Van 25 oktober tot 8 november 2009 zijn Judith en ik op vakantie gegaan naar de Verenigde Staten van Amerika. Het was een oude wens van met name Judith om naar Amerika te gaan. Ik had altijd, beetje braaf en voorspelbaar, meer exotische bestemmingen in Zuidoost-Azië of Afrika voor ogen. Maar na een roadtrip in semi-exotisch Zuid Afrika vorig jaar was de brug geslagen naar een gezamenlijke vakantie in de 'gewone' westerse wereld. Het recept zou hetzelfde worden als in Zuid Afrika: Finn 'parkeren' bij zijn pake (opa) en oma in Harlingen, auto huren, in backpackniveau-duidelijk-ontstijgende accommodaties overnachten en serieus luxe uit eten en drinken. Dat rijden van de auto komt overigens volledig neer op Judith, omdat ik geen rijbewijs heb. Judith die bovendien ruim vier maanden zwanger was van onze tweede. Uiteindelijk heeft Judith zevenentwintighonderd kilometer gereden in tien dagen (één dag rust). Door woestijn, door bergen, tot drieduizend meter hoogte, tot bijna honderd meter onder zeeniveau, door sneeuw en in hitte. Net als baby-in-de-buik; de derde reisgenoot.
De eerste dag van onze vakantie was zo zwaar dat we daar de rest van onze vakantie van bij moesten komen. Na een zeer lange vlucht van Amsterdam via Atlanta arriveerden we rond 17:30 uur lokale tijd in Phoenix, Arizona. Al met al ongeveer zestien uur onderweg geweest. Bij het oppikken van de bagage was Judith haar koffer niet aanwezig. Na aangifte te hebben gedaan, waren we iets gerustgesteld. Delta Airlines zei dat de koffer terecht was en met de volgende vlucht van Atlanta naar Phoenix mee zou komen. We hebben ons telefoonnummer en overnachtingsadres in Phoenix doorgegeven. De koffer zou naar ons motel worden gebracht, maar kon wel tot laat in de nacht worden gebracht, aldus Delta Airlines.
Na al deze formaliteiten met een shuttlebus naar de terminal waar de autoverhuurbedrijven zijn gevestigd. Ik denk dat daar wel twintig autoverhuurbedrijven bij elkaar zitten. Wij hadden gereserveerd bij NationalCar, een middenklasse auto voor ongeveer twaalfhonderd dollar. Eenmaal daar wilde Judith betalen met haar creditcard, maar die werd tot onze grote verbazing en gauw opkomende vertwijfeling, niet geaccepteerd. Onduidelijk wat er mee was. Het bedrijf weigerde zonder creditcard van de bestuurder alles af te schrijven van mijn creditcard en ook cash was niet aan de orde. En ik kon geen rijdbewijs overleggen.
Daar sta je dan, in een soort catch 22. Perfect passend in de situaties van Joseph Heller en inmiddels al rond 19:30 uur.
Bellen naar Nederland had geen zin, want het was daar diep in de nacht en Judith had geen telefoonnummer van haar creditcardmaatschappij. We zijn toen maar wat rond gaan vragen bij andere verhuurbedrijven, maar allemaal stelden ze als eis dat alleen de bestuurder met zijn of haar eigen creditcard betaalt cq garant stelt. Maar gelukkig, een werknemer van één van de verhuurbedrijven zei dat vlakbij de luchthaven nog een autoverhuurbedrijfje zat dat wel mijn cerditcard zou accepteren en dat hij ze kon bellen. 'Ja, graag!' Hij bellen en onderhandelen met Phoenix Airport Rent-a-Car, zo heette het bedrijfje. De huurprijs zou neerkomen op zeventienhonderd dollar en we zouden een minivan krijgen, een Toyota Sienna (meende ik), inclusief drop off fee voor het achterlaten van de auto in Las Vegas. Dat was dus aanzienlijk duurder dan onze internetreservering bij NationalCar. Maar goed, we accepteerden de deal. Wat te doen? Welke alternatieven hadden we en onze onderhandelingspositie was beneden nul. Het zou anders betekenen dat we die avond met een taxi naar ons motel in de stad moesten gaan, de volgende ochtend met de creditcardmaatschappij van Judith aan de slag moesten gaan met het gerede risico dat dat niet tot een oplossing zou leiden, waardoor we alsnog een auto moesten gaan huren bij dit verhuurbedrijfje. Dat zou allemaal vast pas in de loop van de middag gereed zijn, waardoor we een dag achter op schema zouden raken wat we niet wilden, omdat onze vakantie al zo kort was en we in Grand Canyon en Monument Valley al accommodatie hadden geboekt; plekken waar de combinatie van goede en betaalbare accommodatie een schaars goed is. Buiten de terminal zou het autoverhuurbedrijfje ons treffen en inderdaad binnen tien minuten was daar ene Robert van Phoenix Airport Rent-a-Car. Ik vroeg of de verzekeringen bij de prijs in zaten. Dat was alleen een Loss Damage Waiver, maar geen Liability Insurance Supplement. Ik wilde dat laatste toch wel geregeld hebben, omdat je bij een aanrijding iemands ziekenhuiskosten dan volledig mag gaan vergoeden en dat kon je eigen leven wel eens ruïneren. De prijs werd éénentwintighonderdachtentachtig dollar na wat heen en weer gebel met zijn chef. Dat was dus inmiddels bijna duizend dollar hoger dan NationalCar. Ik zei toen dat ik dat te duur vond worden en Robert begreep dat volkomen en vertrok het donker weer in. We zijn redelijk gestresst naar het autoverhuurbedrijf Hertz gegaan en gaven ons probleem aan. Ze wilden wel een offerte maken, maar stelden ook dezelfde voorwaarden met de creditcard als NationalCar. Toch, de medewerker wilde nog wel eens proberen of de creditcard nu wel geaccepteerd zou worden. De offerte werd iets van zesentwintighonderd dollar, nota bene. En de creditcard van Judith werd ook nu weer niet geslikt (tussendoor nog even ons motel gebeld en gezegd dat we onderweg waren en dat er wellicht een koffer bezorgd kon worden door Delta Airlines...). Daarmee leek de prijs van Phoenix Airport Rent-a-Car niet uitzonderlijk geworden en zij boden tenminste de mogelijkheid te huren op mijn creditcard. Ook Robert had een betrouwbare indruk gemaakt. Dus ik Robert bellen, want ik was godzijdank wel zo bijdehand geweest een business card te hebben gevraagd. Geen probleem, Robert zou weer langskomen. Dat deed hij en we reden samen in het donker naar zijn kantoor net iets buiten de luchthaven. Daar hebben we al het papierwerk in orde gemaakt, een kortdurend spannend moment beleefd of mijn creditcard zou worden geaccepteerd en onze oude, witte Toyota minivan in gebruik genomen. Zou deze bak het trekken tweeduizend kilometer? Het was inmiddels ongeveer 21:00 uur. Judith kreeg nog een korte instructie hoe dit gevaarte werkte en hoe de automaat werkte. Ook zag Judith, heel alert, dat de krik ontbrak. Deze werd nog even aangevuld. Toen op weg naar ons motel in Phoenix, Motel 6, in de wijk Scottsdale, Camelback Rd. Heerlijk en fijn nu toch onderweg te zijn, een auto te hebben na al die uren op de luchthaven en al die onzekerheid! In het motel hebben we pizza, chicken wings en twee regular (dus enorm, een liter ofzo) cokes laten bezorgen en toen plat! Om 23:00 uur werd ik nog wakker gebeld. Ik dacht dat het onze wake up call was, die we overigens niet hadden besteld, en begon te bazelen over onze koffer. Maar het bleek het pizzabedrijf te zijn dat wilde weten of het gesmaakt had. Arme jongen, die zal wel gedacht hebben. Later die nacht werden we nog een keer wakker gebeld, de receptie; de koffer was gearriveerd. Slaapdronken heb ik die koffer nog even opgehaald bij de receptie. Er bleek een kaart van de TSA (Transportation Security Administration) in te zitten. Ze hadden Judith haar koffer opengemaakt voor controle. Daarom was de koffer dus vertraagd. Anyhow, morgen konden we zoals gepland gaan rijden. Gelukkig, ook dat was nu in orde. Op zich netjes dat TSA laat weten dat ze de bagage hebben gecheckt met zo'n kaartje.
