gousseau liet er geen gras over groeien en organiseerde samen met zijn Cyclo-Club de Paris op zondag 17 november de allereerste officiële cyclocrosswedstrijd. Het parcours in de bossen van Verrières was een vijftal kilometer lang met start en aankomst aan de Ferme de Malabry, ten zuidwesten van Parijs. Nadien volgden er nog een aantal veldritten in de bossen van Fontainebleau, Meudon, Verrières, Chavilles en Ville d’Avray.
De startplaats van het eerste Franse kampioenschap cyclocross, de ‘Ferme de Malabry’ met de toegang tot het bos van Verrières.
(Afbeelding: prentbriefkaart)
Het traject van sommige veldritten werd nog steeds aangelegd met behulp van papiersnippers zoals bij de paperhunt, bij andere werden de deelnemers de rijrichting getoond met behulp van grote borden.
De korte opeenvolging van wedstrijden tijdens de winter waren eigenlijk de voorbode van het eerste Franse kampioenschap cyclocross dat de UVF organiseerde onder leiding van Daniel Gousseau op zondag 16 maart 1902. De start lag terug aan de Ferme de Malabry en na een merendeels onverhard traject van vijfentwintig kilometer in de bossen van Verrières en Meudon via de vallei van Bièvre lag de finish op enkele honderden meter van de start aan het kruispunt van Petite Bicètre. Van de drieëndertig ingeschreven wielrenners behaalden er negentien in het bijzijn van een driehondertal toeschouwers de eindmeet. Favoriet Ferdinand De Baeder die al verschillende cyclocrosswedstrijden had gewonnen reed na een sprint als eerste over de finish in 1 uur 2 minuten en 34 seconden, op een fietslengte gevolgd door Henri Vazieux.
Artikel 2020 @ Filip Walenta
Project Karelvanwijnendaele.be
Volledig artikel met annotaties op aanvraag via het contactformulier.