Zeer ruw waren hun gebruiken:
ze sloegen elkaar warm met ingewanden
en zongen dan barbaarse teksten.
Verrassend, gezien hun delicate vorming.
Als het ’s avonds hevig vroor,
duwden ze met hun blote hielen
deuken in het gras
om daar ontembaar mee te lachen.
Wanneer ze weenden, waren naar het schijnt
kalveren te horen die op stenen vloeren
werden geslacht.
Hun tenten stonden altijd
langs rivieren opgesteld.
26/01/2017