Natuurlijk hebben wij ook een kunstenares in huis, Rembrand kan wel inpakken. Maar wat is een Aquarel, dat gaan we hier uitleggen. Teksten afkomstig van WikipediA.
Een overzicht is hier te vinden. De foto's in dit album zijn levendig. Dit wil zeggen dat er later aan toegevoegd kunnen worden.
Een aquarel, via het Franse aquarelle vanuit het Italiaanse acquarello of acquarella, "gewassen tekening", is een met waterverf gemaakt schilderij. Met de termen aquarel of waterverf wordt ook wel het genre of de aquareltechniek als werkwijze aangeduid. Bij de schildertechniek van het aquarelleren wordt met wateroplosbare verf op speciaal dik aquarelpapier geschilderd. Karakteristiek voor de zuivere aquareltechniek is dat het kleurende pigment in een niet-gesloten laag wordt aangebracht, zodat het papier erdoorheen schemert. Ook wordt er geen dekkende verf (gouache) gebruikt, in het bijzonder geen dekkend wit. Het wit in een aquarel is dan ook altijd afkomstig van het papier.
Aquarelverf
Aquarelverf wordt tegenwoordig in verschillende vormen geproduceerd:
Blokjes, of napjes, bestaande uit gewalst pigment vermengd met gom dat bij napjes in een metalen of plastic bakje geperst is. Blokjes zijn een uitvinding van de Engelsman William Reeves uit de jaren zeventig van de achttiende eeuw.
Tubes, een uitvinding uit het midden van de negentiende eeuw, waarin de verf als een uitknijpbare pasta geleverd wordt. De pasta bestaat voor ongeveer de helft uit water.
Een doos met blokjes zoals Reeves eind 18e eeuw produceerde
Daarnaast kan een op de toepassing van aquarelverf gelijkend effect worden verkregen met:
wateroplosbaar waskrijt;
wateroplosbare kleurpotloden.
Bij deze laatste twee media bestaat het bindmiddel uit wassen die met een hygroscopisch middel wateroplosbaar zijn gemaakt. Dit maakt een vervloeiing van het pigment mogelijk waardoor het papier zichtbaar blijft, maar anders dan bij aquarelverf wordt het bindmiddel niet geheel door het papier geabsorbeerd, zodat zich daarop een waslaag vormt.
Aquarelverf bestaat vrijwel alleen uit zuivere, dus niet met vulmiddelen versneden, pigmenten vermengd met arabische gom als bindmiddel. De gom zorgt voor de vervloeiing van de pigmentdeeltjes in het water om het vlokken (floculeren) te voorkomen. Ook wordt glycerine of een ander wateraantrekkend middel toegevoegd aan de verf voor een betere bevochtiging.
Tijdens de industriële productie wordt eerst de gom in water opgelost; dit mengsel wordt dan gefilterd en gemengd met het bevochtigende hygroscopisch middel: hydromel (glycerol, suiker of honing met water) waaraan ossengal is toegevoegd. Dit geheel wordt dan via de driewals met het voorbevochtigde pigment tot een smedige massa gekneed. Het pigment wordt hierdoor nog verder vermalen. Soms gebruikt men porseleinen in plaats van stalen walsen, om vervuiling met staalslijpsel te voorkomen. Uiteindelijk wordt een conserveringsmiddel, vroeger vaak fenol, tegenwoordig een alcohol, toegevoegd om beschimmelen te voorkomen.
Dankzij de eenvoudige samenstelling van aquarelverf kan een schilder deze in principe zonder veel moeite zelf vervaardigen door pigment met gom te mengen. De zuivere pigmenten die los te koop zijn, hebben echter meestal een grotere korrel dan die welke in de beste industriële aquarelverven gebruikt worden; deze grovere pigmenten leiden tot een zichtbaar slechtere vervloeiing. Ook luistert de verhouding tussen gom en pigment heel nauw: bij te veel gom blijft het papier na droging glanzen; te weinig gom leidt tot een te mat effect bij partijen waarop veel kleur aangebracht wordt.
Bijna alle in de schilderkunst gebruikelijke pigmenten kunnen in de bereiding van aquarelverf toegepast worden: het bindmiddel gaat er geen ongewenste reacties mee aan. De sterk dekkende kracht die sommige pigmenten bezitten is voor de aquareltechniek irrelevant; ook bijzonder doorzichtige pigmenten hebben op zich geen meerwaarde omdat er bij het schilderen meestal toch geen echte verffilm ontstaat. Zulke transparante en "glacerende" pigmenten hebben echter wel vaak een groot kleurend vermogen, wat een nuttige eigenschap is bij de aquareltechniek omdat de papiervezel zo een verzadigde kleur krijgt.
