De patio is de ribbenkast onder klimop,
tengels van de oude aarde, toverheks,
drooggestorven moeder van het zuiden.
Tot waar de plant
ter plaatse gekomen
de schoorsteen omarmt.
Een lenige leemkleurige muurhagedis
vertrekt uit een plooi in de bodem, kriskras naar boven
met codes bestemd voor de zwijgende zon.
Alles wacht zonder verwachting.