's Ochtends, de volgende dag, heeft Judith nog gebeld met haar creditcardmaatschappij (ING) en de helpdesk. Ene mevrouw Diaz van de helpdesk zei dat ze het ook niet begreep. Dat er geen sprake was van een creditlimietoverschrijding of iets anders. Ze begreep het echt niet. Ik was erg boos op de ING nadat Judith had opgehangen. Lekkere jongens; je betaalt fors voor een creditcard, dan heb je dat ding eindelijk een keer nodig, werkt het om onverklaarbare redenen niet en volsta je met de reactie: 'ja, hij zou moeten werken, ik weet het ook niet.' Ongeveer het niveau van mijn zoon Finn van bijna drie jaar: 'weettikniet.' Maar goed, laten afglijden. Naast het motel zat een heerlijke diner voor ontbijt. Dat maakte alles in één klap weer goed. Onze eerste booth (zo worden de vaste bankjes waar je tegenover elkaar zit te eten, aangeduid), eerste pancakes, eggs, orange juice en eindeloos refill slappe American Coffee, bediend door Mexicaanse big mama's, en een counter bij de ingang waar je je rekening betaalt. Zoals in de film!
Na deze waarachtige introductie van Amerika onderweg in onze oude, grote, witte bak naar de Grand Canyon via Flagstaff langs de vermaarde Route 66. In Flagstaff zijn we boodschappen gaan doen in zo'n Amerikaanse supermarkt; mart. We waren van alles vergeten mee te nemen namelijk: mijn haarvet (Murray's), een adapter voor het stopcontact (of stekker, wat je wilt), douchespul, tandpasta, schaartje, pincet en, last but not least, een spiegeltje. We hebben nog wat geluncht in een cafe-achtig ding, maar het eten en de koffie (leek echt op thee, zo slap) waren daar verschrikkelijk, bovendien in enorme hoeveelheden waardoor bij het afruimen van de tafel door de serveerster erg duidelijk was dat je het niet lekker vond. Natuurlijk antwoord je met: 'yes, fine.' Het plaatsje zelf was wel heel erg typisch Amerika. Het vervolg van de reis ging prima. Om 14:30 uur waren we in Grand Canyon Village. De auto reed goed volgens Judith, maar helling op presteerde de witte minivan niet veel beter dan de huifkarren die honderdvijftig jaar geleden door dit gebied trokken. Oh, en bij de mart bleek de creditcard van Judith weer te werken, om onverklaarbare redenen. Yeah, sure. Het telefoontje met mevrouw Diaz van de ING zal er vast niets mee te maken hebben gehad. Ik ga nog een claim indienen voor de extra gemaakte kosten van bijna duizend dollar, de linkmiegels. Zogenaamd geen idee, maar intussen even de knoppen omzetten. Ons motel in Grand Canyon Village, Yavapai Lodge, was prima en niet te duur en vlakbij de rand van de Grand Canyon. Eind middag zijn we nog naar de Canyon gelopen en wat een indrukwekkend schouwspel! Zo groot, zo diep, zo mooi. Echt, uitzonderlijk prachtig!
De volgende ochtend zijn we om 04:00 uur opgestaan om de zonsopgang van 06:45 uur mee te maken. Dat vroeg opstaan lijkt moeilijker dan het is, want met een jetlag viel dat best mee. In feite was het voor ons 12:00 uur in de middag. Nu denk je, 04:00 uur dat is vroeg genoeg om een zonsopgang bijna drie uur later te halen, maar uiteindelijk lukte dat maar net. Het was trouwens vreselijk koud toen we opstonden. Fris. Ook niet gek als je bedenkt dat het eind oktober is en je verkeert op éénentwintighonderd meter hoogte. Iets waar we eerst geen idee van hadden. Tegen 06:00 uur waren we bij de receptie van Yavapai Lodge. De receptiemedewerkster wist te melden dat de volgende shuttle pas om 06:30 uur zou vertrekken. Shit, net gemist. We wilden naar Hopi View Point. Dat is een uitkijkpunt langs de Hermits Rest Route, aan de westkant van het dorp, waarvan bekend is dat de zonsopgang daar fantastisch is. Dat was veel te ver om te gaan lopen, een halve dag lopen waarschijnlijk. Na een kwartier wachten bedacht ik me opeens dat ik mijn reservebatterij van mijn camera was vergeten en mijn huidige batterij al voor twee derde leeg was. De afstand tussen receptie en onze kamer was toch wel een kleine tien minuten lopen. Dus ik rennen en was net op tijd terug bij de receptie voor de shuttle. We stapten in en onverwachts deed deze shuttle het Yavapai Observation Station aan, aan de oostkant van het dorp.Het is een ander uitkijkpunt waar de zonsopgang ook fantastisch scheen te zijn. Dus daar maar uit, want helemaal nog naar Hopi View Point rijden zou toch veel te laat worden voor een goede zonsopgang. In bittere kou de camera opgesteld op statief. Een prachtige zonsopgang en heel veel foto's gemaakt. Ook waren er maar betrekkelijk weinig mensen en was het niet moeilijk om een mooi plekje te vinden om foto's te maken. Duidelijk een groot voordeel om buiten het seizoen naar de Grand Canyon te gaan. Naast ons verschenen nog enorme herten, gewend aan mensen kennelijk. Heeft zo'n schrikeffect; constant sta je geconcentreerd te turen door je lens en even kijk je om en een paar meter achter je staan een paar herten zo groot als jezelf. Als je erg zou schrikken, sodemieter je pardoes in de Canyon. Nu is dat niet zo erg, want de Canyon is groot en diep en voordat die verstopt raakt, moeten er wel heel veel mensen in vallen.