Omdat het pigment niet door het bindmiddel beschermd wordt, daar de gom in het papier trekt, is de lichtechtheid ervan essentieel voor een goede conservering van het werk.
Soms wordt de verf gebruikt zoals die puur uit de tube komt. Het mengen van verschillende kleuren is echter vaak nodig voor een bevredigend eindresultaat.
Omdat bij een zuivere aquareltechniek, zonder dekverf, lichtere tonen verkregen worden door de verf met meer water op te brengen en niet door toevoeging van witte verf, kunnen alle kleuren bij waterverf in beginsel gemengd worden vanuit slechts de drie subtractieve primaire kleuren. Zo'n "beperkt palet" kan met moderne pigmenten bijvoorbeeld bestaan uit chinacridon, ftalocyanine en cadmiumgeel. Dit is een essentieel verschil met het schilderen met olieverf: bij deze techniek is altijd wit (of een andere lichtgekleurd pigment) nodig om kleuren lichter te maken.
De Nederlandse aquarellist Ivan Ingen raadde in een instructieboek beginners aan het mengen onder de knie te krijgen door op de rand van een wit schoteltje zo ver mogelijk uit elkaar klodders van de drie hoofdkleuren te plaatsen en dan de verf met water op te lossen, om al naargelang de gewenste tint twee of drie kleuren in wisselende concentratie in het midden te doen samenvloeien.
Het mengen van meer dan twee kleuren, zoals bij andere schildertechnieken vaak gedaan wordt om tertiaire kleuren te maken, leidt bij aquarel echter niet altijd tot een bevredigend resultaat. Sommige kleuren verdringen elkaar in de natte verf, een verschijnsel waar ervaren schilders juist weer handig gebruik van kunnen maken.
Vaak wordt aquarelverf "transparant" genoemd, waarbij een tegenstelling met de dekkende plakkaatverf gemaakt wordt. Kenmerkend voor de zuivere aquareltechniek is echter dat er zich geen echte verffilm vormt; normaliter wordt het bindmiddel volledig door het papier geabsorbeerd en de gom dient in dat geval niet eens voor de hechting van de pigmentdeeltjes aan het papier — zonder bindmiddel zou die in feite zelfs veel sterker zijn en er wordt daarom veel gom gebruikt om het verwassen ofwel "verstrijken" van het pigment mogelijk te blijven houden: het voorkomt dat de pigmentkorrels te diep in de papiervezel dringen. Er ontstaat dus geen transparante verffilm zoals bij het glacis in de olieverftechniek, waarbij het licht als door gekleurd glas gebroken wordt: de illusie van transparantie wordt bij aquarelleren veroorzaakt doordat het onbedekte witte papier direct tussen de opliggende pigmentdeeltjes zichtbaar is. De meeste aquarelschilders gebruiken dan ook geen witte verf. Het wit in een aquarel bestaat simpelweg uit het onbeschilderde papier.
Doordat er geen witte pigmenten gebruikt worden is het van belang bij het aquarelleren het wit van het papier te gebruiken. Om een gedeelte papier geheel wit te houden kan maskeervloeistof gebruikt worden op basis van latex. Met deze snel opdrogende vloeistof worden gedeelten van het papier afgedekt, zodat die tijdens het werk wit blijven: het rubberlaagje kan er na het schilderen weer afgetrokken worden. Anderen gebruiken dekkende witte verf om accenten aan te brengen, maar daar moet spaarzaam mee worden omgegaan, wil het typische aquareleffect niet verdwijnen.
Omdat in de aquareltechniek het papier niet slechts drager is maar het direct zichtbare oppervlak van het werk vormt, is de kwaliteit van het grootste belang. Alleen houtvrije soorten zijn geschikt, idealiter van lompenpapier gemaakt. Vanwege de blootstelling aan grote hoeveelheden water met een sterk oplossend vermogen, is een correcte verlijming van de vezel een eerste vereiste. Deze voorkomt ook dat de uiterst fijne pigmenten die in aquarelverf toegepast worden, te ver in het papier dringen en gaan "bloeden". Er worden dan ook speciale soorten aquarelpapier op de markt gebracht; de duurste typen zijn zeer prijzig.
Belangrijk aan aquarelpapier is dat het niet bestaat uit houtpapier, gebleekt door chloorwater. Het vroeger geproduceerde normale papier vergeelde op den duur en het chloor tastte het pigment aan.
Daar men in aquarellen veel het wit van het papier gebruikt, is het belangrijk om wit lichtecht papier te gebruiken. Gekleurd papier beïnvloedt het coloriet sterk. Omdat er geen echte beschermende verffilm ontstaat, zijn aquarellen veel kwetsbaarder voor ultraviolet licht dan olieverfschilderijen: zowel het papier als het pigment wordt door de straling aangetast, een reden om het werk achter glas te plaatsen.
