Kom kijken naar de man
met de paardenlul in het
diepst van zijn gedachten.
Een zwakke tot matige zuidwestenwind
kabbelt door het sprookje van de
zeven dweilen, de kraan staat
open als een sluis. Een man trekt een
spoor van miserie door de grond, langs
weerskanten de afdruk
van een vermoeide bottine.
Van ver roept een dijkbreuk: ik kom!
En zij komt en zij komt als geen dijkbreuk ooit kwam.
13/04/2014