Een korte beschrijving van biologische onsterfelijkheid
 

Terug naar de homepage

Biologische onsterfelijkheid

Deze kleine uiteenzetting heeft 5 delen: < namespace="" prefix="o" ns="urn:schemas-microsoft-com:office:office" xml="true">

 

1. een korte definitie

2. de geschiedenis van onsterfelijkheid

3. de huidige situatie wat betreft onsterfelijkheid

4. de toekomst van menselijke biologische onsterfelijkheid

5. een korte conclusie

 

1. Definitie: echte onsterfelijkheid (nooit sterven) bestaat niet. Geen levende wezen is onvernietigbaar zelfs niet wat men noemt de "extremofielen".  De extremofielen zijn organismes die in extreme omstandigheden leven zoals een zeer hoge temperatuur of een zeer hoge radioactiviteit. Deze levende wezens sterven toch als het milieu niet meer voor hen aangepast is.

 

Hier heb ik het over wat men noemt biologische onsterfelijkheid. Dus niet van ouderdom sterven. Jullie denken waarschijnlijk: leven zonder dood bestaat niet en jullie hebben gelijk. Maar waarschijnlijk denken jullie ook: leven zonder ouderdom bestaat niet en dat is niet waar.

 

2. De geschiedenis van biologische onsterfelijkheid. Een radicaal verschil tussen mensen en andere dieren is dat de mens weet dat hij gaat sterven. Bepaalde dieren zoals dolfijnen, olifanten en apen reageren specifiek als ze dode dieren van hun soort zien maar alleen wij weten we dat het einde altijd nadert.

 

Altijd jong blijven is één van de oudste dromen van de mensheid. Waarschijnlijk zijn de eerste religies ontstaan uit angst van de dood. Er bestaan ook veel legendes en sprookjes over het eeuwige leven: de verjongingsbron (fontaine de jouvence), Metusalem in de Bijbel die 969 jaar oud werd, bepaalde plaatsen waar mensen zeer oud zouden sterven,; ...  Maar buiten religie en bijgeloof, probeerden ook de mensen aan de dood te ontspannen. De alchemisten bij voorbeeld hadden 2 grootste doelen: de transmutatie van lood in goud en het geheim van de eeuwige jongheid: ze waren van plan om elixers te maken waardoor men onsterfelijk kon worden. Men heeft dus lang gezocht naar plaatsen en substanties voor een eeuwig leven maar zoals u het weet zonder succes tot nu toe.

 

3. De huidige situatie.  Niet alle levende wezens sterven. De oudste mens van de wereld werd 122, de Franse vrouw Jeanne Calmant. De oudste levende mens nu is een vrouw van 116.  De gemiddelde levensverwachting stijgt veel maar de levensverwachting van de mensen die aan kindersterfte en besmettelijke ziekten ontsnappen is niet zoveel hoger dan vroeger.  Bij voorbeeld Plato en Socrates stierven respectievelijk op 79 en 69 jaar en voor Socrates was het ten gevolge van een terdode veroordeling (hij moest de gifbeker drinken).  En nu is de levensverwachting van de gemiddelde man amper hoger.  Dus voor dit aspect zijn wij in feite amper verder dan 25 eeuwen geleden.

We sterven dus wanneer wij te oud worden en we denken dat alle levende wezens sterven wanneer ze te oud worden. Maar eigenlijk is het niet zo. Ouderdom is zelfs een recente uitvinding in de geschiedenis van het leven. Het leven bestaat al bijna 3 miljard jaar en gedurende 2 miljard jaren stierven de cellen niet van ouderdom. Daarna heeft "de natuur" geslachtelijke voortplanting <http://nl.wikipedia.org/wiki/Voortplanting_%28biologie%29> (seksuele reproductie) uitgevonden en ook de dood na ouderdom.

Nu nog sterven niet alle levende wezens van ouderdom.  Ik zal u 3 voorbeelden geven:

 

- De bacteriën.  In fossiele stenen heeft men levende maar "slapende" bacteriën die meer dan 40 miljoen jaar oud waren geworden.

- Het hydra.  Het hydra is een zeer klein waterroofdier van 1 millimeter tot 20 millimeter lang. 

- Bepaalde menselijke cellen sterven niet. Meer dan 50 jaar geleden heeft een arts de cellen van een ondertussen lang overleden vrouw genomen en deze cellen leven nog.  Maar het zijn kankercellen.