Daarna ontbijt in de Bright Angel Lodge in het dorp, waar we trouwens de dag ervoor 's avonds ook al hadden gegeten. Vreselijk slecht ontbijt helaas, maar wel veel en vooral goede koffie. Na het ontbijt door naar Hermits Rest Route. Vanuit Grand Canyon Village kun je met een shuttle daar helemaal naartoe rijden, iets van ruim tien mijl verderop. Onderweg stopt de shuttle en kun je uitstappen en de volgende shuttle weer pakken of lopen naar de volgende halte. Bij Hopi View Point, één van de haltes, zijn we, wat later dan gepland, alsnog uitgestapt en in volle zon en onder een strakblauwe lucht, langs de kliffen van de Canyon gelopen naar The Abyss, ook een halte, waar de afgrond oneindig en magnetisch is. Het was inmiddels behoorlijk warm geworden. Het was een bijzonder prachtig stuk. Heel weids, met vrij en goed uitzicht op de rivier de Colorado daar ver, ver beneden in de diepte. Bij The Abyss zijn we weer op de shuttle gestapt, door naar Hermits Rest, het eindpunt van de shuttle. Daar koffie en jearky beef (pepper) gehad en Judith een hot chocolate met een cinnamon role. Ja, echt Nepal voedsel. Dus zo warm was het nu ook alweer niet. Met de shuttle weer terug naar het dorp en vandaar teruggelopen naar onze lodge. Om 14:00 uur waren er weer. Lekker lui, geslapen tot 17:00 uur.
Toen ik na ons middagdutje in de spiegel keek schrok ik me lam. Een rode garnaal had voor het eerst in de evolutie het stadium van zelfbewustzijn bereikt of ik was ontzettend verbrand in mijn gezicht. Het bleek het laatste te zijn. Helemaal rood. Die avond hebben we gegeten in het megarestaurant van de Yavapai Lodge. Vies eten weer, helaas, en volledig geen sfeer. We zagen dit deze keer wel aankomen na de reisgidsen (Trotter en ANWB, geen Lonely Planet als je in de VS bent natuurlijk) gelezen te hebben, maar we hadden geen zin om weer naar het dorp te lopen of met de auto naar een betere eettent te zoeken. Ook daar was het eten tenslotte niet superb. Toen we enigszins misselijk terugliepen was het aardedonker in het bos geworden en zijn we, heel komisch, een paar keer van het pad geraakt, omdat we niet zagen dat het pad een bocht maakte. Een prachtige heldere sterrenhemel hadden we. Niet bevorderlijk voor de warmte, op zich.
De rit naar Monument Valley was mooi, maar niet spectaculair. Rond 13:00 uur waren we in Monument Valley. We hadden daar op Gouldings Camp Ground een cabin gereserveerd. Heel romantisch. Deed me aan vroeger denken op Terschelling. Monument Valley is geen national park. Het gebied en het park dat daarin ligt, is van de Navajo indianen en Monument Valley wordt ook volledig beheerd door de Navajo zelf. Sterker nog, ze wonen nog steeds in deels primitieve nederzettingen in Monument Valley zelf. Nooit verwacht. Bij de receptie van Gouldings Camp Ground vroegen we naar de weersverwachtingen voor morgen, want we hadden gepland dan Monument Valley te bezoeken. 'Sneeuw en regen,' was het antwoord. Wat! euh, What! Meen je niet! Dat was niet de bedoeling. Sowieso hoort het rond deze tijd nog redelijk warm te zijn, maar zeker geen sneeuw. Dat valt sowieso bijna nooit in de woestijn van Monument Valley. Maar het was onduidelijk waar we ons beklag konden doen over de weersituatie. Bovendien, het weer in heel Amerika bleek volledig van slag te zijn. De schuld werd gegeven aan ene El Nino, maar ook die had geen duidelijke contactgegevens. Een massief lage druk complex was bezig zich van west naar oost te verplaatsen en vandaar de storm bij de Grand Canyon eerder die dag. In het kielzog trok het enorme weercomplex de koude lucht van het noorden omlaag naar het zuiden. Naar ons. In het zuiden van het land waren veel stormen, veel neerslag en grote overstromingen. In de Rocky Mountains heel veel sneeuw al. Dat was erg vroeg voor het jaar. Sinds die dag was de Weather Channel ons populairste televisieprogramma geworden.
Omdat de weersverwachtingen zo slecht waren en het weer er die dag nog redelijk uitzag (de zon scheen zelfs nog), besloten we diezelfde dag nog een tour te doen in Monument Valley van drieënhalf uur. Om 15:00 uur vertrokken we. Inmiddels trok de wind al behoorlijk aan en trok de lucht helemaal dicht. In het park was het erg woest aan het worden. Heftige, rode zandstormen en het werd steeds kouder. Maar het was allemaal heel mystiek. Zo bizar dat landschap, zo mooi, zo grillig, zo raar die losstaande, reusachtige kolommen. Zo rood. Je weet niet wat je ziet. En eigenlijk droeg het ruige weer met de zware luchten er alleen maar aan bij.
