Er was een tafel in een donkere hoek, waar ik met mijn glas ging zitten. Ik had een overzicht over de hele zaak. Een vrouw aan de bar hield een monoloog over de bereiding van mohito’s. Ze kwam ergens vandaan waar die niet deugden.
‘Bedrog’, zei de vrouw tegen iemand die drie meter verderop zat. ‘Je wordt bedrogen. Mohito die van geen kloten op mohito lijkt.’
De man knikte. Zelf dronk hij geduldig van een glas bier.
‘Mohito is rum met munt, limoen en ijs. En kandijsuiker. Wat ze daar verkopen is rommel. Het heeft geen bal met mohito te maken.’
Achter haar stond een flipperkast waar niemand op speelde. Vanuit mijn positie zat haar hoofd midden in het flikkerende glasvlak, dat met veel misbaar het nachtleven in Las Vegas voorstelde. Ze werd erin opgenomen, in de wereld van veel feestlicht in nog veel meer donker.
‘Als de ingrediënten voor een mohito op zijn, dan moet je hem niet meer verkopen. Dat heb ik hem gezegd. Dit is niet te zuipen, heb ik gezegd. Dit heeft met mohito geen zak te maken, afzetter.’
Ze was wel erg dronken, de mevrouw. Ik bestelde bier bij. Eigenlijk was ze mooi, maar ze was verloren, dat was duidelijk. Daarom dronk ik nog wat. Ondertussen kon ik haar rustig in de gaten houden. Plots zag ze mij, maar ze voelde zich gesteund in plaats van bekeken. Ze kroop van haar kruk, liet Las Vegas achter zich en kwam naar mij. Ze was echt mooi. Verloren, natuurlijk.
‘Het is toch waar?’, vroeg ze. Ze wilde antwoord. Terwijl ze op de stoel recht tegenover mij ging zitten, zei ze:
‘Ik ben Sandy.’
‘Kristof.’
‘Kristof, als ze niet meer alles hebben voor een behoorlijke mohito...’
‘Dan moeten ze ophouden mohito te verkopen’, zei ik.
‘Of ze noemen het anders, voor mijn part. Ik betaal niet...’
‘Klopt.’
Vele glazen en uren later was ik van haar gaan houden, en van de manier waarop ze naar het leven keek. Toch moest ik naar huis, want ik werd dronken. Ik keek diep in haar zwarte ogen. Ze fluisterde. Ik kon het niet verstaan, maar ik las het op haar mond:
‘Het is toch waar?’
Ik ging naar haar toe en nam haar in mijn arm. Toen fluisterde ik iets in haar oor om haar te troosten. Mijn lippen raakten haar huid.
‘De zaak of kwestie’, fezelde ik teder, ‘is het feit voor een stuk naar de basis toe, met inbegrip van dien verstande.’
Sandy knikte, ze had me begrepen.