Dit moet nog verfilmd worden.
Een man rijdt het terrein van de carwash op, geen andere klanten op dit middaguur.
Hij stapt uit, controleert de wagen; de muziek klinkt luid uit het open portier.
Vitaal gaat hij rond, klapt de zijspiegels in.
Terwijl hij binnenrijdt zoekt hij geld en laat het raampje neer, alles in één beweging.
Dan zien wij de uitgang
waar tussen de slingerende bossen ronddraaiend lint,
op rupsbanden gedragen, de auto verschijnt.
Hij schokt lichtjes op de machine.
De man heeft zijn armen gekruist op het stuur en schijnt zo zijn hoofd te beschermen.
De tunnel spuwt het voertuig uit.
Er zitten plastic hoezen om de ruitenwissers.
De man verlaat de wagen niet.
De slingerende bossen blijven ronddraaien.