Dit is de plaats waar de wind niet komt,
en ik sta in het midden.
Na dit laatste gevecht leg ik
mijn kapotte huiden af. Ik kan nog
bewegen, ik oefen mijn taal. Mijn vingers
bewandelen voorzichtig de kassen van mijn ogen.
Morgen bedank ik mijn oudste goden,
want ook nu zijn zij nooit uit de buurt geweest.
Ik breng hen de mooiste ronde keien als offer.
Hier komt de regen, een vriendelijk teken van leven.
Eerst huilen we samen en dan kunnen we slapen.
26/09/2019