Rossem is een klein dorpje in Vlaams-Brabant gelegen tussen Londerzeel, Merchtem en Wolvertem. Rossem was ooit een autonome parochie die haar pastoor met Imde moest delen en die in 1811 tijdens de Franse overheersing bij Wolvertem werd gevoegd dat op zijn beurt in 1976 fuseerde met Meise. In 1900 telde het 513 inwoners.

De eerste generaties De Smedt werden genoteerd uit de parochieregisters van dopen, huwelijken en begrafenissen. 

Die werden opgelegd door het Concilie van Trente in 1563. Elke pastoor moest deze drie registers bijhouden. De oudste registers zijn zelden expliciet over familieverbanden. Bij een doopakte wordt duidelijk aangegeven of het kind wettelijk is en wordt de naam van de moeder genoteerd hoewel die in de beginperiode helemaal niet vermeld werd. Peter en meter worden nauwkeurig genoteerd.
De parochianen van Rossem durfden al eens wisselen van parochiekerk, zeer waarschijnlijk ten gevolge van overmacht (pastoor afwezig of ziek, oorlogstroebelen enz.).
Tussen 1650 en 1700 werden heel wat bladzijden van het register van dopen in Rossem besmeurd met inkt en onleesbaar gemaakt.
De schrijfwijze van een familienaam is afhankelijk van de herkomst en vorming van de pastoor en hoe de aangever zijn naam uitsprak.
De parochieregisters werden vanaf 1795-1796 met de Franse overheersing vervangen door de huidige burgerlijke stand, het archief van geboorten, huwelijken en overlijdens. De vorm en opstelling/samenstelling van de aktes is in de loop der jaren meermaals aangepast.