De derde keer die dag
trok Grote Saskia al haar kleren uit.
Al jaren wisten wij niet meer welke
kant we nog moesten opkijken. Onze hals
was stram en knokig.
Door ons verknipte blikveld bewoog zij plots
heen en weer en liep de kamer uit.
Van uit de bossen riep ze nog: Ik hoop
dat de wolven mijn lijk tot voor jullie
deur komen slepen. Zo innig had ik
jullie lief, mijn ridders.
Toen wij zeker werden van de stilte, zochten we
naar water dat nog zuiver was
om van te drinken.
12/04/2017