Status: In voorbereiding
Doordat stoomlocomotieven alleen aanwezig waren op grotere stations, was het lastig om op kleinere stations rangeerbewegingen uit te voeren. Er was hier wel behoefte aan, maar het was economisch onverantwoord. Hiervoor was een locomotor beter geschikt. Ook was deze gemakkelijker te bedienen, waarop dan een goedkopere rangeerder kon worden ingezet. Verder werden de locomotoren ook gebruikt om goederenwagens op kleinere stations op te halen of af te geven. Deze werden dan op een groter station in de doorgaande goederentreinen opgenomen.
Proeflocomotor 101
In 1927 richtte de NS zich tot de locomotieffabriek L. Schwartzkopff in Berlijn, die locomotor 101 bouwde. De locomotor kreeg nummer 101 en had een degelijke constructie.
Proeflocomotor 102
Twee jaar later werd nog een locomotor gebouwd. Deze had een grotere radstand en een afdakje voor de rangeerder. Ook had deze locomotor een sterkere benzinemotor van 50 pk. Deze loc heeft dienstgedaan bij de NS van 1929 tot 1938 en van 1944 tot 1947.
Serie 103-152
Locomotor NS 137 in het Spoorwegmuseum.
Omdat men tevreden was over de 102 werd een serie van 17 stuks besteld bij Berliner Maschinebau A.G. in Berlijn. Deze werden in 1930 gebouwd. Een jaar later werden nogmaals 11 stuks gebouwd, ditmaal door Werkspoor in Amsterdam. In 1932 bouwde deze onderneming nogmaals 22 locomotoren, die een sterkere motor hadden. Na de instroom van de nieuwere locomotoren uit de 200- en 300-serie werden deze locomotoren minder gebruikt. Ze werden de laatste jaren vooral gebruikt voor seizoensgebonden rangeerwerk, zoals het verplaatsen van bietenwagens. In 1948 ging de laatste bij NS buiten dienst.
Bronnen: Wikipedia, Spoorwegmuseum