HISTORY 1980 - 2026 : meer dan veertig jaar muziek.
THE PROFESSOR FATE BAND 1980-1982
GRYNICAL SIN 1983-1984
CLIPP 1985-1986
THE INVISIBLE MOLES 1986-1994
MAYDAY MAYDAY 1995
GRYNICAL SIN 1995-2001
THE INVINCIBLE HOLES 2001-2005
THE TERRIFIC THREE 2006-2023
TWILIGHT TWINS 2024-
HOE HET ALLEMAAL BEGON...1980
Patrick Devos (Pat Foxx) :
Een van mijn buurjongens, “Berten” alias Filip Duthoy, kwam op een winterdag af met een dubbel-LP van Uriah Heep. ”Luister hier maar eens naar” en gaf me de plaat in leen. Tot dan luisterde ik naar de top dertig liedjes en nam ze op met een kleine cassetterecorder. Ik herinner me nog dat ik het telkens vervelend vond dat het liedje altijd zonder begin en einde opgenomen was. De DJ sloeg er telkens zijn haak in. Uriah Heep dus. Heel wat anders dan wat ik op de radio hoorde. Toch sprak het me onmiddellijk aan : lange melodieuze nummers met veel instrumentale stukken, een ruwe zanger. Het smaakte naar meer. Op vraag voor een pick-up speler, reageerden ma en pa een beetje terughoudend. Een LP kostte toch te veel geld voor een ventje van 15 jaar. De mediatheek van Wevelgem bracht de oplossing : voor 10 fr. per stuk een weeklang LP’s naar keuze. De wekelijkse tocht naar Wevelgem door weer en wind met een plastieken zakje vol platen ligt nog vers in mijn geheugen gegrift.
Algauw raakte ik in de ban van van de symfonische rock. Genesis, Yes, ELP, King Crimson maar vooral Pink Floyd en Jethro Tull vielen erg in de smaak. Ze gingen mij gaan inspireren om ook teksten te schrijven. Flauwe afkooksels van de originelen, maar alle begin is moeilijk! Algauw groeide bij mij het gevoel om ook muziek te maken. En gitaar zou het zijn! Eerst één in bruikleen, daarna voor mijn verjaardag mijn eerste folkgitaar. Ik heb ze nog steeds!
Alléén muziek maken was niet zo leuk. Ik moest mensen vinden om samen te spelen...
KONINKLIJK ATHENEUM MENEN
In 1980 was er bij de vrienden nog niet zoveel interesse voor de progressieve muziek. Het meeste vatbaar waren Sven Vandevyvere (Sven de Viking), een goeie vriend van mij, maar ook Philip Hendrickx (Jimi), een buurjongen. Sven en mezelf schuimden al snel platenwinkels af naar obscure en moeilijk vindbare LP’s. Radio Caroline en het Noord-Franse Frequence Nord waren onze inspiratiebron. Philip hield meer van het hardere genre en bleek algauw een soort “Animal” op potten en pannen. Toch werd hij niet onze eerste drummer. Dirk Laruweere, klasgenoot, bleek ook een meer dan gewoon gevoel voor ritme te hebben en werd gestimuleerd om op zoek te gaan naar een drumstel. Zijn ouders zagen dit echter niet zitten en Dirk zocht dan maar zijn toevlucht tot waspoeder dozen waar hij plastieken vellen over spande. Symbalen horen echter ook bij een drumstel en dat bleek een probleem.
De oplossing kwam door Luc Delie. Student slagwerk en trompet die in die dagen niet zo veel belangstelling toonde voor de muziek maar die wel wou meedoen voor het plezier !
We hadden in eerste instantie gedacht aan “Pseudopodia” als naam, een term uit de biologieles maar dit werd snel afgekeurd.
OPNAMES 1980 (5 in 1 jaar !)
Al gauw bleek ik geobsedeerd door het maken van opnames van onze eigen muziek. Ik had een aantal teksten gemaakt en met het weinige gitaar dat ik toen kende was er muziek op gezet. In mei 1980 riep ik de jongens bij mij thuis en zonder enige repetitie werd er in mijn tuinhuisje een opname gemaakt van een 8- tal, meestal lange songs. Eén tekst werd zelfs al door Sven geschreven : Crazy Teacher. Zijn vader was leraar bij ons! Het cassetje kreeg de naam “Seeing things from other sides/eye-winesss” door de Professor Fate Band afgekort ook PFB. De opnames zijn niet zo goed meer maar schetsen echt het beeld van 4 zich amuserende tieners! Alle bespeelbare instrumenten werden erbij gehaald: fluit, harmonica, speelpiano, mondharmonica,...
Niet echt tevreden over de opnames wou ik de nummers nog eens opnieuw opnemen. In juni 1980 werd alles nog eens overgedaan zonder Luc Delie maar met nog een nieuw extra nummer. ("Spring I en II")
De opnames waren echter niet beter, vooral omdat samen met Luc de cymbalen ook verdwenen waren. Ze waren ineens vervangen door een gong, zijnde één of ander blikken koekendoosdeksel!
Tijdens de vakantie was er opnieuw tijd om nieuwe nummers te maken. Ook Sven had de smaak te pakken. Op onze volgende opname “Pessimistic Vieuw” schreef hij 4 van de 10 teksten. Ook de titel van deze opname kwam van Sven. We namen dit met drie op in de logeerkamer bij sven na een verhuis van het zelfgemaakte drumstel van Philip. Het is een donker, pessimistisch cassetje, opnieuw met veel extra instrumenten waaronder ook klarinet, wat ik beginnen oefenen was.
Tijdens dezelfde vakantiemaanden schreef Sven nog enkele teksten waarop ik de muziek schreef.
Een beetje teleurgesteld door de vorige opnames namen we die enkel met akoestische gitaar op in mijn keuken thuis. De feedback komt dus door de gladde keukentegels! Onder invloed van mijn klarinet had ik ook enkele “jazztunes” gemaakt. Om het cassetje “Love, peace & PFB”, gemaakt in oktober 1980, te vullen namen we samen met Luc op trompet en drums en Philip op drums deze jazztunes op, aangevuld met nog wat geïmproviseer. Deze opnamen klinken al heel wat helderder en het speelplezier druipt er nog steeds van af! Om het jaar 1980 af te sluiten namen we in december nog “Return of the heroes” op. Een allegaartje van nummers: rock en jazz en veel geëxperimenteer. Luc, Philip, Sven en mezelf speelden opnieuw mee maar de nieuwe bepalende factor was toch: Mario Demets (Em Dee). Niet meer welkom in het atheneum van Kortrijk nam hij zijn toevlucht in Menen. Al snel bleek Mario ook geïnteresseerd in het maken van muziek en vooral : het opnemen van muziek. Door zijn technische aanleg zou hij een grote bijdrage leveren in het opnemen van onze muziek. Mario kocht snel ook een gitaar en begon al vlug liedjes te maken. Hij was een echte “folkie”. Zijn eerste bijdrage was nog niet echt een liedje maar eerder een klaagzang: “Cat”.
1981
Wat er niet veel weten (gelukkig) is dat ik ook Nederlandstalige nummers maakte. In februari 1981 nam ik alleen een cassetje op dat ik “Het Hart” heette. Daarop stond het nummertje : “Een hondje legt een strontje “! Doch de werkzaamheden in het Engels met PFB bleven verder duren. Mario, Sven, Philip en mezelf namen in april 1981 “A funny thing happened on the way to Mars” op.
Dit was de eerste keer dat ik een elektrische gitaar gebruikte. Dit resulteerde in onze eerste “hit”: "You cannot". Mario schreef ook een nummer: "Move". Verder stond er ook nog een nummer op, "Hahaha" getiteld, waarin twee robotten, een mannelijk en een vrouwelijke, converseerden tegen elkaar. Mario die de tekst niet goed gelezen had was onmiddellijk vrijwilliger om dit stuk in te zingen. Hilariteit alom ! Al bij al speelden we nu meer echte nummers en minder geëxperimenteer.
Na de eindexamens in juni ‘81 waren we al weer klaar met nieuwe nummers. De examenkoorts had onze duidelijk geïnspireerd tot het maken van nummers die allemaal handelden over de schoolperikelen: “School victims” was het resultaat. Hilde Chambart, onze klasgenote, zong hierop een aantal nummers en Sven schreef één van zijn mooiste nummers ooit: “Just a dreamer” waarschijnlijk over zichzelf. Ook Mario deed zijn best en slaagde erin enkele epistels van meerdere bladzijden neer te pennen. Al bij al mooie nummers staan er hierop.
In de grote vakantie van ‘81 was er niet veel belangstelling om muziek op te nemen. Daarom namen Sven en ikzelf in augustus onze meest experimentele cassetje op: "The Joker". Langs één zijde een lang stuk: "Provocation I", samen met Sven een half uur soundscapes, langs de andere kant enkele akoestische nummers samen met Mario. Ondertussen kregen we de kans deel te nemen aan een plaatselijke rockconcours. Daar we eigenlijk nog niet veel “echte” instrumenten hadden moesten we beroep doen op andere mensen. Luc Delie zag het niet meer zitten, Dirk had nog steeds geen drumstel maar was ondertussen op zijn ééntje gitaar beginnen spelen. Dirk kon dus meedoen, Mario ging bas spelen op een akoestische gitaar, en ikzelf gebruikte nog altijd mijn oud transistorradiootje als versterker. Uiteindelijk vonden we een drummer die wou meedoen met deze amateurs: Patrick Lepoutere. Hij wist niet waar hij terechtkwam ! Patrick was een zeer goede drummer met veel ervaring. Na een avondlijke repetitie in mijn garage thuis traden we op 26 september voor het eerst op in het OC van Menen. Sven zong, Dirk en ik kregen er een versterker in bruikleen en Mario mocht een basgitaar gebruik van een andere groep. Stel je voor, hij had nog nooit een basgitaar vastgehouden! Het optreden liep volledig in het honderd: gitaarpedalen haperden, versterkerknopjes braken af, de drummer zette volledig anders in dan we gerepeteerd hadden...Uiteindelijk was iedereen vol lof over de goede drummer! Een impressie van dit optreden vind je ook op “The joker”.