We werden in een groepje van zes toeristen rondgeleid door een allervriendelijkste Navajo-indiaan. Ik snap niet wat die Spanjaarden en Amerikanen in al die eeuwen tegen deze mensen hadden. Onze allervriendelijkste indiaan herinnerde ons eraan dat rond het jaar 1860 duizenden Navajo in concentratiekampen waren gezet, velen aan de ontberingen zijn gestorven en de geschiedenisboekjes van Amerika kennelijk nog zijn uitgegeven in 1850, want ze reppen er met geen woord over. Ongeveer zoals wij delen van de naoorlogse geschiedenis van Nederlandsch-Indië verzwegen in de klaslokalen in de jaren '80. Maar dit terzijde. Geen woord is overdreven van de gids voor zover ik na hebben kunnen gaan. Vlak voordat we vertrokken, had ik nog geluisterd naar een gesprek in hun taal. Het schijnt een dusdanig complexe taal te zijn, dat de Navajo in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet om geheime berichten over te brengen, de zogenaamde code talkers. Ik heb aandachtig geluisterd en ben tot de conclusie gekomen dat ook ik er niets van snap. Zou ik overigens ook met Latijn hebben. Navajo is daarom zeker niet minder complex dan Latijn, is mijn conclusie. Ook heb ik geleerd dat je in een zandstorm maar beter niet de lenzen van je fotocamera kunt gaan verwisselen. Ik wist natuurlijk beter, maar je hoopt altijd dat het meevalt. Dagenlang daarna knarsten mijn lenzen bij het scherpstellen en dankzij een illegale kopie van Adobe Photoshop kon ik thuis de vaste vlekjes in het beeld uit mijn foto's halen. Ik moet de camera nog schoon laten maken. Afin, tegen het eind van de tour, was alle lol toch wel van het weer af. We vernikkelden inmiddels achterop de Toyota pick-up en het was ook nog eens gaan regenen. Onze allervriendelijkste indiaan zette ons af bij Gouldings Lodge, twintig minuten lopen vanaf Gouldings Camp Ground alwaar ook een restaurant was. We zijn direct dat restaurant ingestoven. Honger en desperaat voor wat warmte. Wederom wetende dat het eten slecht zou worden, maar erop vertrouwend dat het nu zoete bonen zouden zijn. We waren net zo rood als de indianen van het zand dat over onze kleren en in onze haren zat en vielen dus niet op. Ook mijn gezicht was nog steeds redelijk garnalig. Beurtelings zijn we naar het toilet gegaan om ons enigszins op te frissen. Wasbak direct verstopt door al het zand. Ik bestelde een steak en Judith een burger, omdat we dachten dat dit type standaard Amerikaanse voedsel zo simpel was dat het onmogelijk mis kon gaan. Hoe kun je je vergissen. De weg naar mislukking is inderdaad geplaveid met aannames. In een toeristenrestaurant waar geen concurrentie is, gaat zelfs dat verkeerd. Hartstikke verkeerd, mag ik wel zeggen. Na een paar rauwe happen koud vlees gingen we -weer- enigszins misselijk de regen weer in, het donker in. Ergens zou een shuttle staan die heen en weer zou rijden tussen Lodge en Camp Ground. Nog steeds misselijk en intussen zeiknat, nergens een shuttle te bekennen en niemand die de betreffende shuttle-indiaan kon traceren, hoe zwanger Judith ook was. Al dolend in het donker kwam een bus aangereden en die stopte. Daar was onze allervriendelijkste indiaan van de tour weer en hij gaf ons een lift naar de Camp Ground. Terug in de cabin direct onder de douche, de verwarming aan en liggend in bed de Weather Channel kijken. Er lag zelfs sneeuw in Flagstaff. Flagstaff, waar het een paar dagen geleden nog t-shirt-weer was geweest. Ook kans op tornado's in de staten Arkansas en Texas. We waren wel een beetje geïrriteerd. Waarom moest juist nú het hele weer in Amerika vreselijk ontregeld zijn. Maar niet te veel getreurd, de voorspellingen waren prima. Over twee dagen zou het weer weer goed zijn, zou de zon weer schijnen. Ook dit bleek een aanname te zijn op de weg naar mislukking.
De volgende dag op weg naar Moab, Utah. Een stadje dat dicht bij het Arches National Park ligt. Weer een bizar, grillig gevormd landschap, met onder meer allemaal natuurlijke bogen. Hoe de natuur het verzonnen heeft daar in zuidwest USA? Onderweg van Monument Valley naar Moab geluncht in het plaatsje Bluff in een sfeervolle diner met een erg goed ontbijt. Daar waren we aan toe na al dat voedsel wat geserveerd in de nationale parken van Grand Canyon en Monument Valley. Ook de bediening was opmerkelijk. De serveerster, iets van halfbloed indiaans, had te blauwe ogen. Volgens mij van die kleurlenzen, maar je durft niet te vragen. In Moab zijn we in heel leuk motel gaan zitten; helemaal van hout en met een enorm hartelijke ontvangst door de receptie. Het weer was somber. Bewolkt, winderig, koud en af en toe een buitje. De Weather Channel gaf aan dat het front langzamer dan aanvankelijk gedacht -oh, wat heeft een mens een hekel aan dit soort bijstellingen van weersvoorspellingen- naar het westen trok. Daardoor meer regen veroorzakend in het westen en daardoor langer koud bij ons dan eerst gedacht, dan eerst voorspeld. Heel fijn. Toch, het stadje was aardig. In het hoogseizoen wordt dit stadje overspoeld met actieve Amerikanen die gaan trekken, mountainbiken, raften in de Colorado enzovoort. We hebben er nog een CD van Paul Simon en Art Garfunkel gekocht voor onderweg. Wel zo passend, dachten we. Ook naarstig gezocht naar een sweat shirt voor Judith, want haar warme klerenassortiment was beperkt. Maar uiteindelijk niet geslaagd. Niets paste redelijk. 's Avonds gegeten op advies van de reisgidsen in een Mexicaan, ergens aan het eind van het stadje. Hoewel op loopafstand zijn we erheel Amerikaans met de auto heen gereden. Het eten was er, voor de verandering, weer eens vreselijk en een beetje misselijk zijn we weggegaan. Wat een gedoe zeg dat eten. Gelukkig was het ontbijt de volgende ochtend in Eclekticafé vlakbij die Mexicaan, maar daar niet door besmet, erg, erg goed. Alles zelf, vers gemaakt en zogenaamd biologisch, minibiotisch of whatever. We hebben daar uitgebreid ontbeten voordat we doorreden naar Arches National Park. Bij aankomst in het park was het steenkoud en een harde wind. Het was mijn slechte dag. Ik was wel klaar met dat weer. Ook liet mijn gezondheid te wensen over, al sinds aankomst in Phoenix; grieperig en al die tijd last van mijn keel en buik. We wilden naar Delicate Arch, maar dat was bijna vijf mijlen lopen vanaf de parkeerplek. Dus daar hebben we in die weersomstandigheden maar vanaf gezien. We besloten naar een paar andere arches te rijden die met een kortere wandeling te bereiken waren. Zo gezegd, zo gedaan. Toen we aan onze wandeling begonnen, waren de weergoden ons ineens vriendelijk gestemd. De lucht werd helemaal schoon en de zon kwam ongehinderd tevoorschijn. Ideaal voor de foto's en het plezier van het landschap. En het werd warmer. Judith bombardeerde het landschap meteen tot het meest fantastische. Zo hebben we erg genoten van onze wandeling en van het park. Tijdens de wandeling verrasten we nog een eenzame coyote, die gauw hinkend wegliep. Super dit alles. Ergens waren we toch mazzelpikken.