 

4. De toekomst van menselijke onsterfelijkheid.  Zullen we altijd van ouderdom sterven?  Volgens mij waarschijnlijk niet. 

 

Waarschijnlijk niet omdat de technische vooruitgang al groot is en in feite is het één van de laatste grenzen van de wetenschap.  Ondertussen is b.v. de droom van de transmutatie een technische alhoewel zeer dure mogelijkheid geworden.

 

Er zijn verschillende oorzaken van de ouderdom.  De meest bekende oorzaak is de telomeer.  Wat is dat? Een telomeer zit aan het uiteinde van een chromosoom. Telomeer betekent in het Grieks eindstuk. Oude cellen hebben chromosomen met een korter telomeer dan jonge cellen en na elke deling wordt de telomeer kort.  Als het telomeer te kort is geworden, stopt de cel met delen of dood gaat. Een telomeer komt niet voor bij prokaryoten met een ringvormig chromosoom en daarvoor sterven die cellen niet van ouderdom.

 

Bij de mens, na ongeveer 40 delingen, is de telomeer te kort en werkt de deling niet meer correct.  Voor kankercellen gaat de verdeling te vlug en stopt niet meer.  Als wij een oplossing vinden om de telomeer lang laten is een belangrijk step naar onsterfelijkheid gemaakt.

 

Er zijn andere oorzaken van ouderdom maar a-priori lijkt het een stuk minder ingewikkeld om een oplossing te vinden dan bij voorbeeld om op de maan te stappen of een nucleaire bom te ontwikkelen.

 

Wat de mensheid misschien nodig heeft is een soort van "Manhattan Project" voor de biologische onsterfelijkheid.

 

Maar is het te hopen dat we niet meer van ouderdom sterven?

 

Volgens mij is sterven bijna nooit positief.  Natuurlijk als wij een dag niet meer van ouderdom sterven, zullen er veel specifieke problemen komen maar geen van deze problemen is onoverkoombaar.

 

Een materieel probleem is overbevolking.  Maar waarschijnlijk zouden de vrouwen heel wat minder kinderen hebben.  We hebben kinderen, bewust of onbewust o.a. om te overleven.  En misschien zou na een tijdje het geboortecijfer alleen het sterftecijfer naderen.

 

Voor de economie en de sociale zekerheid is biologische onsterfelijkheid a-priori een gouden zaak. We zouden alleen van ziekten, ongevallen en gewelddadige akten sterven en deze doden gebeuren in het algemeen vlugger dan ouderdomsdood. Dus geen pensioenkosten meer. Er zouden minder kinderen komen dus minder kinderbijslag. Eerlijk gezegd, jammer genoeg na en paar decennia zouden er waarschijnlijk meer personen met een handicap zijn.

 

Een psychologisch probleem is dat het leven minder zinvol zou kunnen zijn. Maar volgens mij, zou het leven in feite meer zin kunnen hebben met meer tijd om na te denken.

 

Het derde probleem zou de religie en filosofie kunnen zijn.  Als het technisch mogelijk wordt om niet meer van ouderdom te sterven zullen zeker bepaalde vertegenwoordigers van religies laten weten dat het niet mag omdat alleen God over onsterfelijkheid mag beslissen.  Er is hier een verwarring tussen wat goed is en wat (momenteel) onvermijdbaar is.  Het zou volgens mij een paradox zijn dat één van de eerste uitvindingen van de mens tegen de ondraaglijkheid van de dood zou het gevecht tegen de dood moeilijker maken.

 

5. Conclusie: we leven niet lang in een wereld die wij amper begrijpen.  Er zijn een paar kleine organisaties zoals the Methuselah Mouse Prize die proberen het onderzoek over biologische verjonging en biologische onsterfelijkheid te stimuleren.  Zelfs als het resultaat niet zeker is, zelfs als er b.v. 20 pct. kans is dat het ooit zal werken is het toch de moeite waard en zelfs misschien een morele verplichting om het te proberen.

 

Meer informatie (in het Engels) (juni 2006):

 

http://www.sens.org Strategies for Engineered Negligible Senescence

http://www.mprize.org Methuselah Mouse Prize

http://www.nickbostrom.com/fable/dragon.html The Fable of the Dragon-Tyrant