1982
Na dit debuutoptreden lagen de muzikale behoeften op een laag pitje. Nu we in het laatste jaar van het atheneum zaten hadden we ook nog veel andere bezigheden. Als naam voor ons presidium kozen we “peuterweelde”, en daarin kroop ook heel wat tijd. Toch bleven we allen nummers schrijven.
In maart 1982 inviteerden we onszelf om op te treden tijdens het “lentecabaret”, na de show van de 100 dagen.: “Live after the show”. Een warrig optreden maar met veel vuur en vlam, zodat de directeur van het Atheneum, Mr. Stes, zich verplicht zag de stroom te onderbreken om ons te doen stoppen, en zelfs dan probeerden we om akoestisch verder te spelen! Dit leidde tot de positieve commentaar van de Poolse lerares Frans: “Quels Talents !”
Uiteindelijk was dit drukke schooljaar voorbij en slaagden we erin om nieuwe opnames te maken :
In juli 1982 namen we het “dubbelcassetje” op: “Sadistic statistic” en enkele dagen later: “Shooting at the moon from a pyramid”. Tot hiertoe waren dit onze beste opnames. Ieder schreef een deel van de nummers en voor het eeuwige probleem van de drums hadden we Eddy Muylle, ook een student slagwerk, gevraagd om mee te spelen. Daarmee hadden we drie drummers (Philip en Dirk) en werd ieder ingezet volgens zijn capaciteiten! Op ”Sadistic statistic” staan enkele, voor ons, klassiekers: “It happened again”, “Deep brown eyes,” en “The shithouse blues”. Op “Shooting at the moon” staan “Why are we so shy ?", “Choices”, “Come on People” en “Anvious boy”.
Deze twee prachtige opnames waren ook het einde van “The professor fate band”. Iedereen ging ergens anders studeren en het contact verbleekte. Enkel Sven en mezelf gingen samen op kot te Brussel. Tijdens het academiejaar was er geen tijd meer om samen opnames te maken, doch ikzelf bleef verder nummers maken op mijn akoestische gitaar.
1983 - 1984
In juni bleek iedereen geslaagd. Tijd dus om de groep samen te roepen. Naast het eeuwige probleem van het drumstel - gelukkig hadden we Eddy - was er ook nog het probleem van het repetitielokaal. Sven woonde naast de zetelfabriek Varam te Menen en naast zijn huis was het lokaal waar de werknemers hun boterhammen opaten. Dit lokaal stond vrijwel leeg, behalve enkele onafgewerkte zetels. Bij navraag mochten we dit lokaal tijdens de vakantie gebruiken om te oefenen en natuurlijk ook opnames te maken. Er werd ook een nieuwe naam gezocht: GRYNICAL SIN.
Een woordspeling op onze nogal cynische teksten: cynical grin!
Iedereen was er opnieuw bij alsook iemand die we nog kenden van het atheneum: Johan Grymonprez. Hij zou de opnames maken op zijn bandopnemer. Mario zag het echter niet goed zitten en na enkele repetitiedagen vertrok hij opnieuw. Enkel op het nummer “The spot” is hij te horen. Mario zou enkele jaren niet meer meedoen maar maakte in die tijd wel altijd verder eigen nummers. Daarmee waren de nummers op “Impressions of a strange delight (1983)" en “Habits of the Yeti (1984)" bijna allemaal van mijn hand. Dirk had enkele instrumentaaltjes gemaakt en Sven kwam in ‘84 weer wat op dreef met een tweetal nummers. Twee prachtige cd’s. Dit was echter het einde van de eerste Grynical Sin!
CLIPP
In de vakantie van ‘84 kwamen we in contact met enkele andere muzikanten: Liven Isaac en Stef Vandooren, respectievelijk saxofonist en drummer. Zij hadden een prachtig lokaal te Wevelgem waar we op een zaterdagnamiddag eens moesten komen jammen. Toen we daar aankwamen bleek dat zij ondertussen ook een gitarist en bassist gevonden hadden. Na een gezamelijke jam bleken die twee echter wat licht te wegen en kozen ze het hazenpad. Als bassist werd een neef van Peggy, Dirks vrouw aangetrokken met veel ervaring bij andere groepen: Dirk Verhelle alias “Johnny Walker”. Stef Vandooren op zijn beurt speelde liever percussie dan drum en voor Dirk ging uiteindelijk zijn grote droom in vervulling : een compleet drumstel voor hem alleen!
De groep heette CLIPP en al snel hadden we een optreden te Menen door Johan geregistreerd: “Live at Orchis”. Ondertussen waren er nog twee zangeressen bijgekomen: Christl Maxi en Carmen Minne, wat onvermijdelijk leidde tot de “artiestennamen”: MINI en MAXI. Dit was de eerste keer dat we als een echte groep te werk gingen: een wekelijkse repetitie, uitkijken naar optredens en de onvermijdelijke groepsdiscussies...
De muziek van CLIPP bleek goed aan te slaan en we kregen geregeld een optreden. Zelfs tot in de Walen waar ze de soort funk die we speelden blijkbaar konden smaken. De fun bleef echter niet duren: burenlawaai vonden de omwonenden van onze repetitieruimte zodat we uiteindelijk een nieuw lokaal dienden te zoeken. Dit bleek niet eenvoudig en duurde te lang: Clipp was history!
Uiteindelijk hadden we nog één optreden af te werken tijdens de wieltjesfeesten van Menen in ‘85.
Stef en Liven zagen dit niet meer zitten. Daardoor was ook Dirks drumstel verdwenen. Aan Mario werd gevraagd om ons uit de nood te helpen. Hij had ondertussen een ritmebox. Hij wou gelukkig terug meedoen. Dirk Verhelle speelde tijdens dit optreden ook nog bas en Mario zong samen met mij en Sven. Uiteindelijk hadden we ook nog een nieuwe naam gekozen: THE INVISIBLE MOLES.
1986 - THE INVISIBLE MOLES
Ieder was opnieuw student en had terug tijd om nummers te maken op akoestische gitaar. Het contact tussen de leden was quasi volledig verbroken. Tegen het einde van het academiejaar hadden we opnieuw wat nummers klaar en werd opnieuw contact gezocht. Het probleem bleef : geen drumstel, daardoor werd de ritmebox weer bovengehaald en speelde Dirk op de basgitaar. Mario en Sven deden ook weer mee. Alles werd in één keer opgenomen, wat uitzonderlijk was want in al de volgende opnames werd overvloedig met overdub gewerkt. Deze opnames leidden tot het cassetje “In green and grey (1986)". Eén van de nummers, “Fields of disgrace” ging over het Heyzeldrama. Het waren eenvoudige songs met weinig arrangement. Dirk hield het hierbij voor bekeken wegens familiale aangelegenheden en stopte voor een tijdje met de muziek. Toen waren we nog met drie. Mario begon zich stilletjes aan toe te spitsen op de basgitaar en ook op de keyboards, waarmee we in de toekomst kwistig mee zouden omspringen...
Uiteindelijk werden we echte “Invisible moles”: we namen alleen maar nummers op op Mario’s zolder. Van optreden was er geen sprake meer. Om de paar weken kwamen we samen en stelde één van ons een nieuw nummer voor dat we dan dezelfde dag arrangeerden en opnamen. Meestal met een tweetal maal overdubs en dus met een hele laag keyboards erbovenop. Soms kwam de zus van Mario ons vervoegen om een nummer In te zingen.
Deze werkwijze ging zo een aantal jaren verder en leidde tot de volgende opnames:
So invisible as ... Moles (1987)
The terrific three (1989)
In search for the well of inspiration (1990)
Universal Child (1991). Op deze CD staat het enige nummer ooit (van Sven zijn hand) waar ikzelf niet op meespeelde wegens een skivakantie. Sven en Mario namen het samen op en met succes...
Zonder onderscheid waren dit opnames met telkens een aantal zeer goede nummers op. Maar omdat we telkens maar veeleisender werden namen de opnames telkens meer en meer tijd in beslag. Uiteindelijk namen we weer contact op met Dirk Laruweere om opnieuw mee te doen. Hij had ondertussen zijn plooi wat meer gevonden na de geboorte van zijn drieling. Dit leidde tot één van onze hoogtepunten, een opname met sterke nummers en die dank zij Mario’s technische bagage de perfecte klank benadert:
A new sensation (1993)
Uiteindelijk hadden we dan toch nog een optreden te Deerlijk. Met opnames van de ritmebox traden we op in de cafetaria van de sporthal voor een verjaardag fuif. Uiteindelijk viel dit goed mee, ondanks de enorme ruis veroorzaakt door de TL-lampen van de sporthal. Van de repetitie van dit optreden hadden we nog een mooie opname: "Almost live (1993)".
Na het optreden kwamen we nog een aantal maal samen om enkele nummers op te nemen maar bij Dirk kriebelde het toch weer om opnieuw de drums te bespelen. Het prachtige nummer: “Don’t let them blind you again (Words)”, samen met enkele andere nummers en een aantal probatieopnames leidde tot de zwanenzang van The invisible moles: “The last convulsions (1994)”.