Daarna door naar Torrey, ook in de staat Utah. Dat plaatsje ligt al in een behoorlijk verlaten gebied, aan de noordkant van de Grand Canyon, op de kruising van Highway 24 en Highway 12. Vanaf Torrey wilden we Highway 12 nemen. Een van de meest scenic highways van Amerika, aldus de reisgidsen. Tot medio vorige eeuw was deze snelweg er niet en waren de nederzettingen die daar in de vallei verscholen lagen, nagenoeg hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Echt Wild West dus, cowboys en cattle. Ook werd daar als laatste plek in Amerika de post per muilezel gebracht. We begrepen, toen we in Torrey aankwamen, dat de dag ervoor de weg nog moeilijk begaanbaar was geweest wegens sneeuwval op de pas; ongeveer op drieduizend meter hoogte. Maar sindsdien was er geen sneeuw meer gevallen en was het al warmer geworden. Dat neemt niet weg dat toen we aankwamen in Torrey het wat ons betreft nog steeds te koud was en het te hard waaide. Er lag ijs. Vervelend genoeg was de Weather Channel niet helemaal eenduidig hoe het weer in deze omgeving zou zijn. De Weather Channel had met name oog voor het rampgebied in de staten Arkansas en Louisiana waar het weer zeer ruig was geweest. Eén of andere torenspits was van een stadhuis gewaaid en op de straat terecht gekomen. Kan het me nu nog herinneren. Regen, sneeuw, of juist zonneschijn, we hadden zoals gezegd geen idee wat precies te verwachten. We zouden de volgende dag moeten afwachten. De Highway 24 naar Torrey en Torrey zelf, waren zeer mooi. De weg er naartoe was een stuk door de San Rafael Desert en door het Capitol Reef National Park. Allemaal schitterend. Vooral de populieren met hun herfstbladeren waren prachtig in het landschap: kanariegeel. Torrey bestond uit een lange weg met aan weerszijden hoge, grote bomen, verschillende oude huizen van rond 1900, een kerkje en een trading post. In de trading post hebben we nog wat souvenirs gekocht, onder andere een klein houtsnijwerk van Navajo indianen. Achteraf een gouden greep, want beetje normale, niet-op-voorhand-waardeloze souvenirs vinden, is best lastig in Amerika. Het avondeten, ons geliefde onderwerp, in Torrey was dit keer een heel leuke ervaring. In het piepkleine dorp Torrey waren maar een beperkt aantal eettenten, waaronder diner Chillzz. We kozen hiervoor en het was geweldig. Binnen ingericht als een diner uit de jaren '50, zoals Happydays, en we meenden zelfs the Fonz gezien te hebben. In de hoek een jukebox, bij de deur kauwgomautomaten, mooie neonreclames et cetera. Ik bestelde een go-fer met een Corona en Judith een pizza met een Coke. Toen de go-fer op tafel werd gezet, een hamburger met pepper, had Judith spijt van haar pizza, hoewel ook de pizza zeer lekker was. Dus Judith alsnog een go-fer. Ik nog een Corona, en Coke kon je onbeperkt refillen. Zo grappig allemaal. Heerlijk gegeten, want het was allemaal met veel zorg klaargemaakt. De pizza kregen we niet op, dus een doggy bag om de pizza mee te nemen naar onze motelkamer. Die avond was Slumdog Milionair op HBO en die film had ik nog nooit gezien. Goede film was het. De pizza zijn we vergeten op te eten en ik hoop dat iemand inmiddels de koelkast heeft geopend. Zo niet, dan hoop ik dat niemand dat alsnog doet.
De volgende ochtend, 30 oktober, was Judith een tikje gestrest. Dat had alles te maken met de onzekerheid hoe de Highway 12-condities zouden zijn in de bergen verderop, alsook met het feit dat we ook gewoon naar drieduizend meter hoogte moesten. En dat met onze ouwe, witte minivan met automaat. We hebben in een restaurant vlak bij de kruising ontbeten. Allemaal vrij gewoontjes, maar de koffie was er erg goed. De bediening wilde dat ook even bevestigd krijgen van ons. Kennelijk bekend dat Europeanen iets minder lyrisch zijn over de Amerikaanse koffiekwaliteit. 'Ja, lekkere koffie; erg lekkere koffie. De beste die we tot nu toe gehad hebben,' bla bla bla. Een van de serveersters was half Nederlands en ze wist woorden als: klompen, opa, oma, goedendag en sinterklaas. De andere serveerster, van ergens in de vijftig, kwam uit Dallas en wilde zich ergens definitief vestigen. Naar onze stellige overtuiging een dike die homofoob Texas was ontvlucht, maar San Francisco net niet had gehaald. Na het ontbijt eerst naar het tankstation en ons daar voor laten lichten over de weg- en weercondities. Dat was allemaal in orde, verzekerde men ons. Het zou echt warmer worden. Dat gaf weer vertrouwen. Ik wilde nog even de ramen van de oude, witte minivan schoonmaken, maar dat was een no go. Het water was helemaal bevroren, drie centimeter dik ijs. Niets van overdreven. Eenmaal onderweg brak de zon snel door. De rit was heel scenic. Het landschap was: bergen besneeuwd met uitgestrekte, witte berkenbossen en vergezichten. Een werkelijk schitterend gezicht. Ook veel herten gezien. Het was al kerst voor ons. We hadden dit niet verwacht toen we het vliegtuig instapten in Amsterdam, maar we waren blij dit zo gezien te hebben. Zo sereen was de sfeer. En de oude, witte minivan? Die deed het best redelijk berg op. Judith raakte al verliefd op het ding. Ik werd niet jaloers.
Na de bergen daalde de weg weer af en kwam je weer geleidelijk in droger en woester landschap terecht, en... warmer. Het weer was prachtig geworden. Warm en heel veel zon. Vanaf de bergrit is het weer eigenlijk steeds mooi gebleven. De populariteit van de Weather Channel nam evenredig snel af. De dorpjes onderweg langs Highway 12, Boulder, Escalante, Henryville en Tropic, waren ook mooi. We wisten niet precies hoe we het zouden doen. Eerst een motel zoeken in de buurt van Bryce Canyon National Park en dan naar Bryce Canyon, of eerst het park in en daarna accommodatie zoeken? Omdat we pas tegen 16:00 uur bij Bryce Canyon waren, kozen we er uiteindelijk voor eerst het park in te rijden. Langs de weg zagen we nog een rodeo stadion, als je dat zo noemt. Helaas was er niets gaande, dus gewoon in volle slakkengang langs gereden. Ik bedacht me dat het wel iets had van het stierenvechten in Spanje. Caballeros die zich meten met het dier. Bryce Canyon: het was wederom, sorry het wordt saai, een prachtig schouwspel. Nog nooit zulke rode, of beter gezegd, zulke oranje en tevens grillige rotsformaties gezien. We hebben er ook een korte wandeling, de Navajo Loop, gemaakt door rotsformaties. Je moet ze gezien hebben om uit te kunnen leggen hoe het eruit ziet. Het zijn allemaal pilaren als het ware. Een boer die dit gebied voor het eerst zag twee eeuwen geleden, vroeg zich af hoe hij zijn vee bij elkaar kon houden.
