- Sportiviteit
- Aandacht voor het materiaal
- Keuze van het materiaal
- Gedrag
- Spelregelkennis
- Uitgangshoudingen
- Voetenwerk
- Springen
- Vangen: oprapen, onderhands, omarmen op het lichaam, bovenhands
- Vallen, duiken en zweven
- Tippen, stompen
- Duel 1 tegen 1
- Meevoetballen
- Duel in de lucht
- Terugspeelbal
- Werpen, rollen, slingerworp, strekworp
- Uittrappen uit de hand; volley en drop-kick
- Doeltrap
- Tijdens het spel: schoten, voorzetten, diepteballen en het duel 1:1
- Bij spelhervattingen: corners, vrije trappen, penalty's, inworp, aftrap,...
- Beheersen van gebieden: diepteballen, flankballen, lobs
- Keuze van moment van trappen en werpen
Communicatie tijdens het spel: bij balbezit, balverlies en omschakeling, spelhervattingen
- Uithouding
- Snelheid: loopsnelheid, handelingssnelheid, reflex
- Lenigheid
- Coördinatie
- Kracht: algemeen, spring-, trap-, werp- en stootkracht
- Inzet, instelling doorzettingsvermogen, durf, moed en lef
- Concentratie
- Zelfvertrouwen en anticipatie