MAYDAY MAYDAY (1995)
In 1995 nam onze muzikale carrière een kortstondige verrassende wending: Dirk werkte al een tijdje bij de SM (Socialistische Ziekenbond - Bond Moyson) en had geregeld muzikale contacten met de “grote baas” daar, Chris Vandenbossche. Chris die zeer sociaal geëngageerd was en belangstelling toonde voor onze muziek stelde voor om eens traditionele strijdliederen in een modern rockkleedje te steken.
De bedoeling was om op 1 mei een optreden te verzorgen te Kortrijk ter gelegenheid van de 1 mei-viering. Wij gingen onmiddellijk akkoord, ook al omdat Chris voorstelde om te investeren in een drumstel. Met verenigde krachten gingen we van start met de repetities van soms zeer klassieke stukken. Ons orkestje van vier werd aangevuld met de vrouw van Chris en haar zus, alsook enkele jonge meisjes die aangesproken werden om de backing-vocals te verzorgen. Hierbij was ook Charlotte Eeckhout. En ook nog een extra gitarist, kennis van Chris: Koen Biesbrouck. Na enkele maanden zwoegen kwam er een beluisterbaar resultaat tevoorschijn en Chris die bijzonder opgetogen was, besloot om er zelfs een cd van te maken. De 8 nummers werden op één zondag ingeblikt en de cd werd “De hoed van Sandino” gedoopt, naar de vrijheidsstrijder. De meeste exemplaren werden aangekocht door de Bond Moyson en als 1-mei geschenk aan het personeel geschonken. Op 1 mei hadden we dan nog het optreden op de Veemarkt te Kortrijk en daarvoor hadden we nog een try-out te Nieuwpoort en te Menen, waar ook enkele strijdliederen in Engelstalige versie werden gespeeld. De neerslag van dit optreden hoor je op de cassette “Ban the ghosts”.
Een prettige anekdote hierover was de verspreking van Sven die het nummer “Ban het spook”, “Ban het spoor” doopte. Eveneens had Chris het over het nummer “Wie tenzij wij”, wat ik minutenlang interpreteerde als “Wieten zijn wij”!
Voor deze try-outs werden we ook gevraagd om enkele eigen nummers te spelen. Daarvoor werd ook nog druk gerepeteerd met Koen Biesbrouck, ook rockliefhebber van het harde genre en ook met Charlotte Eeckhout, die een goede rockstem bleek te hebben.
GRYNICAL SIN, back again.
Na het Mayday-mayday project bleven we nieuwe nummers oefenen en namen we nog in 1995 de cd “The different sources are joining forces” op. Charlotte zong verschillende nummers en als eerste keer in onze geschiedenis namen we ook een cover op: Zombie van de Cranberries. Koen had ook nog een nummer liggen ("Train") en het werd ook één van de hoogtepunten van deze CD, samen met de klassieker “Hear me out”.
Omdat we opnieuw met drumstel speelden, stelden we opnieuw onze vroegere naam in ere: Grynical Sin.
Na deze opnames gingen we gewoon op dezelfde weg verder: met de zang en de inbreng van Charlotte ("Lost") maakten we één van onze beste opnames: “Perfection is a mess (1996)". Daarop stonden enkel heel goeie nummers en ook Mario had terug een grotere inbreng. “Birds whistling wild” werd zelfs een live-klassieker.
Ondertussen hadden we ook door dat Charlotte een uitstekende stem had om bepaalde covers live zeer goed te brengen. Daarom keken we uit naar enkele optredens. Omdat het publiek soms wat tegenviel liep altijd niet alles zoals gewenst maar toch waren er enkele live-hoogtepunten waar er ook opnames van zijn: “two times live” in café het Meulenhoekje en vooral op een huwelijksfeest in de Ardennen (Chateau d’Emines) waar we de ‘bachelors-avond’ mochten verzorgen en dit leidde tot een enorme ambiance, zowel op als voor het podium. Het huwelijksfeest werd daarbij nog afgesloten met een 30-minuten durende vuurwerk! Een belevenis die zich waarschijnlijk nooit meer zal herhalen.
Charlotte was ondertussen al bezig met nog twee andere groepen zodat Grynical Sin voor haar maar in de onderste lade werd gestopt en zo werden de banden stilletjes aan doorgesneden. Misschien was het beter zo omdat we toch op een generatieverschil begonnen te stoten. Charlotte was voor ons te ambitieus.
Een andere gebeurtenis in 1996 was het afscheid van Sven aan onze groep. Door verdere studies had hij niet echt veel interesse meer voor Grynical Sin. Na 16 jaar samenspelen was het misschien beter geweest om in vriendschap uit elkaar te gaan... Deze vriendschap herstelde zich wel opnieuw na vele jaren en opnieuw gingen we er geregeld op uit naar concerten van de groepen die we in onze jeugdjaren zo goed vonden (Magma!)
Uiteindelijk bleven we nog met 4 mensen over: ikzelf, Mario, Dirk en Koen die zich wel kon inleven in onze muziek, alhoewel hij toch liever het hardere genre apprecieerde. Daarom misschien dat we de hardere gitaren geregeld uit de versterker haalden.
Met 4 maakten we in 1997 “A fatal morgana” één van de minderde cd’s van Grynical Sin, soms door de overproductie door te veel synthesizers, die Mario nu overgenomen had van Sven, maar ook door de mindere zang van mij.
Om live te spelen was er echter één persoon te kort: een basspeler of een keyboards-man (Mario wou beiden spelen). Uiteindelijk vonden we eerst een basspeler in de persoon van Joris Himpe. Joris woonde in Waregem , was van onze leeftijd en had ook al wat ervaring in andere groepjes. Hij ging akkoord met onze filosofie: niet te veel repeteren, zelden optreden, en graag nieuwe nummers opnemen en met hem gingen we aan de slag voor onze volgend cd in 1998: "A dark night of soul”.
Uiteindelijk werd dit één van onze beste cd’s tot op heden: Mario had duidelijk zijn draai op keyboards gevonden en Joris speelde een goede, sobere bas. Koen was na een drietal jaar nu duidelijk op dreef gekomen en speelde enkele van zijn beste gitaarpartijen ooit, vooral ook op slide-gitaar.
Ondertussen deden we in 1999 nog enkele optredens, waaronder “levend in ‘t Kanaal”, te Stasegem en nog een mislukt optreden te Bossuyt voor “de oude van dagen”! Voor dit optreden had Koen zijn oog laten vallen op een zangeres, die wat meer paste in onze filosofie: Celine Houte uit Izegem.
Omdat we in 1999 geen nieuwe opnames gemaakt hadden was het in 2000 dringend tijd om de eeuw af te sluiten en het vervolg op “A darkt night of soul” te maken. Het werd “ICU”, waarop ook 2 blues nummers staan, zeer tot genoegen van Dirk die altijd al een voorliefde voor de blues had.
Ondertussen werd ons aangeboden om opnieuw in het Meulenhoekje op te treden op 28 april 2001. Celine was opnieuw bereid om mee te doen en er werden, onder impuls van Koen, een hele rij nieuwe covers ingeoefend. Het optreden was goed doch de ambiance was wat zoek doordat het Meulenhoekje ondertussen uitgebreid was en de meeste mensen zich rond “de toog” schaarden. Zodoende was er een kloof tussen groep en publiek.
Na deze kleine ontgoocheling begonnen we opnieuw aan onze eigen nummers te werken. We hoopten dat Celine ons wat zou inspireren en op enkele nummers de zang zou overnemen van Patrick. Jammer genoeg had Celine hier weinig zin voor en liet weten dat ze het voor bekeken hield bij Grynical Sin. De repetities raakten wat in een sukkelstraatje en uiteindelijk liet Koen weten dat hij liever een “sabbatjaar” wou inlassen. Hij zat thuis in verbouwingswerken en wou hieraan voorlopig voorrang geven. Dirk, die al een tijdje liet merken dat hij het werken aan eigen nummers niet meer zo plezant vond, smeet uiteindelijk ook de handdoek in de ring. En tot overmaat van ramp moest Joris geopereerd worden voor een rugblessure, wat hem een tijdje immobiel zou maken. Omdat we al ver gevorderd waren in de repetitie van nieuwe nummers en er al heel wat opnames van bestonden, besloot ik om de beste stukken op cd te zetten, met de toepasselijke naam “More than 10 mistakes”. Opmerkelijk is dat we eigenlijk onze eigen zwanenzang als nummer reeds opgenomen hadden zonder het zelf te weten (Talkin' about Grynical Sin). Daarop werden ieders positieve eigenschappen maar ook kleine kantjes opgesomd… Veel van de nummers op deze cd zijn dan later opnieuw opgenomen door Mario en mezelf op de volgende cd’s.
THE INVINCIBLE HOLES (2001) And then there were two ?
Het was de eerste keer dat we het voorlopig met twee man moesten rooien. Mario installeerde opnieuw zijn opnameapparatuur en ritmebox op zijn zolder en we gingen terug aan de slag zoals in “the good old times”. Na aanvankelijk wat sukkelen werden er opnieuw wat nummers opgenomen. Joris kwam ons ook één maal vervoegen maar liet daarna weten het ook voor bekeken te houden. Hij miste als bassist de drive van de basvoet van de drums. Onszelf wat vocaal beu gehoord, vroegen we aan Martine, de zus van Mario, of ze ons niet wat vocaal wou bijstaan, wat ze dan ook deed op enkele nummers. Ondertussen had ik een piano aangeschaft voor mijn dochter Tiffany, waar ikzelf ook driftig begon op te oefenen. Dit alles leidde tot de cd “Mirror Terror” in 2002. We kozen uiteindelijk een nieuwe naam die nogal goed leek op op één van de vorige groepsnamen waar we ook met ritmebox hadden gewerkt: The Invincible Holes.