Na Bryce Canyon zijn we naar het stadje Panguitch gereden. Daar hebben we verbleven in een door Indiërs gerund, nietszeggend motel, maar verder niets op aan te merken. Het gebrek aan sfeer van sommige motels is juist de sfeer van Amerika, zoals een collega ooit tegen me had gezegd in Nederland. Alles erop en eraan en proper, zoals alle motels eigenlijk die we gehad hadden. Die avond film gekeken: Forest Gump. Het plaatsje Panguitch zelf was stereotype Amerikaans. Brede straten met typische jaren '50 en '60 bouw met hier en daar bakstenen gebouwen van rond 1900, neoklassiek. Heel erg The West. We hebben gegeten in de Cowboy Smokehouse Café. De naam was al voldoende, maar het was ook in een mooi oud pand, kon haast niet anders dan dat dat een saloon is geweest. Gebrek aan alternatieven speelde ook een beetje mee
Een prima T-bone steak, medium rare. De dag erop zouden we het aanzien. In eerste instantie hadden we bedacht via Zion National Park naar Death Valley te gaan en dan eerst iets ten zuiden van Zion te gaan overnachten, al redelijk dicht op Las Vegas. Uiteindelijk gooiden we de plannen om. Beetje mijn schuld. We zijn naar de Extraterrestrial Highway gegaan, om via deze snelweg door de gortdroge woestijn via het noorden Death Valley binnen te rijden. We waren klaar met de parken, hoe mooi ook en wilde ook echt hitte voelen, maar meer nog de sfeer van het Amerikaanse platteland, zoals Torrey, Panguitch en alle dorpjes die we hadden aangedaan, langer vasthouden. Dus via Cedar City en Caliente naar de Extraterrestrial Highway. We dachten ergens in Ash Springs of desnoods in het gehucht Rachel, halverwege de Extraterrestrial Highway, te gaan overnachten, maar het werd Tonopah, twee keer zo ver ongeveer. Maar voordat ik over Tonopah vertel, moet ik nog even vermelden dat Caliente erg leuk was. Het was dat we daar al vroeg in de middag waren, rond 13:30 uur, anders hadden we er overnacht. Heel sfeervol stadje. Ik kan het iedereen aanraden als je ooit onderweg bent in die omgeving en zoekt naar een plekje om te overnachten. En eerder die ochtend, ons ontbijt in Cedar City, was ook helemaal U S and A. We hebben er weer ontbeten in een echte diner, zoals van de film. Interieur jaren '70. Authentiek, niet retro. Een lange bar links en tafeltjes rechts, een cowboy met hoed en laarzen aan de bar. Drie serveersters die zeer haastig heen en weer sjouwen met bestellingen en koffie, en altijd het bekende: 'hello, how are you?, I am your waitress today and what can I get you guys?' Afrekenen weer bij de deur. Afin, terug naar de middag. Ash Springs bleek niets te zijn, Geen zinnige overnachting mogelijk. Dus door naar Rachel. In Rachel zijn we gestopt en wat gedronken in The A'Le'Inn, maar was iets te veel van een freak show. Alles draait daar om het feit dat langs de Extraterrestrial Highway de meeste buitenaardse waarnemingen zijn gedaan. Dat dit wellicht wordt veroorzaakt doordat de highway langs een van werelds grootste militaire bases ligt, gaat kennelijk aan iedereen voorbij. Het was er in ieder geval bloedheet en dat was precies wat we wilden. Maar Rachel was niet de plek waar we wilden slapen. Dus nog een honderd mijl door naar Tonopah. Hopen dat dat dan wel een plek zou zijn waar je kon overnachten. Beetje een gok, want de reisgidsen zeiden er helemaal niets over en het werd al avond. De reisgidsen gaven al sinds Cedar City geen informatie meer, uitgezonderd over de Extraterrestrial Highway en Rachel. Overigens, de Extraterrestrial Highway was wel heel mooi om te rijden. Zo leeg het landschap. Van die klassieke snelwegen. Kaarsrecht voor je uit, licht glooiend, woestijn en trillend van de hitte als je naar de horizon kijkt. We kwamen uren lang slechts tien tegenliggers (ik heb ze geteld) en een coyote die snel, net als in Arches National Park, weg hinkte.
Na een dag rijden van negen uur en vierhonderdvijftig mijl te hebben afgelegd, waren we in Tonopah. We hadden geluk. Tonopah was heel leuk. Het was een oud mijnstadje. Een stad die ook trots is op haar mijnverleden. Overal zie je de restanten van de mijngeschiedenis. Oude hijskranen, oude verlaten hotels, oude houten huisjes. Op muren van huizen gedenkplaten van mijnrampen waar vele mensen bij om waren gekomen. Overal in het stadje sculptures over de mijn et cetera. Echt weer een Wild West-gevoel. We hebben in Tonopah in het meest luxe motel gezeten gedurende onze trip: The New Western. Meer een hotel eigenlijk. Je kon er ook eenvoudig ontbijten, inclusief het maken van je eigen wafel. 's Avonds, het was 31 oktober en Halloween, gegeten in een Mexicaans restaurant. In Moab hadden we slechte ervaringen met een Mexicaan, maar deze was heel OK. Komisch was dat sommige gasten, inclusief volwassenen, gekleed waren in Halloweenkostuums. Trouwens, als Amerikanen uit eten gaan, dan doen ze daar beslist geen andere kleding voor aan. Gewoon in hun kloffie, want ze lopen uitsluitend in kloffie op het platteland. Wijd, slecht zittende spijkerbroek, wijd t-shirt of natuurlijk een sweat shirt, gympies en baseball cap. Eigenlijk kopen ze allemaal hun kleding in de mart. Maar goed, een Amsterdammer zal hetzelfde vinden als hij in Friesland komt. Dat is grappig, zoals ik erbij loop, sluitende spijkerbroek, colbertje, v-hals t-shirt, op zich simpel, maar zal in hun ogen eerder iets voor homo's zijn. Maar goed, gelukkig had ik een zwangere Judith naast me en ik heb ze niet verteld dat ze mijn draagmoeder is. Teruglopend in het donker naar ons motel schrokken we nog even flink. Bij een kruising kwam een auto van links aanrijden. Die stopte keurig, maar achterin keken allemaal Draculaatjes ons aan. Natuurlijk het was Halloween! Het onwerkelijke aan de situatie was dat die kinderen op de achterbank zich niet bewust waren van het feit dat zij verkleed waren en wij wel eens van ze konden schrikken. Ze keken dus zoals ieder kind uit het raam naar buiten. Grappig moment.
