De kenners van de Wederopstanding gaan weer van deur tot
hofpoort met hun gekleurde brochures vol
vaderliefde. Men schijnt in volledig vertrouwen te sterven.
Er drijft houtskool tussen de gevels. Achter een tuinhuis ontploft
een overspannen pancreas.
En de deurbellen klinken, de honden staan strak aan hun leiband,
hun voorpoten graven een gat in de lucht. Een vliegtuig schrijft
reclame voor zeep in de hemel. Wij denken de zilveren
zonnebril te zien van de piloot, zo hevig wensen wij dat.
En hij lacht naar ons. Hij wil ons gelukkig zien en wij
flapperen onzeker met onze voordeur de tuin in. De zomer spuit sangria.