Het verschijnen van deze cd was voor ons niet zo speciaal. Naast het feit dat we gewoon een cd-schijf vol muziek konden zetten deden we voor de rest gewoon verder met componeren, musiceren, arrangeren,….
Korgy (2003)
In 2003 was er een bijzondere wending in onze manier van muziek opnemen. Tot op heden hadden we altijd met cassetterecorders of een minidisc gewerkt. Deze begonnen serieuze slijtage te vertonen en op een goede dag had Mario de inval om een digitale multitrack-recorder aan te schaffen. Het werd er een van het merk Korg. Door ons minzaam “het bakje” genoemd. Dit veranderde heel veel in de manier van opnemen. Waar we tot op heden steeds samen speelden en heel veel moesten herbeginnen om beiden een foutloze “take” te hebben, konden we nu apart opnemen en hadden we 32 sporen waar we naar hartenlust konden experimenteren. Een andere wending was dat we plotseling niet meer op Mario’s zolder konden opnemen. Tijdelijk zijn we dan verhuisd naar mijn garage waar we bij koud of warm weer knusjes op ons dekentje samen muziek aan het maken waren. Dit leidde tot de cd “ The Warning” in 2004. Waar er op de vorige cd nogal wat geëxperimenteerd werd met verschillende muziekstijlen en instrumentaaltjes was "The Warning" een cd met 14 echte pop-rock songs. Uitschieters waren er niet echt en Mario en mezelf hadden ongeveer elk de helft van de nummers gemaakt. Misschien het vermelden waard is “Em Dee’s 40th anniversary jam”, een studio-opname van een verrassingslied voor zijn verjaardagsfeest. Al bij al zaten we nog in het proefstadium met onze digitale recorder en was de ritmebox al lang een doorn in mijn ‘oor’. De klanken begonnen stilaan tegen te steken.
Toch deden we gewoon verder met een nieuwe cd. Na de vrij gewone “14-nummers op een rij”-cd wou ik terug iets speciaals. Ik had het idee om telkens een nummer af te wisselen met een instrumentaal intermezzo. De luisteraar kon zijn cd-speler zo programmeren en enkel de vocale nummers of de instrumentale beluisteren. Een zot idee! Wie zou immers die moeite doen? Op deze cd hernamen we ook een 2-tal nummers van de ongebruikte nummers van Grynical Sin, waaronder “Sour apples” en “Almost 10 mistakes”. Over het eerste ben ik bijzonder tevreden want er staan heel mooie gitaarsolo’s op. Mario maakte ook enkele mooie nummers zoals “Again and again” en “On the road again”. Eén van mijn beste nieuwe nummers was “Up and down the volcano”. Omdat we niet goed wisten hoe we deze cd van The Invincible moles moesten heten kozen we dan maar “Up and down the volcano, again and again (2005)". Je kon ook al horen dat we wat meer bedreven waren in het manipuleren van “het bakje” en dat alles meer uitgebalanceerd was. Toch was de ritmebox weer het storend element in mijn gedachten….
THE TERRIFIC THREE - Piet Benoit - Peter B - Ben Watts (2005)
Mario vond een mooi alternatief voor de ritmebox in de vorm van “fruity-loops”, een computerprogramma dat toch vrij realistisch drumpatronen kon programmeren. Dit betekende opnieuw een duidelijke verbetering voor toekomstige nummers. Het zou echter nog een tijdje duren voor ik het aandurfde om daarmee aan de slag te gaan!
Maar een veel grotere impact op onze sound was het volgende “voorvalletje”:
Al een tijdje was ik gebeten door het badmintonvirus. Naast zelf spelen, werd in DZ99, de badmintonclub van Deerlijk ook gevraagd om wat training te geven. Al 10 jaar gaf ik training samen met Piet Benoit aan de Deerlijkse jeugd.
Piet had als muziekfan al enkele cd’s van ons beluisterd maar verder hadden we daar niet zo veel aandacht aan gegeven. Tot op een dag in 2005 Piet belangstelling begon te tonen in de “kunst” om nummers op te nemen. Hij was ondertussen gestart met een opleiding klassieke gitaar en had ook al jarenlang teksten geschreven en daar muziek op gemaakt…Ik had al gemerkt dat Piet zeer creatief was in zijn trainingen maar al snel had ik door dat ook zijn teksten bijzonder originele vondsten bevatten en mooie verhalen vertelden.
Nu laat ik Piet verder vertellen…
Op een keer vroeg Patrick me mee naar de opnames bij Mario. Ik was wel nerveus want ik kende Mario eigenlijk nog maar van één keer te zien op een feestje (Patrick 40 jaar met optreden van Mario "The Pat Foxx song").
Em Dee en Pat Foxx waren bezig met de opname van de van hun volgende CD ("Up and down the volcano"). Met mijn klassieke gitaar mocht ik een beetje freewheelen op een nummer van Patrick: "High density dive".
Wat ik speelde werd positief onthaald en ik voelde me direct in mijn sas. Mario blikte mijn gitaarpartij in op een klein bakje. Voor mij - technische nul- was dit een wonder, een wow gevoel. Toen ik het geheel opnieuw hoorde was ik nog meer in de wolken. De mix van Pat deed mijn Almansa-gitaar nog beter tot zijn recht komen.
En zie, ik was zomaar nieuw lid van de groep! De volgende keer werd er zelfs een nummer van mij opgenomen. Dat was echt "a dream come true". Ik stond wel onder stress voor het zingen maar ik voelde me wel dolgelukkig dat ik eindelijk een doel had met mijn songs. Eigenlijk was ik als technische kluns met mijn gat in de boter gevallen. Als er iets ronkte of piepte zocht (en vond) Mario de oorzaak en na de opnames maakt Pat een mix om U tegen te zeggen. De mix van "Please come home" was echt zeer geslaagd en na de opnames kreeg dit nummer dan ook zeer goeie kritieken. Man ik liep op wolken. Op diezelfde CD speelde ik nog een instrumentaal nummer: "Morning dew". Achteraf kreeg ik van mij gitaarleraar (Henk Buyse) te horen dat de sol snaar een beetje vals stond. Een klein domperke op de feestvreugde.
Patrick maakte van deze CD nog een origineel concept door tussen de songs telkens een klein instrumentaaltje te steken. Experimentele frivoliteiten luisterend naar vreemde titels als “The downloaders disease” maar ook enkele pareltjes op piano zoals “Tiffany’s Waltz” opgedragen aan dochter Tiffany die tekende (ook letterlijk) voor de prachtige hoes! De onpare nummers waren de vocale nummers (voxx) en de instrumentale nummers waren de onpare nummers (antivoxx).
Toen de opnames af waren kreeg de titel nog een staartje en werd dan volmondig ‘Up dan down the vulcano, again and again and again (2005)". Volgens mijzelf en enkele collega’s van op school waar ik vroeger mee in een coverband speelde horen “Sea and sky”, “Please come home” en “No news of the World” thuis op onze best of.
Bij de opnames van de volgende CD was ik volwaardig lid van de groep en toen we startten met een jamsessie kon ik mijn ei kwijt met enkele nieuwe nummers. De groepsnaam was ondertussen ook veranderd naar THE TERRIFIC THREE (verwijzing naar een vorige periode in de history of Pat Foxx en Em Dee, nog met Sven). Vanaf nu tekende ik ook mijn songs met Ben Watts (Ben oit, snaptjem!) i.p.v. Peter B.
Tijdens de opnames van deze CD, “Into the heart of darkness (2006)” hadden we een geniaal moment (vond ik) bij het maken van het nummer “Exit”. We zaten bij mij thuis voor een etentje met de vrouwen en we zouden ze eens verwennen met een unplugged optreden. Maar al snel werd duidelijk dat ze meer zin hadden om te kletsen dan om naar uniek eenmalig livingconcert te luisteren van de TTT. Daarom gooide ik een stuk tekst en een riff in de groep. Patrick smeet er direct een melodie tegen aan en na wat later plakte Mario er een refrein bij. In een half uurtje stond “Exit” op papier en na iedere pint klonk het beter.
Bij deze CD schreef Patrick ook de muziek bij één van mijn teksten ("The last verse"). Eerst voelde dat wat raar maar al snel kreeg ik een Lennon-Mc Cartney gevoel en smaakte deze samenwerking naar meer. En zo heeft ieder nummer zijn verhaal. Zo kwam Mario af met de mededeling dat hij een eenvoudig deuntje geschreven had op vakantie in Zuid Frankrijk. Het koste Pat en mij blood, sweat and tears om de structuur te doorgronden maar “Rosewine” is een blijver en terechte opener van de CD. “Lost lover blues” had ik geschreven als blues nummer maar Pat gaf er een mooi latino tintje aan! “Air“ was een nummer dat reeds lang geleden was geschreven (ten tijde van Grynical Sin) maar bij de opnames liep er altijd iets fout. Deze keer lukte het wel maar op de CD-voorstelling (zie verder) waren we wat blij dat het live in één keer lukte en toen iemand uit het publiek het vroeg als bisnummer weigerden we beleefd! Tijdens de opnames kwam er ook eenmaal een vreemde snoeshaan een try-out doen als zanger. We waren juist bezig met ‘Braindrain’, en hij vond het maar een deprimerend nummer. Hij zong liever vrolijke deuntjes. Ik was wel een beetje in mijn gat gebeten. Gelukkig was het een try - met de nadruk op – out - want the three vonden unaniem dat het niet echt klikte.