1 november zijn we Death Valley, Californië ingereden. Judith merkte dat de rit van de vorige dag erin gebeukt had. Gelukkig was het een korte rit naar Death Valley. Na een nog korter stuk rijden vanaf Tonopah kom je in Goldfield. Zoals de naam al doet vermoeden, een oud mijnstadje, een goudmijn. De mijn is uitgeput en (dus) het dorpje is vervallen. Ooit woonden er dertigduizend man, nu nog maar driehonderd. Heel bijzonder om doorheen te lopen en erg fotogeniek. Zodra je Death Valley binnenrijdt, kom je eerst bij Scotty's Castle. Het is een villa die eruit ziet als een Spaans landhuis, maar wel zoals in een sprookje. Gebouwd door Albert Johnson, een miljonair uit Chicago, meende ik. We hebben er een rondleiding gehad, de enige manier om de villa te bezichtigen. Heel vermakelijk en de gids, gekleed in kleren van die tijd, kon erg levendig vertellen over het leven van Johnson en zijn vriend Scotty. Rond het middaguur waren we in Stove Pipe Wells Village. 'Village' is een groot woord, want het bestaat uit een één hotel cq motel en een trading post. Die avond hebben we de zonsondergang gefotografeerd in de Sand Dunes, dichtbij Stove Pipe Wells Village. Heel mooi. Je mag gewoon die duinen in lopen, en dat deed ook een handje vol mensen.
Judith en ik hadden toen we er in liepen ergens een meningsverschil over, waardoor Judith in hitte en zwanger ongeveer als een road runner door het mulle zand van de hete zandduinen van Death Valley begon te klieven.
Uiteindelijk het meningsverschil bijgelegd en ons looptempo aanzienlijk vertraagd. Heel mooi. Bij het vallen van de duisternis teruggelopen en 's avonds gegeten in het restaurant van Stove Pipe Wells Village, spare ribs en twee Sierra Nevada's, het lokale bier. We wilden twee nachten in Death Valley zijn, maar besloten niet twee nachten in Stove Pipe Wells Village te blijven. De volgende dag zijn we naar Furnace Creek gegaan. Dat was enorme luxe. Weelderig hotel, heerlijk ook even. 's Ochtends bleek dat we het raam van de auto helemaal open hadden laten staan. Mazzel, er was niets uit gehaald. Mijn statief en videocamera lagen er onder ander in. Die dag zijn we naar Badwater, niet op zijn Nederlands uitspreken, gegaan. Daar is iets van water, maar het is niet drinkbaar. Veel te zout. Daar is ook een grote zoutvlakte waar je ook in mag lopen. Toen wij er waren, in het najaar, was het ongeveer dertig graden. Prima te doen. In de zomer wordt het daar vijftig graden. Death Valley is het meest warme en meest lage punt van het westelijk halfrond. Er valt zeer weinig regen en is één van de meest zonnige gebieden op deze aarde. Het verhaal van de '49ers, een groep gelukzoekers die in 1849 vanuit Salt Lake City dwars door de woestijnen naar California trokken en allen verdwaald raakten voor weken in Death Valley, maakt wel indruk. Zij schijnen de vallei ook haar naam te hebben gegeven toen ze eindelijk uit de dodenvallei waren ontsnapt. Die avond zijn we naar Zabriskie Point gegaan voor de zonsondergang. Zabriskie Point schijnt ook de naam van een bekende film te zijn (1970, Michelangelo Antonioni). De ondergang was mooi, maar niet zo spectaculair als in de gidsen wordt beschreven. Hij was ook niet vergelijkbaar met de zonsopgang of -ondergang bij Sand Dunes, of bij Grand Canyon, Monument Valley, of Bryce Canyon. Of bij het restaurant At the End of the Universe, waar je volgens Douglas Adams ook de ondergang kunt zien. De kleuren die de landschappen bij deze plekken geven, zijn echt superieur aan Zabriskie Point. Gek, ik kon er echt niet meer van maken. Maar desalniettemin, het was een mooie zonsondergang.
Het was 3 november. We zouden Death Valley verlaten en rijden naar Las Vegas. Beetje met pijn in ons hart, want we zouden het stadsleven binnentreden en het platteland en de natuur definitief achter ons laten. Maar Las Vegas, Nevada leek ons ook geweldig. Nog een laatste ontbijt gegeten in een all American town, het dorpje Shoshone. Helemaal perfect ontbijt. Mijn California omelet was meesterlijk. En toen door naar Las Vegas. Daar zouden we twee nachten slapen, de auto droppen en met het vliegtuig door naar San Francisco voor weer twee nachten. We hadden een kamer gereserveerd in Motel 6, zoals we ook waren begonnen in Phoenix. En net als Phoenix hebben we die eerste avond in Las Vegas lekker pizza en Coke laten bezorgen op onze kamer. We hadden geen zin meer in gedoe. Wel hadden we eerder die dag met de dubbeldekker bus (bekend als the Duece) The Strip op en neer gereden. Wauw, zo enorm over the top alles daar! Echt heb je ook nog nooit gezien! Behalve glamour, ook veel verslaafden en daklozen. Een wereld van totale tegenstellingen.
4 november was ook proefoptocht Sint Maarten in Harlingen. Finn liep met zijn pake en oma en met mijn nicht Irene en haar kinderen met lampion in optocht Sint Maarten, met drumband. We waren daar helemaal mee bezig in Las Vegas en misten hem meer dan anders.
Die dag hebben we zelf de hele dag door casino's gestruind. Die casino's zijn tevens hotels en tevens enorme shopping malls. Zo groot dat je je het haast niet kunt voorstellen, Zodra je een casino binnenloopt, weet je zeker dat je een uur kwijt bent en tevens zeker vijftig dollar aan gokken eten of kleren of sigaren of whatever. We zijn in de casino's New York New York, The Venetian, The Bellagio, Paris, Luxor, MGM en Caesars Palace geweest. Waanzinnig. The Venetian was helemaal bizar. Je komt binnen en komt vervolgens op het San Marco plein, inclusief kanalen met gondeliers. Je denkt dat je buiten loopt, maar het is binnen en een wandeling langs het kanaal duurt ook al gauw een half uur. Zo mega. Ik heb in MGM nog iets van vijftig dollar vergokt. Het was er doorheen voor ik er erg in had. Maar om nu geen geld in een eenarmige bandiet gegooid te hebben... Maar Judith kon er niets mee. Je was in New York City, maar dat was het ook niet. We zaten in Paris onder een waarheidsgetrouwe, iets kleinere uitvoering van de Eiffeltoren te lunchen, op een typisch Parijs' terrasje, maar het was niet Parijs; aldus Judith. Dus ze vond het niets uiteindelijk. Twee dagen Las Vegas was mooi. Leuk gezien te hebben, maar daar blijft het dan ook bij. Zoiets als de Efteling, denk ik. Oh, en de New York Yankees hadden gewonnen van de Phillies in de World Series. Wist je dat Yankees van Jan Kees komt? Echt waar. Toen New York nog Nieuw Amsterdam was begin tot halverwege de zeventiende eeuw, woonden er veel mensen die Jan of Kees heetten, kennelijk.
