Een schakeling wordt stap voor stap getest op al zijn mogelijkheden, waarbij we bij de eerste inschakeling vooral aandacht besteden aan de beveiligingen van de schakeling.
Om dit mogelijk te maken houden we ons aan de volgende procedures:
Bedieningskeuzes van de schakeling in “uit” toestand
Automaat vermogenkring - uit
Automaat stuurkring - uit
Automaat stuurkring beveiliging - uit
Noodstop eigen sturing - geactiveerd
Schakel de automaat “stuurkring beveiliging” in en controleer de spanning op de uitgaande klemmen van de automaat of voeding
Reset het noodstopcircuit met ingedrukte noodstop -> mag niet werken
ontwapen de noodstop
reset het noodstopcircuit met ontwapende noodstop -> noodstoprelais actief en “groen”
Druk de noodstop -> noodstoprelais wordt gedeactiveerd en “rood”
reset het noodstop circuit -> noodstoprelais actief
Schakel de automaat “stuurkring beveiliging” in en controleer de spanning op de uitgaande klemmen van de automaat of voeding
maak de verschillende bediengskeuzes en test de stuurkring uit.
controleer of bij het activeren van de noodstop tevens de sturing terug in zijn “uit” toestand komt.
breng de schakeling tot de stop toestand en activeer de noodstop
verifier de thermische beveiligingsinstellingen overeenkomstig de motor kenplaat.
schakel de automaat “hoofdkring” in en controleer de spanning op de uitgaande klemmen van de automaat.
reset het noodstop circuit -> noodstroprelais actief
Start de schakeling door het maken van een bedieningskeuze
Controleer de draairichting van de motor