Toen de CD af was besloten we hem live voor te stellen aan ons publiek t.t.z. familie, vrienden, kennissen! We repeteerden nu regelmatiger en voelden dat de nummers beter en beter live lukten maar soms was het zwaar zoeken om terug te vinden hoe we bepaalde passages speelden.
Het optreden ging door in de school van Nancy in Stasegem ergens omstreeks Kerstmis 2006. Met de kinderen en de vrouwen erbij zetten we de zaal klaar. Een hele klus maar het resultaat mocht er wezen! Nu nog muziek maken! Daar we geen drummer hadden maakten Mario en Patrick een tape met daarop de drums en wat orgelpartijen. Voor de pauze speelden we de rustige nummers al zittend. Na de pauze de hardere nummers rechtstaand. Wij waren in alle geval heel tevreden weinig fouten en een redelijke sound (en bovendien een eigen sound!). Het publiek was (iets te) rustig maar toch wel positief en enthousiast achteraf. Mario maakte voor dit optreden ook nog een heel leuke visuele ondersteuning zo had het publiek iets om naar te kijken. Met de opbrengsten van dit optreden kochten we een professionele zangmicro.
Na dit optreden vielen we niet echt in een gat want bij de volgende jamsessie lagen er weeral heel wat ideeën op tafel. We gaven de aftrap met "Rock and roll at home" en met nummers als “Blues for dummies“ en “Your name all over again” evolueerden we richting blues! Alhoewel dat Pat steeds een “sterretje” aftrok bij een eerste luisterbeurt van nieuwe bluesnummers…
Toen ik 50 werd (en tevens 25 jaar getrouwd) speelden we tijdens de receptie van het feest live in de tuin (14 juli 2007). We sloten onze set af (dacht ik) met "In between" (afscheid van de periode 45-50) en "Over fifty" (I’m glad I’m over fifty…) maar Pat verraste me nog met "Hey Ben, Watt’s up" waarop Kriesta and the kids meezongen en waarop ik ook direct moest meespelen en meezingen. Een memorabel moment!
Groot evenement toen halfweg de opnames van de volgende CD Pat plotseling op de proppen kwam met een zangeres. Een tip van Koen Biesbrouck, een vroegere gitarist van de band . Hannelore Decuypere deed haar intrede op “Miss understood” en “Another me” twee schitterend nummer van Pat, op het lijf geschreven van Hanne. Het concept rond de komende CD werd plotseling volledig omgegooid. Het werd nu een soort dubbel-cd met op het eerste deel (Tickled pink) eerder rustige nummers met Hannelore in zang of samenzang en op het tweede deel (No real bluesmen) eerder blues en hardere nummers. Mario voegde er met “My groupie(s)” nog een schitterend hard rock nummer tegenaan.
De CD “Tickled Pink/No real bluesmen (2008)” werd goed onthaald door ons vast publiek maar de meningen over de zangeres waren sterk verdeeld. Van ronduit positief tot niet echt een meerwaarde. We kregen volop lof voor onze gitaarpartijen en bij momenten zelfs voor onze samenzang.
Voor de volgende jam in het schoolhuis te Deerlijk was Hanne er nog bij maar kort daarna verdween ze met de noorderzon. Ze reageerde niet op Pat zijn mailtjes en berichtjes. Veel later hoorden we dat Hanne in een echtscheiding terecht kwam en dus geen zin en tijd meer had voor haar hobby. Jammer want de samenzang zoals op “Christmas song” klonk wel bijzonder goed, mijn gedacht!
Stilvallen zit er niet in met Pat onze super-Foxx als stuwende kracht achter deze three-man-sound. De volgende jam ging door in het schoolhuis te Deerlijk. Patrick haalde zijn Fender uit de kast maar die bleek lichtjes beschimmeld. Hilariteit alom maar dit leverde later de prachtig song "Fungus all over" op. Als herinnering aan ons getjool en geflater tijdens deze sessie kregen we weer een proef-cd die ons een duidelijk idee gaf van wat het niet moest worden maar die ons meteen ook de kans gaf om thuis een hook, een solo of een riff te zoeken.
Ergens tussendoor speelden we ook nog eens live met Daan op drums, een positieve ervaring. De set bestond deels uit covers en deels uit eigen werk. Bijvoorbeeld: “Hold on to this song” in een sneltrein versie en ook vroeger werk van Pat en Mario waaronder het heerlijk rockende “The working devil!”
Ondertussen zat Pat Foxx ook nog niet stil en werkte stilletjes aan wat losse ideeën die hij nog van jaren ver liggen had. Het goed onder de knie krijgen van het fruity-loops programma en de aankoop van een nieuwe Fender Stratocaster resulteerden in een eerste solo-CD “Welcome to the light (2009)” Hierop staan een aantal instrumentale nummers die de zuivere klank van zijn Stratocaster in de spotlights zet en daarnaast nog een aantal vocale nummers met teksten uit Pat’s persoonlijke leefwereld. Piet bestempelde dit werkstuk als “CD van de week” in een beklijvende (en ontroerende) bespreking. Leuk!
Bij de opnames van de volgende TTT-CD openden we direct al sterk met "Me against", een song over reclamejongens en vooral reclamemeisjes die me proberen te verleiden … tevergeefs. Muziek, tekst, zang en arrangement…alles viel in de juiste plooi! Met “Just like papi“ deden we een zijstap naar de jazz en dat klonk niet mis. Maar ook deze opnames hadden hun surprises.
Tijdens de opnames was er op een keer een felle discussie tussen Patrick en Mario over de sound. Een strijd tussen Korgy en Audacity waar ik me een beetje buiten hield. “I am”, een oud nummer van Mario dat nog nooit eerder een definitieve versie had gekregen op een CD, kreeg nu zelfs verschillende versies! Uiteindelijk kwam er een Belgisch compromis op tafel dat beide technici kon tevreden stellen.
Toen de CD helemaal af was moesten we nog een titel vinden. We gooiden enkele mooie zinsneden op tafel en “Focus on infinity (2010)” leek het best te passen bij het hoesontwerp dat Pat had gemaakt!
Deze PFB-production kwam uit in april 2010 en werd zoals gewoonlijk verkocht en verdeeld onder familie, vrienden, collega’s en fans. En dan is het (bang) wachten op de reacties. Grootste gemene deler uit de reacties: "Me against, Fungus all over, Twin brother, Troy, Rags in my head en With a feather" kregen de meeste stemmen voor beste songs ook al vonden wij persoonlijk "On my way to the stand" de beste opname. Van Johan (Grymonprez) en Johan (Vervaecke) kregen we uitgebreide kritische analyses. Vele collega’s reageerden zeer positief/ …dit hoort op studio Brussel …wat een variëteit …originele teksten ..maar de analyse van Yvon Six (gitaarleraar en componist) bracht ons weer met beide voeten op de grond: een drietal nummers kregen een pluim, enkele nummers konden worden gered mits aanpassingen maar de rest werd genadeloos verwezen naar de” dustbin”. De zang kreeg het meest kritiek, alleen Pat kreeg af en toe een nipt voldoende. Fungus werd door deze kenner beschreven als een oersaai cowboyliedje maar werd door tientallen andere luisteraars de hemel ingeprezen. Zo zie je maar…
Naar het einde van de opnames toe kregen we weer zin in live samenspelen en het idee groeide om deze cd unplugged voor te stellen aan vrienden, familie en fans. Dit idee was mede ontstaan door een terechte lichte wrevel van Mario over onze manier van werken die meer weg had van studiomuzikanten die hun partij kwamen inspelen in de studio dan van vrienden die samen musiceerden. We oefenden verbeten en Mario kocht speciaal voor de gelegenheid een akoestische bas. Een goeie investering!
Om het geheel cosy te houden wilden we dat het liefst thuis doen. And we did… op de eerste zaterdag van juli was er bij Piet en Kriesta thuis de première. Een veertigtal gasten genoten duidelijk van onze nummers en de nieuw verpakte manier van spelen. We openden met een schitterend mysterieuze versie van “Singing High” en “I am” dat nu plotseling een meezinger was klonk ook heel fris. Nadien gezellig nakaarten met de Johans en andere fans, TTT = terrific three topmoment!
Een aantal mensen had de CD reeds grondig beluisterd en kon beide versies vergelijken. Het was leuk om te horen dat beide versies werden geapprecieerd.
We deden het concert nog eens over bij Mario en Michèle ergens begin september. Het was schitterend weer en we konden buiten spelen. Het publiek en de hond waren razend enthousiast mede dankzij de wijn (homemade Mario) die rijkelijk vloeide! Dit concert werd vakkundig ingeblikt door Mario en leverde een mooi souvenir op, een collectors item voor de echte fans!
Het begint stillekesaan déja vu te worden maar het was weer confituurtijd. Eind september 2010 jamden we er weer al op los en aan ideeën geen gebrek, dit was werkelijk jamais entendu. De vakantie had duidelijk inspiratie geleverd. We evolueerden duidelijk naar jazzsferen maar na de eerste mixen bleef er toch een ontevredenheid en wrevel hangen. Mario zat met een andere sound in zijn hoofd, Piet wou andere zangers en zangeressen aantrekken, Pat was het mixen beu en kreeg te pas en ten onpas tuittonen en oorsuizingen
Vele mails en discussieforums later was het compromis in de maak: de nummers uitwerken zonder drum en een basis opnemen in één keer en dan zoeken wat er nog moest worden aan toegevoegd.
