Haar gezicht was een groot driehoekig
zeil in paars en blauw dat hoog
op stelten stond gespannen in het zand.
De woorden van de zon rijmden met elkaar
en kwamen boven samen in de punt.
Ik wist dat zij niet goed voor mij zou zijn
maar ik zou haar nooit verliezen.
Zij was in mij gekropen.