Oorlogsslachtoffers

Betreft aangifte van het overlijden van vermisten  Wet van 2 Juni 1949         (Staatsblad no J 227)

Algemeen
In de tweede wereldoorlog zijn er circa 210.000 Nederlanders  omgekomen. (Bron CBS 1955)
Vastgesteld is wel dat ruim 105.000 daarvan Joodse Nederlanders zijn, die omgekomen zijn in concentratiekampen
Gebaseerd op cijfers van de volkstelling bevolking van 1930, vertegenwoordigde de Joodse bevolking 1,4% van de totale 
Nederlandse bevolking
Op 1 Januari 1942 was de totale  Nederlandse bevolking groot; 9.000.722 inwoners.
Uitgaande van een extra toename van de Joodse bevolking uit Duitsland in de periode 1933-1939, mag haar vertegenwoordiging
zeker nog op 1,4% of zelfs 1,5% van de totale bevolking worden geschat. 
Deze toename mag worden geschat op 17.000 (Bron
Minister-president Hendrikus Colijn  in tweede kamer december 1938)
Hierdoor komt de Joodse bevolking in Nederland omstreeks 1942 op een aantal van tussen de 140.000 -145.000.
Uit de volkstelling van 1947 blijkt dat er 14.346 Joodse Nederlanders de oorlog hebben overleefd.
Men mag aannemen, dat dit aantal de Nederlandse nationaliteit bezit, en derhalve als overlevende mag worden aangemerkt.
Dit zou kunnen betekenen dat er meer Joodse Nederlanders zijn omgekomen dan tot heden wordt aangenomen.
Dat er ruim 105.000 namen van Joodse slachtoffers bekend zijn, betekend niet dat dit alle namen van slachtoffers zijn

Registratie
Een deel van de Joden is natuurlijk in de periode tussen hun verblijf in hun woonplaats tot op het moment van deportatie
een natuurlijke dood gestorven, en als zodanig uit het bevolkingsregister uitgeschreven.
Een vermoedelijk klein deel heeft zelfmoord gepleegd, en ook die aantallen zijn niet meer te controleren.
Ook een onbekend deel van de gevluchte Joden waren ingeschreven in zogenaamde vreemdelingenregisters, en ook daarvan
is niet bekend, of deze ook meegeteld zijn in het aantal slachtoffers.
Het merendeel van de uit Duitsland gevluchte Joden is bij familie in getrokken, en dus ingeschreven in de bevolkingsregister
van de hoofdbewoner.
De Joden die zijn gedeporteerd, zijn door de overheid (gemeenten) uit de bevolkingsregisters afgevoerd als zijnde emigranten.
Hun overlijden was in die periode 1942-1945 officieel niet bekend.

Statistieken Joodse gemeenschap
Het aantal Joodse Nederlanders is in de statistieken alleen geregistreerd als religieuze minderheid gedurende de tienjarige Volkstellingen.
De laatste Volkstelling van vóór de Oorlog was in 1930, en de eerste daarna was in Mei 1947.
In de volkstelling werd de Kerkelijke gezindte van bewoners vastgesteld en als zodanig geregistreerd.
Tussen de periode 1930-1939 was de Joodse gemeenschap normaal meegegroeid in het geboorteoverschot in Nederland, maar door de
antisemitische atmosfeer en anti Joodse maatregelen in Duitsland was een geschat aantal Duitse Joden naar Nederland gevlucht.
Uit beantwoording van Kamervragen december 1938 aan Minister-president Colijn blijkt dat naar schatting 17.000
van de de gevluchte Joden hier is gebleven. Dit rechtvaardigt deze toename in de statistieken op te nemen.

Sterfte en oorlog
Uit de CBS sterftetafels van de periode 1940-1945 blijkt dat er 30.408 Nederlanders in de oorlog zijn omgekomen door directe
betrokkenheid daarin. Dit is correct in de statistieken weergegeven.
Volgens het CBS zouden er ook 39.000 gedeporteerde politieke gevangenen, tewerkgestelden en
militairen in Duitse Krijgsdienst zijn omgekomen door oorlogsgeweld.
In de statistieken van 1943-1946 opgemaakt in 1948 zijn ten aanzien van deze 39.000 omgekomen gedeporteerde etc. 
personen geen duidelijke controleerbare cijfers te vinden, waaruit dit zou blijken.
Het oorzakelijke verband tussen overlijden in de periode 1944-1945 met de Oorlog als geheel mag zonder meer worden aangenomen,
maar de aantallen zijn niet te distilleren uit de sterfte statistieken van die periode.
Dit voedt speculatie en al in 2007 werd door twee onderzoekers beweert dat het aantal Nederlandse oorlogsslachtoffers geen 210.000
(CBS) waren, maar zelfs 280.000.
Twijfel over de door de overheid aangenomen aantallen oorlogsslachtoffers van 210.000 is legitiem, want ook die cijfers worden niet
door harde en onweerlegbare statistische cijfers onderbouwd.

Categorieën vermisten
De overgebleven Nederlanders die door oorlogsgeweld zijn omgekomen, kunnen we onderverdelen in
5 categorieën.
1. Zeelui, die door oorlogsgeweld op zee zijn omgekomen.
2. Verzetsmensen, en de slachtoffers van represailles.
3. Een kleine groep zigeuners (Sinti en Roma).
4. Nederlanders die vrijwillig, of gedwongen in Duitsland zijn gaan werken.
5. Nederlanders die in Duitse krijgsdienst zijn getreden.

In deze database, is geen onderscheid gemaakt in deze personen, en is niet volledig.
De hier geregistreerde personen zijn na de oorlog als vermist opgegeven, en zijn dus een aanvulling op de omgekomen personen, waarvan 
al bekend was na de oorlog, waar ze zijn overleden.
Het totaal aantal geregistreerde vermiste personen bedraagt 133.200 personen (Bron inventaris Nationaal Archief periode 1948-1977)
Het aantal personen in deze database, is ongeveer 95.000.

Foutmarge
Er moet rekening worden gehouden met een redelijke foutmarge, vooral in de jaartallen, van geboorte van personen.
Ten aanzien van de Joodse slachtoffers, is er ruim voldoende informatie te vinden, om de gegevens te controleren.
Informatie Joodse Oorlogsslachtoffers:  Yad Vashem (Israel), Joods monument
Informatie over alle Nederlandse Oorlogsslachtoffers, behalve zogenaamde foute Nederlanders, Oorlogsgravenstichting

Begrippen, lg=laatselijk gehuwd, S=Sobibor, O=Oswiecim (Auschwitz). † = Tijdstip en plaats van overlijden

Van de Nederlanders die zijn gesneuveld als militair in Duitse dienst, moet worden gelet op termen als, Narva,Narwa, Rusland, Oostfront, Kiew, Finland, Estland.

Informatie: oorlogshistorie@gmail.com    

Bronnen:  Persoonsnamen 99% Staatscourant  andere cijfers CBS statistieken 1940-1946