Na enkele repetities was dit heel veelbelovend. We hadden zelfs als een concept van “three-somes”, telkens 3 nummers aan elkaar haken door middel van instrumentaaltjes. Jammer genoeg konden we niet verder werken door tijdsgebrek. Mario had een nieuwe wending aan zijn loopbaan gegeven en moest op zaterdagen bijscholen. Daarentegen zaten Piet en mezelf met een grote hoeveelheid nieuwe nummers waar we niet weg mee konden. Bij mij bleef het kriebelen en maakte ik een vervolg op m’n vorige solo-cd “Welcome to the light” uit 2009. Ik zat al een tijdje met het idee om als hoesje een oude jeugdfoto te gebruiken. De cd werd “Mad man’s last wish” (2011) gedoopt en bevatte heel wat nummers die klaarlagen voor de TTT, maar ook enkele nieuwe instrumentaaltjes en een paar oude teksten waar ik een nieuwe melodie voor gebruikte die ik gemaakt had voor één van Piet’s nummers waar hij maar ‘één sterretje’ voor gekregen had.
Maar dit is een ander (leuk) verhaal:
Piet is pas de laatste 10 jaar aan z’n songschrijverscarrière gestart en moest dus heel wat tijd inhalen. Dit resulteerde in pakken nieuwe liedjes die ik telkens op een demo-cd-tje zette, gewoon om ze niet te vergeten. Het werd een gewoonte dat ik aan elke cd een naam gaf en sterretjes per nummer: van 1 ster (uit beleefdheid) tot 5 sterren (topnummer). De nummers met 4 of 5 sterren haalden het meestal voor een TTT-cd. De tekst van de nummers met 1 of 2 sterren gaf Piet dan aan mij of aan Mario om er wat beters van te maken. Traditioneel kregen blues-nummers een sterretje minder. Piet had hierover reeds een nummer gemaakt!
Zo zijn er in het verleden al heel wat nummers verschenen onder een duo schrijverschap: “the last verse”, “Rock’n’roll at home”, “Father and son”, “Something useles”, ‘Just like papi’ en ‘On my way to the stand’, één van de meest geslaagde samenwerkingen, mijn gedacht!
2012
Mario bleef maar bijscholen op zaterdag en Piet bleef maar nieuwe nummers maken. Ikzelf had na m’n muzikaal productief verlof op Ile De Rez in 2011 nog een pak nummers van Piet op muziek gezet en daarnaast nog heel wat eigen nummers gemaakt. Ook had ik met ‘garage-band’ op mijn I-pad ook wat ‘grooves’ in elkaar geknutseld. In het geheim werkte ik daar gestaag verder aan en kwam plotseling tot de conclusie dat ik opnieuw voldoende materiaal had voor een derde solo-cd: begin 2012 lag “The happy few songs/the few happy grooves” in de thuiswinkel. Het was de eerste keer dat ik volledig tevreden was over de zang en de opnamekwaliteit. Ondanks dit alles waren de reacties van de fans eerder aan de lauwe kant. Ik gaf deze cd ook aan een aantal nieuwe mensen en daar kwamen opmerkelijk meer positieve reacties. Raar…..
Vanaf juni schoot de TTT-trein terug volle vaart vooruit. Mario haalde zijn diploma en kon de schoolboeken opbergen en we herpakten waar we 2 jaar geleden min of meer gestopt waren. Met hernieuwde energie werkten we pijlsnel een hele resem nieuwe nummers af op de afgesproken manier: geen drumcomputer, wel zuiver gitaarwerk en aandacht voor de samenzang met daarbij een vleugje percussie. Het concept van 3 liedjes aan elkaar te schakelen lieten we wel varen daar het opnametechnisch te moeilijk ging worden.
Tegen het einde van het jaar hadden we 16 afgewerkte nummers en wat ook nieuw was, na het vele mixen en masteren dat ik al jaren alleen deed, deden we nu samen de mastering bij Mario thuis aan de keukentafel. Een leuke nieuwe ervaring!
2013
De nieuweling werd “High Infidelity” (2013) gedoopt en verscheen op 1 januari 2013. Dit naar de ommekeer in ons werkingsmechanisme, we waren onszelf wat ongehoorzaam geweest… Deze cd bevat immers een enorme variatie in soorten stijl. “A fairytale life”, het eerste nummer van de cd is een kleine symfonie, een samenwerking van ons 3, met een prachtig, (al zeg ik het zelf) machtig georchestreerd arrangement.
De cd werd zoals gewoonlijk aan vrienden en kennissen verspreid en de reacties waren zeer positief. De drumcomputer werd niet gemist en voor het eerst kregen we positieve feedback over de samenzang.
A fairytale life, maar ook “Rough enough, Gettin’ happy, Hanging on, Throwing of the chains” (met drum) en de 5 instrumentaaltjes konden het best de luisteraar bekoren.
Er werden plannen gesmeed om de cd terug unplugged voor te stellen aan de fans maar dit werd wat uitgesteld tot in juli omdat er 2 optredens op de proppen kwamen. Een eerste optreden ter gelegenheid van Pat’s 25 jarig huwelijk op 18 mei. Samen met Koen Biesbrouck en Dirk Laruweere (als verrassing op de nummers van TTT) werden er ook wat oude klassiekers uit de kast gehaald en wat nummers die Nancy in het zonnetje zetten. Torkiel Hoornaert was verrassingsgast op saxofoon op “Oh Nancy”. Een heel plezante ervaring om terug te spelen met de vrienden van vroeger. Het klikte meteen en smaakte naar meer… De dag daarop moesten we met kleine oogjes en nog wat nadorst een aperitiefconcert van 2 uur verzorgen in de kinderboerderij Bokkeslot te Deerlijk. Moe maar tevreden konden we terugkijken op dit intensieve muzikale weekend waar we wat van het ‘life on the road’- gevoel konden proeven.
6 juli was dan de grote dag voor de chronologische live opvoering van “High Infidelity”. Bij Piet thuis in Deerlijk ontvingen een 50-tig tal gasten om ons werkstuk live te beluisteren. Nadat we de zenuwen te baas waren, geraakten we op kruissnelheid en eindigden in schoonheid met 2 bisnummers: "A fairytale life" en het uiterst gesmaakte "gettin’ happy" dat zelfs volmondig werd meegezongen in het refrein. De feedback van de gasten varieerde van positief tot kippenvel. Een mooie afsluiter van de 3 jaar durende "High infidelity" periode. Winnaar voor de mooiste recensie werd Johan Vervaecke. Hij won de ‘best of van TTT’!
2014 - 2015
Na het optreden was de vraag: wat nu? Een nieuwe insteek, een nieuw geluid,…? Ik had terug zin om eens met een echte drummer te werken. En zo geschiede: op de zolder van Mario stond immers een drumstel. Daan, de zoon van Mario, speelde ook muziek en misschien wou hij wel eens meedoen? Als hardrock-drummer deed hij dat heel goed op een aantal nummers. Meer jazzy nummer lagen qua stijl wat moeilijker. Daarom vroegen we Dirk Laruweere, drummer van het eerste uur om terug wat nummers te komen inspelen. Op 2 namiddagen namen we met Dirk 6 drumtracks op. Met Daan hadden we in de loop van 2014 ook al 6 nummers opgenomen. Deze keer waren het allemaal solonummers. Mario schreef "Eleven november" en "Jean Louis", en ik rakelde ook een oud nummer van Mario op dat we nog nooit opgenomen hadden en gaf er een modern arrangement aan: "Tears they lie".
Ikzelf was ondertussen terug bezig met een solo-cd, ter gelegenheid van m’n 50-ste verjaardag "Above and beyond (2014)" zodat ik niet zoveel nummers over had. Toch hield ik een aantal van m’n beste nummer voor deze cd: "Happiness in a small place" en vooral "The Absurd" dat unaniem als klein meesterwerk werd bestempeld. De volledige cd kreeg dan ook de naam "The Absurds (2015)". Toppers van Piet waren "Inversely proportional" en "The ocean of heartbeats".
De mastering gebeurde opnieuw bij Mario maar onze oren waren blijkbaar niet al te goed in vorm. Toen we onze cd aan drummer Dirk ten gehore brachten sprak hij van ‘een mist’ over de volledige cd. Daarop werd er een tweede ronde mastering gedaan zodat de mist optrok en we dan ook geen klachten meer hoorden over het geluid. De CD kreeg zeer positieve kritiek, ook omwille van de live-drums en de mooie arrangementen. Een aantal mensen vonden de hardrock richting van het laatste nummer "Faking summer" de max! De zanglijn hadden we voor een deel te danken aan een zangtrack van Daan (een echte hard rocker !) Waar ik ook zeer tevreden over ben zijn de solo’s die ik op de verschillende nummers heb gespeeld. Ik had immers wat gitaarles gevolgd en wat nieuwe technieken ontdekt die ik op deze cd ruim gebruikte.
Ondertussen wilden we ook deze cd live eens spelen. Daan wou alle nummers drummen en zo gingen we te werk. Een hele klus was het terugvinden van de verschillende solo’s.
2016
In 2016 bleven we oefenen aan de nummer om ze live te brengen: 20 augustus 2016 zou de datum worden van het optreden.
Ondertussen had ik in 2015 opnieuw heel wat nummers geschreven over de dingen die in de wereld gebeurden, stof genoeg maar ook over de dingen die ikzelf overkomen was. Omdat één van onze fans gevraagd had om eens een conceptalbum te maken vond ik dit het goeie moment. De cd "The secret World of Pat Foxx, the lowdown on 2015 (2016)" werd op 1 juni 2016 gelanceerd.
