De dag dat hij zijn wervels brak
reed Francis lachend door de bergen
op een fiets van het fijnste metaal
de vleugel van Hermes was zijn vlammende kettingkast.
De wind streek zijn oude wangen
tot dunne plooitjes in zijn hals
en de zon bezong zijn tanden.
De snelheid zaaide kiezel,
de ganzen vlogen in V boven de rivier
die beloofde dat zijn naam geschreven stond
op levensblauw linnen, los geslagen rond
een torenhoge kandelaar.
Van goud. De banden graaiden krachtig door het grind.