1: Hij is klein, draagt een muts en woont in het bos.
2: Dit houdt je droog als het regent.
3: het bestaat in vele soorten en maten. De bekendste is rood met witte stippen.
4: Deze oranje vrucht wordt vaak uitgehold met halloween.
5: Dit dier heeft veel stekels.
6: Eekhoorns eten deze noten van de boom. De noten dragen een hoedje.