Dan was het uiteindelijk 20 augustus 2016. De datum waarop we onze CD ‘The Absurds’ live met drums gingen brengen. Toen we bij Mario aankwamen zagen we dat Daan geïnvesteerd had in een nieuw elektronisch drumtoestel van Roland en Mario in een Fender basversterker. Dit ging het regelen van het geluidsniveau duidelijk ten goede komen. Het weer was die dag nogal dubieus maar uiteindelijk veel beter dan voorspeld. De tent moest zorgen dat wind en eventuele regenbuien toch gecounterd konden worden. Om 17u00 was het zover, een eerste onweerbui.! De weersvoorspelling van Daan 2, vriend van Lisa werd echter waarheid en de rest van de avond bleef het droog. Het publiek stroomde toe via de witte poort en de rode loper en om 20u40 begonnen we eraan. Eerst speelden we volledig onze nieuwe CD (uit 2015!), gevolgd door 4 nummers uit het verleden. Elk van ons had één oud nummer gekozen: Daan koos "Exit", Piet koos "In between", Mario en ik kozen de meezingers "I am" en "Gettin’ happy". Net zoals bij de vorige CD-voorstelling werd er op het einde meegezongen en het publiek koos "Happiness in a small place" als bis-nummer. Opnieuw kregen we lovende feedback en ook Daan werd bewierookt omwille van zijn actieve drumstijl! Mario maakte een live opname als herinnering met zijn nieuwe opnametoestel en nadien stak Patrick nog een video in elkaar van het titelnummer "The Absurd", toch één van de prijsbeesten van deze CD. Dan was het tijd om deze periode af te sluiten. We hadden uiteindelijk genoeg van onze absurditeiten en deze 13 nummers. Piet kocht een nieuwe folkgitaar en allen hadden we veel goesting naar nieuwe nummers en nieuwe uitdagingen!
2017
Ondertussen maakte Pat Foxx nog een tussendoortje tijdens de vakantie: "Short Attention Span, the few happy grooves volume 2 (2017)", een vervolg op het tweede deel van de cd ‘The happy few songs’ uit 2012. Korte instrumentale nummers omdat ik wat gefrustreerd was dat de liedjes op ons YouTube kanaal steeds maar voor een kort stukje bekeken/beluisterd werden… (maar blijkbaar geldt dit voor de meeste filmpjes). Releasedatum: 1 januari 2017.
Op naar het volgende project? Een schare van gast-zangeressen? Een andere uitbreiding van TTT? Of gewoon verder TTT 6.0 ?
2017 - 2018
Uiteindelijk beslisten we om niet meer met live-drums te werken. Op de zolder was de volumineuze sound van Daan te overweldigend voor onze oren. Een alternatief vond ik in de uitbreiding van de garage-band drummers, die toch redelijk de echte sound van een drummer benaderen. Op die manier gingen we te werk om de nieuwe nummers die we aan het maken waren te arrangeren. Piet en Mario vonden het uitstekend klinken en we waren opnieuw vertrokken. Mario en Patrick die nu beiden aan het lesgeven waren geslagen, schreven nogal wat nummers over hun carrière wijzigingen. Eén van die nummers was "Platooning" van Mario. Het werd ook de titel van de nieuwe CD, een verwijzing naar de blindelingse samenwerking tussen de 3 bandleden. De CD blinkt terug uit door scherpe teksten, verrassende arrangementen en veelzijdigheid. Ook de reggae was van de partij! Deze keer kregen we zelfs positieve feedback op de samenzang… De CD "Platooning (2018)" werd opnieuw aan vrienden en kennissen verdeeld. Prijsbeesten waren deze keer "Sleeping on both ears" van Pat, "Scratch" van Ben Watts en het titelnummer van Mario. Opnieuw dachten we na om de CD live te brengen.
2019
De locatie AAP – BOLWERK op de grens van Stasegem en Kortrijk werd gekozen en op 12 april 2019 was het zover. Met de hulp van Goderik als vierde man op de keyboards brachten we de integrale CD in hun origineel arrangement en nog wat oudere hits. Door de heel koude temperatuur op deze vrijdag in april en het lage muziekvolume werd alles nogal rommelig zodat we zelf niet zo tevreden waren over het optreden. Toch zijn er enkele mooie herinneringen behouden door de filmopnames van een vriend van Mario, te bekijken op enkele YouTube filmpjes.
Enkele dagen later hadden we echter nog een optreden. Fabienne van de bib te Harelbeke had een groepje nodig om haar pensioenviering op te luisteren in de bibliotheek. Ik kende Fabienne al lang en ze wou ons al lang eens zien spelen. Ze was dan ook aanwezig tijdens het optreden in Bolwerk op vond het zelf heel goed.
Op het optreden in de bib werden we wel gevraagd om niet al te veel te zingen… en toch een cover te spelen: "Albatros" van "Fleetwood Mac", wat we dan ook deden. De muziek moest een illustratie zijn bij de aquarellen met vogels van Fabienne. Het optreden verliep niet vlekkeloos maar we amuseerden ons toch en het leverde toch enkele nieuwe fans op.
Dit was het einde van de "Platooning" periode. Op dan maar naar nieuw werk.
Aan het begin van de grote vakantie kwamen de 3 bandleden opnieuw samen om hun nieuwe werk aan elkaar voor te stellen. Ben Watts had opnieuw een volle demo-cd waar grondig werd uit geselecteerd. Pat kwam af met een aantal bijna afgewerkte liedjes en Em Dee beloofde tijdens zijn vakantie opnieuw te werken aan zijn nummers…
2020
In ons achterhoofd speelde nog steeds het idee om te werken met gastzangeressen. Vooral Piet was grote voorstander. Ik kende een zangeres uit mijn vroegere school waar ik lesgaf. Iris Turpyn had graag eens gezien hoe we nummers opnamen en was kandidaat om er ook een paar in te zingen. Patrick sprak af met Iris om te polsen of het klikte. Er passeerden enkele nummers de revue en Iris bleek het meest te voelen voor enkele trage nummers. Ze zou ze thuis inoefenen.
Algauw stonden we terug klaar op de zolderstudio van Mario om de nieuwe nummers in te blikken. Dit deden we nog steeds met ons ‘Korg-bakje’. Dit gaf ons de mogelijkheid om thuis verder te werken en de opnames te verbeteren. Iris kwam op een namiddag om 2 nummers in te zingen. Dit deed ze bijzonder goed en het resultaat werd behouden voor de toekomstige nieuwe CD. "Mary’s alone" en "A dog and a blind girl" waren 2 trage nummer die goed geslaagd waren zodat Pat er onmiddellijk een video van maakte.
Een andere kandidate om enkele nummers in te zingen was Charlotte Eeckhout. Mario en ikzelf kenden Charlotte al van vroegere projecten. We kenden haar kwaliteiten en vroegen haar om wat meer rock-getinte nummers in te zingen. Ze oefende dit thuis in en kwam op twee zaterdagen naar Wevelgem om deze nummers in te zingen op onze zolder: "Many changes, Comedy caper, Sorry if I did, Look what I found" en de refreinen van "Just passing through". Meer dan tevreden met het resultaat zagen we de toekomst blij tegemoet. Het zou een schone CD worden…
Maart 2020
Alles viel stil…
We deden enkele pogingen om terug samen te spelen maar door de verschillende golven vielen de plannen steeds in het water.
Er zat niets anders op dan alleen wat muziek te maken. Piet deed verder met het componeren van nieuwe nummers, Mario verloor zijn muzikale drive wat en Pat vond het tijd om nog een concept solo-CD te maken:
"In Perspective (2020)" … van betere tijden was een werkstuk van bijna één uur. Eerst een inleidend nummer "Rising fog" dat eigenlijk bedoeld was voor TTT (Fog) maar hier nu als openingstrack werd gebruikt, en dan een middenstuk van verwante nummers, ‘Suite pandemic’ gedoopt als concept. Omdat ik de liedjes al een aantal keer te veel gehoord had vroeg ik onze vriend Johan Grymonprez om de CD te masteren, wat hij ook met succes deed. Ondanks het thema staan er toch enkele swingende nummers op, die te zien zijn op ons YouTube kanaal: "Exit strat. Stage 3 (on the beach)" en "She’s mad (in bed)", waarvan de zanglijn opgenomen is in bed op vakantie in Nederland!
2021
Leuke verrassing op 14 februari was ons resultaat in de Deerlijkse tijdloze: met ons nummer ‘The absurd’ belandden we op de 12de plaats voor enkele meer bekende Deerlijkenaars. Hoe we zo hoog op de ranking kwamen is nog steeds niet helemaal duidelijk. Wie stemde er in grote getale voor ons? Laat maar weten!