De Weather Channel won weer aan populariteit, want het weer in San Francisco, waar we de volgende dag naartoe zouden gaan, was niet echt om over naar huis te schrijven: bewolkt en regen.
Om 05:30 uur stonden we die dag op. Inpakken en naar vliegveld en daar de huurauto op het parkeerterrein neerzetten. Dat was de afspraak met het huurbedrijfje Phoenix Airport Rent-a-Car. Rond 06:00 uur hadden we alles in de auto. Onze vlucht zou om 08:00 uur vertrekken.
Judith draait de sleutel om en... niets. Accu leeg!! Bijna paniek.
Wie op dit tijdstip zouden we kunnen vinden met startkabels? Judith in draf naar de receptie. Ik nog een man aanspreken of hij kon helpen. Hij deed alsof hij me niet verstond. De eerste niet-behulpzame Amerikaan. De receptiepersonen van het motel gaven Judith een telefoonnummer van een garagebedrijf, maar dat nam niet op. Ook het verhuurbedrijf nam niet op. Uiteindelijk besloten de sleutels achter te laten bij de receptie met een kopietje de huurovereenkomst en met een taxi naar de luchthaven te gaan en vandaar het huurbedrijf te bellen. Zo bedacht, zo gedaan. En dit gaf achteraf geen enkel probleem. Het motel was per slot van rekening vlakbij de luchthaven waar we de auto oorspronkelijk zouden droppen, dus het maakte al met al niet veel uit. Ze hebben ook geen extra kosten in rekening gebracht voor de lege accu. We zijn er nog steeds niet achter hoe het gekomen is. Personen zonder rijdbewijs laden in dit soort dingen eerder de verdenking op zich. Eenmaal in San Francisco hebben we nog even gebeld met Phoenix Airport Rent-a-Car, en alles was in orde. Hoe erg kun je het hebben? Auto ingepakt en klaar om naar de luchthaven te rijden en dan draai je de contactsleutel om en er gebeurt niets!! Hoewel we uiteindelijk nog redelijk op tijd op de luchthaven waren, hebben we het vliegtuig op vijf minuten gemist. We dachten vlak bij de gate te zijn, en toen we dachten te gaan boarden een half uur van tevoren, moesten weer eerst nog door een enorme security check heen met behoorlijke lange wachtrijen en daarna bleek de gate nog een heel eind lopen te zijn vanaf de plek waar we waren. Echt rennen het laatste stukje. Beetje stom van ons.
San Francisco is een heel fijne stad. We hebben er veel door het centrum geslenterd en een beetje geshopt. Ook weer precies van wat je ervan kent op tv. Wat opviel in de stad was hun fixatie met brandkranen en blingbling brandweerauto's. Overal kwam je ze tegen. Kennelijk hebben ze na een grote brand verplicht gesteld dat zo ongeveer ieder gebouw zijn eigen brandkraan in de gevel heeft zitten, meestal vier aansluitpunten. Een obsessie. De tegenstelling is weer groot ten opzichte van het platteland. Niet de in kloffie geklede, dikke mensen, maar zeer trendy gekleed en slank, de duurste en meest moderne winkels. Als zij Amsterdam binnenlopen, denken ze nog dat ze het platteland binnenlopen. Alleen wat rare, hoge boerderijen dan. Mensen confereren in cafés en zitten niet maximaal tien minuten in een diner pancakes and eggs weg te werken. Heel grappig het verschil te zien. We zaten in Hotel des Arts. Lekker centraal, pal naast Chinatown en vlakbij Union Square. Het hotel zelf is een beetje zozo, maar prima voor de prijs. Niet duur. Te vinden trouwens op Facebook. Met de beroemde trammetjes hebben we ons de tweede dag verplaatst naar Fishermans Warf. Daar pelikanen gezien en zeeleeuwen. Vandaar met taxi naar, natuurlijk, de Golden Gate Bridge. Het weer was helaas zo druilerig dat je de brug in totale mist zag en soms helemaal niet. Schijnt ook echt het lot van San Francisco te zijn. Het is er heel vaak mistig en motregen. Daarna met taxi naar Alamo Square om de beroemde Painted Ladies te zien. Dat zijn Victoriaanse houten huizen geschilderd in pastelkleuren. Sowieso, San Francisco heeft heel veel Victoriaanse bouw. Verrassend op één of andere manier. Daarna nog naar de wijk Lower Heights om te lunchen en toen was het weer inmiddels zo slecht dat we met de tram retour hotel zijn gegaan. Bij de tramhalte overkwam ons nog iets bizars. We stonden er samen met nog iemand te wachten op de tram. Het is het eindpunt (of beginpunt) van de lijn. Echt op het moment dat de tram eraan kwam, rijdt een touringcar langszij en springen ongeveer tachtig Japanners uit de bus die zich verdringen om op de tram te stappen. Judith en ik waren er direct flauw van, dus stapten voordat de tram vertrok maar weer uit om de volgende te nemen. Na vijftien minuten wachten kwam de volgende en werkelijk, plots kwamen om de hoek van de straat zo'n veertig Japanners aanlopen. Het waren motvlinders die in de nacht op een lamp afkwamen, alleen bleven ze leven. Gelukkig waren het er ditmaal minder en bleef er voldoende ruimte over. De groep was ook wat omgevingsbewuster dan de vorige groep. We hebben in San Francisco twee keer 'gedineerd' in hetzelfde Chinese restaurant in Chinatown. Fijne sfeer en heerlijk authentiek Chinees eten. Het restaurant heette RNG. De eerste avond mie, peking eend, kip en beef en de tweede avond gebakken kip, nasi, roerbak vis en varkensvlees. Veel te veel, maar lekker.
De vakantie eindigde 7 november met een zeer vroeg opstaan. Om 03:30 uur ging de wekker. De taxi pikte ons op om 04:15 uur. Om 07:00 uur ging het vliegtuig naar Atlanta en vandaar door naar Amsterdam. Wat vroeg, niet normaal, maar alles is erg soepel gegaan. Nergens vertraging. Dat is toch wel heel fijn. Zondag 8 november kwamen we heel vroeg aan op Schiphol. Eerst naar Den Haag bagage wegbrengen (er zat by the way weer een kaart in van de TSA in de VS, want wéér was de koffer van Judith gecheckt en weer netjes een kaartje erin om dat te laten weten) en snel opfrissen en toen in de auto naar Harlingen, naar kleine Finn!
E N D