Ze legde haar hand op mijn dij
en zo zaten wij daar dan.
Ik keek dus na een kwartiertje opzij
en bracht uit: waar haal jij je zuurstof
's nachts, of nee, als zo tegen de ochtend aan
je dromen je schouders omsingeld hebben?
Nu moest ze nadenken, ik zag het.
Ik geloof, zei ze, dat ik mijn vingers dan
vasthou met mijn andere vingers.
Zo sluit ik wat vriendschap ter plaatse
voor wat het waard is.
Dit stelde mij gerust. Ik beet
voorzichtig in haar bovenarm en
ze noemde mij haar belangrijkste namen.
30/11/2019