Zelfs de domste roker kent het woord paria
en dat is een woord dat nooit wordt gebruikt.
Ik zit bij een huis op de bodem van Europa
boven de dakpannen spelen ze toeristentennis.
Dit is het moment om kleuren te schikken
planten te complimenteren
en tractoren te horen
als stemmen van boeren.
Mijn geest legt zich neer
bij de gladde lijnen, de donkere geur
van een vrouw die ooit voor altijd
van mij heeft gehouden.
Nu herinner ik het mij.
Ook ik ben ooit en voor altijd.
Wij zijn paria’s, zeggen de rokers trots.
Zij wijzen op zichzelf aan de hand van het woordenboek.