Die nacht hebben we een grote pan
uilskuikens gegeten en heel hard gelachen
naar de maan. En toen hebben we
te dicht tegen elkaar geleund, zoals vroeger,
maar als de goden het ons vergeven dan
kunnen wij eventueel ook een deel van hun
schuld kwijtschelden. Betreffende namelijk
ons lijf en de vijftig manieren waarop het ons
vriendelijk weet te vernederen.
Verder volgen we trouw het weerbericht en
roepen we, als niemand oplet,
woorden van begeestering in onze
heel eigen taal.