Het circus heeft een knappe koop gesloten.
Deze metaalpaarse amfibie ademt door
geleende kieuwen en bromt liederen
getekend Barry White.
De baardkemel, zoals hij in de volksmond
verscheen, kan schaatsen op beton
middels slijm dat uit zijn zolen sijpelt.
Ooit verplaatst de hele wereld zich op deze wijze.
Verbod geldt om de baardkemel te voederen
of anderszins het hof te maken.
Terwijl zijn zang om liefde vraagt
verschuift hij naar de uitgang, maar het
lot
van iedereen
kemel, toeschouwer, directeur
is dat niemand zonder niemand kan
en dat in deze zin de eeuwigheid
bestaat.