Ranking: DEERLIJKSE TIJDLOZE 14/2/2021: 50 Momoyo - Colours 49 Gesman - Ip boane ut space 48 Dogwalker - The Calling 47 Blunt - Va t’en 46 Def Value - Friend of mine 45. Et Encore - La fin des filles 44 Highway Jack - 2nd to none 43 Gesman - Mathieu III 42 Blunt - Why Worry41 Hannelore Bedert – Janker 40 Douro - Our Story 39 Uncle Wellington’s Wives - Lord, I Fear Eternity 38 Tainted Towels - Breaking Up 37 Jérémie Vrielynck - Slechte gewoonte 36 Dogwalker - Summer has gone 35 Def Value – Valentine 34 Kamiel - Me wuf is weg 33 Gesman – Mankepwot 32 Café des Sports – Vergeten 31 Tainted Towels - Picture Song 30 Momoyo – Skin 29 Et Encore - Beer Brother 28 Def Value – Spermbird 27 Neander - Hier en Nu 26 Highway Jack - This Is Dawn 25 Hannelore Bedert - Altijd Nooit Meer 24 Et Encore - Swedish Lesbians 23 Niels Destadsbader - Verover Mij 22 Neander - Adem 21 Jérémie Vrielynck - Alleen bij jou 20 Et Encore - I’ll come home 19 Def Value – Bitch 18 Zinger - Out of Time 17 Et Encore - Lapin au cidre de la Suzanne 16 Hannelore Bedert - Vanaf nu doe ik alles wat ik wil 15 Eraserhead - Do Androids Dream Of Electric Sheep 14 Niels Destadsbader - Hey Pa 13 Et Encore - Plastic Jesus 12 The Terrific Three – The Absurd 11 mOrbus – Rosa 10 Niels Destadsbader – Speeltijd 9 Ignace Baert - More Than Sympathy 8 Et Encore - Et Encore 7 Tainted Towels – Schwarzwaldklinike 6 Zinger – Grace 5. Claire - Vreemde Vogels 4 Et Encore H- Wool Is Cool 3. mOrbus – Alone 2 Café des Sports - Café des Sports (aka Pinten Drinken) 1 Def Value – Heaven
De pandemie bleef duren en TTT zaten met heel wat nummers die bijna afgewerkt waren. Vooral het gegeven dat de opnames met de zangeressen zo goed geslaagd waren en onze basman de tijd niet vond om op enkele nummers nog een baslijn te spelen deed me beslissen het risico te nemen om de 10 nummers waarmee we bezig waren af te werken en er een volwaardige CD van te maken. Ik verraste mijn mede-TTT-ers met een afgewerkt product "Weightless (2021)" gedoopt. Er was eerst wat twijfel maar al snel werd de CD als waardige opvolger van ‘Platooning’ aanvaardt. Het was immers geleden van 2018 dat er nog nieuw werk verschenen was.
In de grote vakantie van 2021 konden we uiteindelijk opnieuw wat jammen en werden enkele klassiekers van onder het stof gehaald ter voorbereiding van een ‘eventueel’ optreden… Ook kwamen de nieuwe wilde muzikale ideeën en de flarden tekst samen op enkele andere jamsessies… TTT gingen terug aan het werk op de nieuwe zolderkamer ten huize Pat Foxx.
2022 - 2023
In februari 2023 werd het ei gelegd! "Nearly Perfect Nearly Terrific (2023)". Bijna perfect ovaal, met een verschrikkelijk bizarre kleur maar een heerlijke smaak. De muziek gaat van bijna pop tot perfecte rock, van bijna reggae tot perfecte blues. De teksten van luchtig (Happy to have) tot een ferme rugzak (How lonely), van wijs (Be yourself) tot hilarisch (The world can wait). En er valt nog heel wat meer te beleven … maak kennis met Heather en fluit mee met de ode aan alle dappere vrouwen. Maar starten moet je zeker doen met de hit in wording … Happy to have!
Ondanks de 14 mooie nieuwe nummers was er toch wat onenigheid onder de bandleden over het arrangement van sommige liedjes en besloot Em Dee niet verder deel te nemen aan repetities en opnames. Spijitg. Was dit de laatste CD van TTT?
Ook in 2023 nam Ben Watts (als Peter Ben Watts) de tijd om een CD te maken met eigen blues-nummers die hem nauw aan het hart lagen maar nooit op een CD van TTT waren terecht gekomen. Dit resulteerde op 11 november 2023 in een mooi resultaat, een schijfje met 19 nummers: "Peter Ben Watts - This is my blues (2023)". Te verkrijgen op bestelling bij Ben Watts.
Daar het CD-formaat voorbijgestreefd begon te raken gaf Piet de CD in bruikleen via een doorgeefsysteem. Wie de CD (grondig) beluisterd had mocht deze doorgeven aan een volgende kennis.
2024 - 2025
Gelijktijdig met het arrangeren van de blues-cd van Ben Watts nam Pat Foxx zijn 8 ste soloalbum op: "Lovely mistakes (2024)". Geïnspireerd door de split van TTT en andere gebeurtenissen bracht hij 15 nieuwe nummers uit.
Ondertussen besloten Pat Foxx en Ben Watts verder muziek te spelen en uit te brengen onder de naam "Twilight Twins". Op zaterdag 9 december gaven ze een mini-concertje voor enkele vrienden. In maart en april 2025 hadden ze twee optredens. Eén in het jazz-café te Kortrijk en een optreden in Atelier Offline te Waregem. Het jazz-café in valentijnssfeer zat volgeladen vol maar door het vele gekletter van vork en mes kon het concert maar goed tot zijn recht komen voor de mensen vooraan en aan de bar.
In Atelier Offlne hadden we een stil luisterend publiek en kwamen er enkele oude bekenden op bezoek: Fabienne Fervers die laaiend enthousiast reageerde en Lieven en zijn echtgenote Dorien, de beste badmintonner die DZ99 ooit gehad heeft... Dit was echt een leuk concert. Johan Grymonprez kwam enkele keren om de studio TT-versies van onze songs te vereeuwigen op "The Barefoot Sessions (2025)".
Ondertussen was Pat Foxx al aan het werk voor een volgende solo-CD: deze verscheen in mei 2025 met de titel 'World of Choices (2025)'. 12 nieuwe nummers en 7 experimenten opgenomen tijdens een city-trip in Lyon. Kompaan Piet reageerde dat dit tot op heden mijn beste solo-CD was.
AI omschreef dit zo:
'Pat Foxx, aka Patrick Devos, is a talented musician with a diverse musical background, drawing influences from Pink Floyd, pop, rock, blues, folk and jazz. With a career spanning multiple bands and solo projects, he's now on his ninth solo album, showcasing his creative range as a jack-of-all-trades artist handling everything from conceptualization to production.
His music features original songs with idiosyncratic and sensible lyrics, beautiful guitar work and well-arranged compositions that resonate emotionally.'
Pat Foxx bleek ambitieus en zette gedurende de maanden juli en augustus van 2025 zijn laatste 9 solo-CD's op de verschillende muziekplatformen, waaronder Spotify. Te beluisteren voor het nageslacht...
2026
Pat Foxx brengt zijn nieuw album uit: "Dreaming of a place...(2026)". Te vinden op alle muziekplatformen. In een toonaangevend Engels muziekblad konden we deze bijzondere review terugvinden:
Album Review – Dreaming of a Place… by Pat Foxx
The title alone invites you to drift away—and with the accompanying artwork, you truly feel transported into another world. The music lives up to that promise, offering a cohesive and tastefully crafted journey filled with detail, atmosphere, and emotional depth.
The album opens with “Twenty-Five Hours,” a strong and well-balanced track both musically and lyrically. It immediately sets the tone: mature, engaging, and carefully constructed. As an opener, it works surprisingly well, drawing the listener in with confidence.
“On My Way” follows with a lighter, uplifting feel. Its playful drum groove and guitar instantly evoke a sense of travel and freedom, supported by a varied and inventive arrangement that keeps things fresh.
With “A Thousand Dreams,” the album reaches one of its highest peaks. This track borders on brilliance, especially in its overwhelming outro, where brass, a flowing bass line, layered guitars, and subtle textures merge into a rich and captivating whole.
“Spain” delivers solid musicianship, with tasteful instrumental passages and a charming flute introduction. While it may not stand out as a top highlight, there is certainly “nothing wrong with it,” and it fits comfortably within the album’s overall atmosphere.
“Cinema Pathetic” stands out through its dynamic composition and emotional weight—sensitive yet powerful, with an undercurrent of social awareness that adds depth and relevance.
The title track, “Dreaming of a Place…” forms the emotional core of the album. Nostalgic and evocative, it is carried by expressive vocals and thoughtful musical layering. Despite its length, it never loses the listener’s attention, unfolding gradually and meaningfully.
“Pointing People” brings a touch of playfulness, both in its concept and its colorful palette of sounds. The brass elements add warmth and character, balancing power with smoothness.
With “Lazy Monday Morning,” the album slows into a warm, immersive mood. The interplay between electric piano and guitar is particularly beautiful, and one can’t help but wish that moment lasted even longer before shifting direction.
“SFSS” ventures into more experimental territory. The combination of organ and vocals may not appeal to everyone, but the strong closing solo restores balance and leaves a lasting impression.
The album closes with “Bring Back the Night,” another well-crafted track that perhaps leans slightly toward repetition toward the end. Still, it serves as a fitting conclusion, gently bringing the journey to a close.
Throughout the album, it becomes increasingly clear that Pat Foxx has a natural gift for melody and arrangement. He creates engaging musical ideas with apparent ease, while continuously refining his sound. The integration of piano and synthesizer feels more deliberate than before, contributing to a modern yet organic sonic identity.
The record forms a strong and unified whole in terms of style and arrangement—one of its greatest strengths, though at times this cohesion can make individual tracks blend together on first listen. The vocals are often expressive and sincere, though occasionally they lean toward a softer, almost whispered delivery that might benefit from more variation or additional backing voices.
Lyrically, the album is consistently strong, with thoughtful themes and touches of social commentary that elevate it beyond pure atmosphere. Combined with inventive intros, layered arrangements, and careful attention to song endings, this is clearly a work crafted with dedication and vision.
Conclusion:
Dreaming of a Place… is a refined and cohesive album that confirms Pat Foxx as a songwriter with both skill and artistic identity. Subtle at first, but increasingly rewarding, it’s an album that reveals more with every listen.