Er zijn vele soorten aquarelleerpapier. Dik papier, meestal tussen de 200 gram tot 300 gram (of zwaarder; technisch gezien is het dus karton) werkt vaak prettiger dan de dunnere soorten, omdat het minder gevoelig is voor bolling. Het oppervlak van het papier kan grof zijn of glad; de meeste kunstenaars prefereren een enigszins ruw oppervlak, vanwege de interessantere textuur en vervloeiingseffecten; ook voorkomt dit de vorming van de vaak als lelijk of amateuristisch ervaren "kringen" bij het opdrogen.
Het water van de aquarelverf verandert de structuur van het papier, het gaat bol staan. Het is raadzaam om het papier vooraf op te spannen. Dit kan met voorgelijmde papieren tape, punaises of nietjes na bevochtiging. Na droging, waardoor het papier zich als een trommelvel spant, is het papier klaar om te beschilderen. De bolling tijdens het schilderen blijft zo beperkt en na hernieuwde opdroging trekt het papier weer glad. Is het werk klaar dan kan het losgesneden worden. Er is echter ook een methode om het papier naderhand weer geheel vlak te krijgen zonder dat het ooit is opgespannen. Dit kan door de achterkant van het papier voorzichtig nat te maken met een sponsje. Vervolgens moet men het natte vel tussen twee schone vellen papier leggen en met een warme (niet te hete) strijkbout uit strijken. Dit resulteert weer in een uiterst glad vel papier.
Penseel
Aquarelpenselen hebben vergeleken met olieverfpenselen vaak een wat kortere steel, ongeveer een lengte die gelijkstaat aan die van een potlood.
Ze bestaan in diverse varianten, die verschillen wat betreft het gebruikte haar en de kwaliteit van de afwerking. De duurste zijn de klassieke marterharen penselen, die bij de topmerken tot boven de duizend euro per stuk kosten. Tegenwoordig worden als alternatief steeds vaker goedkopere kunststof haren gebruikt, die in de eenentwintigste eeuw sterk in kwaliteit zijn gestegen. Er zijn verschillende varianten: bij sommige steviger kunststof kwasten kunnen de ietsje stuggere haren gedroogde partijen iets wegpoetsen.
Vaak gebruikt men verschillende penselen; grote penselen die veel water op kunnen nemen voor grote vlakken en wat kleinere penselen voor het detailwerk. Een goed marterharen penseel heeft ook als het wat dikker is nog een zeer scherpe en veerkrachtige punt. De kwaliteit is als volgt te beproeven: men maakt het puntje even nat met de tong; dit dient dan donker te kleuren en een fijne puntvorm te behouden. De duurste marterharen penselen zijn doorgaans de roodmarterharen penselen. Marterhaar is echter een natuurproduct en de haren kunnen na verloop van tijd krom trekken, daarom moet men deze penselen na gebruik altijd zeer zorgvuldig in de correcte vorm terugbrengen voor het opdrogen. Kunststof haren daarentegen hebben daar geen last van, de betere kunststof haren zijn echter slechts een fractie goedkoper dan de goedkoopste marterharen en zijn desalniettemin gevoeliger voor beschadiging.
Enkele betere merken penselen zijn 'Van der Linden', 'Raphael', 'Sablon'. Een goed penseel met een goede punt kan zeer dunne lijnen trekken, dunner dan enig fineliner-vulpotlood.
Verdere benodigdheden
De aquarellist heeft verder weinig nodig, misschien een potlood of houtskool om zacht een schetsontwerp te maken, en één of twee bakjes water. Twee bakjes water is handig, dan kan één bakje schoon gehouden worden. Het gebruik van gedestilleerd water voorkomt ieder risico van schifting van het pigment, een gevaar dat overigens niet al te groot is. Ten slotte een palet, dat echter niet groot behoeft te zijn. Een palet met diepe gaten voor de waterige verf is handig. Er zijn geschikte verfdoosjes in de handel waarin het deksel tevens als palet bruikbaar is. Sommige schilders gebruiken een afdekmiddel om de delen in het schilderij die wit moeten blijven af te dekken. Dit middel droogt rubberachtig op en kan van het papier worden afgewreven als het aquarel klaar is.
Natuurlijk is hier nog veel meer, maar dat kun je zelf opzoeken. Wat ook leuk is om aan te sluiten bij een schilderclubje. Hier kun je met de vele tips en trucks je vaardigheden verder uitbreiden en te verbeteren.